Protesteren als professionele plicht

Wes Holleman | 29-09-2008 | 3 Reacties » | permalink

In de Mathematical School van Lagado wordt het vak oraal toegediend. Van de stof zijn een soort koeken gebakken. En als deze genuttigd en verteerd zijn, stijgt de stof vanzelf naar het hoofd. Aldus Jonathan Swift in Gullivers Reizen. Daaraan moest ik denken toen ik het droeve relaas van wiskundeleraar Piet Pleinen las. In zijn VMBO-afdeling is twee jaar geleden top-down Het Nieuwe Leren ingevoerd. Voorheen kregen de leerlingen drie lesuren werkcollege, waarbinnen telkens tien minuten klassikale instructie. Tegenwoordig mag hij zijn pupillen wekelijks één lesuur Wiskunde geven, terwijl de andere twee lesuren van zijn vak ‘keuzewerkuren’ zijn geworden. En protest mocht niet baten.
Volgens de Alberta Teachers’ Association behoren onderwijsprofessionals jegens het bevoegd gezag bezwaar te maken tegen ‘conditions which make it difficult to render professional service’; ‘[he/she shall] protest through proper channels administrative policies and practices which the teacher cannot in conscience accept; and further [he/she] recognizes that if administration by consent fails, the administrator must adopt a position of authority’ (Code of Professional Conduct, #8, #16). ‘[He/she] shall present in the proper manner to the proper authorities the consequences to be expected from policies or practices which in his professional opinion are seriously detrimental to the interests of pupils’ (Teaching Profession Act, Ontario, geciteerd door Bezeau, 2007).

Vertrouwensrelatie

Wes Holleman | 26-09-2008 | 2 Reacties » | permalink

Edublogger Wilfred Rubens schreef onlangs een interessant bericht over de ver­trouwensrelatie tussen docent en student. Dit naar aanleiding van een Amerikaanse casus over een studente die op haar weblog publiekelijk uit de school klapte, tot ongenoegen van haar docent. Wilfred neigt tot de opvatting dat colleges en work­shops (anders dan een gesprek onder vier ogen) tot het publieke domein behoren, waarover deelnemers mogen publiceren zonder aan de betrokkenen toestemming te vragen. Ik kan daar wel mee instemmen voor zover hij op de uitspraken doelt die docenten ‘ex cathedra’ doen: wanneer een docent jegens studenten als spreekbuis van de Wetenschap optreedt, mogen zijn (haar) uitspraken naar mijn mening zonder toestemming geciteerd en eventueel ook publiekelijk aan de kaak gesteld worden. Maar dit behoort tot de uitzonderingsbepalingen van het geheimhoudingscontract.
Lees verder … (PDF)

VAVO helpt tegen schooluitval

Wes Holleman | 25-09-2008 | permalink

De VAVO-afdeling van het Koning Willem I College te Den Bosch is in twee jaar tijds gegroeid van 220 naar 500 deelnemers. Dat bericht verslaggeefster Rianneke Huibers in het Brabants Dagblad (25/9/2008). In het VAVO (Voortgezet Algemeen Volwas­senen Onderwijs) kun je alsnog je middelbareschooldiploma halen. Met een slaag­percentage van 72% wordt een effectieve ‘aanval op de uitval’ gedaan.
Toen ik deze zomer door Frankrijk reisde, verbaasde ik me trouwens over het grote aantal moeder-mavo’s. Totdat iemand me vertelde dat ‘Ecole maternelle’ iets anders betekent. Dat is namelijk een peuter- of kleuterschool.

Nepoverval voor schoolproject

Wes Holleman | 24-09-2008 | permalink

Een belangrijk uitgangspunt in de beroepsethiek van professionals is dat je de cliënt geen schade mag berokkenen. Voor onderwijsprofessionals komt daar een tweede uitgangspunt bij. Je moet trachten te voorkomen dat leerlingen/studenten bij de uitvoering van opgedragen leertaken aan zichzelf of aan derden schade toebrengen. Dat geldt niet alleen voor gymnastiekleraren, maar ook bijvoorbeeld voor een leraar Maatschappijleer.
De leerlingen/studenten kregen als opdracht in drietallen filmpjes te maken in de stad. Eén van de drietallen besloot een winkeloverval in scène te zetten en dat te filmen. Ze vroegen (en kregen) van een winkelier toestemming een nepoverval te plegen. Een nietsvermoedende voorbijganger zag drie gemaskerde jongemannen schreeuwend de winkel uitstormen en belde 1-1-2. Toen de politie arriveerde, waren de overvallers gevlogen. Toch was zij ‘not amused’. De jongens hadden tevoren de politie moeten waarschuwen. Door dat na te laten, hebben ze onaanvaardbare risico’s genomen, waarbij gewonden of doden hadden kunnen vallen.
De vraag rijst evenwel in hoeverre de docent eveneens blaam treft. Ik neem niet aan dat de verantwoordelijke docent toestemming heeft gegeven voor deze geïmpro­vi­seerde nepoverval. Maar heeft hij (zij) bij het geven van de filmopdracht voldoende gewezen op de grenzen die de drietallen in acht moesten nemen?
Bron: Ophef door nepovervallers Biltstraat Utrecht (RTV Utrecht 19/9/2008).

‘Computer in klas schaadt ontwikkeling’

Wes Holleman | 23-09-2008 | 1 Reactie » | permalink

Dat is de uitdagende stelling van de antroposofische kinderarts Edmond Schoorel (Nederlands Dagblad 19/9/2008). Vorig jaar schreef hij samen met Maurits in ‘t Veld de brochure Kind, Beeld & Scherm, en eerder publiceerden ze een artikel in het dag­blad Trouw (29/8/2005). Schoorel heeft niks tegen ICT, evenmin als tegen elektrisch licht, lezen we op de BON-site (20/9/2008). Maar volgens hem wordt de ontwikkeling van het taal- en spraakvermogen belemmerd als kinderen en pubers te veel achter de computer zitten. Hij staat daarom kritisch tegenover het recente advies van de Onderwijsraad (Onderwijs en open leermiddelen) en het bijbehorende TNO-rapport (Leermiddelen voor de 21e eeuw). Naarmate de leerling meer school- en huiswerk­uren achter de computer doorbrengt, zal dat voor de school personeelskosten besparen, zo hoopt men. Maar er is ongetwijfeld een omslagpunt als men ook de kosten en baten voor de leerling in de beschouwing betrekt. Schoorel confronteert ons met de vraag hoeveel uur beeldschermwerk wekelijks van onze leerlingen gevergd mag worden.

Peer assessment

Wes Holleman | 23-09-2008 | permalink

Deze zomer was er een incident in de opleiding Communicatiemanagement van een Vlaamse hogeschool. Het programmaonderdeel Cases is een groepsopdracht die door tien studenten moet worden uitgevoerd. Het groepsproduct (een rapportage?) wordt door de docent beoordeeld, maar het individuele eindcijfer komt mede op basis van ‘peer assessment’ tot stand. Op 26 juni jongstleden kreeg één van de studenten een onvoldoende voor dit programmaonderdeel, terwijl haar negen groepsgenoten ge­slaagd waren. Zij tekende daartegen bezwaar aan bij de examencommissie: volgens haar hadden haar groepsgenoten zich schuldig gemaakt aan ‘grensoverschrijdend gedrag’ (pesterij? discriminatie? chantage?), dat hun belemmerd had tot een objectieve beoordeling van haar prestaties te komen. Ten bewijze daarvan toonde zij e-mails van groepsgenoten, die naar vorm en inhoud ronduit onbeschoft waren. De examencommissie had daar geen boodschap aan. Vervolgens ging zij in beroep bij de Raad voor Examenbetwistingen, die op 20 augustus uitspraak deed. De onvoldoende beoordeling werd nietig verklaard. Gezien de e-mails, had de docent de negatieve uitkomsten van de peer assessment niet mogen meewegen: hij moet volgens de Raad alsnog een andere evaluatiemethode kiezen om het eindcijfer van de betrokken studente te bepalen.
Lees verder … (PDF)

Meer academici voor de klas

Wes Holleman | 22-09-2008 | 3 Reacties » | permalink

Sinds 2005 kunnen universitaire studenten, na het voltooien van hun driejarige bacheloropleiding, een tweedegraads lesbevoegdheid in hun vak verwerven. Daartoe volgen ze een aanvullend pedagogisch-didactisch traject: een éénjarige kopopleiding in het HBO.
Ondertussen hebben de VSNU en de HBO-raad plannen gemaakt voor een versnelde kopleiding: een duaal traject van een half jaar. Voorwaarde is dat de betrokken studenten in het kader van hun universitaire bacheloropleiding een ‘educatieve minor’ hebben gevolgd. Deze minor, die eveneens een half jaar duurt, zou door de universitaire lerarenopleiding (ULO) worden verzorgd.
Maar het kan nòg sneller. RTL Nieuws berichtte vanochtend dat staatssecretaris Van Bijsterveldt met een nieuw plan komt. Als je een universitair bachelordiploma Ge­schie­denis, Economie of Biologie op zak hebt, mag je direct voor de klas, mits je de eerder­genoemde educatieve minor in je bachelorprogramma hebt opgenomen. Af­wachtend commentaar op de BON-site: in het grijs verleden zijn goede ervaringen opgedaan met een driejarige MO-A opleiding. Dat was een veredeld kandidaats­examen.

Geloof en wetenschap

Wes Holleman | 18-09-2008 | permalink

In Engeland woedde er vorige week een flinke rel. Michael Reiss, portefeuillehouder Onderwijs van de Koninklijke Akademie (Royal Society), pleitte ervoor dat in het biologiecurriculum van middelbare scholen niet alleen de evolutietheorie wordt behandeld, maar ook aandacht wordt besteed aan creationisme c.q. intelligent design. Dat was tegen het zere been: biologieleraren moeten wetenschappelijk aanvaarde kennis overdragen en het bijbelse scheppingsverhaal hoort in de wetenschap niet thuis! Professor Reiss heeft inmiddels zijn functie neergelegd.
Lees verder … (PDF)

Groepsgrootte

Wes Holleman | 17-09-2008 | 6 Reacties » | permalink

Minister Vandenbroucke opende het schooljaar in Ruiselede (Het Nieuwsblad 15/9/2008). Bij die gelegenheid werd door de directeur van de samenwerkende basisscholen voor kleinere klassen gepleit: twintig leerlingen per klas. De verzamelde leerkrachten onderbraken zijn speech met luid applaus.
Hoe zit dat eigenlijk in het Nederlandse basisonderwijs? Volgens de Onderwijsinspec­tie zaten er anno 2006 gemiddeld 22 leerlingen in een klas, maar de spreiding is groot: één op de drie onderbouwklassen heeft meer dan 25 leerlingen, en sporadisch zijn er ook (bovenbouw-)klassen van meer dan 35 leerlingen. De groepsgrootte zegt overigens niet alles, want vele basisscholen kiezen (mede) voor ‘meer handen in de klas’ of voor het inzetten van remedial teachers en/of additionele vakleraren.
En hoe zit het in het voortgezet onderwijs? Daar is een klas van 30 leerlingen niet ongebruikelijk. Bij de bestaande bekostiging is volgens het ministerie (19/12/2006) een gemiddelde groepsgrootte van 22 à 26 leerlingen haalbaar, afhankelijk van de omvang en breedte van de school. Uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (2006) kwam naar voren dat twee op de drie leraren in het voortgezet onderwijs kleinere klassen willen teneinde goede kwaliteit te leveren en hun werkdruk te ver­lagen. Onlangs pleitte Hans Kamps voor ingrijpende maatregelen in het jeugdbeleid om het ontstaan van een ‘maatschappelijke onderklasse’ te voorkomen en de Neder­landse kenniseconomie te versterken; Groen Links spreekt in dat verband van een Deltaplan Jeugd en Onderwijs. Ik hoop dat minister Rouvoet gaat onderzoeken in hoeverre structurele verkleining van de groepsgrootte in het VMBO daaraan kan bij­dragen. Een warm pleitbezorger is oud-minister Winsemius, die momenteel de oor­zaken van schooluitval onderzoekt.

Juf Aukje houdt van chocola

Wes Holleman | 14-09-2008 | 3 Reacties » | permalink

Juf Aukje werkt niet meer op een basisschool. Ze geeft tegenwoordig Nederlands en Duits in het VMBO. Maar ze houdt nog steeds een mooi weblog bij. Ze is jarig en ze heeft in de klas getrakteerd. Een leerling houdt haar op de gang staande en vraagt haar geheimzinnig of ze van chocola houdt. En dan komt de aap uit de mouw: hij is van plan haar morgen een doos bonbons te geven. Einde verhaal, want als blogger houdt Juf Aukje niet van diepgravend filosoferen: ze vertelt eenvoudig wat ze beleefd heeft.
Maar hoe zou dat verder gaan, als ze dit verhaal in een intervisiegesprek inbracht? Moeten die bonbons worden opgevat als een lieve, onschuldige attentie? of als een zakelijk relatiegeschenk? of als een regelrechte poging om een voorkeursbehandeling te verkrijgen? Ik vermoed dat die jongen uit een warm land komt, waar het gewoonte is dat je gezagsdragers bij voorkomende gelegenheden iets geeft om je respect en dankbaarheid te tonen. Dáár is dat een maatschappelijke must. Maar hoe moet je in de Nederlandse verhoudingen omgaan met de norm dat ‘the educator shall not accept any gratuity, gift, or favor that might impair (or might appear to influence) pro­fessional decisions or action’ (National Education Association, USA)?