Een taal- en rekentoets voor leraren?

Wes Holleman | 04-12-2009 | 2 Reacties » | permalink

Het kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA) bepleit dat alle zittende leraren een taal- en rekentoets afleggen (De Telegraaf 2/12/2009). De vice-voorzitter van CNV-Onderwijs wil hem niet afvallen, maar geeft prioriteit aan een toets voor zittende leraren Nederlands en Wiskunde in het voortgezet onderwijs. Waarom die koudwatervrees?
Van Dijk kan drie goede argumenten ten gunste van zijn voorstel aandragen. a) Met name van de leerkrachten in het basisonderwijs mag worden verwacht dat ze goed zijn in taal en rekenen, dus er is alle reden hun vakbekwaamheid op dat gebied perio­diek te evalueren en zonodig te verbeteren. b) Van iedere leraar in het voortgezet onderwijs mag worden verlangd dat ze hun leerlingen ‘onderdompelen’ in de Neder­land­se taal en hen helpen hun basisvaardigheden op het gebied van taal en rekenen te onderhouden en uit te breiden, bijvoorbeeld door hen op taal- en rekenfouten te attenderen en van hen te vragen deze te herstellen. c) Scholen hebben tot taak van iedere leraar een bekwaamheidsdossier bij te houden en het ligt dan voor de hand dat daarbij ook de bekwaamheid op het gebied van taal en rekenen bewaakt wordt.
De vice-voorzitter van CNV-Onderwijs kan echter tegenwerpen: aa) Een taal- en rekentoets voor zittende leerkrachten in het basisonderwijs is als een kanon om op een mug schieten (wat ze op de pabo geleerd hebben, zullen ze niet gauw meer vergeten). bb) Taal- en rekenvaardigheid behoren niet tot de wettelijke bekwaam­heids­eisen voor leraren in het voortgezet onderwijs.
Lees verder … (PDF)

De nieuwe schoolstrijd

J. Jeronimoon | 01-12-2009 | 1 Reactie » | permalink

Vorige maand om een uurtje of acht rinkelde de deurbel. Met een paar euro’s in de hand opende ik de voordeur. Rond deze tijd van het jaar is het immers een komen en gaan van mensen met een collecte voor goede doelen van allerlei aard. Het was echter geen collectebus doch een Petitie, of ik die even wou tekenen. Nu ben ik van het ras mensen die graag weten waar ze hun handtekening voor zetten. Ik vroeg de man binnen om mij een en ander duidelijk te maken. Het ging over de oprichting van een nieuwe school. Er is alleen bijzonder onderwijs bij ons in de gemeente en dat vonden ze een beetje te weinig van het goede. Met Artikel 23 in de hand eisen de verenigde ouders de oprichting van een openbare school. Zij willen de vrijheid om te kunnen kiezen voor openbaar onderwijs en aangezien dat in de gemeente niet voorhanden is, hadden ze besloten om met een petitie in de hand alle gezinnen te bezoeken en te vragen om steun voor de ‘vrijheid van onderwijs’. Zo eindigde, nogal theatraal, zijn betoog.
Vorige week is de petitie, ondertekend door een paar duizend mensen, overhandigd aan onze burgervader, die voor de gelegenheid zich getooid had met de ambtsketting. Geflankeerd door de wethouder van onderwijs, beloofde hij het probleem van het openbaar onderwijs op de volgende raadsvergadering te agenderen. Maar ten afscheid stipte hij nog fijntjes aan, dat het doel van de grondwettelijke ‘vrijheid van onderwijs’ niet zozeer is dat onderwijsvragers voldoende keuzevrijheid krijgen, maar veeleer dat onderwijsaanbieders de vrijheid krijgen eigen scholen te stichten. Opgetrokken wenkbrauwen staarden hem aan, maar op de belofte dat hij zijn best ging doen, droop de kleine delegatie af.
Lees verder … (PDF)

CBHO volhardt in gerechtelijke dwaling

Wes Holleman | 26-11-2009 | 3 Reacties » | permalink

Ik heb het al eerder over die pedofiele student gehad. Hij is onlangs ten tweeden male door het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs geblokkeerd in zijn wens Pedagogiek te gaan studeren aan een openbare universiteit. Vorig jaar kreeg de Universiteit Leiden gelijk in haar weigering (vonnis 20/6/08) en onlangs werd ook de Universiteit Utrecht in het gelijk gesteld (vonnis 16/11/09). De kern van de zaak is of een student de toegang kan worden geweigerd ook al ‘staat de inschrijving voor hem open’ (art. 7.37 WHW). Het CBHO hanteert een grammaticale wetsinterpretatie: als de inschrij­ving openstaat, dan mág hij worden ingeschreven maar heeft hij nog geen récht op inschrijving. Daarmee legt het CBHO de tekst van de toenmalige Memorie van Toelichting naast zich neer, met het argument dat ‘de toelichting bij de bepaling niet [kan] leiden tot een uitleg die zich niet met de bewoordingen [van de bepaling zelf] verdraagt.’ Ik acht het veel plausibeler dat de toenmalige wetgever met ‘de inschrijving staat open’ het recht ingeschreven te worden en niet zoiets als inschrijf­baarheid of toelaatbaarheid bedoelde. Taalkundig is men geenszins verplicht ‘de inschrijving’ op te vatten als de inschrijfhandeling (waartoe de instelling weliswaar gerechtigd is maar die zij niet hoeft te volvoeren als haar belang daardoor geschaad wordt).
Zoals aangekondigd in de kop van dit blogbericht, meen ik hier van een gerechtelijke dwaling te moeten spreken. Ik bezig dit zware verwijt niet alleen omdat het CBHO een plausibele wetshistorische interpretatie (de tekst van de toenmalige MvT) afwijst, maar ook omdat het Utrechtse vonnis voorbijgaat aan het wetsontwerp 31821 dat de Eerste Kamer op 21/22 december hoopt te behandelen. Het nieuwe artikel 7.42a beoogt een limitatieve opsomming te geven van de gronden waarop een instelling de toelating mag weigeren. Het CBHO legt die weigeringsgronden naast zich neer, omdat toetsing aan ‘mogelijk komend recht’ tezeer aan de rechtszekerheid van de instellingsbesturen zou afdoen. Daarmee suggereert het CBHO ten onrechte dat het actueel geldende recht reeds criteria biedt waaraan de rechtmatigheid van een weigering kan worden afgemeten. Het enige splintertje geldend recht waarop het CBHO kan bogen, is zelfgenoegzame jurisprudentie: zijn eigen Leidse vonnis uit 2008 (toen van artikel 7.42a nog geen sprake was).
Lees verder … (PDF)

Een juridische gids voor leerlingen

Wes Holleman | 23-11-2009 | 2 Reacties » | permalink

Wat is het doel van burgerschapsvorming? Moeten leerlingen in dat verband ook bewust worden gemaakt van hun rechten en plichten in een rechtsstaat? Die vraag kwam in een eerder blogbericht aan de orde. Blijkens een beleidsbrief (2006 p.50) rekende Frank Vandenbroucke, de vorige Vlaamse onderwijsminister, de voorlichting van scholieren over hun rechten en plichten tot de burgerschapsvorming.
In die beleidsbrief kondigde hij een Leerlingenstatuut aan dat voor heel Vlaanderen kracht van wet zou krijgen. Maar de Onderwijsraad (VLOR 2007) vond dat geen goed idee: de rechten en plichten van burgers in het algemeen en van scholieren in het bijzonder staan in allerlei verschillende wetten, regelingen en verdragen. Die kunnen niet zomaar van hun context ontdaan worden. Het is prima om een juridische gids te maken, maar geef deze geen kracht van wet. Verwijs in die gids naar de desbetref­fen­de rechtsbronnen en pas deze zonodig aan als de rechten en plichten van scholieren onvoldoende gecodificeerd zijn. En zo is geschied: vorige week heeft het Vlaamse onderwijsministerie de nieuwe juridische Gids voor middelbarescholieren uitgebracht.
Laten we eens kijken wat er gezegd wordt over zes rechtsvragen die de afgelopen maanden op Onderwijsethiek.nl naar voren zijn gekomen: a) kledingvoorschriften zoals het hoofddoekverbod; b) slechte werkomstandigheden; c) privacy­bescherming; d) collectieve straffen; e) inbeslagname van een mobieltje; en f) onprofessioneel handelen en buiten­professionele relaties.
Lees verder … (PDF)

Sinterklaas

Wes Holleman | 19-11-2009 | 1 Reactie » | permalink

Mijn zesjarige kleinzoon belde om ons deelgenoot te maken van het geheim dat hem zojuist geopenbaard was over het aardse bestaan van Sinterklaas. We hebben beloofd het tegen niemand te zeggen, en zeker niet tegen zijn zusje, dat tien minuten jonger is dan hij. De ministers Ter Horst (BIZA) en Plasterk (OCW) moeten zich eveneens op de Goedheiligman bezinnen: ze ontvingen gisteren kamervragen van het CDA over het feit dat de Amsterdamse Sint zijn christelijke afkomst verloochent: hij heeft het kruis op zijn mijter door het drievuldige stadswapen vervangen. Op Antwerpse scholen zijn ze daar heel principieel in, bericht Petra Noordhuis (ND 13/11/2009), want in de Scheldestad is het dragen van religieuze symbolen op openbare scholen verboden. Hoe zit het trouwens met die bisschoppelijke baard? Valt dat niet onder het wettelijk verbod op gelaatsbedekkende kleding dat het Nederlandse onderwijs vorig jaar door het kabinet Balkenende in het vooruitzicht is gesteld?
Maar alle gekheid op een stokje! Heb je de intocht in Schiedam verleden zaterdag op TV gezien? In mijn tijd was dat een plechtige processie: de Sint te paard, omgeven door enkele Pieten en gevolgd door de plaatselijke fanfare. Maar tegen­woordig is het een carnavaleske optocht waarin ontelbare Pieten en potsenmakers de boventoon voeren. En presentatrice Dieuwertje Blok maakt er eigentijds TV-vermaak van, met warrige verhaallijnen over pakjes die waterschade hebben opgelopen, het Grote Boek dat kwijt is, en een ZielePiet die zijn Meester in zeven sloten geleid heeft. Kortom: een zenuw­slopende TV-show tegen de achtergrond van een opgefokt Sinterklaasfestival van de Schiedam Promotion. Niet geschikt voor kinderen onder de zes jaar. Mijn kleuters worden er dood-nerveus van, klaagt Monique Abels op Omroep.nl.

Internationalisering met kostenbesef

Wes Holleman | 18-11-2009 | 4 Reacties » | permalink

Het ontbreekt de scholen aan doelmatigheidsbesef. De beschikbare middelen worden niet efficiënt gebruikt en daardoor staan de prestaties in geen verhouding tot de kosten. Dat zegt de Onderwijsraad in het adviesrapport Naar Doelmatiger Onderwijs (13/11/2009). De Raad kiest dus een bedrijfseconomisch perspectief. Maar in zo’n perspectief moet men de school ook voldoende ruimte laten in de keuze van de doel­groep die zij wil bedienen en van de leerdoelen die zij wil bereiken. Efficiënt werken is prioriteiten stellen. Als men de school met te hoge en tegenstrijdige prestatie-eisen opzadelt, wordt haar doelmatigheidsbesef in de kiem gesmoord. Zolang de overheid bij het stellen van prestatie-eisen geen enkel kostenbesef aan de dag legt, worden scholen gedwongen ondoelmatig voort te modderen.
Neem nou het overheidsbeleid betreffende de internationalisering van het onderwijs. Onlangs bracht het kabinet een beleidsreactie over De Toekomst van Mobiliteit van Lerenden (6/11/2009) uit. Als prestatiedoel wordt gesteld dat zoveel mogelijk leerlingen en studenten een tijd lang in het buitenland verblijven. Maar over de kosten ervan wordt nauwelijks gerept.
Lees verder … (PDF)

Ontslag wegens relatie met leerling

Wes Holleman | 16-11-2009 | 5 Reacties » | permalink

CAMPUS TV: Een economieleraar (29 jaar) is ontslagen wegens zijn relatie met een minderjarige vrouw (17 jaar), een leerling van zijn school.
CAMPUS TV: De aanleiding tot het ontslag was een klacht van haar ouders, nadat was gebleken dat zij tijdens of na die relatie zwanger was geraakt.
TELEGRAAF: Volgens de betrokken leraar kan zijn intieme omgang met de leerling geen gegronde reden voor ontslag zijn, aangezien die relatie zich buiten het school­seizoen afspeelde: hij mag toch zelf beslissen wat hij in zijn vrije tijd doet?
ALGEMEEN DAGBLAD: De leraar is ontslagen omdat hij een intieme relatie met een 17-jarige leerling had, maar hij ontkent dat hij een seksuele relatie met haar heeft gehad.
PAROOL: Volgens de leraar treft hem geen blaam omdat de relatie met de leerling (die inmiddels in de zesde klas zit) buiten schooltijd is ontstaan.
ALGEMEEN DAGBLAD: De leraar heeft volgens de school misbruik van zijn gezag gemaakt [en als ik het AD-bericht goed begrijp heeft de school op grond daarvan ook aangifte bij de politie gedaan].
Lees verder … (PDF)

Een lerende organisatie

J. Jeronimoon | 12-11-2009 | permalink

Met enige regelmaat word ik door onderwijskundigen, veranderingsdeskundigen en organisatieadviseurs gewezen op de zegeningen van wat zij noemen ‘de lerende organisatie’. Op mijn wedervraag wat dat dan wel mag zijn, de lerende organisatie, blijft het meestal oorverdovend stil, tot vorige week. Een onderwijsorganisatie­adviseur monsterde mij een ogenblik om dan met veel omhaal te antwoorden dat een lerende organisatie een organisatie is die in staat is om te leren van z’n fouten. In het volgende half uur werd ik op de hoogte gebracht van organisatiemodellen, zowel verticale als horizontale, voorwaarden, procedures en protocollen die zowel de kwaliteit als de effectiviteit van de organisatie moesten borgen en de mogelijke controles die de borging moesten borgen. Eerlijk waar, ik heb nog nooit in tijd van een half uur zoveel ontkenning van de menselijke factor binnen een professionele onderwijsorganisatie mogen aanhoren. Deze menselijke factor wil ik hier belichten.
Lees verder … (PDF)

Ferry Haan over zelfstandig werken

Wes Holleman | 10-11-2009 | 1 Reactie » | permalink

In de middelbareschoolklas van de zij-instromer Ferry Haan (De Volkskrant 4/11/2009) zitten grofweg drie soorten leerlingen: (a) de leerlingen die hun taken goed weten te plannen en zelfstandig weten uit te voeren zonder een beroep te hoeven doen op een huiswerkinstituut, (b) degenen wier gebrek aan planningsvaardigheid, zelf­discipline en concen­tratievermogen wordt opgevangen door een huiswerkinstituut en (c) de underachievers die de begeleiding van een huiswerkinstituut nodig hebben maar die dat niet kunnen betalen. Hij vindt het asociaal dat kinderen van minder draag­krachtige ouders (categorie c) dus minder kansen hebben om hun diploma te halen. Daarom stelt hij voor, het reguliere onderwijs zodanig in te richten dat het niet zo’n zwaar beroep doet op planningsvaardigheid, zelfdiscipline en con­centratie­vermogen van de leerling. Zorg dat de school de functies van het huiswerkinstituut overneemt. Om de merites van dit voorstel af te wegen, moeten we kijken naar het profiel van de drie groepen leerlingen die door Ferry Haan onderscheiden zijn.
Lees verder … (PDF)

Is homoseksueel gedrag zondig?

Wes Holleman | 07-11-2009 | 5 Reacties » | permalink

Is seksuele omgang met iemand van hetzelfde geslacht volgens u zondig? Dat vroeg een leerling aan een orthodox-christelijke leraar. Deze was geneigd de vraag bevestigend te beantwoorden. Maar hij slikte zijn antwoord nog net op tijd in, want voor je ’t weet heb je de Onderwijsinspectie aan je broek.
Volgens minister Plasterk kan de kwalificatie ‘zondig’ (of het arabische equivalent ‘haram’) namelijk als belediging van homoseksuelen worden opgevat. Dat staat haaks, aldus de minister, op het overheidsstandpunt waarin de sociale acceptatie van homoseksuelen centraal staat. Daar staat tegenover, gaat de minister voort, dat iemand homoseksuele relaties mag afwijzen. Dat behoort tot de vrijheid van menings­uiting en van godsdienst. Of iemand met de kwalificatie ‘zondig’ de wettelijke grenzen overschrijdt, is volgens de minister ter beoordeling aan de rechter of aan de Com­missie Gelijke Behandeling, op basis van een aangifte of klacht. Daarnaast heeft de Onderwijsinspectie een taak op dit gebied: zij moet toetsen of een school vol­doende bijdraagt aan de sociale acceptatie van homoseksuelen.
Met deze dubbelzinnige orakeltekst verzaakt de minister zijn taak om het maatschap­pelijk debat in goede banen te leiden. Een staatsman met verantwoordelijkheids­gevoel had het volgende moeten zeggen. Iemand die een gedraging als ‘zondig’ kwalificeert, bedoelt daarmee dat die gedraging volgens hem in strijd is met de geloofsvoorschriften van de door hem beleden religie. Met zo’n kwalificatie worden geen wettelijke grenzen overschreden. Die grenzen komen pas in het geding als de betrokkene uitspraken doet over de wijze waarop zondaars bejegend moeten worden.
Bron: Kamerbrief 6/11/2009; Islamitische zoekmachine I’m Halal; EO-zoekmachine FilterNet.