Handjeklap bij de invoering van de harde knip

Wes Holleman | 31-05-2009 | permalink

Is de U.S.A. een bananenrepubliek? De Chicago Tribune (30/5/2009) bericht dat sommige aspirant-studenten die te weinig in hun mars hebben, toch worden toe­gelaten tot de openbare University of Illinois, op persoonlijke voorspraak van universiteitsbestuurders of politici. De verantwoordelijke toelatingsfunctionarissen krijgen van hogerhand te verstaan dat ze even een oogje moeten toeknijpen. Als je een kruiwagen hebt, worden de regels dus voor jou opzij gezet. In Nederland noemen we dat nepotisme, cliënt(el)isme, patronage, favoritisme en eventueel zelfs corruptie. Dat soort praktijken komt bij ons natuurlijk niet voor — hopen we.
Maar we kennen wel een geïnstitutionaliseerde vorm van handjeklap in de univer­sitaire onderwijspolitiek. De regeldruk op studenten wordt steeds verder opgevoerd. Bijvoorbeeld met de harde knip tussen de bachelor- en de masterfase. In een normaal land zouden de studentenorganisaties daartegen te hoop lopen, gezien het feit dat studievertraging een systeem­kenmerk is, onlosmakelijk verbonden met het Neder­landse universitaire onderwijs. Maar de voorlieden worden gepaaid met een uit­zonderingsbepaling: de harde knip geldt niet voor student-bestuurders en bestuurs­leden van studenten­organisaties. Zo worden diegenen die tot taak hebben de belangen van alle studenten te behartigen, over de streep getrokken. Ze worden omgekocht met de toezegging dat hun persoonlijke belangen zullen worden veiliggesteld. Totalitaire regiems doen dat minder subtiel (vakbonden worden onder staatstoezicht geplaatst), maar in feite komt het op hetzelfde neer. Door dit favoritisme ten gunste van hun belangenbehartigers, wordt de institutionele medezeggenschap van studenten tande­loos gemaakt.
Lees verder … (PDF)

Plasterk: het nieuwe leren
en de nieuwe gestrengheid

Wes Holleman | 29-05-2009 | 3 Reacties » | permalink

Woensdag gehaktdag. Jaarlijks op de derde woensdag van mei legt de regering ver­antwoording af over het gevoerde beleid. Elk ministerie, dus ook OCW, brengt op die dag zijn jaarverslag uit en de Rekenkamer publiceert tezelfdertijd haar commentaar daarop. Ook stuurt het kabinet een algemene Verantwoordings­brief naar het Parle­ment, aan de hand van de zes pijlers van het regerings­programma 2007-2011.
Gisteren debatteerde de Tweede Kamer daarover. Dat was voor PvdA-minister Plasterk een mooie aanleiding om het OCW-beleid nog eens kernachtig in een krante­artikel samen te vatten. Maar misschien had hij ook electorale bedoe­lingen: bij de verkiezingen, volgende week, is het voor de PvdA erop of eronder.
Lees verder … (PDF)

Passend onderwijs:
zorgleerlingen in enge en ruime zin

Wes Holleman | 28-05-2009 | 2 Reacties » | permalink

In het persbericht (12/5/2009) bij het Onderwijsverslag 2007-2008 van de Onderwijs­inspectie lezen we het volgende. Tenminste 300.000 leerlingen vragen speciale aandacht (10 procent van de leerlingen in het basisonderwijs en 17 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs). Deze zogenaamde zorgleerlingen krijgen niet altijd de passende hulp die ze nodig hebben. Hierdoor ontstaan achterstanden of blijven deze onnodig bestaan. Het lukt scholen steeds beter om problemen van leerlingen te signaleren, bijvoorbeeld door het gebruik van leerlingvolgsystemen. Maar dit leidt niet altijd tot effectieve acties. Zo stemt de helft van de basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs de lessen onvoldoende af op het niveau van de leerlingen. Veel basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs maken geen goed handelingsplan voor leerlingen die extra zorg nodig hebben. 40 Procent van de leerlingen met rekenproblemen in het voortgezet onderwijs zegt geen extra hulp te hebben gekregen.
Waar gaat dat persbericht in hemelsnaam over? Nagenoeg ons hele onderwijsbestel is gefundeerd in het leerstof­jaarklassensysteem. In zo’n systeem is het normaal dat 50% van de P.O.- en V.O.-leerlingen niet de hulp krijgt die ze nodig hebben. Tien resp. zeventien procent is dan een schijntje. Dat percentage is zo laag omdat de Inspectie uitsluitend de leerlingen uit het Speciaal onderwijs (5 resp. 3%) en de V.O.- leerlingen met een indicatie voor het Praktijkonderwijs (3%) of de LeerWegOndersteunende VMBO-variant (11%) tot de zorgleerlingen heeft gerekend, en in het reguliere Basis­onderwijs bovendien de leerlingen met een aangepaste ‘leerlijn’ (4%) of met een rug­zakje (1%). Grofweg gezegd gaat het dus om leerlingen die het ministerie extra geld kosten.
Het persbericht loopt vooruit op de wettelijke ‘zorgplicht’ die m.i.v. 2011 wordt in­gevoerd. Scholen moeten volgens het ministerie in onderlinge samenwerking ‘passend onderwijs’ voor zorgleerlingen garanderen, op straffe van budget­kortingen als teveel leerlingen voor de bovengenoemde ‘speciale’ voorzieningen geïndiceerd worden.
Lees verder … (PDF)

Gedwongen uithuwelijking en achterlating

Wes Holleman | 25-05-2009 | 4 Reacties » | permalink

Op 15 mei heeft PvdA-wethouder Jantine Kriens (Volksgezondheid, Welzijn en Maat­schappelijke Opvang) de Rotter­damse gemeenteraad in een brief bericht over voor­genomen maatregelen tegen gedwongen uithuwelijking en ‘achter­lating’ van leer­plichtige allochtone meisjes en vrouwen. Het gaat om jongeren die na de zomer­vakantie in hun land van herkomst zijn achtergebleven en die hun Nederlandse school­loopbaan dus blijkbaar afbreken c.q. onderbreken. In recente kamervragen zijn de kernpunten geformuleerd: wordt de schoolloopbaan in het land van herkomst voortgezet, is er soms gedwongen uithuwelijking in het spel en moet de Nederlandse overheid de betrokken jongeren tegen hun ouders in bescherming nemen? De wet­houder wil aan de scholen een sleutelrol geven. Tot nu toe zijn ze alleen verplicht om de leerplichtambtenaar te melden dat de betrokkene de leerplicht lijkt te verzuimen, waarna deze controleert of de leerplicht niet ontdoken wordt. Maar de wethouder overweegt daarnaast bij wijze van experiment een procedure in te voeren waarbij een leerling aan de school kan melden dat zij gedwongen uithuwelijking of achterlating vreest en waarbij zij de school een volmacht geeft de politie in te schakelen als zij na de zomervakantie niet op school zou terugkeren. De politie zou dan vervolgens een opsporingsonderzoek kunnen starten om te bekijken wat er aan de hand is.
Lees verder … (PDF)

De kernwaarden van onze universiteit

Wes Holleman | 20-05-2009 | 2 Reacties » | permalink

Universiteit Twente: de ondernemende universiteit. Met dit soort taglines trachten hogeronderwijsinstellingen zich als een ‘merk’ op de markt te positioneren. Het woordje ‘ondernemend’ representeert de kernwaarde waaraan de UT zich sinds enkele decennia committeert. TC Tubantia (7/4/2009) bericht overigens dat men met ‘re-branding’ doende is: men zoekt iets in de richting van Technologie ten Top. Ook de Universiteit Utrecht is met ‘re-branding’ bezig. Tot nu toe afficheert zij zich met de kernwaarden Betrokkenheid, Inspiratie, Ambitie en Samenwerking. Maar dat spreekt niemand aan. In het Ublad (14/5/2009) wordt bericht dat de universiteit haar repu­tatie wil versterken met nieuwe kernwaarden die breed herkend en gedragen worden. Want zo moet het volgens het Marketing- en PR-boekje. De geafficheerde kern­waarden moeten herkend en gedragen worden door alle stakeholders. Wil Volvo voor Veiligheid staan, dan moeten ook alle Volvo-dealers en het voltallige Volvo-personeel ervan doordrongen zijn dat ze Veiligheid moeten leveren: een ‘merk­waarde’ moet een serieuze merkbelofte zijn, die de kernwaarde(n) van het bedrijf representeert. Het gaat dus om waarden waarop alle betrokkenen elkaar moeten kunnen aanspreken.
Lees verder … (PDF)

Scheurtje in regeerakkoord (II)

Wes Holleman | 19-05-2009 | 7 Reacties » | permalink

Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft gisteren een convenant gesloten met het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel om te experimenteren met maatschappelijke stages in deze branche. Met ingang van 2011 zullen de supermarkten jaarlijks 1500 stageplaatsen bieden. In het regeerakkoord van Balkenende IV was afgesproken dat iedere middelbare scholier een onbetaalde maatschappelijke stage in het vrijwilli­gers­werk zal moeten lopen. Ook VMBO-leerlingen zouden aan deze stageverplichting moeten voldoen, naast hun reguliere beroepsstages. Maar door het ondertekenen van dit convenant heeft het ministerie het regeerakkoord opengebroken. Het kwezelige hek is van de dam: leerlingen die zaterdags als vakkenvuller een zakcent bijverdie­nen, zullen met recht eisen dat hun baantje eveneens als maat­schappe­lijke stage erkend wordt. En waarom zouden jeugdige tomatenplukkers, krullenjongens en ser­veer­sters dan geen maat­schappe­lijke stagepunten verdienen, ook al worden ze voor hun werk betaald?
Bronnen: persberichten CBL, LAKS, OCW, LNV (18/5/2009)
Tags: scheurtje in regeerakkoord

Bewijs van bekwaamheid

Wes Holleman | 18-05-2009 | permalink

Verleden zaterdag heeft mijn oudste kleinzoon het zwemdiploma A gehaald. Het eerste bewijs van bekwaamheid op zijn weg naar volwassenheid. Apetrots kondigt hij aan: ik ga door voor mijn B en C. Daarna kan hij nog drie certificaten halen. In groep 7 of 8 komt het Verkeersdiploma en vervolgens kan hij op zestien­jarige leeftijd het Theorie-examen voor de bromfiets en op z’n achttiende het Auto- of Motorrijbewijs halen. Het aardige van dit soort certificaten is dat minutieus wordt vastgesteld of je de beoogde competenties verworven hebt. Iedere deelnemer moet aan dezelfde eisen beantwoorden en in principe wordt het bewijs van bekwaamheid pas uitgereikt als je voor 100% aan die eisen voldoet. Wie een certificaat heeft behaald, mag een feestje vieren. Het is eigenlijk raar dat het Nederlandse onderwijs­bestel niet voorziet in certificaten voor basisvaardigheden op het gebied van Neder­landse taal, Rekenen en beheersing van de Engelse taal.
Lees verder … (PDF)

Ferry Haan over het studiehuis

Wes Holleman | 15-05-2009 | 2 Reacties » | permalink

Ik hou niet van vooroordelen. Ik laat me niet door geborneerde zwartkijkers op stang jagen. Onderwijsvernieuwingen moeten een kans krijgen. Maar Ferry Haan, de zij-instromer van de Volkskrant, vertelt onbevangen hoe het in de praktijk eraan toe­gaat, in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Naast de klassikale lessen is er wekelijks voor zijn vak één studie-uur verroosterd waarin de leer­lingen individueel aan hun taken werken, onder toezicht van hun docent. Niks nieuws, dat doen leer­lingen op Montessori- en Daltonscholen sinds jaar en dag. Maar in het moderne Studie­huis, bij Ferry op school, zitten 60 leerlingen in één grote ruimte en naar ver­luidt zijn er ook scholen waar 90 of 120 leerlingen bij elkaar worden gezet. De bedoeling is dat op die manier de zelfwerkzaamheid bevorderd wordt, maar bij de meesten komt daar niets van terecht. Leerlingen kunnen in het massale geroezemoes de nodige concentratie niet opbrengen. En wie het betalen kan, neemt na schooltijd z’n toevlucht tot een kleinschalig huiswerkinstituut. Maar na tien jaar studiehuis wordt op de school van Ferry nu gepraat over het plaatsen van scheidingswanden. De massale studiezalen worden opgedeeld in studielokalen voor telkens 30 leerlingen, begeleid door hun vakdocent. Terug naar de didactische, menselijke maat.
Hoe kon het zo fout gaan? Er was een didactisch concept: zelfstandig doch begeleid leren. Er was een schoolleiding die ‘zelfstandig’ verving door ‘op je dooie eentje’, die geen oog had voor groepsdynamiek en die ongekende bezuinigings­mogelijkheden vermoedde. Er was een architect die voorrekende dat al die schuifwanden erg veel zouden kosten en die betoogde dat een open studielandschap esthetisch gezien veruit de voorkeur verdiende. En er waren docenten die de consequenties niet overzagen en die het allemaal lieten gebeuren. Of debiteer ik hier blinde vooroordelen?
Bron: Maak huiswerkinstituten overbodig (De Volkskrant 13/5/2009)

Verhaalsrecht voor studenten

Wes Holleman | 14-05-2009 | 2 Reacties » | permalink

Volgens Science Guide (12/5/2009) is er geen kamermeerderheid te vinden voor het verhaalsrecht dat minister Plasterk aan studenten wil toekennen om wanprestatie van hogeronderwijsinstellingen te bestrijden. De kamerleden beseffen blijkbaar niet dat de universiteiten en hogescholen zich ontwikkeld hebben tot calculerende onder­nemingen en dat het studiecontract waarbinnen studenten moeten opereren in het afgelopen decennium steeds knellender is geworden: (a) het collegegeld is sinds 1985 bijna verdrievoudigd (van 567 naar 1620 euro), terwijl de duur van de studie­financiering tot vier jaar is teruggebracht; (b) de ‘onrendabele’ deeltijdopleidingen worden afgeschaft; (c) de selectieve propedeuse is verscherpt (onwettige taal- en rekentoetsen, BSA op basis van studietempo); (d) tentamens worden op onmogelijke tijden afgenomen; (e) het recht op herkansing van tentamens wordt beknot; (f) de geldigheidsduur van behaalde tentamens wordt drastisch beperkt; (g) studenten kunnen uitsluitend in september de masteropleiding instromen. Zo’n draconisch studiecontract wordt verdedigd omdat het de doelmatigheid zou verhogen en wan­prestatie van studenten zou tegengaan. Maar hoe zit het met de wettelijke en contrac­tuele verplichtingen van de wederpartij? Krijgen studenten ‘value for money’? De kamerleden zijn gekant tegen een verhaalsrecht, waarmee studenten zich teweer kunnen stellen tegen wanprestatie van de onderwijsinstelling. Want dat zou volgens hen in juridisering, verconsumentering en ondermijning van de ‘leergemeenschap’ ontaarden.

Collegegeld

Wes Holleman | 11-05-2009 | permalink

Het Bundesverwaltungsgericht, de hoogste bestuursrechter in Duitsland, heeft geoordeeld dat de invoering van collegegeld niet onrechtmatig is. Dat bericht Der Tagesspiegel (30/4/2009). Sinds 2006/07 wordt in het hoger onderwijs van de deelstaat Nordrhein-Westfalen collegegeld geheven: 1000 euro per jaar. Studenten hadden daartegen protest aangetekend omdat het in strijd zou zijn met het grond­wettelijke recht op onderwijs. De rechters oordelen echter dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs bij dit tarief niet in gevaar is, aangezien er aan minder­draagkrachtige studenten goede leenfaciliteiten worden geboden. Inmiddels moeten studenten in vijf Duitse deelstaten collegegeld betalen.
Volgens de meest recente OECD-statistieken (p.61) is de deelname aan het hoger onderwijs alleen in Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland en IJsland gratis, alsmede in Polen en Tsjechië (peiljaar 2004/05). Het hoogste tarief wordt gerekend in het Verenigd Koninkrijk. Daar betalen undergraduate studenten 3500 euro per jaar (anno 2008/09), maar een verhoging naar maximaal 5600 euro wordt serieus over­wogen. Nederland is tweede in de ranglijst met 1620 euro per verblijfsjaar (tarief 2009/10).