Bijspijkeren voor de pabo

Wes Holleman | 27-01-2012 | 1 Reactie » | permalink

Wie onderwijzer wil worden, moet een havo-, vwo- of mbo4-diploma op zak hebben. Maar onlangs heeft een adviescommissie van de HBO-raad bedacht dat aankomende pabo-studenten tevens toelatingstoetsen Nederlands, Engels, Rekenen, Aardrijkskunde, Geschiedenis en Natuurkunde/Biologie moeten afleggen. De toetsen voor Nederlands en Rekenen zijn een paar jaar geleden al ingevoerd; ze liggen (naar verluidt) op het startniveau van de eerste klas havo/vwo. De overige toetsen corresponderen echter met het eindniveau van havo-3 en mavo-4. Als het vak in z’n eindexamenpakket of mbo-curriculum heeft gezeten, wordt de aspirant-student vrijgesteld van de desbetreffende toelatingstoets. Wie voor de toelatingstoets zakt, moet een bijspijkertraject volgen. Maar ‘de last van het wegwerken van deficiënties (…) hoort [volgens de commissie] niet thuis in het hbo.’ In principe moeten de vo- en mbo-opleidingen ervoor zorgen dat studenten zonder deficiënties aan hun pabo-opleiding kunnen beginnen, en ‘het lijkt [de commissie] verdedigbaar [ook] een prikkel neer te leggen bij de studenten zelf. Dat is voor andere studies in het hoger onderwijs [immers] heel gebruikelijk.’ De commissie laat doorschemeren dat zij in elk geval niet wil dat de deelname aan bijspijkercursussen door de pabo met studiepunten beloond zou worden.
Lees verder … (PDF)

Waiting for Superman

Wes Holleman | 24-01-2012 | permalink

Vorige week heb ik de documentaire Waiting for Superman bekeken. Dit filmisch pamflet kwam anderhalf jaar geleden in roulatie. De filmmakers zetten het openbare onderwijs van de Verenigde Staten in de beklaagdenbank: wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje. Kinderen die wat meer in hun mars hebben, wachten tevergeefs op die omnipotente filmheld Superman die hen uit het slop haalt. Dat komt volgens de makers door de abominabele onderwijskwaliteit en met name door de lamlendigheid van de leerkrachten en de macht van de vakbonden. De makers menen dat privatisering en deregulering van het onderwijs de enige uitweg biedt: Superman zal de talenten van kansarme leerlingen recht doen door, in plaats van openbare scholen, onafhankelijke ‘charter schools’ op te richten. Het wachten is niet op meer geld maar op zelfstandige scholen met ambitie en daadkracht.
Lees verder … (PDF)

Investeringsaftrek voor masterstudenten?

Wes Holleman | 22-01-2012 | 1 Reactie » | permalink

Het kabinet Rutte-Verhagen verhoogt de financiële drempel tot de masteropleidingen. Niet alleen worden de collegegeldtarieven elk jaar hoger, maar onlangs is ook wetsvoorstel 33145 Studeren is Investeren ingediend waarmee de prestatiebeurs in de masterfase in principe wordt afgeschaft. Bovendien kunnen studenten minder lang van de OV-kaart gebruikmaken. Studenten moeten dus méér geld lenen om hun studie te bekostigen, terwijl tegelijkertijd de aflossings­termijn wordt verlengd: de restantschuld wordt pas na twintig jaar kwijtgescholden.
1. Maar ik kan toch parttime werken naast de masteropleiding om mijn levensonderhoud en studie te bekostigen? Ja, maar dat levert met ingang van dit jaar netto minder op. Want als je in de masterfase meer dan één jaar studievertraging oploopt, moet je 3063 euro extra collegegeld betalen.
2. Maar dan kies ik gewoon voor een deeltijdstudie! Nee, ook als deeltijdstudent betaal je deze jaarlijkse langstudeerdersboete zodra je de cursusduur van de voltijdse masteropleiding met meer dan één jaar overschreden hebt.
3. Maar als mijn ouders geld hebben, kan ik altijd nog bij hen aankloppen. Jawel, maar de belastingaftrek voor hun bijdrage aan het levensonderhoud van studerende kinderen is per 1/1/2012 geschrapt, althans voor kinderen boven de 21 jaar. Zij komen dus krapper bij kas te zitten.
4. Maar als men studeren als een investering beschouwt, behoud ik in elk geval aanspraak op een investeringsaftrek bij mijn eigen belastingaangifte? Ja, maar voor scholingsuitgaven geldt een drempel van 500 en een maximum van 15.000 euro per persoon [dat maximum geldt overigens niet voor de scholingsuitgaven binnen een vierjarige ‘standaardstudieperiode’]. Verder leveren gemaakte reis- en verblijfkosten en de aanschaf van een computer geen aftrek op, evenmin als de rente op studieschulden en de kosten van levensonderhoud. In het wets­voorstel is tevens bepaald dat de langstudeerdersboete niet meetelt in deze aftrekpost.
5. Tot zover mijn bevindingen uit Elseviers Belastingalmanak, maar – let wel – ik ben slechts een leek. Trouwens, als ik het goed begrijp, kan een niet-verbruikte aftrekpost worden doorgeschoven naar volgende belastingjaren (Almanak p.154). Verder heb ik nog uitgezocht hoe het met de eerder aangekondigde drempelverlaging van 500 naar 250 euro zit. Welnu, die wordt pas per 1/1/2013 ingevoerd.

Arbeidsbeloning in studiepunten

Wes Holleman | 18-01-2012 | 1 Reactie » | permalink

De Universiteit Utrecht ontwikkelt een ‘Onderwijsmodel 3.0’ om de werkdruk van docenten te verlagen (2011a, 2011b). Zo is de faculteit Geesteswetenschappen van plan studenten als onbetaalde hulpkracht in te schakelen (DUB 13/1/2012). Men wil de verrichte werkzaamheden als stage aftekenen. In plaats van een salaris als student-assistent krijgt de betrokken student dus een beloning in studiepunten uitgekeerd. Men denkt aan een studielast van 210 uur (7,5 studiepunt).
De directe aanleiding wordt gevormd door een vacaturestop in verband met budgettaire problemen. Maar de faculteit beschouwt de invoering van deze onbetaalde onderwijsstages niet als een tijdelijke noodmaatregel, doch als een structurele bedrijfseconomische oplossing. Enerzijds worden de gemiddelde onderwijskosten per studiepunt gedrukt en anderzijds wordt voorkomen dat de ingeschakelde hulpkrachten studievertraging oplopen.
Met deze oplossing haalt de faculteit echter een netelig probleem in huis: belangenverstrenge­ling. Als opleider is zij verant­woordelijk voor de kwaliteit van het diploma, maar als werkgever van stagiairs staat zij aan de verleiding bloot hun arbeids­productiviteit te maximaliseren ten koste van de persoonlijke leeropbrengst die ze uit hun onderwijsstage zouden moeten putten. Om dat risico te verkleinen zal zij haarfijn moeten specificeren welke persoonlijke leerdoelen door de stagiair bereikt moeten worden, welke werkvormen daartoe moeten worden ingezet en hoe getoetst wordt of die leerdoelen bereikt zijn. Verder zal zij de verantwoordelijkheid voor de leeropbrengst bij een gespecialiseerd didactisch team moeten onderbrengen, dat in opdracht van de examencommissie als tegenspeler van de stagebiedende onderwijsteams fungeert. Tevens dient zij te erkennen dat studenten ook elders (al dan niet betaalde) onderwijsstages mogen lopen om die studiepunten te verwerven.
Zie ook: Binnenschoolse maatschappelijke stages; Herendiensten; Proefpersoonuren.

Vernederen op school

Wes Holleman | 15-01-2012 | permalink

Soms lijkt het wel of het een kwestie van onwil is, dat een leerling iets niet snapt. Je hebt de stof goed uitgelegd en dan komt hij wederom met zo’n domme vraag. Je begint van voren af aan en je beloont hem telkens als hij het goede antwoord geeft, maar vervolgens blijkt dat hij er nog steeds geen laars van begrijpt. In vervlogen tijden kreeg zo’n domoor voor straf een ezelsbord om de nek, of hij kreeg gedurende de rest van de schooldag een kap met ezelsoren opgezet. Met die publieke vernedering werd hem ingepeperd dat hij beter moest opletten en meer z’n best moest doen. Men meende kennelijk dat lage leersnelheid meestal aan onvoldoende leermotivatie te wijten is en dat iemands leermotivatie wordt opgepept door hem een vernederende straf op te leggen. En vermoedelijk mikte men tevens op generale preventie: de overige leerlingen zagen zodoende met eigen ogen wat hun boven het hoofd hing als ze niet genoeg hun best zouden doen.
Tegenwoordig wordt vernedering niet meer tot het didactische arsenaal gerekend. Het is onprofessioneel om leerlingen voor stomkop, oen, sufkees, sukkel, minkukel of dombo uit te maken. Het is zelfs niet uitgesloten dat zo’n leerkracht wegens incompetentie ontslagen wordt. Maar hoe is het die olijke onderwijzer vergaan die na een oliedomme vraag een viltstift pakte en ‘mob’ op het voorhoofd van het kind schreef? Misschien bezigde hij zelfs de overtreffende trap: ‘mobilo’. Is dat onprofessioneel? Ja, je moet met je fikken van de leerling afblijven. Bovendien had hij erbij gezegd dat het kind maar eens gauw in de spiegel moest kijken. De leerkracht werd geschorst.
Bron: Education News (21/12/2011).

Bloot douchen

Wes Holleman | 12-01-2012 | 2 Reacties » | permalink

Sex is a joy for ever: ook de dagbladen krijgen er nooit genoeg van. De Volkskrant (10/1/2012 ) bericht dat steeds meer jongens, na sport of gym, liever niet open en bloot willen douchen. Ze onttrekken zich aan het gezamenlijke doucheritueel of houden in elk geval een broekje aan. Islamitisch opgevoede jongens (en meisjes) hebben thuis geleerd dat het onfatsoenlijk is je onderlijf te laten zien of dat van anderen te aanschouwen. Maar ook autochtone kinderen en pubers zijn vaak beschroomd. Volwassenen vinden echter dat gezonde Hollandse jongens zich daar overheen moeten zetten. Op sommige scholen wordt gezamenlijk naakt douchen zelfs verplicht gesteld, zowel voor autochtone als voor allochtone jongens (c.q. meisjes).
Dat is een rare verplichting. In de eerste plaats is het een basaal mensenrecht dat je anderen niet hoeft toe te laten tot je privésfeer en dat je zelf mag bepalen waar je de grens trekt tussen openbaar en privé. Leerlingen hebben het volste recht niet alleen poepen en piesen maar ook bloot douchen tot hun intieme levenssfeer te rekenen. In de tweede plaats is in het Kinder­rechtenverdrag bepaald dat leerlingen naar hun eigen geweten, godsdienst en levensovertuiging mogen leven (art.14) en dat men allochtone leerlingen niet alleen eerbied voor de Nederlandse waarden moet bijbrengen maar ook eerbied voor hun eigen culturele identiteit en hun eigen culturele waarden (art.29). In de derde plaats hebben we in de Tweede Wereldoorlog geleerd dat het voor leden van minderheids­groepen van levensbelang kan zijn dat ze niet hoeven te demonstreren of ze al dan niet besneden zijn. Mannen en jongens die om medische reden gecircumciseerd waren, voelden zich destijds zelfs genoodzaakt een medisch attest op zak te hebben om aannemelijk te maken dat ze geen jood waren. In de vierde plaats heeft de definitie van een gezonde Hollandse jongen in de laatste decennia een fundamentele wijziging onder­gaan. Tegenwoordig erkent men dat gezonde Hollandse jongeren homoseksueel mogen zijn. Daarmee heeft ook ‘gemengd douchen’ een nieuwe dimensie gekregen. Niemand zal het in z’n hoofd halen jongens en meisjes te dwingen tezamen bloot onder de douche te gaan. Maar dan valt het evenmin te verdedigen dat holebi’s (en hun potentiële partners!) gedwongen worden zich in hun blootje aan elkaar te vertonen.
Zie ook: CGB (30/3/2007); Fok.nl (12/12/2010); NRC 26/11/2011 (kvlo.nl); Onderwijs­geschillen.nl > douchen.

Counselors tegen homoseksuele zondaars

Wes Holleman | 10-01-2012 | permalink

Julea Ward, een orthodoxe christen, wil schooldecaan worden. Ze volgde de masteropleiding Counseling bij een openbare universiteit. Volgens haar is homoseksueel gedrag zondig en moeten homoseksuelen op het rechte pad worden gebracht. Maar als (aanstaande) professional heeft ze zich te houden aan de Ethische Code van de American Counseling Association. Artikel A.4.b gebiedt dat counselors ‘are aware of their own values, attitudes, beliefs, and behaviors and avoid imposing values that are inconsistent with counseling goals. Counselors respect the diversity of clients (…).’ Het probleem is dat ze jegens homoseksuele cliënten niet aan deze professionele norm meent te kunnen voldoen.
Toen ze in het kader van haar opleiding een homocliënt kreeg toegewezen, weigerde ze vanwege gewetensbezwaren. De studie­leiding achtte haar dientengevolge ongeschikt voor de professio­nele beroepsuitoefening, hetgeen haar op een judicium abeundi kwam te staan: ze werd uit de opleiding verwijderd. Niet alleen is ze kennelijk niet bereid of in staat haar persoonlijke waar­den ondergeschikt te maken aan het doel van de hulpverleningsrelatie (artikel A.4.b), maar ook handelt ze in strijd met artikel C.5: ‘Counselors do not condone or engage in discrimination based on age, culture, disability, ethnicity, race, religion/spirituality, gender, gender identity, sexual orientation, marital status/partnership, language preference, socioeconomic status, or any basis proscribed by law. Counselors do not discriminate against clients (…) in a manner that has a negative impact on these persons.’
Aan een andere openbare universiteit speelde een soortgelijke casus. Aanstaande schooldecaan Jennifer Keeton verkondigde luid en duidelijk dat ze vanuit haar christelijke geloofsovertuiging niet aan artikel A.4.b kon voldoen. Zij werd uit de opleiding verwijderd, omdat ze weigerde zich aan nadere training te onderwerpen teneinde haar professionele competenties dienaangaande op peil te brengen.
Lees verder … (PDF)

TU Delft verlaagt studielast

Wes Holleman | 05-01-2012 | 4 Reacties » | permalink

De Delftse studentenvakbond VSSD vreest dat de kwaliteit van de TU-opleidingen wordt aangetast, aldus een persbericht (2/1/2012). Het College van Bestuur wil dat de faculteiten maatregelen nemen opdat studenten een grotere kans van slagen hebben en minder studie­vertraging oplopen. En de VSSD heeft aanwijzingen dat faculteiten daartoe de studielast per cursusjaar (d.w.z. de benodigde hoeveelheid studie-inspanning per studiepunt) willen reduceren. De VSSD vreest dat dit tot verlaging van het diplomaniveau zal leiden. Maar in een reactie op Science Guide (2/1/2012) stelt de TU Delft dat faculteiten ook kunnen inventariseren ‘welke zaken uit het curriculum kunnen omdat het is verouderd, of omdat er dubbelingen in het curriculum zitten’. En misschien zijn er ook andere mogelijkheden om de studieproductiviteit te verhogen: de onderwijs- en leerprocessen kunnen wellicht doel­matiger worden ingericht zodat het beoogde eindniveau met een lagere ureninvestering of met minder tijdverliezen bereikt kan worden.
Lees verder … (PDF)

Voorkeursbehandeling

Wes Holleman | 03-01-2012 | 1 Reactie » | permalink

Topsporters worden in het hoger onderwijs met fluwelen handschoenen bejegend. Ook student-ondernemers menen aanspraak te mogen maken op bijzondere studieregelingen, evenals studenten die hun artistieke talenten te gelde maken. Maar waar ligt de grens? Docenten en examinatoren worden soms onder druk gezet hun een diploma te geven, ook al hebben ze dat eigenlijk niet verdiend. Momenteel dient er in New York een rechtszaak, aangespannen door een docent die de kont tegen de krib heeft gegooid (Education News 31/12/2011).
Hij verzorgde een mastercursus Regisseren in de Graduate Film School van New York University. Eén van zijn studenten kwam twaalf van de veertien verplichte werkcolleges niet opdagen. De docent gaf hem daarom een (compensabele) onvoldoende voor dit vak. De student maakte daarover grote stampij en de docent is vervolgens door zijn werkgever geboycot, geschorst en per 31/8/2012 ontslagen. Bijna alle collega-docenten hadden de betrokken student gematst, ook al had hij bij hun vak evenmin aan zijn studie­verplichtingen voldaan.
Het was dan ook niet zomaar een student. Het ging om James Franco (1978), een gevierd filmacteur, die ook reeds als scenarioschrijver, regisseur en producer was opgetreden. Uit het oogpunt van public relations is er voor een Amerikaanse universiteit veel aan gelegen zo’n toptalent tot haar alumni te mogen rekenen. Men is dan geneigd de onderwijs- en examen­regelingen op te rekken (en in dit concrete geval kon daar op grond van Eerder Verworven Competenties misschien ook reden toe zijn). Maar waar ligt de professionele grens voor gewetensvolle docenten en examinatoren?

Groepsbelediging

Wes Holleman | 02-01-2012 | permalink

Docent John McAdams moet zich verantwoorden omdat hij de vrouwelijke studenten­bevolking in haar eer en goede naam zou hebben aangetast. Dat bericht hij op zijn weblog (21/12/2011). Hij geeft de cursus Inleiding in de Amerikaanse Politiek en daarin behandelt hij voorbeelden van gesjoemel met cijfers. Een van zijn voorbeelden betreft studerende vrouwen: volgens statistieken is één op de vier undergraduate meisjesstudenten ooit verkracht door de jongen met wie ze uitgingen (zogenoemde ‘date rape’). Maar daarbij wordt elke vrijpartij meegeteld die niet met uitdrukkelijke instemming van de vrouw heeft plaats­gevonden. Het gehanteerde feministische criterium is namelijk of de jongen kan aantonen dat zijn partner tevoren vol bij zinnen heeft bevestigd dat ze met hem naar bed wilde. McAdams stelde in zijn werkcollege dat dit criterium tot opgeklopte cijfers leidt en dat men beter een zwaarder criterium kan kiezen (wordt de bijslaap door de betrokken vrouw achteraf als verkrachting ervaren?). Een van zijn studenten diende daarop bij de universitaire autoriteiten een klacht tegen hem in. Volgens haar heeft de docent, door het poneren van deze stelling, verkrachtingsslachtoffers gekleineerd en zich zodoende schuldig gemaakt aan een vorm van groepsbelediging of seksuele intimidatie.
Mij dunkt dat de docent zich hier kan beroepen op zijn academische vrijheid. Hij heeft een eigen definitie van verkrachting ingebracht en hij toont aan dat lang niet alle in wetenschappelijk onderzoek geregistreerde ‘date rapes’ aan zijn definitie beantwoorden. Studenten mogen daar hun eigen definitie tegenover stellen: dat laat hij open voor discussie.
Ook de Amerikaanse stichting FIRE (29/12/2011) oordeelt dat zijn uitlatingen ruim binnen de grenzen van de academische vrijheid vallen, maar zij gaat een stap verder. Volgens haar hadden de universitaire autoriteiten de klacht van de studente terstond onontvankelijk moeten verklaren en de docent niet ter verantwoording mogen roepen. Dat is een vreemde stelling­name. Studenten hebben er recht op dat hun klacht serieus behandeld wordt om te toetsen of deze al dan niet gegrond is. Vaak is er slechts een dunne scheidslijn tussen wetenschappelijke definities en stellingen enerzijds en ergerlijke vooroordelen anderzijds. Onder welke voorwaarden mag een docent bijvoorbeeld ex cathedra poneren dat homoseksueel gedrag ziekelijk c.q. zondig is?