Vijanden van het volk

Wes Holleman | 13-03-2017 | 1 Reactie » | permalink

Volgens ultrarechtse bestuurders, politici en activisten heeft het volk drie vijanden: de pers­media die doordrenkt zijn van linkse propaganda, de rechterlijke macht met haar ‘zogenaamde’ rechtsstaat, en de Linkse Kerk die hoger onderwijs heet. Maar wat de betrokkenen eigenlijk verweten wordt is dat ze het zich tot hun taak rekenen rationeel en kritisch na te denken en hun oordeel onverbloemd naar voren te brengen zonder de oren te laten hangen naar het Gesundes Volksempfinden.
In een speech op 23 februari nam de nieuwe Amerikaanse minister van onderwijs, Betsy DeVos, het hoger onderwijs op de korrel. Zij herhaalde de ultrarechtse strijdkreet dat de universitaire docenten, onderzoekers en bestuurders vanuit vooropgezette standpunten decreteren wat we moeten doen, wat we moeten zeggen en wat we moeten denken en dat ze onvoldoende garanties creëren voor de vrijheid van meningsuiting. Zodoende komen afwijkende, con­servatieve opvattingen volgens haar niet tot hun recht.
In Nederland laat de VVD zich ook niet onbetuigd om de universiteiten in de verdachtenbank te plaatsen. Op 7 februari heeft de Tweede Kamer met een krappe meerderheid een VVD-motie aangenomen die gericht was aan de minister van OCW. De motie van Karin Straus en Pieter Duisenberg luidde als volgt: ‘overwegende dat in het buitenland discussies worden gevoerd over homogeniteit, zelfcensuur en gebrek aan diversiteit in de wetenschap; overwegende dat er altijd plek moet zijn voor het vrije woord in de wetenschap, gedreven door nieuwsgierigheid en waarheidsvinding; [en] van mening dat de vrije wetenschap nooit gehinderd mag worden door verschillen in morele of politieke meningen; [doet de Kamer aan de regering het verzoek om aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW)] een nadere beschouwing en advies te vragen of zelfcensuur en beperking van diversiteit van perspectieven in de wetenschap in Nederland een rol spelen, en met aanbevelingen te komen hoe te allen tijde het vrije woord binnen de wetenschappelijke waarheidsvinding de ruimte zou moeten krijgen (…).’
De VVD insinueert dus dat de universitaire onderzoekers en bestuurders een links bolwerk vormen dat erop uit is conservatieve opvattingen te weren en te onderdrukken. Eerder dit jaar, eind januari, gaf Duisenberg in de Tweede Kamer een eerste aanzet tot het formuleren van de motie: hij vroeg zich af of het wetenschappelijk corps van de universiteiten qua politieke gezindheid niet te eenzijdig is samengesteld. Met zulke losse flodders worden de geesten rijp gemaakt voor de stelling dat de bevindingen van wetenschappelijk onderzoekers kunnen worden afgedaan als subjectieve meningen, gedebiteerd door vijanden van het volk.

The day will come

Wes Holleman | 12-03-2017 | 1 Reactie » | permalink

Deze week gaat de Deense film The day will come in Nederlandse première. Het gaat over een internaat, ver van de bewoonde wereld, voor moeilijk opvoedbare jongens. De film is gebaseerd op historische feiten uit de jaren 1960 (men denke aan de barbaarse tijd van de Magdalena Sisters). De broertjes Erik en Elmer worden in het internaat geplaatst door Jeugdzorg omdat hun alleen­staande moeder de opvoeding niet aankan. Ze komen van de regen in de drup: een sadistisch tuchthuisregiem. Maar het toeval wil dat er net in die tijd een goedwillende, zachtmoedige lerares, Lilian, solliciteert. Eerst laat zij zich nog een rad voor de ogen draaien: het harde regiem zou nodig zijn om de jongens tot oppassende burgers te vormen. Langzamerhand beseft ze evenwel dat de jongens geestelijk en lichamelijk gemarteld worden. De druppel die bij haar de emmer doet overlopen is dat Elmer op een nacht ver­kracht bleek te zijn. En zijn oudere broertje Erik heeft het gezagsondermijnende lef te beweren dat niemand van de jongens het gedaan heeft. Lilian zegt haar baan op, pakt haar koffers en weet de functie van docent te bemachtigen aan een lerarenopleiding in Kopenhagen. En op het internaat woekeren de misstanden voort.
Ik vond het moeilijk naar zoveel mishandeling en machtsmisbruik te blijven kijken. Volgens mij is het nergens goed voor om dat als bioscoopbezoeker zeven kwartier lang te moeten verdragen. Maar achteraf vind ik het helemáál onverteerbaar dat de regisseur geen enkele moeite doet de professionele verantwoordelijkheden van de leraar (Lilian) te problematiseren. Het valt te begrijpen dat ze het mensonterende opvoedingsklimaat ontvlucht, maar het is schokkend dat ze gewoon de deur achter zich dicht trekt en de jongens aan hun lot overlaat. Waarom heeft ze, teruggekeerd in Kopenhagen, niet de professionele moed kunnen opbrengen aan de bel te trekken bij de Inspectie Jeugdzorg? Met haar getuigenverklaring had zij de wereld wakker kunnen schudden.

Behaalde studiepunten blijven staan (III)

Wes Holleman | 27-02-2017 | permalink

Zoals gemeld in vorige blogberichten (15/2/2016, 15/6/2016) heeft het Parlement besloten dat de geldigheidsduur van behaalde tentamens niet mag worden beperkt tenzij de getentamineerde kennis c.q. vaardigheden aantoonbaar achterhaald zijn. Maar OCW heeft toentertijd aan de Eerste Kamer beloofd het nieuwe wetsartikel nog niet in werking te doen treden omdat er een storende fout in de tekst was geslopen: anders dan bedoeld, was aan tentamens van studenten die door persoonlijke omstandigheden studie­vertraging hadden opgelopen, een ongelimiteerde geldigheidsduur toegekend. Op 13 december jongstleden heeft de minister een vervangend wetsartikel (7.10 lid 4 WHW) aan de Tweede Kamer voorgesteld:
‘Het instellingsbestuur kan de geldigheids­duur van met goed gevolg afgelegde tentamens beperken, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie die geldigheidsduur in een individueel geval te verlengen. De geldigheids­duur van een met goed gevolg afgelegd tentamen kan uitsluitend worden beperkt, indien de getentamineerde kennis of het getentamineerde inzicht aantoonbaar verouderd is, of indien de getentamineerde vaardigheden aantoonbaar verouderd zijn. Het instellingsbestuur stelt nadere regels vast omtrent de uitvoering van dit lid en over de wijze waarop bij het beperken van de geldigheidsduur in redelijkheid rekening wordt gehouden met bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 7.51, tweede lid. De geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde tentamens wordt in geval van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 7.51, tweede lid, ten minste verlengd met de duur van de op grond van artikel 7.51, eerste lid, toegekende financiële ondersteuning.’
Op 23 februari is deze herziene tekst door de Tweede Kamer aanvaard (DUB 24/2/2017), zodat deze nu (in het kader van wets­ontwerp 34355) ter goedkeuring aan de Eerste Kamer kan worden voorgelegd. Maar het is mij nog steeds volstrekt onduidelijk hoe de wetgever het in zijn hoofd heeft kunnen halen dat de uiterste houdbaarheids­datum van een product (een behaald tentamen) afhankelijk wordt gesteld van de privésituatie van de klant. Bij­voorbeeld: aan een vertraagde student-bestuurder wordt een langere houdbaarheids­termijn van behaalde tentamens toegekend dan aan een vertraagde deeltijdstudent. De student-bestuurder kan dus z’n diploma krijgen terwijl de eertijds getentamineerde kennis en vaardigheden inmiddels schromelijk achterhaald zijn, terwijl de deeltijd­student eerder behaalde tentamens opnieuw moet afleggen. Dat is, dunkt mij, in strijd met artikel 1 van de Grondwet.

Plagiaat op bestelling

Wes Holleman | 26-02-2017 | permalink

De Britse minister van hoger onderwijs wil een wetsvoorstel indienen om medepleging of medeplichtigheid bij het bedrijven van plagiaat strafrechtelijk te kunnen vervolgen (Guardian 21/2/2017). Het gaat om webwinkels (essay mills) waar studenten tegen betaling een paper of scriptie kunnen bestellen (contract cheating). Studenten bedrijven plagiaat als ze het aldus verkregen werkstuk bij de docent/examinator inleveren als zouden ze het zelf geschreven hebben. Indien ze door de mand vallen (maar die kans is klein), worden ze tuchtrechtelijk aangepakt door de universiteit c.q.hogeschool. Uiteraard speelt de leverancier de vermoorde onschuld: wij wisten niet dat onze klant iets kwaads in de zin had. Onlangs verscheen in de International Journal for Educational Integrity een juridisch artikel over de wetswijzigingen die nodig zijn om de kwalijke toeleveranciers voor de rechter te brengen.

Survival skills vs. Academic skills

Wes Holleman | 30-01-2017 | permalink

Het dagblad The Guardian heeft een rubriek die The Secret Teacher heet. Onlangs (28/1/2017) was daar een docent aan het woord die lesgeeft in de bovenbouw van havo/vwo. In het werkstuk van één van zijn leerlingen trof hij een ernstige vorm van plagiaat aan en hij vroeg zijn collega’s om raad: hoe gaan jullie daarmee om? Hun antwoord schokte hem vreselijk. Ze knijpen een oogje toe, want bestrijding van plagiaat is vechten tegen de bierkaai.
Op het eerste gezicht getuigt deze anekdote van een schoolcultuur waarin tekortschietend professioneel plichtsbesef en gebrek aan professionele integriteit hoogtij vieren. Dat is een schoolcultuur waarin alleen de examenresultaten tellen en waarin de vormings­doelstellingen niet meer serieus genomen worden. Vermoedelijk wordt ook bij groeps­gewijze werkvormen alleen naar de kwaliteit van de output gekeken en worden meeliftende klaplopers op de koop toe genomen. Of is er wat anders aan de hand?
Misschien ondervinden de collega’s, wat hun vormingsopdracht betreft, een ethisch dilemma. Moeten we onverkort vasthouden aan de oude, academische vormingsdoelen en daarmee afbreuk doen aan de survival skills die leer­lingen nodig hebben om succesvol te opereren in de harde maatschappij? Of moeten we leerlingen de ruimte geven om zich desgewenst te oefenen in de laatstbedoelde survival skills en een oogje toeknijpen als ze de oude, academische normen en waarden minder serieus nemen? In tabel A geef ik een tentatieve omschrijving van de normen en waarden waarop die survival skills geënt zijn.
Lees verder … (PDF)

Vingers in de klas

Wes Holleman | 25-01-2017 | 2 Reacties » | permalink

Wanneer steek je als leerling je vinger op? Vaak op eigen initiatief: omdat je iets wilt vragen. Maar vaak ook op initiatief van de leraar: wie weet het antwoord op mijn vraag? Pedro De Bruyckere wijst in zijn weblog (6/1/2017) op een recente onderzoeks­rapportage (Psychological Science 19/12/2016) waarin gewaarschuwd wordt tegen lespraktijken waardoor middle-class leerlingen telkens weer in de gelegenheid worden gesteld zichzelf in het zonnetje te zetten en de lower-class klasgenoten het nakijken te geven. Door hun grotere taalvaardigheid en hun groter zelfvertrouwen steken ze sneller hun vinger op ten bewijze dat ze het antwoord weten. Daar­door raken lower-class leerlingen ontmoedigd en dat druist tegen het gelijkekansenbeleid in. Hun leerproces verloopt beter als ze niet telkens het (al dan niet juiste) signaal krijgen dat ze het minder goed doen dan middle-class leerlingen.
Op zich zijn dit interessante sociologische bevindingen, maar ze belichten slechts een miniem deel van de dagelijkse onderwijs­praktijk. De Britse didacticus Dylan Wiliam bracht in 2010 een tweedelige BBC-documentaire met een veel bredere focus uit. Indien je opbrengstgericht wilt werken, moet je álle leerlingen bij de les betrekken. Daartoe moet je niet alleen sociaal-economische klasseverschillen, maar ook vele andere verschillen tussen leerlingen over­bruggen: verlegenheid vs. assertiviteit, mondelinge taal­vaardigheid, denk- en leertempo, vorderingenniveau, et cetera. Als je telkens de beurt geeft aan leerlingen die het eerst hun vinger opsteken, dan is het risico te groot dat vele andere leerlingen niet aan hun trekken komen en afhaken.
Zie ook: Onderwijslessen (7/10/2014), Trouw (13/1/2017), Volkskrant (24/1/2017)

Wat is academische vrijheid? (VI)

Wes Holleman | 08-01-2017 | 2 Reacties » | permalink

Ruim een jaar geleden (19/11/2015) schreef mr. Peter Kwikkers een juridische beschouwing over de academische vrijheid in het Nederlandse hoger onderwijs, waarbij hij een wetshistorische invalshoek koos. Dr. Wes Holleman, publicist op het grensvlak tussen onderwijsrecht en beroepsethiek van docenten, betoogt dat men méér invalshoeken in de beschouwing moet betrekken. Hij illustreert dat aan enige praktijkvoorbeelden.
Lees verder … (PDF)

Docent en activist (II)

Wes Holleman | 04-01-2017 | permalink

Is politicoloog George Ciccariello-Maher een linkse activist? Dat kan ik niet helemaal beoordelen, maar hij is in elk geval niet op zijn mondje gevallen. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan de Drexel University in Philadelphia, 150 kilometer ten zuidwesten van New York City. Hij is specialist op het gebied van sociale bewegingen in Latijns-Amerika, hij toont begrip voor de revolutionairen aldaar, en hij verdedigt de beginselen van een fatsoenlijke, multi­culturele samenleving. Met zijn ideeën staat hij dus lijnrecht tegenover de extreem-rechtse aanhangers van White Supremacy en Alt(ernative)-Right. Vorige maand liet hij weer eens van zich horen. Hij twitterde wat voor cadeautje hij onder de kerstboom wilde: geef mij maar White Genocide. Aldus dreef hij de spot met de extreem-rechtse slogan dat de blanken één front moeten vormen om te voorkomen dat ze worden uitgeroeid door sluipende immigratie en rasvermenging. Maar zijn tweet is wel een doordenkertje. Hij is een blanke voorvechter van de multiculturele samenleving, maar hier omarmt hij de karikatuur die zijn tegenstanders ervan maken. Door deze sarcastische omkering wekt hij dus per saldo de schijn niet-blanken te willen aanmoedigen om de blanken uit de weg te ruimen.
Het bestuur van de Drexel University voelde zich derhalve genoodzaakt zich per omgaande publiekelijk te distantiëren van deze, op het eerste gezicht haatzaaiende boodschap. Maar vervolgens moesten de bestuurders zich verdedigen tegen de aantijging dat ze inbreuk maakten op de vrijheid van meningsuiting en de academische vrijheid waaraan de leden van de academische gemeenschap het recht ontlenen ongestoord deel te nemen aan het academisch debat over wetenschappelijke en maatschappelijke kwesties. Amerikaanse universiteiten trachten soms tegen dergelijke aantijgingen in te brengen dat medewerkers en studenten weliswaar de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting genieten, maar dat deze uitings­vrijheid begrensd wordt door vormvoorschriften die voor het academisch debat gelden en dat docenten bovendien het goede voorbeeld moeten geven aan studenten. In de Amerikaanse verhoudingen begeven ze zich daarmee op glad ijs. Toch heb ik, kijkend vanuit de Nederlandse ver­houdingen, het gevoel dat Ciccariello-Maher met het publiceren van zijn twitterbericht onprofessioneel gehandeld heeft. Docenten moeten zich onthouden van racistische ‘hate speech’, ook al bezweren goede verstaanders dat de ondertitel Maar-Niet-Heus-Dikke-Neus luidt.
Bron: Philly.com (26/12/2016), Counterpunch (28/12/2016), Inside HigherEd (29/12/2016)

Docent en activist

Wes Holleman | 14-12-2016 | permalink

Mike Adams geeft Criminologie op één van de vestigingen van de University of North Carolina (UNCW). Volgens de studenten op de website Rate my Professors is hij een goede docent. In zijn vrije tijd schrijft hij polemische stukken, onder andere op de conservatieve website Townhall.com. In augustus schreef hij een column over het spanningsveld tussen werk en vrije tijd: hij probeert die dingen goed uit elkaar te houden. Maar de UNCW is een openbare universiteit, die de First Amendment (de grond­wettelijke vrijheid van meningsuiting) ten volle respecteert. Docenten en studenten mogen met alle wettige middelen hun opvattingen uitdragen. Als conservatieve activist neemt Mike Adams in zijn vrije tijd dan ook geen blad voor de mond. Daarbij speelt hij niet alleen op de bal maar ook op de man (én op de vrouw, want aan feministische activisten heeft hij een gloeiende hekel). Als hij iemand eenmaal bij de keel heeft, kan hij hem (of haar) jarenlang op de sociale media blijven kwetsen en sarren. Dat overkwam bij­voorbeeld de studente Nada Merghani, een lesbische moslima die uit de Soedan gevlucht is en die actie voert tegen onder andere de anti-abortusbeweging en tegen de presidentskandidaat Trump. Het universiteitsbestuur is niet blij met de respect­loze wijze waarop Adams zijn tegenstanders bejegent, maar men meent niet tegen hem te kunnen optreden zolang hij zich beperkt tot verbaal geweld en zich niet aan strafbare bedreiging schuldig maakt.
Nada is dus weggepest, niet alleen door zijn verbale getreiter, maar ook door regelrechte bedreigingen die ano­nieme rechtse activisten daarop deden volgen. Ze is begin december omgezwaaid naar een andere vestiging van de UNC. Er is inmiddels een petitie gestart waarin het universiteitsbestuur dringend wordt verzocht om Adams te ontslaan. Wat is er aan de hand?
Lees verder … (PDF)

Geen doktersbriefje

Wes Holleman | 11-12-2016 | 1 Reactie » | permalink

De Nederlandse artsenfederatie KNMG heeft een paar maanden geleden opnieuw in een richtlijn bevestigd dat behandelende huisartsen of specialisten liever geen geneeskundige verklaring over hun patiënt moeten afgeven (2016a, 2016b). Het oordeel of iemand (on)geschikt is om bepaalde prestaties te leveren, kunnen ze beter aan een onafhankelijke bedrijfsarts, keuringsarts of dergelijke overlaten. Maar de Universiteit Utrecht (UU) heeft het daar moeilijk mee. Zij heeft namelijk de herkansingen voor tentamens afgeschaft (Richtlijn Onderwijs 2006, 2014). Elk cursusjaar omvat acht cursussen. In principe moeten studenten, als ze zakken voor het tentamen van een cursus, de hele cursus volgend jaar doubleren. Daarop maakt de UU twee uitzonderingen. In de eerste plaats wordt een verlengd tentamen toegestaan als de cursus weliswaar ijverig doorlopen is maar met een cijfer tussen 4,00 en 5,49 is afgesloten. En in de tweede plaats krijgen studenten een herkansing als ze door overmacht (zoals ziekte of familie­omstandigheden) niet aan het tentamen hebben kunnen deelnemen.
Het probleem is nu dat vele studenten op bewijsrechtelijke problemen stuiten als ze zich wegens ziekte afmelden voor een tentamen. De huisarts weigert een doktersbriefje uit te schrijven en daar heeft hij of zij groot gelijk in: wat zegt het nou dat patiënten melden zich te beroerd te voelen om het tentamen adequaat voor te bereiden en af te leggen? In de meeste gevallen is het doktersbriefje niet meer dan een professioneel stempel op een subjectieve selfreport van de patiënt.
De Faculteit Sociale Wetenschappen heeft onlangs de regel ingevoerd dat studenten zich maximaal eenmaal per twaalf maanden mogen afmelden voor hun toetsen en tentamens en dat ze bij recidive in principe hun recht op herkansing verspelen behoudens een beslissings­procedure waarbij de tutor en de onderwijsdirecteur betrokken zijn (DUB 5/12/2016). Maar eigenlijk is dat een doekje voor het bloeden. Eigenlijk is de overmachtsregel van de Universiteit Utrecht in bewijsrechtelijk opzicht onuitvoerbaar. Als men eerlijk en rechtvaardig met z’n studenten wil omgaan, gunt men iedere student een herkansing tegen het einde van de zomer­vakantie.