EUR: herkansingsboete

Wes Holleman | 17-05-2013 | permalink

Een student Bestuurskunde (Erasmus Universiteit Rotterdam) levert z’n werkstuk ter beoordeling in. De docent is nog niet tevreden en verlangt dat het werkstuk op een aantal punten verbeterd wordt. Na deze revisie krijgt de student een zes. Is het gereviseerde werkstuk niet méér waard? Nee, in de nieuwe examenregels is bepaald dat werkstukken na revisie, ongeacht hun kwaliteit, nooit meer dan een zes opleveren (Erasmus Magazine 17/4/2013). Kan deze examenregel door de beugel? Het komt erop neer dat studenten een boete krijgen opgelegd als ze niet in één keer slagen.
Lees verder … (PDF)

MOOC, Made in Harvard

Wes Holleman | 05-05-2013 | permalink

Harvard en MIT zijn rijke researchuniversiteiten met hoge collegegelden. Ze hebben daar het geld om tophoogleraren aan te trekken. Bijvoorbeeld Michael Sandel, hoogleraar Politieke Filosofie. Sinds jaar en dag geeft hij op Harvard een inleidende ethiekcursus over Gerechtigheid. Hij trekt volle zalen. De cursus is zelfs online gezet, zodat iedereen, waar ook ter wereld, hem gratis in levenden lijve kan volgen. Er is tevens een MOOC-versie (Massive Open Online Course) die elk semester via edX wordt aangeboden.
Er zijn ook relatief arme universiteiten, zoals de San Jose State University in Californië. Zij moet de eindjes aan elkaar zien te knopen. Het bestuur heeft een licentiecontract met edX gesloten en vraagt de faculteiten te bekijken of ze deze MOOC’s in hun onderwijs kunnen gebruiken. De faculteit Filosofie heeft onlangs een open brief geschreven waarin zij uitlegt waarom universitaire docenten die zichzelf respecteren en die hun studenten kwaliteit willen leveren, dit soort ingeblikt afstands­onderwijs niet aan hun reguliere studenten willen aanbieden. Overigens trekken ze de kwaliteit van Sandel’s cursus niet in twijfel en hebben ze er geen principieel bezwaar tegen zijn studieboeken op hun literatuurlijst te zetten.
Bron: Chronicle H.E. (2/5/2013)

Meertaligheid op de basisschool

Wes Holleman | 01-05-2013 | permalink

In het Vlaamse basisonderwijs waait een nieuwe wind: meertaligheid van leerlingen is een troef en geen handicap. Peter Noten geeft een praktijkvoorbeeld uit een kunstles in groep 3 van de basisschool. ‘Meester Yoeri liet op een gegeven moment de kinderen tot twintig tellen, de tijd die elk kind kreeg om een lijn of item toe te voegen aan een grote tekening… Een meisje vroeg of ze niet in het Italiaans mocht tellen, en bij het volgende kind deed een jongen dat in het Turks. Onze verbazing steeg toen daarop een andere jongen vlot in het Russisch telde (…). En nog iemand anders verbaasde iedereen door in het Japans te beginnen. (…) Misschien kleine dingen, maar de “tellers” waren o zo fier, [en] de andere kinderen (…) luisterden vol bewondering …’
Het meinummer van het Vlaamse lerarentijdschrift Klasse (29/4/2013) beschrijft nieuwe opvattingen over de bejegening van meertalige leerlingen op de basisschool. ‘Sinds de leerlingen soms hun thuistaal mogen spreken, is hier veel minder agressie’, wordt bijvoorbeeld gerapporteerd. In het taalbeleid dat de Vlaamse regering sinds 2011 op de helling heeft staan, wordt dit tot de taalsensibilisering gerekend. Men is ook teruggekomen van het idee dat allochtone ouders thuis zoveel mogelijk Nederlands moeten spreken: liever een rijke thuistaal dan samen in armoedig Nederlands te praten.
Wat het vreemdetalenonderwijs betreft is initiatie in de Franse taal verplicht vanaf groep 5. De Vlaamse regering wil echter toestaan dat een school daarmee al in groep 4 begint, mits de leerlingen het Standaardnederlands voldoende onder de knie hebben. Daarnaast wil men initiatie in het Engels of Duits toestaan. Ook staat men positief tegenover onderwijs in allochtone levende talen (OALT), maar dat moet dan buiten het reguliere lesprogramma plaatsvinden. Meer in het bijzonder wil men OALT in Europese talen stimuleren.

Vaderlandslievend koningsliedje

Wes Holleman | 30-04-2013 | 2 Reacties » | permalink

Persoonlijk heb ik het niet zo op rituele liederen en getuigenissen, maar op de basis­school hebben we toch een koningslied nodig voor de burgerschapsvorming. Liefst iets dat verder gaat dan ledig orangisme en dat ook naar de democratische rechtsstaat verwijst. Ziehier een paar trefwoorden.

Oranje boven, Oranje boven,
leve de koning én de koningin.
Oranje boven, Oranje boven:
vrijheid, recht en gemeenschapszin.
Oranje boven, Oranje boven,
en onze driekleur wappert in de wind.

Het Allochtonenprobleem

Wes Holleman | 28-04-2013 | 2 Reacties » | permalink

Opa en oma Wertheim behoorden tot de joodse bourgeoisie in Amsterdam. Zij pleegden zelfmoord toen de Duitse legers ons land binnenvielen. Hun zoon Wim was toentertijd hoogleraar Rechtsgeleerdheid in Nederlands-Indië. Toen de Japanse legers de Archipel bezetten, werd hij geïnterneerd in een speciaal jodenkamp. Later werd hij hoogleraar Niet-Westerse Sociologie in Amsterdam. Hij heeft onder meer geschreven over Het Allochtonenprobleem: hoe werden de grote aantallen Indo’s (mensen van gemengd bloed) ontvangen, die na de Tweede Wereldoorlog uit Indonesië naar Nederland kwamen? Maar zijdelings noemt hij ook het Europese antisemitisme. Waarom werd er in het vooroorlogse Europa van een Jodenprobleem gesproken? Volgens hem berustte dat op economische concurrentie: het probleem was dat vele joden maatschappelijk succesvol waren. Als ze er niet waren geweest, dan hadden “wij” als niet-joden betere kansen gehad. Daarom waren we ze liever kwijt dan rijk. Hetzelfde gebeurde in de daaropvolgende decennia met de Chinese “vreemdelingen” in Indonesië: ze werden gediscrimineerd en ver­volgd omdat ze hun autochtone concurrenten in de weg stonden. Er zijn, aldus Wertheim, twee bronnen van racisme. Enerzijds het uitbuitingsracisme, zoals van het koloniale Nederland jegens “die achterlijke en luie inlanders”, en anderzijds het concurrentieracisme waaronder de vooroorlogse joden in Europa, de Indo-repatrianten in Nederland en de Chinese handelaren in Indonesië gebukt gingen.
Anne-Ruth Wertheim, de dochter van Wim, trekt de analyse van haar vader naar de hedendaagse Nederlandse samenleving door (Republiek Allochtonië 21/4/2013). Als men tegenwoordig in brede kring een Allochtonenprobleem ervaart, dan moeten we de oorzaken daarvan vooral zoeken in het feit dat autochtonen zich bedreigd voelen door allochtone concurrentie: als ondernemers pikken ze “onze” klanten en als werknemers pikken ze “onze” banen af, als uitkeringstrekkers parasiteren ze op “ons” belastinggeld. Bovendien pikken ze “onze” woningen in, als ook “onze” potentiële sex- en huwelijks­partners.
Lees verder … (PDF)

Tempodifferentiatie in het HO

Wes Holleman | 23-04-2013 | 4 Reacties » | permalink

Vandaag, 23 april, organiseert het Comité Onderwijsorakels een sprekersmarathon over de innovatie van het hoger onderwijs. Ik doe daar graag aan mee. De aanleiding is dat de basisbeurs mogelijk met ingang van het studiejaar 2014/15 wordt afgeschaft en dat de OV-kaart mogelijk vervangen wordt door een kortingskaart. Naast deze afbouw van de studentensubsidies blijft het collegegeld jaarlijks stijgen. Dat brengt mij tot de volgende vraagstelling. Wat moet er in het hoger onderwijs veranderen als de eigen bijdrage die jaarlijks ten laste van de student komt, drastisch verhoogd wordt?
Lees verder … (PDF)

Delftse studiebijsluiters

Wes Holleman | 17-04-2013 | 1 Reactie » | permalink

De minister heeft deze week plechtig de studiebijsluiters van de TU Delft onthuld. Zo kan ik als zesdeklasser vwo in één oogopslag de kengetallen van een Delftse bacheloropleiding met die van dezelfde bacheloropleidingen van andere onderwijsinstellingen vergelijken. Wat heeft de minister onthuld? Ik heb het gevoel dat het de nieuwe kleren van de keizer zijn: het heeft niks om het lijf. Je staat versteld van zoveel universitaire onzorgvuldigheid. Maar ik raak ook verontwaardigd over de minachting die daaruit spreekt: dat ik als aanstaande student met zulke nietszeggende voorlichting word afgescheept.
Lees verder … (PDF)

Steve-Jobsschool in Sneek

Wes Holleman | 15-04-2013 | 3 Reacties » | permalink

Openbare basisschool De Driemaster is momenteel in het nieuws. Zij behoort tot de Odysseescholen (stichting openbaar onderwijs Sneek). De school heeft twee vestigingen: Noord en Sperkhem (respectievelijk 77 en 110 leerlingen). Beide hebben dit schooljaar SlimFit ingevoerd, in het kader van de OCW-Innovatie-impuls Onderwijs (2011-2015): hoe kunnen we met weinig personeel onderwijs van goede kwaliteit bieden? De SlimFit-formule houdt in dat het onderwijs in leerstofjaarklassen is afgeschaft. De onderwijs- en begeleidingstaken worden verdeeld tussen de bevoegde leerkrachten en hun assistenten, veelal in kleinere groepen. Leerlingen werken vaak zelfstandig, waarbij ruim gebruik wordt gemaakt van ICT.
Na de zomervakantie verhuist de locatie Driemaster-Noord naar een nieuw gebouw, het Educatief Kindcentrum Wizer (i.s.m. Sisa Kinderopvang). Daarmee wordt zij een vol­waardige brede school, waar kinderen van 7 tot 18.30 uur terechtkunnen. Driemaster-Noord krijgt ook een nieuwe naam: De Master. Die naamswijziging markeert de overgang naar een vernieuwd onderwijsconcept. De SlimFit-formule wordt namelijk gecombineerd met de iPads van Master Steve Jobs, in Nederland geïntroduceerd door Maurice de Hond onder de naam Onderwijs voor een Nieuwe Tijd (O4NT).
Niet alle ouders van de Driemaster-Noord zijn blij met deze nieuwe ontwikkelingen (De Telegraaf 15/4/2013). Sommigen willen hun kinderen naar een andere school sturen. Het zou interessant zijn nader te onderzoeken of ze op hun eerste ervaringen met de SlimFit-formule zijn afgeknapt, of dat ze bezwaar hebben tegen het brede gebruik van iPads dat hun vier- tot elfjarige kinderen na de zomervakantie op school (en thuis!) te wachten staat. Voor De Master (voorheen Driemaster-Noord) wordt het spannend of zij in Sneek en ommestreken nieuwe aanwas zal kunnen werven met haar drieledige visitekaartje van brede school, SlimFit-school en Steve-Jobsschool.

Kwalificatie-Socialisatie-Subjectificatie

Wes Holleman | 11-04-2013 | 1 Reactie » | permalink

Manon heeft er spijt van. Je gaat niet voor de fun naar school, je moet gewoon je best doen en hard werken. Dat zei ze bestraffend tegen haar zestienjarige zoon. Achteraf schaamt ze zich voor deze ouderlijke oprisping (Onderwijswijven 3/4/2013). Mogen jongeren niet van hun school verwachten dat ze ook dingen te doen krijgen die tot hun persoonlijke ontplooiing bijdragen, waar ze eer mee inleggen en waar ze zelf het nut van inzien? Thuis is haar zoon een fervente gamer, maar op school sleept hij zich van vak naar vak om zich te kwalificeren voor het eindexamen.
Manon Bonefaas verwijt de middelbare school (en de onderwijspolitiek) dat men blind­vaart op de kwalificatiefunctie van het onderwijs. Zij wijst op de twee andere functies die door onderwijsfilosoof Gert Biesta onderscheiden worden: socialisatie en subjectificatie. Socialisatie betreft aanpassing aan de verwachtingen van de samenleving. En subjec­tificatie beoogt persoonlijke vorming te bewerkstelligen, gebaseerd op de eigenheid van de leerling en op de vrijheid je leven naar eigen goeddunken in te richten. Over de socia­lisatiefunctie heeft Manon eigenlijk niet te klagen. Haar zoon wordt gedresseerd tot gezagsgetrouwe, hardwerkende burger. De pijn zit in de vormingsfunctie die door Biesta subjectificatie wordt genoemd: eigen talenten ontwikkelen, op eigen benen leren staan en zich niet laten ringeloren.
Met zijn drieslag formuleert Biesta volgens mij als ethisch uitgangspunt dat de school, bij het stellen van kwalificatie- en socialisatiedoelen en bij het inrichten van de school­loopbaan, niet alleen moet letten op de vermeende belangen van de samenleving maar ook: (a) op de belangen, doelen en behoeften van de individuele leerling, (b) op hun fundamentele zelfbeschikkingsrecht en (c) op de ontwikkeling van de competenties die zij nodig hebben om hun zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen.
Bron: Manon Bonefaas (3/4/2013), Gert Biesta (2009a; 2009b; 2010/2012; 2011)

Vakbekwame registerleraar

Wes Holleman | 09-04-2013 | permalink

November vorig jaar heeft de Onderwijscoöperatie het Voorlopig Reglement 2013 voor de inschrijving in het landelijke Lerarenregister vastgesteld. De registratievoorwaarde is dat de leraar een diploma bezit op basis waarvan hij (zij) bevoegd is om les te geven in het PO, VO of MBO en dat hij (zij) daadwerkelijk ook 332 uur per jaar (0,2 fte) les geeft in één van deze onderwijssectoren. Na vier jaar volgt herregistratie op voorwaarde dat hij (zij) bovendien aan bepaalde na- en bijscholings­verplichtingen voldaan heeft.
Met een tweedegraadsbevoegdheid Frans word ik dus geregistreerd mits ik minimaal 0,2 fte Frans geef? Nee, die conclusie is niet correct. Het wordt voldoende geacht als ik ergens in de drie genoemde sectoren leerprocessen ondersteun, dus ook als ik bijvoorbeeld onbevoegd Nederlands of Economie geef. Theoretisch is het derhalve denkbaar dat leraren als registerleraar te boek staan terwijl ze in geen tien jaar het vak gepraktiseerd hebben waarvoor ze bevoegd zijn.
Dat is niet bevorderlijk voor het maatschappelijke vertrouwen in het leraarsberoep. Men zou mogen verwachten dat bij herregistratie als aanvullende eis wordt gesteld dat leraren in de afgelopen vier jaren gemiddeld 332 uur per jaar het vak gepraktiseerd hebben waarvoor ze bevoegd zijn. Na- en bijscholingscursussen zijn niet genoeg: vakbekwaamheid vereist mede dat leraren in hun eigen vak leservaring opdoen en onderhouden.