Lying by omission

Wes Holleman | 30-05-2008 | permalink

In de tweejaarlijkse VSNU-rapportage WO-monitor 2004-2005 (28/6/2007) zijn belangrijke onderzoeksuitkomsten achtergehouden, bericht Maarten Keulemans in De Volkskrant (24/5/2008). In het onderzoek onder afgestudeerden bleek dat ze gemid­deld het tentamencijfer 7,3 hadden behaald, maar in de rapportage (p.120-3) werd gesuggereerd dat ze met een schamel zesje genoegen plachten te nemen. Het onder­wijs­persbureau HOP vroeg de onderzoekers om commentaar (Ublad 28/5/2008). Volgens ROA-onderzoeker Jim Allen zijn deze onderzoeksgegevens bewust niet in de rapportage opgenomen: ‘Je kunt er namelijk heel weinig mee. Bij de ene opleiding haal je een acht op je sloffen en bij de andere is dat een knappe prestatie. Wil je te weten komen hoe ambitieus studenten zijn en hoe uitdagend ze het onderwijs vinden, dan heb je andere gegevens nodig.’ Deze deskundige dooddoener mag in ons dossier Zesjescultuur niet ontbreken. En voor professionele onderwijsonderzoekers rijst tevens de vraag in hoeverre artikel 2.2 van hun Gedragscode in dit geval geschonden is: moest wetenschappelijke integriteit wijken voor belangen van de opdrachtgever?

Alcohol- en drugsvrije school

Wes Holleman | 28-05-2008 | 5 Reacties » | permalink

Vorige week belandden twee 14-jarige meiden (derde klas VWO) tijdens een werk­week door overmatig drankgebruik in een Hongaars ziekenhuis. De school schrok zich blauw. In haar lokale huisregels 2007/2008 staat niets over het gebruik of bezit van alcohol en drugs. En tijdens werkweken is het überhaupt lastig de leerlingen in toom te houden (Scoolonline 25/3/2005a); voor de bovenbouw beperkte men zich in het verleden tot een verbod op sterke drank (25/3/2005b). Deze week heeft de school stante pede scherpe regels afgekondigd. Die waren op 8 april door de Medezeggen­schapsraad goedgekeurd, maar zouden blijkbaar pas met ingang van volgend school­jaar van kracht worden. ‘Eén ding is duidelijk’, verklaart de voorzitter van de centrale directie kordaat, ‘wij willen een alcohol- en drugsvrije school zijn. Daar hebben wij met elkaar regels over afgesproken en die leven we na.’ Maar die werk­weken blijven natuurlijk een probleem. ‘Je zou kunnen denken aan het opstellen van een code waar­in je verklaart dat je geen alcohol gebruikt’, mijmert de locatie­directeur, ‘of proto­collen om je niet te laten verleiden om alcohol te gebruiken.’

Brain-doping

Wes Holleman | 28-05-2008 | permalink

Wie er geen kwaad in ziet, noemt het ‘brain-boosting’. Maar de tegenstanders spreken van ‘brain-doping’. Men doelt op ‘cognitive enhancing drugs’ met behulp waarvan het mentale prestatievermogen tijdelijk verhoogd of verlengd wordt. In de Noord-Amerikaanse prestatiemaatschappij zijn ze al gemeengoed bij professionele beroepen en bij studenten, maar bijvoorbeeld ook bij pokerspelers, bericht Megan Ogilvie (The Star 2/2/2008). In de U.K. zijn ze eveneens in opmars en de British Medical Associa­tion maakt zich er zorgen over, meldt Katharine Hibbert (The Guardian 8/11/2007). Onlangs bracht een commissie van neurowetenschappers een rapport voor de Britse regering uit, bericht Ian Sample in The Guardian (22/5/2008). Aanbevolen wordt het gebruik van deze drugs strakker te reguleren en zelfs urinetests voor scholieren, studenten en beroepsbeoefenaars in te voeren. Daarbij worden twee argumenten gehanteerd: a) mogelijke gezondheidsschade en b) oneerlijke concurrentie bij verge­lijkende tentamens en examens. De Standaard (DS 27/5/2008 p.3) vroeg een Leuvense studentenarts om commentaar. Volgens haar zullen steeds meer studenten inderdaad uit concurrentie-overwegingen hun toevlucht tot deze pillen nemen. Maar de meeste lezers die op het DS-artikel reageren, staan afwijzend tegen een eventueel verbod op brain-doping tijdens examens. Eén lezer vindt dat het probleem bij de bron moet worden aangepakt: verlaag de piekbelastingen in het studieprogramma. En verlaag ook de boetes op onvoldoende prestatie, zou ik zeggen.

Bonje om de boeken

Wes Holleman | 27-05-2008 | permalink

Vanavond beslist de Eerste Kamer over de gratis schoolboeken. Uit het voorlopig commissieverslag kunnen we opmaken wat de heetste hangijzers zijn: (a) mag het schoolbestuur zelf be­slis­sen welke boeken gebruikt worden of is dat in strijd met de Europese aanbestedingsregels? en (b) mogen de docenten (c.q. vaksecties) zelf beslis­sen welke boeken gebruikt worden of wordt hun professionele autonomie begrensd door de bevoegdheden van het schoolbestuur? In de memorie van antwoord zegt de staats­secretaris dat de schoolbestuurders zelf mogen beslissen (aanbesteding op ISBN-nummer), maar dat de wensen van de professionals door hen overruled kunnen worden. In De Volkskrant (27/5/2008) geeft Yvonne Doorduyn een praktijkvoorbeeld van ‘Bonje om de boeken’.
Lees verder … (PDF)

Diploma’s, deelcertificaten en getuigschriften

Wes Holleman | 26-05-2008 | permalink

Iedere leerling heeft mogelijkheden en beperkingen. De vraag rijst dan wat de taak van het onderwijs is: de mogelijkheden tot ontwikkeling brengen of de beperkingen opheffen? Allebei natuurlijk. Maar we leven in een diploma-maatschappij. Met het diploma wordt gegarandeerd dat mijn beperkingen op bepaalde terreinen zijn opge­heven, althans tot op een maatschappelijk overeengekomen niveau. Maar daarmee is geenszins gezegd dat ik mijn talenten en mogelijkheden optimaal tot ontwikke­ling heb kunnen brengen.
Mariëtte Hamer (fractievoorzitter van de PvdA) vindt dat het speciaal voortgezet onderwijs zich teveel richt op datgene wat leerlingen NIET kunnen en te weinig op de ontwikkeling van wat ze WEL kunnen (De Telegraaf 24/5/2008). Zij denkt dan vooral aan de ontwikkeling van talenten waarmee leerlingen later hun brood kunnen verdienen. Dat idee wordt volgende maand uitgewerkt in een ‘nieuwe koers van de PvdA’. Impliceert dat een grotere inrichtingsvrijheid voor het speciaal voortgezet onderwijs en vervanging van een rigide diplomacultuur door deelcertificaten en beschrijvende getuigschriften?

Gemengde school: geslacht, etniciteit en religie

Wes Holleman | 25-05-2008 | 2 Reacties » | permalink

Een Brusselse katholieke middelbare school, l’Institut des Ursulines, verbiedt met ingang van volgend schooljaar het dragen van een hoofddoek (Le Soir 21/5/2008). Het probleem is dat het huidige, ruimhartige kledingbeleid van de school een aan­zuigende werking op moslimleerlingen heeft. Inmiddels is 85% van de leerlingen van Noord-Afrikaanse origine (De Morgen 21/5/2008) en draagt bijna de helft van de vrouwelijke leerlingen een hoofddoek. Op de meeste Brusselse scholen is het dragen van een hoofddoek verboden en ten gevolge daarvan kwamen moslimleerlingen in groten getale op deze school af. Dat werd de school te gek.
Lees verder … (PDF)

‘Hetze tegen onze school’

Wes Holleman | 22-05-2008 | 7 Reacties » | permalink

Met die kop citeert verslaggeefster Charlotte van Genderen leerlingen van de Islamitische Scholengemeenschap Ibn Ghaldoun (Algemeen Dagblad 19/5/2008). De Gemeente Rotterdam heeft de subsidiekraan voorlopig dichtgedraaid en 2,5 ton subsidie en huurschuld teruggevorderd, nadat de Onderwijsinspectie de ISG half december als ‘zeer zwak’ gekwalificeerd had. Begin april bevestigde de inspectie dit oordeel in de definitieve versie van haar kwaliteitsrapport. Eén van de aanbevelingen van het inspectieteam is dat de huisvesting verbeterd moet worden (de school zit in verpauperde panden), maar de Gemeente wil daar niet aan meewerken zolang de kwaliteit niet op orde is (Algemeen Dagblad 17/5/2008). Is dat een hetze tegen het islamitisch onderwijs? In elk geval zijn de kwaliteitsproblemen geenszins beperkt tot de islamitische zuil: in het recente Onderwijsverslag 2006-2007 (p.73) rapporteert de inspectie dat 39% van de middelbare scholen in de vier grote steden ‘zwak’ tot ‘zeer zwak’ van kwaliteit zijn en dat met name scholen met een vmbo-afdeling daartoe behoren.
Lees verder … (PDF)

Klachtenprocedures: geschillen- of tuchtrecht?

Wes Holleman | 20-05-2008 | permalink

Google op ‘futiele klachten’ en je komt automatisch bij de Algemene Onderwijsbond terecht. De AOb is de grootste lerarenvakbond in Nederland. In het Onderwijsblad d.d. 27/1/2001 sprak de AOb nog voorzichtig van de onbeduidende klachten waarmee sommige ouders zich tot de landelijke klachtencommissies wenden. Maar in volgende artikelen (22/9/2001, 16/4/2005) was de woordkeus agressiever: veel futiele klachten. En in een recent artikel in het Onderwijsblad wordt een financiële drempel bepleit voor ouders die ‘onzin-klachten’ indienen (17/5/2008). Wat bezielt de Algemene Onder­wijsbond?
Lees verder … (PDF)

Pabo-rekentoets van voldoende kwaliteit?

Wes Holleman | 17-05-2008 | 1 Reactie » | permalink

Naar aanleiding van kamervragen over de zgn. WISCAT-toets, antwoordt staats­secretaris Van Bijsterveldt (14/5/2008) dat deze toets volgens deskundigen van hoge kwaliteit is. Zij verwijst daarbij naar beoordeling nr. 12.113, opgesteld door experts van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP/COTAN). Maar ze vergeet erbij te zeggen dat de criteriumvaliditeit van de toets volgens die experts ronduit onvol­doende is: de makers van de toets hebben niet aannemelijk kunnen maken dat de toets meet wat hij pretendeert te meten. Het is dus niet uitgesloten dat eerstejaars pabo-studenten op grond van een onvoldoende score op de rekentoets uit de opleiding worden verwijderd, terwijl zij wel voldoende rekenvaardig zijn.
Als men het desbetreffende deskundigenoordeel echt op waarde wil schatten, dient men overigens ook kennis te nemen van de toetshandleiding en van de precieze rap­portagetekst van de experts: zij hebben de kwaliteit van deze adaptieve plaatsings­toets uitsluitend in het licht van de pretenties van de makers beoordeeld en vermoe­delijk niet in het licht van de beslissingen die door examencommissies op grond van de toetsscores worden genomen. De pabo’s gaan er van uit dat een plaatsingstoets een normale zak/slaag-toets is. Maar ik weet niet genoeg van psychometrie om te kunnen taxeren in hoeverre dat terecht is.

De intake: matching van vraag en aanbod

Wes Holleman | 16-05-2008 | 1 Reactie » | permalink

De studentenorganisatie ISO vindt dat elke universiteit en hogeschool jaarlijks in juli een intakegesprek met al haar aanstaande studenten moet houden, zodat ‘student en opleiding elkaar beter leren kennen en wederzijdse verwachtingen uitspreken’. In dit ‘matching-gesprek’ moet de facultaire loopbaanbegeleider aanstaande studenten ‘een eerlijk beeld (…) geven van de inhoud van hun studie’, achterhalen op welke gronden zij die studie kiezen, en nagaan of hun eigen beeld van die studie ‘realistisch en terecht’ is; ook moeten eventuele achterstanden worden geïdentificeerd zodat ‘de student op tijd de juiste begeleiding krijgt.’ Waar nodig moet de loopbaanbegeleider studenten adviseren hun voorlopige studiekeuze alsnog te herzien en samen met hen een alternatief plan trekken. Minister Plasterk ziet wel wat in dat soort matching-gesprekken, zo blijkt uit een recente beleidsreactie (9/5/2008), maar hij vindt het niet nodig dat faculteiten zich echt committeren aan een intakeproces.
Lees verder … (PDF)