Onderwijsraad: schakelklas na groep 8

Wes Holleman | 09-03-2010 | permalink

Deze week heeft de Onderwijsraad het adviesrapport Vroeg of Laat uitgebracht. Het gaat over de vraag hoe men de nadelen van vroege voorsortering kan ondervangen. Sommige leerlingen hebben op de basisschool leerachterstand opgelopen die niet te wijten is aan lagere intelligentie, maar aan specifieke handicaps (bv. gebrekkige beheersing van de instructietaal, het Standaardnederlands). Zij komen in de lagere schoolsoorten van het voortgezet onderwijs terecht, terwijl ze eigenlijk meer in hun mars hebben. De Onderwijsraad stelt voor, hen na groep 8 van de basisschool in een schakelklas te plaatsen zodat ze hun achterstand kunnen inlopen voordat ze hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs vervolgen (pp. 59, 72). Uit onderzoek blijkt dat leerlingen na deelname aan zo’n ‘kopklas’ tot hogere school­soorten kunnen worden toegelaten. Overigens brengt de Raad dergelijke schakelklassen organisa­torisch liever bij het voort­gezet onderwijs onder. Men zou dan niet van groep 9 (kopklas) maar van een nulde leerjaar (voetklas) moeten spreken.

Corrupte schoolregels

Wes Holleman | 05-03-2010 | permalink

Een op de drie leerlingen ergert zich mateloos aan leraren die te laat komen. Dat bleek uit een vragenlijstonderzoek van Scholieren.com. De achttienjarige leerling Plientje legt uit wat haar vooral stoort (myDiary 4/3/2010): dat leerlingen worden gestraft als ze te laat komen en leraren niet. Zij noemt dat een institutionele vorm van corruptie. Dat is nogal een zwaar woord, maar deze onevenwichtige regelgeving kan inderdaad de schoolcultuur corrumperen. Leerlingen die te laat komen, verzaken hun leerplicht. Dat is strafwaardig. Maar leraren die te laat komen, maken inbreuk op het leerrecht van hun pupillen. Daar zou dan toch óók wel een straf op mogen staan?!
Maar de school zal vermoedelijk betogen dat die straf voor leerlingen tevens een pedagogisch doel heeft. Punctualiteit is een deugd die leerlingen moet worden ingeprent. Daarom mogen leraren wel en leerlingen niet van straf verschoond blijven. Al wat Jovis is vergund, geldt niet voor ‘t gemene rund. Of mag van leraren toch worden verlangd dat zij het goede voorbeeld geven?
Victor vraagt op Hyves (2/1/2010): welke straf moeten leraren krijgen als ze te laat komen? Michelle antwoordt: de klas trakteren!!!

Demonstratievrijheid

Wes Holleman | 03-03-2010 | 2 Reacties » | permalink

Een school is een ‘community of learners’ die op zoek zijn naar het Ware, het Goede en het Schone. Een van de leden van deze community, een leraar, wil in een vreedzame eenmansdemonstratie kond doen van zijn stellingname in een actueel politiek strijdpunt: het recht van moslima’s een hoofddoek te dragen in door de overheid gesubsidieerde instellingen. Hij vertoont zich daartoe met een hoofddoek in de klas. De schooldirectie verbiedt dat. Ik denk dat dit verbod terecht is: het is in strijd met de beroepsethiek van leraren om hun positie in de klas te misbruiken voor het uitdragen van politieke standpunten, en bovendien mogen ze de goede gang van de lessen niet verstoren.
Maar het verbod van de directie reikt verder: zij is van oordeel dat de school door leraren (en leerlingen?) überhaupt niet als platform voor het uitdragen van politieke standpunten gebruikt mag worden. Zij legt hun dus een algeheel demonstratieverbod op, ook al zou de beoogde politieke demonstratie buiten de lessen plaatsvinden. Daarbij beroept zij zich ten onrechte op een ander uitgangspunt van de onderwijs­ethiek: dat leraren gehouden zijn controversiële stof evenwichtig te behandelen en dat ze dus ook afwijkende opvattingen tot hun recht moeten laten komen. Dat ethische uitgangspunt geldt uitsluitend voor de leraar in de klas en niet voor actievoerende demonstranten. Een school doet haar misie geen geweld aan zolang zij de demon­stratievrijheid van álle leden van de ‘community of learners’ respecteert.
Bron: Eindhovens Dagblad 1/3/2010

Islamitisch onderwijs

Wes Holleman | 02-03-2010 | permalink

De leerlingen moeten zich leren gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. Dat staat in de kerndoelen van het Nederlandse basisonderwijs. Ik schreef daar vorige week een stukje over (en een tweede stukje hing er tegenaan). Enige tijd geleden nam Bart Voorzanger (Trouw 2/9/2009) dat kerndoel eveneens op de korrel. Scholieren moeten leren de wetten van het land en andermans rechten te eerbiedigen, respectvol met hun medemensen om te gaan en daarbij rekening te houden met hun waarden en normen. Maar het past niet in onze democratische rechtsstaat dat scholen verplicht worden leerlingen zodanig ‘moreel te vormen’ dat ze zich conformeren aan de normen en waarden die door de meerderheid van de Nederlandse burgers gedeeld worden. Voorzanger liet aan een concreet voorbeeld zien dat orthodoxe (zoals orthodox-islamitische) scholen op die manier ten onrechte in de beklaagdenbank worden gezet.
Bart Voorzanger is bioloog en filosoof. Hij werkt als vertaler en publicist op het gebied van de evolutionaire biologie, sociobiologie en evolutionaire ethiek. Maar hij kent ook het Amsterdamse islamitisch onderwijs van binnenuit. Op zijn website wijdt hij daar geloofwaardige analyses aan. Als regelmatige krantenlezer krijg ik wel eens het gevoel dat de Nederlandse overheid een systematische campagne voert om islamitische scholen in de beklaagdenbank te plaatsen. Maar in een recent blogbericht (25/2/2010) stelt Voorzanger, zij het na lichte aarzeling, dat van een campagne niet echt sprake is. Veeleer van wederzijdse onwetendheid en onmacht. Zijn conclusie: geef het islamitisch onderwijs nu eindelijk eens een kans.

De leerling als mondige burger

Wes Holleman | 27-02-2010 | 1 Reactie » | permalink

In Vlaanderen worden dit jaar nieuwe vakoverschijdende kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs ingevoerd. Daar kunnen we in Nederland nog wat van opsteken. Volgens de Nederlandse kerndoelen moeten scholieren zich leren gedragen op basis van respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen. De Vlaamse scholieren daarentegen moeten leren dat samenleven binnen een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die voor burgers, organisaties en overheid gelden; en dat mensen- en kinderrechten daarvan de cruciale pijlers zijn. Verder moeten Vlaamse scholieren leren hoe ze kunnen deelnemen aan besluit­vorming in (en opbouw van) de samenleving; hoe ze inspraak en medezeggen­schap op school kunnen verkrijgen; en hoe ze zich actief en constructief kunnen inzetten voor de eigen rechten en die van anderen. Wat is het verschil tussen Nederland en Vlaanderen? Misschien wordt aan Nederlandse scholen meer eigen beleidsruimte gegund. Maar als we op de minimale, wettelijke kerndoelen afgaan, worden leerlingen in Vlaanderen gevormd tot mondige burgers en in Nederland tot makke schapen.
Lees zelf … (bijlage in PDF)

Vaderlandsliefde op school

Wes Holleman | 25-02-2010 | 1 Reactie » | permalink

Men mag leerlingen niet indoctrineren, maar mag men hun wel vaderlandsliefde bijbrengen? In de Verenigde Staten wordt dat door velen als een deugd beschouwd die leerlingen moet worden ingeprent. Het eerste lesuur van elke schooldag begint met de Pledge of Allegiance: de leerlingen staan in de houding en met de hand op het hart beloven ze trouw aan de Amerikaanse vlag en aan de basiswaarden van de republiek. Daar zijn in de loop der geschiedenis al heel wat processen over gevoerd. Niet over de toelaatbaarheid van dit soort ‘patriotic exercises’, maar over de vraag of leerlingen gedwongen kunnen worden eraan mee te doen. Mag men hen dwingen op ceremoniële wijze opvattingen te onderschrijven, ook al zouden ze daar zelf niet achter staan? Nee, het is inmiddels een vaststaand feit dat iedere leerling in de USA het grondwettelijk recht heeft de gelofte te weigeren en zelfs te blijven zitten tijdens deze dagelijkse ceremonie.
Maar in tijden van oorlog lopen de gemoederen hoog op. Vorige maand was er een dertienjarige leerling, op een openbare school in de buurt van Washington, die inderdaad verkoos te blijven zitten. De vaderlandslievende leraar reageerde verontwaardigd. Hij sommeerde haar te gaan staan en toen ze dat niet deed werd ze de klas uit gestuurd, naar het stafkantoor. De volgende dag idem dito, maar ditmaal werd ze, nagejouwd door klasgenoten, door twee beveiligingsbeambten naar het stafkantoor geëscorteerd. Sindsdien is het meisje door haar moeder thuisgehouden en ze hebben een burgerrechtenadvocaat in de arm genomen. Deze eist dat de leraar excuses aanbiedt. Bovendien heeft de advocaat voorgesteld dat er een klassegesprek over burgerrechten georganiseerd wordt.
Bron: Jenna Johnson in de Washington Post (24/2/2010 a, b, c).

Beroepsverbod voor leraren

Wes Holleman | 24-02-2010 | permalink

Kunnen leraren en aspirant-leraren getroffen worden door een beroepsverbod? Berufsverbote zijn toch een Duitse uitvinding? Ja, maar in Nederland bestaan ze ook, en wel in drie vormen:
a) De strafrechter kan leraren wegens mishandeling van (of ontucht met) leerlingen een beroepsverbod opleggen. En de Eerste Kamer beslist op 2 maart of leraren ook op grond van haatzaaiend of discriminerend handelen uit hun ambt kunnen worden gezet. Lees de update van Jos Verlaan over het wetsontwerp 31386 (NRC 30/1/2010).
b) Sinds de invoering van de Wet Bio zijn leraren niet benoembaar tenzij ze een Ver­klaring omtrent het Gedrag (VOG) kunnen overleggen. Ook van stagiairs kan zo’n bewijsstuk worden gevraagd. Met een VOG verklaart het Ministerie van Justitie dat de betrokkene, blijkens het eventuele strafblad, geen direct gevaar voor leerlingen vormt. Overigens heeft oud-leraar Hirsch Ballin niet zo lang geleden getracht zijn ministeriële bevoegdheden op te rekken in verband met de voorbeeldfunctie van leraren: iemand die in zijn privéleven een crime passionel gepleegd had, werd een VOG onthouden.
c) Wat leraren-in-opleiding betreft, heeft de Eerste Kamer onlangs artikel 7.42a WHW goedgekeurd, op grond waarvan een onderwijsinstelling bevoegd is studenten (en zelfs aspirant-studenten) heen te zenden als zij, gezien onacceptabele gedragingen of uitlatingen, ongeschikt worden geacht voor het leraarsberoep. De zusteropleidingen kunnen zich daarbij aansluiten, zodat de betrokkene nergens meer een onderwijs­bevoegdheid kan verwerven.
Lees verder … (PDF)

Ingestoken nieuws?

Wes Holleman | 20-02-2010 | permalink

Anticiperend op de eventuele afschaffing van de basisbeurs, plaatste Ad Valvas (18/2/2010 p.11) een nieuwsbericht van het Hoger Onderwijs Persbureau, onder de titel: Nederlandse student bijna rijkste van Europa. Het is geschreven door Bram Logger. Hij vergelijkt de financiële positie van studenten in Nederland, Duitsland, Engeland en Zweden. Maar de cijfers die hij presenteert, daar is geen touw aan vast te knopen. De uitwonende student verdiende (in 2008) 1130 euro per maand, maar het is onduidelijk of daarin ook de geleende inkomensbestanddelen begrepen zijn. Bij de uitsplitsing naar inkomstenbron (prestatiebeurs, lening, arbeidsinkomen en ouderlijke bijdrage) gaat men van een diffuse ‘ge­middelde student’ uit, waarbij in- en uitwonenden dus op één hoop worden gegooid, evenals voltijdstudenten, deeltijd­studenten en betaalde stagiairs. En wat de basisbeurs betreft (gemiddeld 327 euro per maand) is onduidelijk in hoeverre de kostprijs van de OV-studentenkaart daarin is meegeteld en of men rekening heeft gehouden met het feit dat voltijd­studenten na vier jaar hun aanspraken verliezen en dat deeltijders ervan zijn uitgesloten.
Bij de internationale vergelijking blijft ook de gekozen eenheid van analyse onduide­lijk. Heeft men alleen de financiële huishouding van de student bekeken of ook die van zijn of haar ouders? In hoeverre zijn de kosten meegerekend die de ouders voor hun rekening nemen (bv. de kost en inwoning van hun studerende zoon of dochter)? En in hoeverre houdt men rekening met fiscale faciliteiten en met subsidies? Zo vraagt een lezer van Trajectum (15/2/2010) zich af waarom de belasting­faciliteiten voor Duitse ouders niet zijn ingecalculeerd, evenmin als de lage studententarieven voor maaltijden etc.
Al met al ziet het ernaar uit dat de cijfers niet zijn voortgekomen uit conscientieuze researchjournalistiek maar dat ze zijn ingestoken door een propaganda-afdeling van OCW. Waarom heeft Logger op de verzamelde cijfers geen toelichting van on­afhankelijke deskundigen gevraagd, bijvoorbeeld van de Twentse studiefinan­cieringsspecialist, prof.dr. Vossensteyn, die in 2004 een gedegen overzicht schreef over 24 Europese landen? Met statistieken zoals die van het Hoger Onderwijs Persbureau is er voor elke leugenaar wat wils. Voor hetzelfde geld kun je ermee bewijzen dat de Nederlandse studenten tot de grootste armoedzaaiers van Europa behoren: ze betalen jaarlijks het hoogste collegegeld en drie op de vier moet met bijbaantjes sappelen om het hoofd boven water te houden.

Preventie van gedragsproblemen op school

Wes Holleman | 16-02-2010 | 2 Reacties » | permalink

De Onderwijsraad heeft een advies uitgebracht over leerlingen met gedrags­problemen: hoe kan de school daarmee omgaan? Gelukkig besteedt de raad tevens ruime aandacht aan de preventie van gedragsproblemen: hoe kan de school gedrags­problemen voorkomen? Dat is een verfrissende vraag. De vier sleutelwoorden zijn:
a) UITDAGING. Schep een positief leerklimaat met uitdagende maar haalbare taken; toon waardering voor geleverde inzet en geef constructieve feedback; bevorder succes en wees bedacht op faalangst.
b) STRUCTUUR. Schep een leeromgeving die de leerling houvast geeft; wees helder in het communiceren van doelen, taken en verwachtingen; zorg voor afwisseling maar vermijd overprikkeling.
c) ZELFREGULERING. Zorg dat de leerling vat krijgt (en houdt) op het eigen leerproces; betrek hem of haar bij de evaluatie en planning van eigen handelen.
d) VEILIGHEID. Bied een veilige leeromgeving; handel professioneel en bejegen de leerling met respect; schep een persoonlijke band met de leerling en behandel hem of haar als mens.
Dit rijtje spreekt mij aan, maar ik zou er nog een vijfde item aan willen toevoegen:
e) CUSTOMER VALUE. Garandeer in het leercontract een leeropbrengst die naar redelijke maatstaven opweegt tegen de bedongen tijdsinvestering (school-, forens- en huiswerktijd).
Bron: Adviesrapport Onderwijsraad (par. 3.4 t/m 3.6 en bijlage B3.1 + B3.2).

Koning Jupiter en de leerplicht

Wes Holleman | 15-02-2010 | 1 Reactie » | permalink

Koning Jupiter droeg een hermelijnen muts. Mag ik deze fles whisky achteroverdrukken, vroeg hij glimlachend aan de barjuffrouw. Zij belde haar patroon en die zei dat het mocht. Het volk was verontwaardigd, maar de rijksvoorlichter zei dat er niets aan de hand was: de koning had eerlijk toestemming gevraagd. De crux van deze fictieve casus zit in de monarchale beroepsethiek. In hoeverre maakte hij, alleen al door dit oneerbare verzoek, misbruik van zijn machtspositie?
Maar nou een andere (iets minder fictieve) casus. Koning Jupiter moet een paar weken op dienstreis en neemt zijn gezin mee. Hij vraagt aan de schooldirecteur of zijn zesjarige, leerplichtige dochter vrij kan krijgen. De directeur raadpleegt de wetten en ziet er geen gat in. Maar hij durft het koninklijke verzoek niet af te wijzen. Hij vraagt advies aan de leerplichtambtenaar en die vraagt op zijn beurt advies aan de minister. Zij vinden dat de directeur voor de koning een uitzondering mag maken. Het volk is verontwaardigd, maar de rijksvoorlichter zegt dat er niets aan de hand is: koning Jupiter heeft eerlijk toestemming gevraagd. De crux van deze casus zit in de professionele beroepsethiek van de schooldirecteur. Hij behoort zonder aanzien des persoons de wet toe te passen. Of is in deze casus eveneens de monarchale beroepsethiek in het geding? Had koning Jupiter, alvorens toestemming te vragen, wetsgeleerd advies moeten inwinnen, ten einde te voorkomen dat de schooldirecteur, verblind door zijn hermelijnen muts, een oogje zou toeknijpen?
Bronnen: Telegraaf 3/2/2010; Ingrado 4/2/2010; De Pers 12/2/2010; Edwin Borger 13/2/2010.