Hoofddoekverbod in Frankrijk

Wes Holleman | 21-07-2009 | permalink

Sinds 2004 is het in Frankrijk wettelijk verboden op openbare scholen religieuze symbolen te dragen. Dit verbod sluit aan bij het grondwettelijke beginsel in Frankrijk dat de Staat in religieuze kwesties neutraal behoort te zijn (de zogenaamde Laïcité). Volgens enkele Franse moslim-ouders is dit hoofddoekverbod echter in strijd met het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. Zij hebben hun klacht voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.
Artikel 9 van het Verdrag luidt: 1) Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onder­houden van geboden en voorschriften. 2) De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onder­worpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn: (a) in het belang van de openbare veiligheid, (b) voor de bescher­ming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of (c) voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
De Franse Staat stelt dat het hoofddoekverbod op openbare scholen noodzakelijk is om de openbare orde (b) en de rechten en vrijheden van anderen (c) te beschermen. Blijkbaar hebben de klagers naar het oordeel van het Hof geen goede argumenten aangedragen om die stelling te weerleggen. Het Hof heeft hun klacht onontvankelijk verklaard: de rechters zijn dus niet bereid zich uit te spreken over de vraag of het hoofddoekverbod in strijd is met het Europees Verdrag.
Bron: Persbericht EHRM 17/7/2009; Dépêches de l’Education 20/7/2009.

Juf, hartelijk dank!

Wes Holleman | 20-07-2009 | 2 Reacties » | permalink

Lezeres Mummy vraagt zich in Times Online af: is het normaal dat de klasse­vertegenwoordiger aan het eind van het schooljaar met de pet rondgaat om een afscheidscadeau voor de juf te bekostigen? Op de school van haar kinderen wordt door de oudercommissie een jaarlijks richtbedrag van 25 pond (29 euro) per gezin genoemd, dat in cadeaubonnen aan de juffen en meesters wordt aangeboden. Onder­wijsredacteur Sarah Ebner houdt een kleine lezersenquête. Nee, dat is niet normaal: 70% van de Britse respondenten wordt niet met een richtbedrag geconfronteerd. Bij de overigen ligt het richtbedrag meestal in de buurt van de 5 of 10 pond, doch de meesten vinden 10 pond al buitensporig veel. Maar het is op Britse basisscholen dus heel normaal dat de leerkracht aan het eind van het schooljaar (en soms ook met kerstmis) een substantiële attentie van de leerlingen of hun ouders krijgt.
Gegeven deze gewoonte, is het begrijpelijk dat men een kleine, anonieme financiële bijdrage prefereert boven een ongebreidelde stroom van bonbons, flessen wijn, koffiemokken-met-opdruk, sierkaarsen etcetera. Door de gevers te anonimiseren voorkomt men dat het geven van dure cadeautjes als een verplichting wordt ervaren en dat leerlingen (of hun ouders) elkaar in vrijgevigheid menen te moeten over­troeven. Ook ondervangt men zodoende het risico dat bij ouders het idee postvat dat onderwijsgevenden omkoopbaar zijn of dat hun kinderen zouden worden achter­gesteld als ze niet met cadeautjes over de brug komen.
Maar uit de lezersreacties blijkt dat vele ouders het beter zouden vinden als die cadeaubonnen helemaal worden afgeschaft en dat kinderen gewoon een mooie tekening voor de juf maken. Ik zou zeggen: leg in de schoolregels vast dat de professionals in principe geen giften of geschenken mogen aannemen, maar dat de klassevertegenwoordiger eventueel namens de klas een bos bloemen mag over­handigen, zolang de waarde daarvan niet meer dan tien euro bedraagt.
Bron: Times Online 18/6/2008, 18/7/2009a, 18/7/2009b.
Tags: Professioneel integriteitsbeleid; Schoolkosten.

Schoolzwemmen in Vlaanderen

Wes Holleman | 18-07-2009 | 2 Reacties » | permalink

De Noord-Brabantse gemeente Dongen heeft haar subsidie voor het schoolzwemmen wegbezuinigd (BN/DeStem 18/7/2009). Het is immers geen wettelijke taak van de gemeente. Zwemles is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders, licht een OCW-woordvoerder toe (De Volkskrant 17/7/2009): leren zwemmen behoort niet tot de kern­doelen van het Nederlandse basisonderwijs.
In Vlaanderen is dat anders. Daar is deze vaardigheid uitdrukkelijk in de eindtermen opgenomen: de leerlingen kunnen ongeremd en spelend bewegen in het water (1.24), voelen zich veilig in het water en kunnen zwemmen (1.25). Iedere Vlaamse basis­scholier heeft recht op één jaar gratis schoolzwemmen.
Uit een factsheet van de Nijmeegse GGD (2005) blijkt hoe belangrijk het school­zwemmen is: 7% van de leerlingen in groep 7 heeft nog geen zwemdiploma, op scho­len met veel achterstandsleerlingen is dat 18%, en van de Turkse en Marokkaanse leerlingen in groep 7 heeft zelfs 28% resp. 45% geen zwemdiploma. Van alle deel­nemers aan het school­zwemmen (waaronder 38% die al een A- en/of B-diploma op zak hadden) haalt 55% alsnog een A- en/of B-diploma (11% A, 41% B en 3% A+B).
Lichamelijke opvoeding, onderwijs in de expressievakken en Engelse les wordt in Nederland onmisbaar geacht voor iedere basisscholier. Maar het verwerven van een cruciale ‘survival skill’ zoals zwemmen, dat mag gerust op de hard­werkende ouders worden afgewenteld, in de schaarse tijd die hun rest naast baan en huishouden.

Moriaantje zo zwart als roet

Wes Holleman | 17-07-2009 | 1 Reactie » | permalink

Ze was leerling-verzorgster in een bejaardentehuis, in het kader van de driejarige MBO-opleiding Verzorging. Vier dagen per week zette ze zich voor de bewoners van het zorgcentrum in en de vijfde dag ging ze naar school. Ze had het niet gemakkelijk, want vanwege haar huidskleur werd ze door bewoners gediscrimineerd. Haar ouders komen namelijk uit Burundi, het voormalige oorlogstoneel van de Hutu’s en Tutsi’s. Haar begeleider op het werkadres deed z’n best, maar te pas en te onpas liet hij zich ontvallen dat ze toch wel uitermate zwart is. Ze moet begrijpen dat bewoners daarvan schrikken. Dat soort opmerkingen schoten haar in het verkeerde keelgat. Het leek wel of hij het racistische gedrag van de bewoners vergoelijkte en de bal naar haar terug­kaatste: je moet leren incasseren. Naar haar gevoel maakte hij zich zodoende ook van zijn kant aan discriminatie schuldig. Ze praat daarover met haar trajectbegelei­der op school, die haar aanraadt het probleem bij haar werkgever aan te kaarten.
Zo gezegd zo gedaan, en uiteindelijk verzoekt zij de landelijke Commissie Gelijke Be­handeling een objectief oordeel te geven. Deze concludeert dat zowel het zorg­centrum als het ROC in procedureel opzicht tekort zijn geschoten. Het zorgcentrum had als werkgever de geëigende klachtenprocedure moeten volgen en had haar niet als een lichtgeraakte chicaneur mogen wegzetten. Maar ook de ROC-begeleider gaat volgens de Commissie niet vrijuit. Het ROC heeft een zorgplicht jegens zijn studenten en is contractpartij in de beroepspraktijkvorming die door het leerbedrijf geboden wordt. Uit dien hoofde moet het ROC erop toezien dat studenten op hun werkadres niet gediscrimineerd worden. En op z’n minst had de ROC-begeleider zich ervan moeten vergewissen of de klacht van de studente op behoorlijke wijze door het leer­bedrijf werd afgehandeld.
Bron: CGB-adviezen 2008-154 en 2008-153.

Tweede Kamer: studenten vogelvrij

Wes Holleman | 14-07-2009 | 4 Reacties » | permalink

Op 2 juli jongstleden heeft de Tweede Kamer zich akkoord verklaard met het Judicium Abeundi. Het gaat om het wetsvoorstel Versterking Besturing (31821), dat nu op het fiat van de Eerste Kamer wacht. Het judicium abeundi houdt in dat een universiteit of hogeschool iemand mag heenzenden, als hij door zijn gedragingen of uitlatingen blijk heeft gegeven van ongeschiktheid voor de deelname aan praktijk­onderdelen van de opleiding en/of voor de uitoefening van één of meer beroepen waartoe hij wordt opgeleid. Het primaire doel is studenten te verwijderen die zich tijdens hun studie ernstig misdragen jegens patiënten, cliënten, proefpersonen, interviewees, opdrachtgevers, klanten of eventueel ook jegens medestudenten, personeelsleden of stagebedrijven. De universiteit of hogeschool heeft een zorgplicht tegenover de genoemde partijen en moet hen uit dien hoofde beschermen tegen ernstige schade ten gevolge van misdragingen van studenten die onder haar verantwoordelijkheid opereren. Wie in dat opzicht ongeschikt is voor praktijk­onderdelen van het studieprogramma, kan dus uit de opleiding worden verwijderd. Daar zit wat in, maar door de ruime formulering van de voorgestelde wets­bepalingen is in wezen iedere student vogelvrij.
Lees verder … (PDF)

Voor schut gezet

Wes Holleman | 12-07-2009 | permalink

CASUS A. Het is woensdagochtend 8:35 uur. De teamleider heeft een werkoverleg met zijn twaalf teamleden. Een van de collega’s komt vijf minuten te laat binnen. De teamleider roept schamper: zijn er nog meer collega’s die moeten uitslapen? De laatkomer geeft hem van repliek: sorry dat ik te laat ben, maar van dit soort in­timiderende insinuaties ben ik niet gediend.
CASUS B. Het is nog steeds woensdagochtend 8:35 uur. Leerling X (groep 8) komt vijf minuten te laat het lokaal binnen. De juf richt zich schamperend tot de klas: zijn er nog meer kinderen die moeten uitslapen? De ouders van X komen na schooltijd protesteren: u heeft onze zoon ten overstaan van de klas voor schut gezet, van dit soort intimiderend gedrag zijn wij niet gediend.
Het bezoek van de ouders escaleert zodanig dat de leerkracht aangifte doet wegens lokaalvredebreuk en belediging. Het O.M. ziet geen reden om te seponeren. Maar de politierechter heeft begrip voor de verontwaardiging van de ouders. Zij oordeelt hen weliswaar schuldig aan het ten laste gelegde maar legt hun geen straf op. Zij over­weegt daarbij dat de leerling al lange tijd aan pesterijen van klasgenoten blootstond en dat het vernederende leraarsgedrag de druppel was die bij de ouders de emmer deed overlopen. De politierechter gaat er blijkbaar van uit dat elfjarige leerlingen van een professionele leerkracht mogen verwachten dat zij met evenveel respect bejegend worden als volwassenen normaliter aan elkaar verschuldigd zijn. Het is nog niet bekend of het O.M. tegen dit vonnis in beroep gaat.
Bron: AD 10/7/2009
Tags: Boze ouders (in Twente en in Noord-West Frankrijk)

Beroepsopvattingen van leraren

Wes Holleman | 11-07-2009 | permalink

Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft onlangs een rapport uitgebracht over de beroepsopvattingen van leraren in het voortgezet onderwijs. Het SCP constateert dat steeds minder leraren op stevige vakinhoudelijke expertise kunnen bogen. De eerste­graadsleraren gaan met pensioen en lager opgeleide collega’s komen ervoor in de plaats.
Gesteld dat leraren de volgende enquêtevraag kregen voorgelegd: Welke leraars­competenties zijn volgens u on­ontbeerlijk voor goed onderwijs? A. Vakinhoudelijke (en vakdidactische) competentie; B. Algemeen-didactische, interpersoonlijke, peda­gogische en organisatorische competentie; C. Beide. Het SCP heeft het angstige vermoeden dat steeds meer leraren en lerarenopleiders voor antwoord B kiezen. Dat geldt in elk geval voor de leraren die (soms) les geven in vakken waarvoor ze on­bevoegd of onderbevoegd zijn (p.75): zij vinden dat ze qua bekwaamheid voldoende voor die taken zijn toegerust. Maar het is misschien ook maar net hoe je de vraag formuleert. Er zullen slechts weinige leraren zijn die durven te ontkennen dat vak­inhoudelijke (en vakdidactische) competentie onmisbaar is voor het beoordelen van de schoolprestaties van leerlingen en voor het geven van feedback op hun geleverde prestaties. Het SCP concludeert dat leraren een goede balans tussen A- en B-competenties moeten nastreven.
Lees verder … (PDF)

Grootschalige fraude?

Wes Holleman | 10-07-2009 | 2 Reacties » | permalink

Hans Spekman, fraudespecialist van de PvdA-fractie, is malversaties op het spoor rond de prestatiebeurs voor uitwonende MBO- en H.O.-studenten. Iedereen weet dat de regeling zeer fraudegevoelig is: je kunt maandelijks 167 euro extra studietoelage toucheren als je bij het Gemeentelijk Bevolkingsregister meldt dat je niet meer bij je ouders maar bij je tante op kamers woont. Niemand weet in hoeveel gevallen dit schijnverhuizingen zijn. Maar Hans Spekman heeft in zijn glazen bol gekeken. Daaruit bleek hem dat misschien wel zo’n 16% van de prestatiebursalen fraudeert. Ik denk dat hij na die spiritistische seance informeel contact met zijn partijgenoot, minister Ronald Plasterk, heeft opgenomen en dat ze samen hebben afgesproken op 8 juli de volgende acties te ondernemen: (a) Hans publiceert het ‘breaking news’ op de PvdA-site. (b) Ronald maakt tegelijkertijd via een nieuwsbericht bekend dat het ministerie hard werkt aan de bestrijding van deze fraude. (c) Dennis Naaktgeboren (De Tele­graaf) wordt ingeseind om het volk met veel ophef kond te doen van de berichten van Hans en Ronald. (d) Hans stelt in de loop van diezelfde dag kamervragen aan Ronald, waarin opheldering wordt gevraagd over het artikel van Dennis. Maar waar gaat het nou helemaal over?
Lees verder … (PDF)

Zero defects

Wes Holleman | 06-07-2009 | 2 Reacties » | permalink

Een zij-instromer in de leraarskamer: hij kijkt met een frisse blik naar ons onderwijs en stelt kritische vragen. Waarom zitten er zoveel slimme leerlingen in mijn HAVO-klas, vroeg Ferry Haan zich vorig najaar af. Inmiddels weet hij het antwoord (De Volkskrant 1/7/2009). Als leerlingen in het VWO dreigen te blijven zitten, worden ze naar de HAVO verwezen. Dat is goedkoper en het verfraait de Opbrengstenkaart van de school, die door de onderwijsinspectie wordt bijgehouden. Ferry heeft het vermoeden dat er in het VWO te streng geselecteerd wordt, waardoor talent verloren dreigt te gaan. Zou het niet in het belang van (sommige) VWO-leerlingen zijn als ze gewoon een jaartje mochten doubleren?
Deze vraag bleek bij de Volkskrantlezers levendige reacties op te roepen. Er kwam een professionele discussie op gang. Niet alleen over het recht op zittenblijven, maar ook over de voor- en nadelen van het leerstofjaarklassensysteem. Oudgediende Stuijt breekt een lans voor de Nulfoutenmethode die bij maakopdrachten wordt toegepast. Je krijgt pas een voldoende eindbeoordeling als het afgeleverde product ‘zero defects’ bevat. Iedere leerling krijgt dus bij wijze van spreken een tien, maar voor de ene zal dat meer revisies (en dus een langere doorlooptijd) vergen dan voor de andere. Bij leertaken staat deze kwaliteitsstrategie als Mastery Learning (Beheersingsleren) te boek: de docent is pas tevreden als de leerling het leerdoel voor 100% bereikt heeft. Is dat utopische prietpraat? Nee, onder bepaalde voorwaarden is zo’n didactische strategie zeer efficiënt. Maar daartoe moet men wel ruimte maken voor verschillen in leertempo, en geen tijd verspillen aan het doubleren van leertrajecten die reeds met succes voltooid zijn.

Trouw: vierluik over zorgleerlingen

Wes Holleman | 05-07-2009 | permalink

Onderwijsredacteur Hanne Obbink (dagblad Trouw) heeft een prachtig vierluik gemaakt over zorgleerlingen in het voortgezet onderwijs. De serie ging over leerweg­ondersteunend onderwijs in het VMBO (15/6, 19/6/2009), zorgadvies­teams (19/6) en reboundvoorzieningen (26/6). Het slotstuk (2/7) ging over de heilige koe van de start­kwalificatie. Daarin kwamen Ton Eimers en Karel Visser aan het woord, de auteurs van de brochure De Rafelrand van het Beroepsonderwijs: Afhechten (februari 2009).
Eigenlijk heeft Karen Zandbergen (Trouw 2/7/2009) er een vijfluik van gemaakt. Zij bericht over de wijziging van de AWBZ die dit jaar ingaat: passend onderwijs wordt bemoeilijkt nu de rugzakjes van zorgleerlingen worden leeggezogen.