Realistisch rekenen: alleen voor bollebozen?

Wes Holleman | 06-11-2009 | permalink

De commissie Lenstra (KNAW) heeft onlangs een studie gerapporteerd over de effectiviteit van Realistisch Rekenonderwijs (RR) in vergelijking met Traditioneel Rekenonderwijs (TR). De uitslag is onbeslist. Dat komt vermoedelijk doordat RR hogere eisen aan de bekwaamheden van de leerkracht stelt (p.26-28). Het valt dus moeilijk te achterhalen of slechte RR-uitkomsten aan de gekozen didactiek zelf liggen of aan tekortschietende uitvoering door de leerkracht.
Vergelijking van RR en TR is bovendien moeilijk omdat de TR-didactiek de laatste decennia in Nederland in onbruik is geraakt. Dat is niet verwonderlijk, want de kerndoelen van het basisonderwijs zijn tegenwoordig op de RR-didactiek afgestemd. Maar zijn die doelen in intellectueel opzicht niet te hoog gegrepen? Leerlingen krijgen realistische (context-rijke) sommen voorgeschoteld, die niet alleen rekenvaardigheid maar ook inzicht en bekwaamheid in probleemoplossen vereisen. Want dat is het soort opgaven dat hun op de CITO-eindtoets te wachten staat. De commissie beveelt dan ook aan, de CITO-toets evenwichtiger samen te stellen, zodat deze meer opgaven omvat waarin uitsluitend basale rekenvaardigheid getoetst wordt (p.81). Het ministerie heeft inmiddels een beleidsreactie op het commissierapport uitgebracht, maar op deze aanbeveling gaat OCW niet in.
Lees verder … (PDF)

Inclusief overheidsbeleid

Wes Holleman | 01-11-2009 | permalink

Geert Mak schreef een pleidooi ten gunste van inclusief overheidsbeleid (NRC 17/10/2009). Ik bedoel een beleid dat rekening houdt met de gewone mensen. Mensen van goeden wille. De mensen op de werkvloer. Vroeger stemden ze op de PvdA of de KVP of de ARP omdat ze wisten dat hun belangen daar in goede handen waren. Maar tegenwoordig voelen ze zich in de steek gelaten. De Haagse bestuurders en politici jagen abstracte doelen na, zoals de concurrentiepositie van Nederland in Europa en in de wereld, en bekommeren zich niet om het lot van de gewone mensen. Mensen die niet in hun sjablonen passen, voelen zich doodgezwegen, afgeschreven, buitengeslo­ten, of zelfs verdacht gemaakt en vernederd.
Geert Mak richt zijn blik niet alleen op de slachtoffers van dit Haagse oogkleppen­beleid, maar ook op de mensen die dat beleid moeten uitvoeren, zoals onderwijzers, leraren, verpleegsters, verzorgenden. Zij fungeren als buffer tussen de meedogenloze machthebbers en de gewone mensen. Hun roeping is de mensen te helpen, maar ze worden betaald om de BV Nederland te dienen en de overheidsbezuini­gingen te effec­tueren. Als voorbeeld noemt Mak de Friese dorpsonder­wij­zers die ‘met onvoorstel­baar veel geduld en warmte’ proberen alle leerlingen van hun klas zover te brengen dat ze ‘de wereld een beetje kennen, redelijk kunnen rekenen en de Leeuwarder Courant kunnen lezen en begrijpen’. Zij worden door de Haagse politiek aan de schandpaal gezet omdat ze weigeren de kwaliteit van hun zwakke en zeer zwakke scholen op peil te brengen en de modernisering van het basisonderwijs te omarmen. Maar volgens Mak bieden zij een toonbeeld van ‘inclusief onderwijs’. Zij stellen het belang van de leerling voorop en zorgen dat niemand uit de boot valt.
Deze voorstelling van zaken bleef door staatssecretaris Sharon Dijksma niet on­weersproken …
Lees verder … (PDF)

Bijzonder onderwijs in de U.K.

Wes Holleman | 29-10-2009 | permalink

Circa 7% van de Britse jeugd zit op een independent school, d.w.z. een particuliere school die niet door de staat bekostigd wordt. Het gaat om zo’n 2500 scholen, waar­onder ongeveer 300 op confessionele grondslag: ruim 100 protestants-christelijke scholen, ongeveer 100 islamitische scholen, ruim 50 joodse scholen, en nog zo’n 50 andere (waaronder ook boeddhistische en hindoeïstische scholen). Deze cijfers ontleen ik aan een toespraak over burgerschapsvorming, begin 2005 gehouden door de toenmalige Hoofdinspecteur van de Engelse scholen. Hij maakte zich zorgen over de groei van het islamitisch onderwijs en over de kwaliteit van de burgerschapsvorming aldaar. Wat deed de Britse regering met dat signaal?En hoe steekt dat af tegen het Nederlandse beleid jegens islamitische scholen?
Lees verder … (PDF)

Overdracht: warm, koud of ijselijk

Wes Holleman | 27-10-2009 | permalink

Burro Holanda (25/10/2009) is een Rotterdamse bovenmeester. Een rasechte pro­fessional: iemand die hart voor z’n leerlingen heeft. Niet lullen maar poetsen. Weg met de bureaucratie. Toch zijn er ook procedures die hem heilig zijn, maar dan gaat het om plichten die tot de professionele beroepsethiek behoren. Zoals de leerling­dossiers, die zorgvuldig moeten worden bijgehouden en overgedragen.
Een paar maanden geleden schreef hij een boos blogbericht (11/7/2009) over de ijselijke overdracht van twee leerlingen die van andere scholen kwamen. De oude school is dan wettelijk verplicht het leerlingdossier, en met name een ‘onderwijs­kundig rapport’, naar de nieuwe school door te sluizen. De ene school was te beroerd om gegevens aan te leveren (behalve de personalia en een uitdraai van het Leer­lingen­VolgSysteem); en de andere, die van Samira, stuurde een rapportage waar niets van klopte. In een recentere blogpost verhaalt Burro (18/9/2009) over falende over­dracht binnen de eigen school. Bij de bevordering van Jurrie naar de volgende groep, had de vorige groepsleerkracht verzuimd zijn collega over de gedragsproblema­tiek van die leerling te informeren, wat tot een forse aanvaring met Jurries ouders leidde.
Burro is kwaad en onthutst. Voor hem spreekt het vanzelf dat een leraar bij beëindi­ging van de professionele relatie een zorgvuldige overdrachtsprocedure volgt, teneinde aansluitingsproblemen zoveel mogelijk te voorkomen. Daartoe wordt het dossier van iedere leerling regelmatig bijgehouden. Op zo’n manier dat zelfs een eventuele vervanger zich snel kan inwerken. En als de leerling naar een nieuwe klas of een andere school gaat, dan wordt het dossier zorgvuldig over­gedragen (koude overdracht) en mondeling toegelicht (warme overdracht). Niet omdat de bureaucratie dat voorschrijft, maar omdat een professionele leraar z’n leerlingen niet zomaar in de steek laat.
Andere bronnen: OCW-Nieuwsbrief (PO nr.34, september 2009)

Taalarmoede

J. Jeronimoon | 26-10-2009 | 1 Reactie » | permalink

In navolging van de commissie Meijerink onderscheidt het ministerie vier referentieniveaus voor taal en rekenen: eind basisschool en praktijkonderwijs (1F), eind MBO-1/2 (2F), eind MAVO/ HAVO (3F) en eind VWO (4F). Wie onder het 2F-niveau zit, staat met twee linkerhanden in de maatschappij. Als je de Nederlandse taal (schriftelijk en mondeling) niet op dat niveau beheerst, lijd je aan zodanige taalarmoede dat je maatschappelijk gezien niet zal kunnen meekomen. Wie aan het eind van de basisschool onder het 1F-niveau zit, zal het moeilijk krijgen in het voortgezet onderwijs. En wie zijn taalachterstand halverwege het VMBO niet heeft weggewerkt, zal dat nauwelijks meer kunnen inhalen.
De projectleiders Doorlopende Leerlijnen berichtten onlangs aan de Tweede Kamer dat een kwart van de leerlingen die het VMBO verlaten, het 2F-niveau nog niet bereikt heeft. Grofweg gesproken beginnen dus alle BB- en de meeste KB-leerlingen hun MBO-opleiding met een taalachterstand die nauwelijks meer valt in te halen.
Lees verder … (PDF)

Stakingsrecht voor leraren

Wes Holleman | 22-10-2009 | permalink

Bij arbeidsonrust en stiptheidsacties zullen verpleegkundigen en verzorgenden ervoor zorgen dat de gezondheid en veiligheid van de zorgvrager niet in gevaar komt. Dat staat in artikel 2.2 van hun Nationale Beroepscode. Leraren hebben geen nationale beroepscode, maar in de praktijk houden de onderwijsbonden zich jegens de onder­wijsvragers aan een soortgelijke morele verplichting. Als het water hun aan de lippen stijgt, organiseren ze een demonstratieve actiedag, maar afgezien daarvan zorgen ze dat het onderwijs gewoon doorgang vindt. In Frankrijk is dat anders. Uit protest tegen nieuwe overheidsmaatregelen legden vele universitaire docenten vijf maanden lang het werk neer. Karim Abbara (Ad Valvas 15/10/2009 p.5) vertelt over twee Nederlandse studenten die vorig semester waren ingeschreven bij de afdeling Filmwetenschap van Université VIII in Parijs. In plaats van colleges werden films gedraaid, voorafgegaan door ver­handelingen over academische vrijheid. De tenta­mens waren afgeblazen, maar als je geluk had mocht je vervangende werkstukken schrijven.
Hoe zou dat trouwens arbeidsrechtelijk zitten? Franse werknemers genieten een grondwettelijk stakingsrecht. Ze hebben evenwel voor elke stakingsdag inhouding van loon te duchten. Maar blijkbaar werden de Parijse docenten door hun universi­teitsbestuur ontzien. De stakingskas van de bonden zal immers niet zo rijk gevuld zijn dat ze hun leden maanden­lang kunnen vrijhouden. Het minste dat leerlingen en studenten van het instellingsbestuur mogen verwachten, is dat docenten hun werk­weigering met looninhouding moeten bekopen. Voor niets gaat de zon op.

De docent: educator en inductor

Wes Holleman | 21-10-2009 | 2 Reacties » | permalink

Een docent is een leidsman of -vrouw die voor twee taken staat. De educator wil de leerlingen grootbrengen in hun nieuwe wereld, terwijl de inductor hen wil inlijven in de bestaande wereld der volwassenen. Vooral in een beroeps­opleiding staan docenten voor de uitdaging een goed evenwicht tussen beide taken te vinden. De inductor treedt als afgezant van de beroepsgroep op. Hij verlangt van de leerlingen zich aan te passen aan de gevestigde normen, waarden en opvattingen. De educator daarentegen bewaart enige afstand tot de beroepsgroep en geeft de leerlingen ruimte voor zelf­beschikking en kritische reflectie. De valkuil voor de inductor is dat hij zijn leerlingen als onmondige rekruten behandelt, die slaafs zijn protocollen moeten volgen. Maar de educator loopt het risico gediplomeerden af te leveren die onvoldoende zijn opgewas­sen tegen de eisen die aan beginnende beroepsbeoefenaars gesteld worden.
De laatste tijd heeft de onzalige gedachte postgevat dat beroepsopleidingen voor­namelijk tot taak hebben hun leerlingen of studenten klaar te stomen voor een startfunctie op de arbeidsmarkt. Werkgevers stoten de eigen inductietaken af en verlangen dat de beroepsopleiding pasklare werknemers aflevert. De docent-als-educator moet het veld ruimen voor de docent-als-inductor. Neem bijvoorbeeld de driejarige academische studie Verpleegkunde in Engeland. Aan het eind van de opleiding krijgt de student een verklaring uitgereikt dat hij of zij beroepsgeschikt is. Deze ‘Fitness to Practise’ omvat niet alleen Knowledge & Skills, maar ook Good Health en Good Character. Onlangs heeft de Britse Raad voor Verpleeg- en Verlos­kunde een nieuwe leidraad voor docenten en studenten uitgebracht over de criteria van Good Character waar­aan de student moet voldoen. Het gaat niet alleen om professioneel gedrag tijdens stages, maar ook om academische en burgerlijke braafheid (niet spieken, niet met politie of justitie in aanraking komen, onbesproken gedrag) en om de reputatie van het beroep (die niet mag worden aangetast). De ‘young professionals’ worden dus reeds tijdens hun academische studie in het knellende keurslijf van de beroepsgroep geperst. En wie zich tijdens deze driejarige proef­periode niet conformeert, wordt uit de opleiding gezet.

Gymnasiaal doelgroepenbeleid

Wes Holleman | 20-10-2009 | 4 Reacties » | permalink

Het christelijk gymnasium Sorghvliet in Den Haag voert een doelgroepenbeleid (Nova 28/9/2009). Tien ‘allochtonen wonend in achterstandswijken’ worden automatisch in de brugklas geplaatst en hoeven dus niet mee te loten voor de 155 beschikbare plaatsen. De VVD heeft daarover woedende kamervragen gesteld, die onlangs door OCW zijn beantwoord. Dergelijke positieve discriminatie van achterstandsgroepen is wettelijk toegestaan en wordt in het kader van de désegregatie door het ministerie toegejuicht.
De automatische toelating kan zich echter ook tot anderen uitstrekken. Zoals vele scholen geeft Sorghvliet gegadigden een voorkeursbehandeling als ze al een oudere broer of zus op school hebben. Dat valt op pedagogische gronden te billijken. Maar Sorghvliet pleegt ook positieve discriminatie jegens drie andere doelgroepen: (a) de broertjes en zusjes van oud-leerlingen; (b) de kinderen van oud-leerlingen; en (c) de kinderen van de docenten. Over dat soort nepotisme heeft de PvdA kamervragen gesteld. Staatssecretaris Van Bijsterveldt (CDA) geeft ten antwoord (16/10/2009), dat de school daarmee op een hellend vlak komt en dat gedupeerde ouders dit bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) zouden kunnen aankaarten. Ik vind dat een laffe dooddoener. Je kunt het een christelijke school niet kwalijk nemen dat zij in haar toelatingsbeleid op godsdienst discrimineert. Maar met deze drie criteria discrimineert de school bovendien op maatschappelijke afkomst (ouderlijk opleidings­niveau). En volgens de reglementen mag de CGB zich dáárover niet uitspreken. Als de staatssecretaris het gelijke-kansenbeleid echt serieus nam, had zij zich niet met zo’n Jantje van Leiden ervan mogen afmaken.

De ethische commissie (AIEC)

Wes Holleman | 19-10-2009 | permalink

Valt het in ethisch opzicht te rechtvaardigen dat een klas collectief gestraft of gegijzeld wordt wegens een vergrijp dat door een onbekende dader uit die klas gepleegd is? Dat is nou typisch zo’n vraag die men op het bordje van de Ethische Commissie van een onderwijsinstelling zou kunnen leggen. Officieel spreekt men van een Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissie (AIEC). Zo’n orgaan bestaat binnen sommige universiteiten en hogescholen. Haar wettelijke taak is het instellings­bestuur te adviseren bij het opstellen van ethische richtlijnen inzake onderwijs en onderzoek. Maar de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld heeft haar AIEC een ruimere taak gegeven. Zo moet zij discussie over ethische aspecten van het werk bevorderen en als aanspreekpunt voor docenten en studenten fungeren.
Ik dacht daaraan toen ik in P&O-Actueel (5/10/2009) een artikel van Ronald Jeuris­sen las. Hij heeft het over Moral Muteness: de neiging van bedrijven en organisaties om ethische fricties dood te zwijgen. Op de BON-site (13/10/2009) is naar aanleiding daarvan een korte discussie gevoerd. Een blogger die achter de naam Gems schuil­gaat, legt de vraag op tafel hoe men ethische problemen binnen een professionele organisatie bespreekbaar kan maken. Hoe kunnen scholen voorkomen dat zulke problemen onder de mat geveegd worden? Maar de BON-discussie loopt op niets uit. Onderwijs­instellingen zijn in ethisch opzicht door-en-door verrot en klokkeluiders graven hun eigen graf, zo geeft men Gems te verstaan.
Zou het echt zo slecht gesteld zijn? Of zou de directie van een fatsoenlijke school toch bereid gevonden kunnen worden om een AIEC in te stellen: een Ethische Commissie die structurele ethische problemen signaleert en in discussie brengt, die het Leer­lingen­statuut doorvlooit, die de directie gevraagd en ongevraagd kan adviseren en die in een openbaar jaarverslag verantwoording aflegt van haar werkzaamheden?

Kluisjescontrole

Wes Holleman | 17-10-2009 | permalink

Ik was veertien, een fokkemaat nog. We waren de Westerschelde opgezeild en lagen aan de kaai in Antwerpen. Zes meter tijverschil. De zon scheen uitbundig en ik liep op de verlaten weg naar de stad, langs de omhekte haventerreinen. Kwam me een politieauto achterop en moest ik mijn paspoort laten zien. Had ik natuurlijk niet bij me. Een unheimische ervaring.
Ik heb inmiddels grijze haren en woon in de binnenstad, dichtbij een uitgaansgebied. De Gemeente kan wijken aanwijzen waar de politie preventief mag fouilleren, bij­voorbeeld in het stadscentrum. In Rotterdam zijn (in het kalenderjaar 2008) 21.812 mensen preventief gefouilleerd. Dat zou mijn kleinkinderen dus kunnen overkomen tijdens een avondje stappen, of mijzelf als ik even een brief ga posten. Nogal con­fronterend lijkt me dat, speciaal als je iets donkerder van huidskleur bent, want die pikken ze er graag uit.
Maar mijn lelieblanke kleinkinderen kunnen in elk geval een jaarlijkse kluisjes­controle op school verwachten. Een politionele taskforce, vergezeld van honden, opent onaangekondigd alle kluisjes om wapens, drugs en andere criminele waar op te sporen. Van scholen wordt verwacht dat ze een vertrouwensrelatie met hun leerlingen opbouwen en hun privacy respecteren. Doch een Veilige School neemt dat niet zo nauw.
Tag: Veilige school (1, 2)