Zonder mobieltje (II)

Wes Holleman | 28-02-2009 | 5 Reacties » | permalink

Mijn mobieltje is afgepakt omdat ik tijdens de les zat te sms’en; mag dat zo maar? Dat is de vraag die de scholier ‘Veldmuis’ schuldbewust doch nieuwsgierig aan de orde stelt op het discussieforum Fok.nl (11/2/2009). Ja, dat mag, geven de meeste discussianten ten antwoord, althans als dat in de schoolregels is vastgelegd. Dat stand­punt wordt gedeeld door de juristen van de VO-raad, maar zij voegen eraan toe: de straf moet wel getoetst worden aan normen van proportionaliteit, doelmatigheid, noodzakelijkheid en zorgvuldigheid.
Maar nou de volgende vraag: mag de school het afgepakte mobieltje ook na het eind van de schooldag in bewaring blijven houden? Nee, zeggen de juristen van Gratis­adviseurs.nl, dat mag niet. Jammer genoeg lichten ze hun standpunt niet toe. In mijn vorige posting gaf ik twee argumenten: (a) het is een onmenselijke straf om een leer­ling buiten schooltijd het gebruik van z’n mobieltje te ontzeggen, even onmenselijk als de confisquering van z’n fiets, portemonnee, bril of sleutelbos; (b) in plaats van het corpus delicti gedurende enige dagen in beslag te nemen, heeft de school andere straf­maatregelen voorhanden die even effectief zijn (bv. strafregels schrijven).
De VO-raad neemt in dezen een genuanceerd standpunt in, gebaseerd op een advies dat is opgesteld door Van Doorne Advocaten: de zwaarte van de straf moet in een redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding, mede gelet op het nadeel dat de leerling met die straf wordt aangedaan. De school moet dus wel ijzersterke argumenten aandragen, wil zij bij een klachtencommissie staande kunnen houden dat confisquering gedurende vijf of zeven dagen proportioneel is ten opzichte van de ernst van de overtreding.
De scholierenorganisatie LAKS stelt als eis dat de schoolleiding dergelijke school­regels in het Leerlingenstatuut opneemt, zodat de medezeggenschapsorganen van hun vetorecht gebruik kunnen maken. Ik denk evenwel dat LAKS bovendien als uitgangs­punt moet kiezen dat inbeslaggenomen mobieltjes aan het eind van de schooldag moeten worden teruggegeven. En in elk geval volgt uit het advies van Van Doorne Advocaten dat leerlingen (en hun ouders!) zich met hand en tand zouden moeten verzetten tegen schoolregels waarin bij voorbaat wordt aangekondigd dat over­treding ervan met meer­daagse inbeslagname gestraft wordt: door het instellen van zo’n minimumstrafmaat wordt de eis van proportionaliteit gefrustreerd.

Zonder mobieltje is het leven ontregeld

Wes Holleman | 26-02-2009 | 3 Reacties » | permalink

De meeste mensen kunnen tegenwoordig niet meer zonder. De mobiele telefoon is de navelstreng die hen verbindt met hun sociale omgeving. Het mobieltje is cruciaal om afspraken te maken en te verzetten, om te communiceren met familie en vrienden, om te laten weten hoe laat je thuis komt, om een noodsein uit te zenden. Sommige mensen hebben thuis zelfs geen vaste telefoonaansluiting meer. Bovendien fungeert het mo­bieltje als antwoordapparaat, SMS-machien, adres- en telefoonklapper, geluidsrecor­der, fotocamera, etcetera. Wie z’n mobieltje kwijtraakt, is ontregeld en ontredderd. Toch zijn er veel scholen die niet aarzelen het mobieltje van leerlingen voor straf in beslag te nemen en het pas na een week terug te geven.
Ik kom tot deze bespiegeling naar aanleiding van die veertienjarige leerling van het Da Vinci College. Hij raakte buiten zinnen toen de school weigerde hem zijn mobieltje terug te geven dat drie dagen eerder door een leraar in beslag was genomen (BN/De Stem 19/2/2009). Op de website van deze Roosendaalse VMBO-instelling zijn de schoolregels niet gepubliceerd, maar er zijn scholen die mobieltjes zelfs afpakken als iemand zo’n apparaatje op zak heeft, ook al is het uitgeschakeld. Ik ben geen voor­stander van strafregels schrijven, maar zo’n straf verdient verre de voorkeur boven dagenlange inbeslagname van het corpus delicti. Als je iemand een week het gebruik van z’n mobieltje ontzegt, — dat is net zo onmenselijk als confisquering van z’n fiets, of z’n portemonnee, of z’n bril, of z’n sleutelbos.
Bekijk gangbare schoolregels … (PDF) 

Leerachterstand vergt extra onderwijstijd

Wes Holleman | 25-02-2009 | 4 Reacties » | permalink

Wat valt er te doen aan leerachterstanden? (a) Geef binnen de reguliere schooluren effectiever onderwijs aan leerlingen die achter lopen; (b) zorg dat ze genoeg tijd voor huiswerk vrijmaken en die tijd effectief gebruiken; (c) bied hen extra onderwijstijd buiten de reguliere schooluren in de vorm van bijles, huiswerkbegeleiding en derge­lij­ke; of (d) gun hun zo nodig extra schooljaren om de beoogde eindtermen te bereiken. Het ministerie heeft onlangs subsidie uitgetrokken voor ‘leertijdexperimenten’ ten behoeve van achterstandsleerlingen in het basisonderwijs. Men heeft daarbij op­lossing (c) voor ogen: extra onderwijstijd in de vorm van een verlengde schooldag, een verlengde schoolweek (weekendschool) of een verlengd schooljaar (zomerschool). Dit alles op basis van vrijwilligheid.
In een recent rapport (2009 p.152) stelt de Onderwijsraad dat in principe iedere leer­ling voor dergelijk door de overheid bekostigd ‘uitgebreid onderwijs’ in aanmerking moet komen, althans bij leerachterstanden op het gebied van taal en rekenen (in het basisonderwijs) en op het gebied van Nederlands, Engels en Wiskunde/rekenen (in het voortgezet onderwijs). Daarmee zouden bijlessen en huiswerkbegeleiding voor een belangrijk deel in het bekostigde onderwijs geïncorporeerd worden.
De Amsterdamse Onderwijsconsumentenorganisatie (OCO) denkt in dezelfde richting, maar dan voor een beperktere groep. In een recente brief (10/2/2009) aan de Tweede Kamer bepleit zij een ‘bijspijkerrecht’ voor leerlingen van zwakke en zeer zwakke scholen. Die leerlingen zouden volgens de OCO een strippenkaart voor extra onder­wijs op een ‘bijspijker­academie’ moeten krijgen.
Lees verder … (PDF)

Gelijke kansen: rijbewijs op school

Wes Holleman | 23-02-2009 | 2 Reacties » | permalink

Tot de eindtermen van het Vlaamse secundair onderwijs behoort dat leerlingen in het zesde leerjaar de kennis verwerven die vereist is voor het theorie-examen van het autorijbewijs. Bezit van een rijbewijs is ‘erg bepalend voor de latere participatie aan de samenleving, in de eerste plaats voor de jobkansen van onze jongeren’, aldus Kathleen van Brempt, de Vlaamse minister van Verkeer, Sociale Mobiliteit en Gelijke Kansen. Daarom krijgen leerlingen van 17 jaar of ouder dankzij de regeling Rijbewijs op School minimaal acht uur theorieonderwijs van een bevoegde rij-instructeur, waarna ze (eveneens op school) gratis het erkende theorie-examen kunnen afleggen. Deze regeling is per 1 september 2008 ingevoerd (na een succesvol proefproject in het schooljaar 2007/08).
Om hun rijbewijs te halen, kunnen leerlingen van 17 jaar of ouder vervolgens (tegen betaling van lesgeld) minimaal zes uur praktijkles bij een erkende rijschool volgen. Dat levert een voorlopig rijbewijs op. Met dat document op zak mogen ze zich onder begeleiding van een ervaren chauffeur op het praktijkexamen voorbereiden. Voor­waarde voor deze praktijkbegeleiding is slechts dat de auto voorzien is van een L-bordje, een tweede achteruitkijkspiegel en een handrem op de middenconsole.
Onlangs heeft de minister aangekondigd dat er een experimenteel project van start gaat waarin leerlingen vanaf 17 jaar of ouder ook gratis aan het praktijkexamen (en aan een daaraan voorafgaand proefexamen) kunnen deelnemen. Tevens krijgt hun praktijkbegeleider een training aangeboden, verzorgd door een erkende rijschool. Dit experiment sluit aan bij plannen om de kwaliteit van de praktijkbegeleiding te ver­hogen.

Beoordeelmijnleraar over de schreef

Wes Holleman | 21-02-2009 | 1 Reactie » | permalink

In een recente uitspraak (10/2/2009) heeft het College Bescherming Persoons­gegevens de website Beoordeelmijnleraar.nl tot de orde geroepen. De lerarenvakbond AOb vond het geen manier dat leraren in het openbaar met naam en toenaam op deze website door hun leerlingen geëvalueerd werden. Het College acht het inderdaad onrechtmatig dat Jan Alleman zomaar evaluatiegegevens over leraar X kan inzien en dat men zelfs via een zoekmachine (zoals Google) gegevens over leraar X kan raad­plegen. De webmaster heeft dit inmiddels geblokkeerd. De gegevens over leraar X zijn van nu af aan uitsluitend toegankelijk voor sitebezoekers die zich als belanghebbende van de desbetreffende school hebben laten registreren. Tot zover kan iedereen tevreden zijn.
Maar het College gaat nog een stap verder. Twee docenten van wie evaluatie­gegevens zonder hun toestemming op de website gepubliceerd waren, hadden de webmaster verzocht hun gegevens te verwijderen. De webmaster was daartoe niet bereid. Het College concludeert dat deze weigering onrechtmatig is. ‘Omdat het (…) mogelijk is anonieme beoordelingen te geven en omdat de doelgroep uit minderjarige leerlingen bestaat (…), dient de [webmaster] (…) aanvullende maatregelen te treffen om de persoonsgegevens op een behoorlijke en zorgvuldige wijze te (blijven) ver­werken’. In dat verband moet de webmaster ‘gehoor geven aan elk individueel verzoek om verwijdering van persoonsgegevens’ (p.10). De gegevens van de twee klagers zijn inmiddels verwijderd. Maar is het eigenlijk wel redelijk dat leerlingen zozeer worden gekortwiekt in de behartiging van hun belangen?
Lees verder … (PDF)

‘Brugklas bestaat alleen in naam’

Wes Holleman | 18-02-2009 | 2 Reacties » | permalink

Op vele middelbare scholen bestaat de brugklas alleen nog maar in naam. Dat con­cludeert Hanne Obbink (Trouw 16/2/2009) op basis van CBS- en IBG-cijfers. In de jaren 1960 voerde de Mammoetwet een breed brugjaar in, waarin gedetermineerd zou worden voor welk programmatype de aankomende scholier geschikt was. De programmakeuze werd dus een jaartje uitgesteld. Maar in de laatste decennia zijn de brugklassen steeds smaller geworden. In plaats van op allocatie (toeleiding naar het beste programmatype) kwam het accent op selectie te liggen: vanaf de eerste school­dag zit je in een bepaald programmatype opgesloten en als dat te hoog gegrepen is, word je aan het eind van het schooljaar naar een lager programmatype verwezen. Begin december pleitte minister Plasterk voor uitstel van de programmakeuze. Door verbreding van het brugjaar moet de allocatieve functie van de brugklas worden hersteld. Maar er zijn nogal wat tegenkrachten.
Lees verder … (PDF)

Voortijdige schoolverlaters: nieuwe cijfers

Wes Holleman | 13-02-2009 | 1 Reactie » | permalink

Het ministerie van OCW heeft onlangs nieuwe cijfers betreffende de schooluitval gepubliceerd. Na het schooljaar 2007/2008 kwamen er 48.800 voortijdige school­verlaters op de markt, tegen 54.000 na het schooljaar 2005/2006. Als target stelt men dat er na afloop van het schooljaar 2010/2011 niet meer dan 35.000 ongekwalificeer­de schoolverlaters op de markt komen. Maar dat zal nog grote inspanningen binnen het vmbo en het kort-mbo vergen: de huidige uitval uit het mbo2 beloopt 15% en uit het mbo1 zelfs 36%.
Momenteel ziet het ernaar uit dat leerlingen hun schoolloopbaan iets langer voort­zetten, zodat ze een grotere kans maken het kort-mbo af te ronden. Factoren die daartoe bijdragen zijn de invoering van de kwalificatieplicht voor 16- en 17-jarigen, strengere handhaving van de leerplichtwet en invoering van een doorlopende leerweg van vmbo naar mbo2. Ook gaat het ministerie een langere ver­blijfs­­duur in het vmbo mogelijk maken, zodat leerlingen niet ongediplomeerd in het mbo hoeven te worden gedumpt. In de toelichting van OCW wordt overigens geen gewag gemaakt van drie andere knelpunten: de drempelloze instroom in het vmbo (d.w.z. de beperkte ver­blijfs­duur in het basisonderwijs), de magere staf/student-ratio in het vmbo en mbo, en de obstakels voor het stapelen van diploma’s in het voortgezet onderwijs.
Bij analyse van de OCW-cijfers valt op dat men niet met gegevens over leeftijds­cohor­ten werkt, maar met de jaarlijkse inschrijf- en herinschrijfcijfers. Anders ge­zegd: men kiest een arbeidsmarktperspectief (de jaarlijkse druk van ongekwalificeer­de instromers) en niet een onderwijsperspectief (de kans op het halen van een arbeids­markt­kwalificatie). Mede daardoor zijn de cijfers moeilijk interpreteerbaar. In de bijlage heb ik de kerncijfers van OCW zo goed mogelijk trachten te ordenen, maar ik weet niet zeker of mijn interpretaties juist zijn.
Lees ook de bijlage (PDF)

Vrije Universiteit: taaltoets-2008

Wes Holleman | 11-02-2009 | permalink

Oktober 2008 hebben alle aankomende bachelorstudenten van de Vrije Universiteit een taaltoets Nederlands afgelegd. Getoetst werd op grammatica, spelling, formu­lering, woordenschat en zinsbouw. Van de 3550 deelnemers haalde 14% een onvol­doende. Hoe is die 14% verdeeld naar land van herkomst? Van de allochtone en buitenlandse studenten scoort 36% onvoldoende, tegen ongeveer 8% van de autoch­tone studenten. Ook studenten die na een voltooide HBO-propedeuse de universiteit binnenkomen, scoren gemiddeld slechter. Hetzelfde geldt voor studenten die van scholen uit de regio Amsterdam afkomstig zijn.
De universiteit biedt slecht-scorende studenten een gratis bijspijkercursus Nederlands aan. Met ingang van de propedeuse 2009/2010 worden ze zelfs verplicht aan die cursus deel te nemen. Uit de berichtgeving wordt niet duidelijk hoe men deze ver­plichting juridisch wil inkleden: wordt het een regulier keuzevak met bijbehorende studiepunten of wordt het een deeltentamen binnen een bestaand propedeusevak?
Bron: Onderwijsethiek.nl (13/6/2008); Persbericht VU (5/2/2009); Parool (6/2/2009).

Studiepunten cadeau

Wes Holleman | 07-02-2009 | 3 Reacties » | permalink

De tweedejaarsstudenten Geneeskunde (VU) moesten eind januari het tentamen 2V12 afleggen. Dat zou vier studiepunten opleveren (het equivalent van 112 uur studie). Maar het tentamen werd afgeblazen. De antwoorden bleken namelijk voortijdig op Blackboard, het digitale mededelingenbord van de faculteit, gepubliceerd te zijn. Wat moest de examen­commissie nu doen? Dat is nogal wiedes: er zat niets anders op dan excuses aanbieden en een nieuw tentamen op een latere datum uitschrijven. Misschien zouden studenten ook een schadevergoeding kunnen claimen. Maar de decaan heeft anders beschikt. De studenten krijgen de vier studiepunten cadeau: een soort vrij­stelling wegens overmacht.
Ik weet niet of dit droeve verhaal nog een vervolg heeft gekregen. Als de examen­commissie haar professionele opdracht serieus neemt, zal zij het besluit van de decaan naast zich neerleggen. Zij is de enige instantie die vrijstellingen mag verlenen, nadat zij via deskundig onderzoek heeft vastgesteld dat de betrokken student de stof be­heerst. De decaan is niet bevoegd vrijstellingen te verlenen of te doen verlenen. En het College van Bestuur behoort erop toe te zien dat faculteits­bestuurders hun boekje niet te buiten gaan.
Bron: Campus TV 30/1/2009; Ad Valvas 5/2/2009

Toetsing op beroepsgeschiktheid?

Wes Holleman | 06-02-2009 | 1 Reactie » | permalink

Een studente van de bacheloropleiding Bestuurskunde is chronisch ziek en heeft ten gevolge van medicijnen haar stressbestendigheid verloren. Ze moet nog twee tenta­mens afleggen en verzoekt de examencommissie om een bijzondere tentamenregeling. Ze doet dus beroep op faciliteiten waarin de Wet Gelijke Behandeling HCZ uit­drukkelijk voorziet: de universiteit moet aanpassingen doen opdat ze niet door haar handicap of chronische ziekte benadeeld wordt. In eerste instantie verzoekt ze de beide cursussen niet met schriftelijke tentamens maar met vervangende werkstukken te mogen afsluiten. De commissie weigert dat: schriftelijk tentamens zijn een essentieel element van de opleiding aangezien van afgestudeerde bestuurskundigen wordt verwacht dat ze onder tijdsdruk een schriftelijke prestatie kunnen leveren. Maar de commissie strijkt de hand over het hart en is bereid elk van beide tentamens mondeling op een door haar gekozen tijdstip af te nemen. De studente doet als stress­verlagend tegenbod: elk tentamen opsplitsen in drie (mondelinge?) deeltentamens.
Waar gaat dit geschil over? (a) De examencommissie heeft tot taak bij elke student te toetsen of de cursusdoelen in voldoende mate bereikt zijn (gelijke monniken gelijke kappen). (b) De commissie mag elke afwijkende toetswijze toestaan, zolang adequaat getoetst wordt of de student de cursusdoelen bereikt heeft. (c) De commissie meent evenwel geen afwijkende toetswijze te mogen toestaan waarvan deze studente met haar onvoldoende beroepscompetenties (stressbestendigheid) voordeel zou trekken.
De kwintessens van deze casus is volgens mij: Is stressbestendigheid of werken onder tijdsdruk een competentie die in de cursusdoelen of in de eindtermen van de opleiding is opgenomen? Zo neen, waar haalt de examencommissie het recht vandaan iemand te belemmeren het diploma te halen enkel en alleen omdat de betrokkene in dat opzicht ongeschikt zou zijn voor de beroepen waartoe de opleiding toegang geeft?
Bron: Zieke studente klaagt universiteit aan (Algemeen Dagblad 4/2/2009)