Andere schooltijden (II)

Wes Holleman | 07-12-2016 | permalink

Hoe staat het met de invoering van andere schooltijden in het basisonderwijs (zoals het continurooster of het vijfgelijkedagen­model)? Het bureau DUO-Onderwijsonderzoek heeft onlangs de resultaten gepubliceerd van een vragenlijstonderzoek onder schoolleiders (6/12/2016a, 6/12/2016b). Daarover werd bericht door De Volkskrant (VK 6/12/2016a). Tevens schreef Kaya Bouma vanuit de Economieredactie een achtergrondartikel over de voor- en nadelen van de onderscheiden roostermodellen, onder de titel Nu blijft de groep in haar ritme (VK 6/12/2016b). Pedagoog Martin van Rooijen reageerde met een lezersbrief (VK 7/12/2016) waarin hij bezwaar maakte tegen Bouma’s tendentieuze voorstelling van zaken. Zij legt de nadruk op de bedrijfs­economische belangen van de school en de belangen van de (werkende) ouders, maar ze gaat voorbij aan de belangen van het kind. Haar belangrijkste omissie is dat ze slechts vier roostermodellen onderscheidt. Van Rooijen vraagt aandacht voor een vijfde optie. Hij breekt namelijk een lans voor de moderne variant van het traditionele schoolrooster: een ruime lunchpauze (minimaal een uur) die door de school gefaciliteerd wordt met tussen­schoolse opvang. Het voordeel daarvan is dat de gedisciplineerde les- en huiswerkdag onderbroken wordt door een recreatieperiode waarin de scholieren in pure vrijheid samen buiten spelen.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (18/6/2009, 21/6/2011, 23/3/2014). En zie voor teenagers: 12/10/2014.

Toekomstbestendig onderwijs

Wes Holleman | 05-12-2016 | 1 Reactie » | permalink

Staatssecretaris Dekker wil graag te weten komen hoe onderwijsprofessionals denken over de mogelijkheden om het onderwijs meer “toekomstbestendig” te maken (Nationale Onderwijsgids 2/12/2016). Daartoe heeft hij het onderzoeks­bureau Regioplan opdracht gegeven in december digitale discussie­platforms te organiseren voor respectievelijk leraren, schoolleiders en school­bestuurders.
Men noemt landen of bedrijven toekomstbestendig als ze in staat worden geacht toekomstige kansen te grijpen en toekomstige bedreigingen het hoofd te bieden. Ze hebben voldoende potentie om in woelige tijden het hoofd boven water te houden en succesvol te opereren. De kabinetten Rutte-I en Rutte-II hebben zich tijdens de Eurocrisis ingespannen Nederland toekomstbestendiger te maken door onze internationale concurrentiekracht te verhogen. Door strenge bezuiniging op de overheidsuitgaven, afslanking van het overheidsapparaat, privatisering van het economisch leven en afwenteling van lasten op de burgers moest de Nederlandse economie Sterker Uit De Crisis Komen.
Op het eerste gezicht sluit de staatssecretaris met zijn initiatief bij deze be­zuinigingstraditie aan. Van de discussianten wordt gevraagd te inventariseren hoe scholen tegen lagere kosten geëxploiteerd kunnen worden. Als voorbeelden worden genoemd: verminderen we de onderwijstijd? laten we de lessen opvangen door onderwijs­assistenten? vergroten we de klassen? schaffen we het taakbeleid af? Maar de verzamelde bezuinigingsideeën dienen voor de staats­secretaris een hoger doel: de aldus vrijgemaakte personeelstijd moet worden ingezet om toekomstbestendige onderwijsverbetering tot stand te brengen. Bijvoorbeeld in de sfeer van flexibiliteit, leren met ict, gepersonaliseerd leren en onderwijsteams.
Helaas worden de bedoelingen van de staatssecretaris slechts summier toegelicht door Regioplan. De staats­secretaris constateert dat de onderwijs­professionals door hun hoge werkdruk niet toekomen aan toekomstbestendige onderwijsverbetering maar hij toont zich niet bereid tijdelijk méér personele middelen te verschaffen om de werkdruk te verlagen zodat noodzakelijke onderwijs­verbeteringen doelgericht kunnen worden aangepakt. De investeringen die gemoeid zijn met het realiseren van toekomstbestendige onderwijsverbetering moeten volgens hem ten laste van het huidige exploitatiebudget worden gebracht. De staatssecretaris gaat voorbij aan de vraag of de huidige leerlingengeneraties niet de dupe zullen worden van deze tijdelijke aanslag op het exploitatie­budget. Of worden we gewoon om de tuin geleid? In hoeverre is toekomstbestendige verbetering van ons onderwijs een eufemistische vlag die geen andere lading dekt dan projectmatig-bezuinigen-zonder-kwaliteitsverlies?
Zie ook: Projectomschrijving en Persbericht van Regioplan (november 2016)

Hergebruik van tentamenvragen

Wes Holleman | 28-11-2016 | permalink

Vox-redacteur Tim van Ham bericht over de uitkomsten van een journalistieke enquête naar tentamenfraude binnen de Radboud Universiteit (Vox 15/11/2016). Vijf procent van de respondenten heeft ooit bij een inzagesessie van hun beoordeelde tentamen de tentamenvragen gefotografeerd. En 44% heeft ooit, bij de voorbereiding van een tentamen, buiten medeweten en toestemming van de docent oude tentamenvragen in bezit gekregen en gebruikt. Volgens Tim van Ham is dat strafbaar gedrag: iemand maakt met zijn smartphone inbreuk op het auteurs­recht van de docent, met het doel anderen voorkennis te verschaffen over (in de toekomst wellicht hergebruikte) tentamen­vragen en zij worden aldus in staat gesteld hun kansen op een voldoende tentamencijfer op frauduleuze wijze te verhogen. Zowel de verschaffers als de gebruikers van deze illegale voorkennis maken zich volgens hem aan tentamenfraude schuldig.
Ik ben geen jurist, maar persoonlijk vind ik het een dubieuze redenering. Ten eerste is het onrechtvaardig dat iemand geen kopie mag maken van het gemaakte en beoordeelde werk, want daarmee wordt hij/zij belemmerd in het aanvechten van eventuele beoordelingsfouten. Ten tweede staat het een student vrij om medestudenten deelgenoot te maken van zijn/haar tentamenervaringen (ook als hij/zij gezegend is met een fotografisch geheugen). Door het tentamen af te nemen, maken docenten hun tentamen in feite openbaar. Van schending van het auteursrecht is naar mijn gevoel pas sprake als oude tentamens zonder toestemming van de docent tegen betaling in omloop worden gebracht. Ten derde mogen studenten uitgaan van de fictie dat oude tentamenvragen niet hergebruikt worden door de docent. Ze mogen er dus van uitgaan dat het geoorloofd is oude tentamens als oefenstof te gebruiken. De docent dient dermate terughoudend te zijn in het hergebruik van oude tentamenvragen dat voorkennis niet tot noemens­waardige vertekening van het uiteindelijke tentamencijfer leidt.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (30-03-2014; 15-03-2015; 31-05-2015; 24-10-2016)

Studenten met zorgtaken

Wes Holleman | 27-11-2016 | permalink

Twee leden van de PvdA-fractie hebben Kamervragen gesteld aan de bewinds­lieden van Onderwijs en VWS. Het gaat over mantel­zorgende studenten. Hoeveel dat er zijn is niet bekend, maar meer in het algemeen melden de bewindslieden dat 6% van de studenten in het hoger onderwijs met zorgtaken belast zijn. Eén op de zes studenten is dus extra tijd kwijt aan de zorg voor kinderen, familieleden, partners of buren die hun hulp behoeven. Vaak heeft dat studie­vertraging tot gevolg, hetgeen extra schrijnend is als men bedenkt dat die zorgtaken lang niet altijd op basis van vrijwilligheid vervuld worden: studerende moeders en vaders hebben een wettelijke zorgplicht en in de hedendaagse participatiesamenleving wordt ook op het gebied van de mantelzorg door de overheid zware druk op familie en buren uitgeoefend om zorgtaken op de schouders te nemen.
Maar gelukkig is in de hogeronderwijswet vastgelegd, aldus de bewindslieden in hun antwoord op de Kamervragen, dat universi­teiten en hogescholen rekening moeten houden met persoon­lijke omstandigheden van de student, bijvoorbeeld bij het geven van een (negatief) bindend studieadvies (BSA). Wat jammer nou, hier slaan de bewinds­lieden de plank volledig mis! In artikel 2.1 van de algemene bestuursmaatregel Uitvoeringsbesluit WHW 2008 staat dat de instellingen rekening moeten houden met ziekte, zwanger­schap en functie­beperkingen van de student, alsook met bijzondere familieomstandigheden. Maar werkstudentschap, langdurige mantelzorg en normale zorgtaken jegens de kinderen gelden niet als persoonlijke omstandig­heden die bij studie­vertraging recht geven op coulante behandeling. In de zojuist genoemde AMVB is bepaald dat de instellingen met die factoren geen rekening mogen houden bij het opleggen van een bindend studieadvies (en volgens de nieuwste regels mogen ze dat evenmin doen bij het verlengen van de geldigheidsduur van tentamens). Daarover moet de Minister van Onderwijs (tevens portefeuille­houder Emancipatiezaken!) nog eens flink aan de tand worden gevoeld door de Tweede Kamer.
Zie ook: Onderwijsethiek.nl (17/11/2013, 7/4/2014)

Puntenaftrek voor ongewenst gedrag

Wes Holleman | 16-11-2016 | permalink

Op haar website Delenderwijs bericht docente Karen van de Cruys dat ze voortaan bij het geven van cijfers uitsluitend zal beoordelen in hoeverre haar leerlingen de gestelde leerdoelen bereikt hebben. Is dat vermeldens­waard? Ja, want ze weigert dus ongewenst gedrag met een puntenaftrek te bestraffen. Karen constateert dat vele docenten hun verschillende rollen niet goed uit elkaar houden. Ze geven bijvoorbeeld strafpunten als leerlingen hun opdracht te laat inleveren. Ze verlenen wel uitstel maar voor straf geven ze een lager cijfer dan als hetzelfde werk op tijd zou zijn ingeleverd.
Een integere beoordelaar is geblinddoekt zoals Vrouwe Justitia: hij of zij kijkt uitsluitend naar de geleverde prestatie. Als er geen beoordeelbare prestatie wordt geleverd, dan wordt er geen cijfer toegekend, en als de leerling in de gelegenheid wordt gesteld de gevraagde prestatie alsnog op een later tijdstip te leveren, dan zal een integere beoordelaar de blinddoek niet afdoen. Een integere, rolvaste beoordelaar zal bij deze herkansing geen puntenaftrek toepassen.
Het gaat hierbij overigens niet alleen om de integriteit van de docent-als-examinator, maar ook om de professio­naliteit van de docent-als-coach. Hij of zij wil de leerling door middel van de toegekende cijfers informeren over diens voortgang in de richting van de gestelde leerdoelen. Het is onprofessioneel om de cijfers te vervuilen al naar gelang de leerling gewenst dan wel ongewenst gedrag vertoont. Het staat scholen vrij om van iedere leerling een conduitestaat bij te houden waarin hij of zij gescoord wordt op vlijt, netheid en gedrag. Maar zij tasten het vertrouwen in de professionaliteit van docenten aan, als de cijfers waarmee leerlingen geïnformeerd worden over de voortgang van hun leerproces door dergelijke conduitescores vervuild worden.
Bron: Karen van de Cruys (13/11/2016)
Zie ook: Myron Dueck (2014, chapter 1)

Een schoktherapie

Wes Holleman | 07-11-2016 | 1 Reactie » | permalink

Het was een T-bone crash: de ene auto was dwars op de andere ingereden. De jeugdige chauffeur had niet goed opgelet doordat hij aan het SMS’en was. De leerlingen van Brodhead High School (Wisconsin) kregen ’s morgens via de closed-circuit TV te horen dat vier met name genoemde medescholieren bij de crash waren omgekomen. Tien minuten later werd het bericht gerectificeerd. Ze zijn nog springlevend, maar laat dit een lesje voor iedere leerling zijn, en speciaal voor de 16-jarigen die na afronding van de Middle School hun rijbewijs hebben gehaald: door te SMS’en achter het stuur, breng je jezelf en anderen in gevaar!
Het was dus een nepbericht in het kader van een rij-veiligcampagne die de school op initiatief van de leerlingenraad op touw had gezet. Maar de aanwezige leerlingen konden dat niet weten. Velen waren bij het horen van het overlijdensbericht in snikken uitgebarsten. En de daarop­volgende protesten van ouders zijn door de schoolleiding en door de leerlingenraad van Brodhead High School weggewuifd met het argument dat de jonge chauffeurs hardleers zijn en dat je ze met zoetgevooisde waarschuwingen niet bereikt. Het meest verontrustende van deze recente gebeurtenissen is dat de schoolleiding, zelfs achteraf, niet inziet dat zij onprofessioneel gehandeld heeft.
Lees verder … (PDF)

Racistische speldeprikken

Wes Holleman | 31-10-2016 | permalink

Micro-aggressions, zo worden ze in Amerika genoemd: kleine, terloopse confrontaties waarmee leden van minderheidsgroepen op hun plaats worden gezet. Tiffany Martínez, een succesvolle vierdejaars student Sociologie in Boston, dochter van Dominicaanse immigranten, gaf er vorige week op haar weblog een schrijnend voorbeeld van. De docent had de papers nagekeken en becijferd. Aan het begin van het werkcollege kreeg iedere student zijn of haar werkstuk terug. Maar Tiffany kreeg geen cijfer. Ze werd voor het front van de zaal geroepen en de docent voegde haar toe dat ze haar paper nog behoorlijk moest reviseren. Uit haar woordkeus was namelijk duidelijk gebleken dat ze plagiaat had gepleegd. Zo’n woord als ‘derhalve’ bij­voorbeeld, dat kon niet uit haar eigen allochtone koker komen: daar was kennelijk knip- en plakwerk in het spel geweest. Ze mocht haar verhaal weer inleveren als ze al haar bronnen volgens de regels der kunst had verantwoord. Tiffany was met stomheid ge­slagen. De rest van het college-uur ploos ze haar werkstuk nog eens minutieus uit, maar ze kon zichzelf nergens op plagiaat betrappen. Ze was het slacht­offer geworden van (vermoedelijk onbewuste) venijnige vooroordelen.
Haar relaas heeft de landelijke pers gehaald en haar universiteit, Suffolk University in Boston, is inmiddels een gewetensonderzoek gestart. Zelf heeft ze ontelbaar vele reacties gekregen van studenten die, net als zij, te lijden hebben gehad van dit soort demoraliserende speldeprikken.
Bron: Huffington Post (28/10/2016), Chronicle HE (28/10/2016), Suffolk Journal (28/10/2016)

Arabische les op seculiere grondslag

Wes Holleman | 30-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Bijna één op de vijf inwoners van Brussel kan zich goed verstaanbaar maken in het Arabisch, maar om hun kinderen ook te leren lezen en schrijven in die taal, waren ouders tot voor kort op koranschooltjes aangewezen. Sinds dit schooljaar is daar evenwel verandering in gekomen. Vanuit het openbare GemeenschapsOnderwijs (GO) wordt aan Brusselse kinderen vier uur per week Arabische les aangeboden. Dat gebeurt in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel. De lessen, bestemd voor kinderen van 6 tot 15 jaar, worden in het weekend gegeven, op vier Brusselse locaties. De lessen zijn gratis, maar voor de lesmaterialen is de kostende prijs, 80 euro per jaar, verschuldigd.
Een soortgelijke opzet bestond al voor Poolse en Chinese kinderen. Ditmaal heeft men echter alles in het werk gesteld om de lessen goed in de markt te zetten: dankzij ons initiatief kunnen ouders bewust kiezen tussen een seculiere en een orthodox-islamitische onderwijsopzet. De Vrije Universiteit Brussel profileert zich, evenals de scholen van het GemeenschapsOnderwijs, door haar onafhankelijkheid van kerkelijke autoriteiten.
Bron Persbericht VUB (13/10/2016), VRT (14/10/2016), Het Laatste Nieuws (14/10/2016), E-magazine GO (18/10/2016)

Tentamen ongeldig? (II)

Wes Holleman | 24-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Derdejaars studenten van de lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding (HAN) hebben de beroepszaak tegen hun examencommissie gewonnen (Sense 29/9/2016, 5/10/2016). In januari hadden ze een tentamen afgelegd en on­gewoon veel deelnemers haalden goede cijfers. Uiteindelijk bleek hoe dat kwam: de docent had de opgaven van een oude tentamenafname hergebruikt, niet wetende dat een deel van het nieuwe studentencohort met behulp van die oude opgaven had geoefend om zich op hun tentamen voor te bereiden. In overleg met de docent besloot de examen­commissie daarom de uitslagen van het januaritentamen ongeldig te verklaren. Alle deelnemers moesten het tenta­men opnieuw afleggen. Velen waren het daar niet mee eens en gingen in beroep bij het lokale College van Beroep voor de Examens. Zij werden in het gelijk gesteld op grond van het feit dat in de lokale Onderwijs- en Examen­Regeling (OER) niet was vastgelegd dat de examencommissie bevoegd was tentamens ongeldig te verklaren.
Dat is een rare redenering. De docent-examinator moet beoordelen of stu­denten de stof beheersen. Als achteraf blijkt dat het gekozen meetinstrument ernstige mankementen vertoonde, zodat het risico te groot was dat studenten ten onrechte een voldoende cijfer behaalden, dan behoort het tot de pro­fessionele plichten van de examinator de meting ongeldig te verklaren en de deelnemers aan een nieuwe meting te onderwerpen. Dat hoef je niet in een OER vast te leggen.
Maar misschien was het lokale beroepscollege in de war gebracht door het feit dat sommige studenten alsnog waren vrijgesteld van de herkansing omdat ze volgens de examinator voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat ze niet kennis hadden genomen van de oude tentamenopgaven. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op het professionele uitgangspunt dat alle tentamendeel­nemers gelijk behandeld moeten worden. Misschien had het lokale beroeps­college op grond dáárvan kunnen besluiten dat de uitslagen van de overige tentamen­deelnemers eveneens hun geldigheid moesten behouden.

Coschappen zonder poen

Wes Holleman | 23-10-2016 | permalink

Ik heb gisteren de film La fille inconnue van de Waalse gebroeders Dardenne gezien. De hoofdpersoon is een huisarts in Seraing, een industriële voorstad van Luik. Ze heeft een co-assistent die meeloopt in haar praktijk, een vijfde­jaarsstudent van de Luikse faculteit Genees­kunde. Je krijgt niet de indruk dat hij haar werk uit handen neemt: hij mag slechts met zijn eigen stethoscoop méé­luisteren en zijn eigen waarnemingen toetsen aan die van de arts.
In Nederland zijn de medische studenten sinds 2015 in actie gekomen toen de basisbeurs werd afgeschaft. Uit­sluitend in geval van geringe financiële draagkracht van hun ouders, hebben ze recht op een beurs (maximaal 384 euro per maand) in aanvulling op de studielening die ze bij de overheid kunnen sluiten. Zij vinden het onrecht­vaardig dat ze in hun driejarige master­opleiding verstoken zijn geraakt van de basisbeurs (bijna 300 euro per maand voor een uitwonende student), terwijl het programma van de co-schappen zó overladen is dat ze nauwelijks tijd hebben om naast de studie een bijbaantje te nemen (behalve in de vakanties) . Op papier is hun studielast 46 uur per week, maar in de praktijk ligt hun wekelijkse studie­belasting veeleer tussen de 52 en 56 uur (Onderzoeks­verslag KNMG-SP 2014).
De minister van OCW acht geen termen aanwezig hun een basisbeurs te verschaffen en zij meent dat er voor de werkgevers in de zorgsector evenmin aanleiding is tot het betalen van een stagevergoeding, tenzij de bedrijfs­economische opbrengst van hun arbeid de kosten van hun supervisie zou overtreffen (wat volgens haar niet het geval is). De werkgevers in de eerstelijns gezondheidscentra zijn echter in de CAO ermee akkoord gegaan co-assistenten 250 euro bruto per maand te betalen (Medisch Contact 6/3/2014).
Wat kunnen de co-assistenten nu nog uitrichten? In de eerste plaats kunnen ze actie voeren tegen het feit dat de gemiddelde studielast in de coschapsfase hoger ligt dan de 1680 uur per cursusjaar die de wetgever toestaat, opdat ze meer tijd overhouden voor baantjes naast hun studie. In de tweede plaats kunnen ze proberen aan te tonen dat een substantieel percentage van hun co-schapsuren productief werk (inclusief ongeschoolde hand- en spandiensten) is en dat een stagevergoeding dus alleszins ver­dedigbaar is. En in de derde plaats zouden ze een financiële schadeloosstelling kunnen eisen voor het feit dat de masteropleiding niet in de nominale cursusduur studeerbaar is ten gevolge van de chronische wachttijden die ze moeten verduren voordat ze aan de beurt zijn voor de co-schappen.
Bron: Kamerbrieven 16/12/2015, 5/4/2016, 19/9/2016; Kamerverslag 20/9/2016; VK lezers­brief 20/10/2016