Mongooltje

Wes Holleman | 07-06-2017 | permalink

Ik heb een leraar die ons, als we iets verkeerd doen, meteen voor Mongooltje uitmaakt. Kun je tegen zo iemand aangifte doen bij de politie? Dat is de vraag die BasBas voorlegt aan het Scholierenforum (24/5/2017). Volgens Elin3 heeft dat geen zin, want schelden is niet strafbaar. Ik deel Elins taxatie dat aangifte niet tot justitiële vervolging en veroordeling zal leiden, maar haar argumentatie klopt niet. Het is beledigend om iemand voor Mongool uit te schelden met de bedoeling hem of haar als een verstandelijk gehandicapte neer te zetten, en belediging is wel degelijk een strafbaar feit, althans als de gedupeerde of diens wettelijke vertegenwoordiger een formele klacht indient.
Maar Elin3 en Mark52 dragen een beter alternatief aan: wend je tot de mentor of de teamleider en vraag hun om deze leraar tot de orde te roepen. Misschien heeft de leraar het zo niet bedoeld, maar hij maakt zich aan onprofessioneel gedrag schuldig. Het is onprofessioneel om leerlingen te vernederen en hun zelfrespect te ondermijnen. En als bepaalde leerlingen week-in-week-uit door een leraar vernederd worden, moet dat tevens als pestgedrag worden aangemerkt.
Voor de teamleider is er bovendien reden om ernstige vraagtekens te zetten bij de taakopvatting van deze leraar. Door leerlingen denigrerend als Mongooltjes te bestempelen, suggereert de leraar dat de strubbelingen in hun leerproces uitsluitend te wijten zijn aan factoren die buiten zijn eigen invloedssfeer liggen. Hij straalt onprofessionele zelfgenoegzaamheid uit: “Met mijn didactiek is niets mis. En van mij kan niet worden verwacht dat ik nóg meer didactische energie in hen steek, want gezien hun verstandelijke ontwikkelingsstoornis is dat onbegonnen werk.”

Het feestje van de CITO-toets

Wes Holleman | 22-05-2017 | permalink

Basisschool De Stokland (Son & Breugel) is opbrengstgericht: zij helpt de kinderen het beste uit zichzelf te halen om vervolgens een optimale start te maken in het voortgezet onderwijs. De school wachtte dan ook met kloppend hart op de uitkomsten van de Eindtoets Basisonderwijs van het CITO. Zullen de individuele CITO-scores van de leerlingen aan de prognose beantwoorden die de leerkrachten in hun eerdere schooladvies geformuleerd hebben? Alle leerlingen van groep 8 waren woensdag in de gymzaal verzameld waar de uitslagen geopenbaard zouden worden. Maar de schooldirectie had ook een cameraploeg van het Jeugdjournaal uitgenodigd, want zij had een verrassing in petto (NOS 12/5/2017). Maud werd naar voren geroepen en zij kreeg te horen dat zij, in heel Nederland, één van de vijf leerlingen is die dit jaar alle 220 items goed hebben beantwoord. Luid applaus. Bovendien bleek maarliefst 32% van het Stoklandse uitstroomcohort minder dan 20 items fout te hebben beantwoord, wat hun (evenals Maud) de hoogst mogelijke score (550 punten) oplevert. Om in aanmerking te komen voor het vwo hebben leerlingen minimaal 545 punten nodig (zie tabel I), maar mede dankzij deze uitblinkers kwam het rekenkundig gemiddelde van groep 8 als geheel op 545,2 uit (ED 11/5/2017). Lisette van den Beld heeft zich echter groen en geel geërgerd aan deze reportage van het Jeugdjournaal. In een open brief op haar Facebook­pagina legt ze uit waarom.
Lees verder … (PDF)

Moederdag versus inclusief onderwijs

Wes Holleman | 14-05-2017 | 1 Reactie » | permalink

Het is vandaag de tweede zondag van mei, de dag dus waarop vele kinderen in familiekring Moederdag vieren. Basisscholen laten dat niet ongemerkt voorbijgaan. In de afgelopen week hebben de kinderen op school een mooie tekening of een ander knutselwerk gemaakt om vanochtend hun moeder te verrassen. Maar Brussel is een internationale stad. De Franstalige school Singelijn (niet-confessioneel bijzonder basisonderwijs) is afgestapt van deze moederdagtraditie, want bij vele leerlingen wordt Moederdag thuis op een andere dag gevierd. Bijvoorbeeld Franse en Marokkaanse gezinnen die in Brussel wonen, vieren Moederdag op de laatste zondag van mei. Een ander probleem is dat de Moeder- en Vaderdagfestiviteiten op een traditionele gezinssamenstelling gestoeld zijn, terwijl vele leerlingen in een éénoudergezin leven. Hun ouders zijn gescheiden, hun vader of moeder is overleden of met de noorderzon vertrokken, etcetera. En dan zijn er ook nog de kinderen die in een gezin met twee vaders of twee moeders opgroeien. De leerkrachten vinden het eigenlijk ongepast om, in de week vóór Moeder- c.q. Vaderdag, te doen of hun neus bloedt. Het is onprofessioneel en wreed een vader- of moederloos kind op te dragen een verrassing te bereiden voor een ouder die er niet (of niet meer) is.
Maar je kon er vergif op innemen: de directie van de aloude basisschool van Mme Singelijn heeft de hele wereld over zich heen gekregen. Zelfs vanuit de Vlaamse regering spraken de Onderwijsminister en haar Turks-Koerdische collega voor Gelijke Kansen er schande van. Het culturele nationalisme en antiglobalisme viert immers hoogtij. De protesteerders beroepen zich op de Vlaams-Nederlandse (c.q. Belgische) normen en waarden. ‘Het traditionele twee­oudergezin is de hoeksteen van de samenleving en Moeder­dag (resp. Vaderdag), op de tweede zondag van mei (resp. juni), is een onverbrekelijk onderdeel van de nationale traditie. Wij zijn bereid afwijkende samenlevings­vormen en afwijkende familietradities te tolereren, maar op school en in het openbare leven mag niet aan de viering van ons aller Moeder- en Vaderdag getornd worden.’
Bron: Nieuwsblad (12/5/2017), De Telegraaf (12/5/2017a, 12/5/2017b), RTL Nieuws (12/5/2017)

Meervoudige relaties: een risico?

Wes Holleman | 01-05-2017 | permalink

Samen met een manlijke collega bestiert ze groep 5/6 van een katholieke dorpsschool in West-Brabant. Maar sinds kort heeft ze een relatie met iemand (een man? een vrouw?) wiens kind in haar klas zit. De ouders van dat kind zijn gescheiden. De directeur en het regionale school­bestuur vinden dat zo’n complexe relatie niet kan. Ze wordt per direct overgeplaatst naar een schoolvestiging elders in de regio. Het hele dorp reageert verontwaardigd: waarom wordt zij gestraft in haar prille geluk? Zit meneer pastoor daar soms achter, vanwege de onverbreke­lijk­heid van het heilige huwelijk, vanwege de zondigheid van een lesbische relatie, of omdat leerkrachten het goede voorbeeld moeten geven? Of vindt de school dat de relatie tussen leerkracht en leerling éénduidig moet blijven? Dat zou dan iets nieuws zijn, want eertijds kreeg één van de leerkrachten wel haar bloedeigen kinderen in de klas!
Ik denk dat er volgens de school teveel risico’s kleven aan de dubbele relatie tussen de leer­kracht enerzijds en haar cliëntsysteem (het kind en zijn/haar gescheiden ouders) anderzijds, wanneer zij tevens als nieuwe partner van één van de voormalige echtelieden, als stiefmoeder van hun kind en misschien ook als splijtzwam tussen de voormalige huwelijkspartners fungeert. In 2004 schreef Stephen Behnke een artikel over de nieuwe ethische code voor Amerikaanse psychologen. Het ging over de vraag hoe professionele therapeuten moeten omgaan met ‘multiple relationships’ jegens hun cliënt (bv. een kind) of jegens naasten van hun cliënt (bv. de ouders van dat kind). De ethische stelregel is dat ze meervoudige relaties moeten vermijden als die schade kunnen toebrengen aan hun objectiviteit, aan de kwaliteit en effectiviteit van hun professionele handelen of aan de belangen van hun cliënt. De betrokkenen moeten dus serieus taxeren in hoeverre de leerkracht in de nieuwe verhoudingen een professionele relatie met haar leerling en met de beide ouders kan realiseren.
Bron: BN DeStem (29/4/2017a, 29/4/2017b), Brabants Dagblad (29/4/2017)

Immorele didactiek (II)

Wes Holleman | 17-04-2017 | permalink

‘Zo ga je niet met je studenten om!’ In een eerder blogbericht had ik het over de immorele didactiek van een veeleisende afstudeerdocent op een conservatorium. In de Orlando Sentinel (11/4/2017) en InsideHigherEd (14/4/2017) wordt een ander creatuur uit de kunstsector beschreven: een praktijkdocent (zelf een gevestigd beeldend kunstenaar) wordt berispt nadat een studente had geklaagd over zijn ongezouten/ongekuiste/onheuse commentaren op haar werkstukken. De berisping geldt met name zijn respectloze, ongekuiste, onbehouwen taalgebruik bij het beoordelen van werkstukken. Maar uit de docentevaluaties op de website Rate My Professors blijkt dat zijn commentaren niet alleen qua vorm maar ook in inhoudelijk opzicht nogal uit subjectieve onderbuikgevoelens voortkomen. Een bloemlezing: 1. He is often offensive in his discourse with females and never gives any worthwhile feedback. 2. Some paintings he will absolutely hate and won’t give feedback on how to fix the problem. 3. He singles out select students he doesn’t like and never gives them a chance; never lets students talk or critique work of their peers; always talks about politics and never lets you have a say in the matter. 4. When it comes to the actual critiques, he is extremely black or white; if it is not exactly up to his standards (which he doesn’t specify ever) he will give you an Incomplete. 5. His grading system is kind of arbitrary. 6. If he doesn’t like your style, you’ll have to re-do all of your paintings; it’s frustrating because he doesn’t look at the quality, he just looks at if he likes it or not. 7. Very passionate man, so it is no suprise there will be outbursts if you impress him but also if you disrespect him. Vele studenten zijn vol lof over hun ambachtelijke goeroe: ze hebben veel van hem geleerd. Maar naar professionele maatstaven voldoet hij niet aan de eisen die men aan een docent (een reflective practitioner) pleegt te stellen.

Palmpasen op school

Wes Holleman | 13-04-2017 | permalink

Protestants-christelijke en rooms-katholieke scholen willen weliswaar vanuit hun religieuze grondslag opereren, maar gewoonlijk hoeven (de ouders van) nieuwe leerlingen die grondslag niet te onderschrijven. Men heet andersdenkende leerlingen graag welkom, op voorwaarde dat ze de grondslag van de school respecteren. Deze week barstte de islamofobe strijdvraag weer los in hoeverre van andersdenkende leerlingen geëist mag worden dat ze aan de christelijke vieringen van hun school deelnemen. In deze discussie wordt echter te weinig rekening gehouden met een juridische randvoorwaarde. Krachtens de vrijheid van meningsuiting behoort het tot de grondrechten van andersdenkenden dat ze niet verplicht kunnen worden hun opvattingen in woorden, daden of gezangen te verloochenen. Van andersdenkende leerlingen mag op een christelijke school bijvoorbeeld niet worden verlangd dat ze omstreeks Pasen deelnemen aan een optocht waarbij ze zwaaien met een palmpaaskruis om de geloofsopvatting te belijden dat de Messias, Gods Zoon, onze Heiland, voor ons aan het Kruis gestorven is en na drie dagen uit den dode is opgestaan. Ze moeten de rituelen van de ontvangende school respecteren maar van haar kant moet de school ook hun persoonlijke geloofsopvattingen respecteren. Want het ligt niet op haar weg hen aan een vorm van hersenspoeling te onderwerpen.
Bron: AD1; AD2; EO; VK; NPO-radio; PVV; VVD

Leraren hebben een voorbeeldfunctie

Wes Holleman | 02-04-2017 | permalink

Ik heb de documentaire film Zero days gezien, die deze week in première is gegaan. Nou ja, gezien, behalve dan die tien minuten dat ik was ingedommeld. Het gaat over machtige actoren (USA, Israël) die een heimelijke cyberoorlog hebben ontketend om Iran met zijn aspiraties op het gebied van kernenergie op de knieën te krijgen. De belang­rijkste boodschap van de film is dat zulke machtige actoren met vuur spelen omdat ze de fundamenten van de internationale rechtsorde aantasten: als zij op deze wijze menen te mogen opereren, ontlenen anderen daaraan een vrijbrief om eigen belangen met soortgelijke middelen te verdedigen. En naar analogie: het hek is van de dam als machtige actoren basale rechtsbeginselen menen te mogen schenden door verre landen binnen te vallen, burger­doelen te bombarderen of zelfs hele steden plat te gooien, vijanden te martelen en hen zonder vorm van proces te detineren of executeren. Zodoende brengen ze trouwens ook hun eigen burgers in gevaar, want waarom zouden hun tegenstanders dan nog morele scrupules ervaren om deze strijdmiddelen (ter verdediging van eigen belangen dan wel uit wraak) in te zetten?
Machtige actoren kunnen méér kapot maken dan we met z’n allen willen. Zo heeft Marloes Hendrickx onlangs een proefschrift afgerond waarin zij aantoont dat het gedrag van de machtige leerkracht jegens zijn of haar machteloze leerlingen van invloed is op de wijze waarop zij onderling met elkaar omgaan. Als de leraar (door conflictueuze relaties en interacties met de klas) het slechte voorbeeld geeft, worden de onderlinge relaties van leerlingen ook slechter. En als een leraar vaak tegenover een bepaalde leerling uit z’n slof schiet, is de kans groot dat kinderen die klasgenoot onaardig gaan vinden. Ik denk dat je ook kunt zeggen: onprofessio­neel en respectloos leraarsgedrag in de klas vergroot het risico dat kinderen elkaar pesten en respectloos bejegenen.
Bron: M.M.H.G. Hendrickx, The role of the teacher in classroom peer relations (diss. Utrecht 2017; digitaal embargo tot 17/8/2018)

Meertaligheid op de basisschool (IV)

Wes Holleman | 24-03-2017 | 1 Reactie » | permalink

Er is een baanbrekend boek verschenen, opgesteld door hbo-lectoren die deskundig zijn op het gebied van het NT2-onderwijs. Het boek is geschreven in opdracht van de PO-raad en het ministerie van OCW. Het boek gaat over anderstalige leerlingen die de basisschool instromen. De auteurs betogen dat men in het onderwijs voor deze doelgroep gedurende minimaal vijf jaar uitdrukkelijk moet inspelen op hun moedertaal. In hun inleidende hoofdstuk (p.6) omschrijven de auteurs hun visie op het NT2-onderwijs:
a) ‘Het basisonderwijs neemt de behoeften van het kind als uitgangspunt en zorgt voor een ononderbroken, brede ontwikkeling.
b) Ingroeien in het Nederlandse onderwijs vraagt om een flexibel integratiemodel en vergt zeker vijf jaar aandacht.
c) De meertalige setting waarin kinderen opgroeien, is een belangrijk gegeven. Snelle ontwikkeling van Nederlands als tweede, additionele taal én de eigen taal zijn uitgangspunt voor het onderwijs in de fasen van integratie.’
Deze visie staat haaks op de ideologie die tot nu toe ten grondslag heeft gelegen aan de beleidslijnen van Haagse bestuurders en politici. Zij vinden dat nieuwkomers (en met name de niet-Westerse nieuwkomers) moeten worden ondergedompeld in de Nederlandse taal, dat ze zich moeten aanpassen aan de Nederlandse samenleving en dat ze hun moedertaal daartoe moeten afzweren. Volgens de auteurs (p.15) druist deze ideologie tegen fundamentele mensenrechten in: ‘elk kind heeft het recht om zich via [zijn moedertaal] te ontwikkelen.’ De auteurs laten doorschemeren dat het volgens hen goed zou zijn voor allochtone kinderen als ze de beheersing van hun moedertaal welbewust onderhouden en gaandeweg verbeteren en perfectioneren. Want meertalige mensen hebben de toekomst. Maar het is jammer dat de auteurs ’t niet hebben aangedurfd hun boek mede in dat perspectief te plaatsen. Als puntje bij paaltje komt, nemen ze niet uitdrukkelijk afstand van het ideologische gedachtengoed (a) dat het niet in het belang is van de Nederlandse samenleving dat jonge nieuwkomers hun moedertaal gaandeweg tot near-native niveau onder de knie krijgen, en (b) dat hun eventuele streven in die richting in elk geval niet door de overheid gefaciliteerd moet worden. Of heeft opdrachtgever OCW een vinger in de pap gehad om sommige, haar onwelgevallige tekstgedeelten te verwijderen?
Zie: het boek Ruimte Voor Nieuwe Talenten en de boekaankondiging van de PO-raad (20/3/2017)

Vijanden van het volk

Wes Holleman | 13-03-2017 | 2 Reacties » | permalink

Volgens ultrarechtse bestuurders, politici en activisten heeft het volk drie vijanden: de pers­media die doordrenkt zijn van linkse propaganda, de rechterlijke macht met haar ‘zogenaamde’ rechtsstaat, en de Linkse Kerk die hoger onderwijs heet. Maar wat de betrokkenen eigenlijk verweten wordt is dat ze het zich tot hun taak rekenen rationeel en kritisch na te denken en hun oordeel onverbloemd naar voren te brengen zonder de oren te laten hangen naar het Gesundes Volksempfinden.
In een speech op 23 februari nam de nieuwe Amerikaanse minister van onderwijs, Betsy DeVos, het hoger onderwijs op de korrel. Zij herhaalde de ultrarechtse strijdkreet dat de universitaire docenten, onderzoekers en bestuurders vanuit vooropgezette standpunten decreteren wat we moeten doen, wat we moeten zeggen en wat we moeten denken en dat ze onvoldoende garanties creëren voor de vrijheid van meningsuiting. Zodoende komen afwijkende, con­servatieve opvattingen volgens haar niet tot hun recht.
In Nederland laat de VVD zich ook niet onbetuigd om de universiteiten in de verdachtenbank te plaatsen. Op 7 februari heeft de Tweede Kamer met een krappe meerderheid een VVD-motie aangenomen die gericht was aan de minister van OCW. De motie van Karin Straus en Pieter Duisenberg luidde als volgt: ‘overwegende dat in het buitenland discussies worden gevoerd over homogeniteit, zelfcensuur en gebrek aan diversiteit in de wetenschap; overwegende dat er altijd plek moet zijn voor het vrije woord in de wetenschap, gedreven door nieuwsgierigheid en waarheidsvinding; [en] van mening dat de vrije wetenschap nooit gehinderd mag worden door verschillen in morele of politieke meningen; [doet de Kamer aan de regering het verzoek om aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)] een nadere beschouwing en advies te vragen of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen, en met aanbevelingen te komen hoe te allen tijde het vrije woord binnen de wetenschappelijke waarheidsvinding de ruimte zou moeten krijgen (…).’
De VVD insinueert dus dat de universitaire onderzoekers en bestuurders een links bolwerk vormen dat erop uit is conservatieve opvattingen te weren en te onderdrukken. Eerder dit jaar, eind januari, gaf Duisenberg in de Tweede Kamer een eerste aanzet tot het formuleren van de motie: hij vroeg zich af of het wetenschappelijk corps van de universiteiten qua politieke gezindheid niet te eenzijdig is samengesteld. Met zulke losse flodders worden de geesten rijp gemaakt voor de stelling dat de bevindingen van wetenschappelijk onderzoekers kunnen worden afgedaan als subjectieve meningen, gedebiteerd door vijanden van het volk.

The day will come

Wes Holleman | 12-03-2017 | 1 Reactie » | permalink

Deze week gaat de Deense film The day will come in Nederlandse première. Het gaat over een internaat, ver van de bewoonde wereld, voor moeilijk opvoedbare jongens. De film is gebaseerd op historische feiten uit de jaren 1960 (men denke aan de barbaarse tijd van de Magdalena Sisters). De broertjes Erik en Elmer worden in het internaat geplaatst door Jeugdzorg omdat hun alleen­staande moeder de opvoeding niet aankan. Ze komen van de regen in de drup: een sadistisch tuchthuisregiem. Maar het toeval wil dat er net in die tijd een goedwillende, zachtmoedige lerares, Lilian, solliciteert. Eerst laat zij zich nog een rad voor de ogen draaien: het harde regiem zou nodig zijn om de jongens tot oppassende burgers te vormen. Langzamerhand beseft ze evenwel dat de jongens geestelijk en lichamelijk gemarteld worden. De druppel die bij haar de emmer doet overlopen is dat Elmer op een nacht ver­kracht bleek te zijn. En zijn oudere broertje Erik heeft het gezagsondermijnende lef te beweren dat niemand van de jongens het gedaan heeft. Lilian zegt haar baan op, pakt haar koffers en weet de functie van docent te bemachtigen aan een lerarenopleiding in Kopenhagen. En op het internaat woekeren de misstanden voort.
Ik vond het moeilijk naar zoveel mishandeling en machtsmisbruik te blijven kijken. Volgens mij is het nergens goed voor om dat als bioscoopbezoeker zeven kwartier lang te moeten verdragen. Maar achteraf vind ik het helemáál onverteerbaar dat de regisseur geen enkele moeite doet de professionele verantwoordelijkheden van de leraar (Lilian) te problematiseren. Het valt te begrijpen dat ze het mensonterende opvoedingsklimaat ontvlucht, maar het is schokkend dat ze gewoon de deur achter zich dicht trekt en de jongens aan hun lot overlaat. Waarom heeft ze, teruggekeerd in Kopenhagen, niet de professionele moed kunnen opbrengen aan de bel te trekken bij de Inspectie Jeugdzorg? Met haar getuigenverklaring had zij de wereld wakker kunnen schudden.