Zero tolerance

Wes Holleman | 30-03-2009 | 6 Reacties » | permalink

Volgens de landelijke voorwaarden openbaar stads- en streekvervoer mogen passagiers geen ‘hinder of overlast veroorzaken voor reizigers en/of personeel.’ Maar waar ligt de grens? Bij een zero-tolerance beleid (met torenhoge boetes voor kleine vergrijpen) loopt men het risico dat het rechtsgevoel van de passagiers wordt aan­getast, en dat kan tot onnodige escalatie leiden. Op vrijdag 23 januari 2009 hebben de controleurs van het Gemeentelijk Vervoerbedrijf (in samenwerking met de politie en het Bureau Halt) tussen 13 en 15 uur controles uitgevoerd op lijn 28. Deze buslijn loopt langs alle middelbare scholen in Utrecht-West. Er werden 17 bekeuringen uitgedeeld, en 5 taakstraffen via Bureau Halt. Het ging onder meer om de volgende vergrijpen:

  • hinderlijk gedrag (trekken, duwen, schoppen tegen deuren) (7x)
  • eten in de bus, afval deponeren (4x)
  • voeten op de bank (4x)
  • hinderlijk geluid (2x)

Maandag 23 maart werden ‘s middags en ‘s avonds opnieuw controles gehouden, ditmaal in de sneltram tussen Utrecht en Nieuwegein/IJsselstein (vervoersmaat­schap­pij Connexxion). Er werden 57 bekeuringen en 19 taakstraffen uitgedeeld. Ook hier ging het onder meer om: overlast, eten/drinken in de tram, voeten op de bank, zwart­rijden of te weinig strippen afgestempeld. Het Bureau Halt legde de jongeren als taak­straf op dat ze op hun vrije zaterdag trams en tramhaltes moesten schoonmaken. Wat eten en drinken betreft, hanteert Connexxion als huisregel: ‘Niet eten of drinken in de bus [c.q. tram]. Water is bijvoorbeeld geen probleem. Maar niet toegestaan is alles wat geur verspreidt, rommel maakt of vlekken geeft.’
Ook de HTM in Den Haag verbiedt ‘eten en drinken in bus en tram. Met name etens­waar en dranken die schade of overlast kunnen veroorzaken zijn verboden.’ Verder is het bij de HTM verboden ‘geluidsoverlast te veroorzaken: mobiel bellen, muziek luisteren, hard praten, schreeuwen en discussiëren veroorzaken vaak geluidsoverlast.’ En alle passagiers, dus ook jongeren beneden de 14 jaar, zijn ‘verplicht een legitima­tiebewijs te tonen als de [HTM-]controleur hierom vraagt.’
Bij een metrocontrole (RET) op vrijdagavond 27 januari 2009 in Rotterdam-Oost werden door de politie bekeuringen uitgedeeld voor overtreding van de Wet op de Identificatieplicht. Tussen december 2002 en maart 2003 werden er op de Stadslijn (NS-sprinter Zoetermeer) blijkbaar tevens kleding en bagage gevisiteerd. Bekeuringen werden onder meer uitgedeeld voor:

  • zitten op de leuning (5x)
  • bezit van verdovende middelen (14x)
  • bezit van verboden wapens zoals mes, pepperspray, schaar
  • belemmering van de controle (>9x)
  • belediging van conducteurs, controleurs of agenten (10x)

Reclame op school

Wes Holleman | 27-03-2009 | permalink

In 2003 besloot de gemeente Moerdijk dat er in de gemeentelijke gymzalen reclame­borden mogen worden geplaatst, althans als de scholen en sportclubs (de leden van de gebruikersvereniging) dat willen. Vlamingen die dit lezen, zullen de wenkbrauwen fronsen. Het is Vlaamse scholen namelijk verboden hun leerlingen tijdens de verplich­te onderwijs­activiteiten of via de aangeboden leermiddelen aan reclame bloot te stellen. Anders zou hun professionele objectiviteit, geloofwaardigheid, betrouw­baar­heid en onafhankelijkheid in het gedrang komen. Leraren moeten hun leerlingen immers naar de gestelde eindtermen leiden en mogen zich niet voor eenzijdige propa­ganda lenen. Maar voor Nederlandse scholen (Convenant Sponsoring 2009-2013) geldt slechts als eis dat de onderwijsinhoud niet wordt aangetast: in lesmaterialen en leermiddelen mag geen reclame worden gemaakt. Is er iets op tegen dat de plaatse­lijke RABO-bank of sportdetailhandel reclameborden in de gymzaal plaatsen? De school heeft leerplichtige jongeren onder haar hoede, van wie verwacht wordt dat zij zich tijdens de lessen ten volle voor de aangeboden leeromgeving open­stellen. Maar de school stelt externe partijen tegen betaling in de gelegenheid die leeromgeving met hun commerciële signalen te ‘verrijken’.

De school van Prem Radhakishun

Wes Holleman | 20-03-2009 | 1 Reactie » | permalink

De tien leerlingen van ‘De School van Prem’ hebben hun CITO-toets afgelegd. Of liever: acht deden de CITO-toets voor groep 8 en twee de NIO-intelligentietest. In de tien weken voorafgaand aan de CITO-toets volgden ze naast het reguliere basis­onderwijs een weekendschool: wekelijks kregen ze twee dagen bijles van het IBOS en intensieve coaching om hun zelfvertrouwen te versterken.
Van negen deelnemers was in groep 7 vastgesteld dat ze met leerachterstanden te kampen hadden: volgens de toenmalige prognose van de basisschool zouden ze naar VMBO-basis of VMBO-kader doorstromen en één leerling zou ‘t zelfs niet verder dan het Praktijkonderwijs schoppen. De tiende deelnemer had een MAVO-prognose. Het klasje van Prem laat zien dat er in één jaar veel kan veranderen. Acht van de tien deelnemers blijken een CITO- of NIO-score te hebben gehaald die hoger ligt dan de prognose (zie tabel). Het is niet te achterhalen of dat aan de inspanningen van de basisschool, of aan Prems weekendschool of aan andere factoren te danken is geweest. Maar vermoedelijk kan het succes van de twee NIO-deelnemers niet of nauwelijks aan de weekendschool worden toegeschreven.
Voor zes van de resterende acht deelnemers, allen behept met leerachterstanden, lijkt het erop dat de tienweekse weekendschool substantieel heeft bijgedragen aan hun succes op de CITO-toets. Intensieve bijles en coaching in een verlengde schoolweek, al is het slechts tien weken lang, blijkt bij vele deelnemers tot meer zelfvertrouwen en tot een hoger eindniveau op de basisschool te leiden.
Lees verder … (PDF)

Heilzame apartheid

Wes Holleman | 19-03-2009 | 1 Reactie » | permalink

Aparte klassen voor jongens en meisjes … Is dat de restauratie van een traditionele, preutse samenleving, waarin de jongens tot kostwinner en de meisjes tot zorgzame huisvrouwen moesten worden gevormd: met een Jozef- en een Mariaschool, een ambachts- en een huishoudschool, en een meisjes-HBS of MMS voor de jongedames? Nee, bericht Albert Heller (Nederlands Dagblad 16/3/2009), in de Verenigde Staten wordt steeds meer met aparte jongens- en meisjesklassen gewerkt aangezien dat betere leerprestaties oplevert. In de groepscultuur van een gemengde klas worden jongens en meisjes aan hun traditionele man/vrouw-rol gekluisterd. In het kader een gelijkekansenbeleid moeten ze van die kluisters bevrijd worden. Dat is de onderwijs­kun­dige boodschap van de NASSPE voor Single-Sex Public Education. In Nederland is de socioloog Koos Neuvel een pleitbezorger voor aparte jongensklassen.
Apartheid kan jongeren ook van hun rolgebonden loopbaankeuzes afhelpen. Je hebt jongensvakken (zoals wiskunde, techniek en sport) en meisjesvakken (zoals Neder­lands en vreemde talen). En je hebt mannen- en vrouwenberoepen. Maar in ‘single-sex’ klassen verliezen die rolgebonden voorkeuren en angsten hun dwingende kracht. Toch heeft ‘t iets raars, om ‘gender inclusion’ van het ene geslacht te bevorderen door het andere geslacht buiten te sluiten. Je moet even slikken, netzoals wanneer etnische segregatie bepleit wordt om gelijke kansen te bevorderen. Maar er zijn voorbeelden. TC Tubantia berichtte onlangs (12/3/2009) dat er volgend jaar in het Twentse VMBO meidenklassen worden gevormd om hen naar technische opleidingen van het ROC van Twente te begeleiden. Het maandblad JSW (mei 2007) meldde dat méér havo- en vwo-meisjes Informatica als eindexamenvak kiezen als ze dat in een single-sex klas mogen volgen. In 2006 kondigde de Hanzehogeschool aan dat ze een vrouwenklas in het eerste en tweede cursusjaar van de opleiding Infor­matica ging aanbieden. En omgekeerd berichtte het AOb-Onderwijsblad (30/6/2007) dat sommige PABO’s een aparte mannenklas formeren om tegenwicht tegen de feminisering te bieden.

Vrijblijvende gesprekken of serieuze assessment?

Wes Holleman | 16-03-2009 | 2 Reacties » | permalink

Minister Plasterk wil de intake van aankomende studenten in het hoger onderwijs verbeteren. Dat werd vorig jaar al aangekondigd, maar nu gaan de eerste elf pilot­projecten echt van start. Binnenkort zal dat aantal nog worden uitgebreid, meldt het ministerie in een nieuwsbericht. Het ministerie mikt op studiekeuzegesprekken om aanstaande en aankomende studenten beter voor te lichten over de studie. Maar gelukkig kiezen verscheidene deelnemende faculteiten voor intensievere matchings­procedures, waarbij de studievoorlichting wordt ingebed in studiekeuzebegeleiding. Een optimale studiekeuze vereist immers niet alleen accurate ‘externe informatie’ over de opleiding maar ook betrouwbare ‘interne informatie’ over de student zelf.
Daar komt Pauwel Jonas aan, / ‘t Is zoo’n leuke vent, / Ziet hem hogeschoolwaarts gaan, / ‘t Lijkt wel een student. Een vrijblijvend intakegesprek zal hem weinig helpen. Slechts op basis van een serieuze assessment van externe én interne informatie kan Jonas samen met de ontvangende faculteit taxeren of hij geschikt is voor de ge­ambieerde opleiding en of deze opleiding voldoende bij zijn verlangens aansluit.

Van onbesproken gedrag

Wes Holleman | 15-03-2009 | 3 Reacties » | permalink

Onderwijzer X heeft in 1996 een crime passionel gepleegd: een moord waarvoor hij geruime tijd in de gevangenis heeft gezeten (Algemeen Dagblad 27/2/2009). Terug in de maatschappij kreeg hij in 2002 opnieuw een baan in het onderwijs, op voorwaarde dat hij een justitiële Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) kon overleggen. Die werd hem verleend, aangezien er hoegenaamd geen kans op recidive was. Drie jaar later werd hem op vijftigjarige leeftijd de functie van locatiedirecteur aangeboden. Daar­toe moest hij opnieuw een VOG aanvragen. Maar de procedures waren inmiddels veranderd: de beslissing lag niet meer bij de burgemeester maar bij het Ministerie van Justitie. De VOG werd geweigerd omdat een dergelijk crimineel verleden niet binnen een ‘veilige school’ past en onverenigbaar is met de voorbeeldfunctie van onderwijs­gevenden. Hij ging in beroep bij de Rechtbank en vervolgens bij de Raad van State en daar werd hij onlangs in het gelijk gesteld: de VOG-beleidsregels uit 2004 (laatstelijk gewijzigd in 2008) zijn in principe slechts bedoeld om de samenleving tegen de risico’s van recidive te beschermen. Inmiddels zijn er kamervragen gesteld door het CDA en door de VVD. Volgens de VVD moet de regelgeving rond de VOG veranderd worden omdat ‘een beroep in het onderwijs niet te rijmen is met een moord.’
Lees verder … (PDF)

Ongelukken op gymles

Wes Holleman | 10-03-2009 | 2 Reacties » | permalink

Het aantal ongelukken op gymles is in de periode 2003-2007 fors gestegen, rappor­teert de stichting Consument & Veiligheid (C&E) in een persbericht (9/3/2009). Op het eerste gezicht moeten de gymleraren zich dat ernstig aantrekken. Of is er wat anders aan de hand?
Zou het kunnen zijn dat het aantal ongelukken constant is gebleven, maar dat alleen de registratie van ongelukken fors verbeterd is? Bijvoorbeeld dankzij de invoering van de verplichte schoolveiligheidsplannen en de verplichte risico-inventarisaties en -evaluaties (C&E 2008)? Maar neen, die verklaring valt af, want de C&E-cijfers zijn verzameld met het Letsel Informatie Systeem dat door de Eerstehulpafdeling van twaalf ziekenhuizen wordt bijgehouden.
Of zou het kunnen zijn dat het aantal ongelukken constant is gebleven, maar dat de patiëntenstromen de laatste jaren een andere bedding zijn gaan volgen? In de Twentse Courant Tubantia (21/8/2008) lees ik dat veel méér patiënten tegen­woordig rechtstreeks naar de Eerstehulppost van een ziekenhuis gaan. Vroeger ging je eerst naar de huisarts en die koos dan tussen zelf-behandelen of doorverwijzen naar een specifieke afdeling in het ziekenhuis. Als de huisarts tegenwoordig gepasseerd wordt, dan is de patiënt op de ‘triage’ van de Eerstehulppost aangewezen. Mijn voorlopige slotsom: de stichting Consument & Veiligheid mag op basis van de gegevens uit het ‘Letsel Informatie Systeem’ niet zonder meer concluderen dat het aantal ongelukken op gymles is toegenomen. De stichting zou mij pas overtuigen als ook het aandeel van de gym-ongelukken in de totale ‘omzet’ van de Eerstehulpposten zou zijn gegroeid.

Big brother in Rotterdam

Wes Holleman | 10-03-2009 | 3 Reacties » | permalink

Van de derdeklassers op Rotterdamse middelbare scholen heeft 7% in de afgelopen maand een of meer joints gerookt. Dat kan men opmaken uit gegevens van de Jeugdmonitor Rotterdam. Onder leiding van wethouder Geluk wordt dit schooljaar een aanpak ontwikkeld om bij alle middelbare scholieren via een urinemonster te testen of ze de afgelopen weken cannabis hebben gebruikt. Ook wordt getest of ze de afgelopen week andere drugs hebben gebruikt. Onlangs maakte het Gemeentebestuur in een persbericht bekend dat die drugtests met ingang van volgend schooljaar op alle scholen worden ingevoerd. Mede dankzij vragen uit de Gemeenteraad is inmiddels in grote lijnen bekend welke aanpak wethouder Geluk voor ogen heeft:
Lees verder … (PDF)

Keuzebegeleiding als topprioriteit?

Wes Holleman | 07-03-2009 | 2 Reacties » | permalink

De economen van het ROA (Universiteit Maastricht) houden regelmatig enquêtes onder gediplomeerden uit het secundair en tertiair onderwijs. Sinds 2007 wordt tevens onderzoek gedaan onder jongeren die hun opleiding zonder diploma hebben verlaten: waarom zijn ze gestopt en wat zijn ze vervolgens gaan doen? Het onderzoek wordt gefinancierd door de ministeries van Onderwijs, Landbouw en Sociale Zaken. De opdrachtgevers zijn vooral geïnteresseerd in de voortijdige schoolverlaters: hoe kunnen we bevorderen dat jongeren minimaal het diploma MBO-2, HAVO of VWO halen? Onlangs publiceerde het ROA de onderzoeksbevindingen. Verbetering van de keuzebegeleiding verdient de hoogste prioriteit, aldus de projectleider. Is dat een empirisch gefundeerde conclusie?
Lees verder … (PDF)

Zonder mobieltje (III)

Wes Holleman | 04-03-2009 | 1 Reactie » | permalink

Op sommige scholen mogen leerlingen hun mobieltje niet gebruiken om beeld- en geluidsopnames te maken en vertonen. Is zo’n categorisch verbod nodig voor de sociale veiligheid op school, of kan men ook met genuanceerder regelgeving toe? Het Centrum School en Veiligheid citeert schoolregels van het Niftarlake College (anno 2007) waarin nader wordt uitgelegd wat wel en niet mag: (a) Geluids- en beeld­opnamen mogen op de terreinen van de school of tijdens school­activiteiten alleen met instemming van betrokkene(n) gemaakt worden. (b) Beeld- of geluidsmateriaal dat onder schooltijd of tijdens schoolactiviteiten is opgenomen, mag niet worden ver­toond aan derden tenzij hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de school­leiding. (c) Overtreding hiervan kan tot verwijdering van school leiden. Welke argu­menten zou men kunnen aanvoeren ten gunste van deze genuanceerde school­regels?
Lees verder … (PDF)