Hetze tegen onze school? (II)

Wes Holleman | 30-01-2010 | 1 Reactie » | permalink

Zijn er aanwijzingen dat er door het ministerie en door gemeentelijke overheden actief campagne wordt gevoerd tegen het stichten en voortbestaan van islamitische scholen? Deze scholen passen niet in het beleid gericht op vermindering van etnische segregatie. Ze zijn een doorn in het oog van de tegenstanders van een multiculturele samenleving, die vinden dat allochtone minderheden zich zo snel mogelijk moeten assimileren aan de autochtone Nederlandse cultuur. En ze vormen (al dan niet terecht) een van de speerpunten van het beleid gericht op burgerschapsvorming en voorkoming van polarisatie en radicalisering. Maar is er aanleiding om een doel­gerichte campagne te vermoeden, met het doel onderwijs op islamitische grondslag het leven zuur (of zelfs onmogelijk) te maken?
In 2007 berichtte ik over het ‘themaonderzoek’ dat door de Onderwijsinspectie en de OCW-accountants in gang was gezet. Het thema was dat de stofkam moest worden gehaald door alle 42 islamitische scholen in Nederland. Dat riekte naar een doel­gerichte campagne. Vervolgens was er het rumoer rond twee islamitische scholen van voortgezet onderwijs, die met intrekking van de bekostiging werden bedreigd. Ik schreef met name over Ibn Ghaldoun in Rotterdam; maar ook het Islamitisch College Amster­dam kwam in de gevarenzone.
Lees verder … (PDF)

De januskop van minister Plasterk (III)

Wes Holleman | 28-01-2010 | 1 Reactie » | permalink

Ronald Plasterk heeft zich op het gebied van de homoseksualiteit dermate geuit en actief getoond dat men zegt: die persoon zou men sowieso niet tot het ambt van minister moeten toelaten. Gut, wist u dat niet, dat minister Plasterk in de homoscene verkeert? Ja, hij vaart zelfs mee op de Gay Pride! Let wel, het gaat me om dit soort extreme situaties en zeker niet om het beoordelen van het gedrag, laat staan om de politieke opvattingen van een persoon.
Dit is abjecte dronkemanspraat, gespeend van elke logica. Toch laat de minister van Onderwijs zich in soortgelijke termen over iemand uit die zich als bestuurslid van een politieke partij voor de liberalisering van de wetgeving inzake jeugdseksualiteit inzet. De betrokkene verklaart uitdrukkelijk dat hij zich niet aan pedoseksueel gedrag overgeeft, maar hij erkent wel dat hij pedofiele gevoelens heeft. Bij de behandeling van het wetsontwerp Versterking Besturing (31821, art. 7.42a) in de Eerste Kamer oordeelt onze PvdA-minister dat zo iemand niet tot de studie Pedagogie mag worden toegelaten.
Plasterk is niet alleen minister van Onderwijs, maar ook van Emancipatiezaken. Van de bewindsman mag men dus verwachten dat hij pal staat voor gelijke behandeling en dat hij discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaard­heid, handicap of chronische zieke, of op welke grond dan ook, hardgrondig afwijst. Maar Ronald heeft een januskop: in zijn hoedanigheid van minister van Onderwijs meent hij het eerste artikel van de Grondwet rustig aan zijn laars te mogen lappen.
Bronnen: Ongecorrigeerd stenogram EK 26/1/2010 (p.66/84), Onderwijsethiek.nl 26/11/2009

Tempodifferentiatie

Wes Holleman | 27-01-2010 | 3 Reacties » | permalink

De Lezersbrief van de Dag (Volkskrant 25/1/2010) ging over tempodifferentiatie in het basisonderwijs. Henk Stokhorst pleit voor homogene niveauklassen (ability streaming): leerlingen van ongeveer gelijk niveau worden samen in één klas geplaatst en doorlopen het curriculum in een tempo dat is aangepast aan hun beginniveau en capaciteiten. En waar scholen dat niet voor elkaar krijgen, moeten volgens Stokhorst homogene niveauscholen worden gesticht: speciale scholen voor kinderen met een lager beginniveau of tempo, en natuurlijk ook speciale scholen voor kinderen met een hoger beginniveau of tempo. Hij is dus tegenstander van heterogene klassen, omdat kinderen daar volgens hem niet voldoende tot hun recht komen. Heterogene klassen leiden veelal tot leerachterstanden die zichzelf versterken, tenzij men tot zittenblijven besluit (invoering van leerstofjaarklassen). Stokhorst heeft kennelijk weinig fiducie in alternatieve oplossingen zoals variabele taakomvang (individuele verrijkingsstof) en/of verdeling van de klas in homogene sub­groepen (ability setting) om binnen de afzonderlijke schoolvakken differentiatie in leertempo te realiseren, afgestemd op de leertijd die de desbetreffende niveaugroep nodig heeft. Of anders gezegd: kennelijk is hij de mening toegedaan dat interne differentiatie binnen het bestaande klasverband (verrijking dan wel ‘setting’) slechts haalbaar is als de klas niet te groot en niet te heterogeen is.
Lees verder … (PDF)

Vrije schoolkeuze, tenzij …

Wes Holleman | 25-01-2010 | 4 Reacties » | permalink

In Nederland mogen ouders zelf bepalen naar welke school ze hun kinderen sturen. Als voorwaarde geldt slechts dat het kind geschikt wordt geacht om het geboden onderwijs te volgen. Bijzondere scholen op confessionele of levens­beschouwelijke grondslag mogen bovendien als toelatingsvoorwaarde stellen dat die grondslag gerespecteerd (of zelfs onderschreven) wordt. Bovendien kunnen ze door het stellen van kledingvoorschriften andersdenkenden weren. Maar hoe gaan scholen te werk als het aantal aanmeldingen groter is dan het aantal beschikbare plaatsen? Die vraag is actueel in het anti-segregatiebeleid.
Lees verder … (PDF)

Een voos cafetariamodel

Wes Holleman | 24-01-2010 | 1 Reactie » | permalink

Hoe kan je bij slinkende overheidsbekostiging zoveel mogelijk studenten bedienen? Misschien kan je het collegegeld verhogen, maar er is ook een andere oplossing. Je voert een cafetariamodel in. Studenten mogen zelf hun vakkenpakket samenstellen. Daarbij gelden natuurlijk allerlei randvoorwaarden. Mechanica II is alleen toe­gankelijk als je Mechanica I gehaald hebt. En om het einddiploma te verwerven, moet het pakket aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Maar het cafetaria kent ook een randvoorwaarde van andere orde: op = op. Als de gewenste cursus overtekend is, dan kom je desgewenst op de wachtlijst voor het volgende semester. For the time being moet je evenwel naar een andere cursus uitwijken.
Katharine Mieszkowski (NY Times 23/1/2010) vertelt het verhaal van een tweedejaars bèta-student in Californië die steeds verder in een pretpakket verzeild raakt. Hij is amateurmusicus en heeft inmiddels cursussen gevolgd over Rap­muziek, over de Origins of Rock en over de jazzmuziek van Johnny Coltrane. Maar dat is tegen wil en dank. Hij wilde een bèta-pakket!
Op papier is het cafetariamodel een prachtige uitvinding. Het model is vraaggestuurd, de klant is koning. Maar als het aantal aangeboden plaatsen per cursus ernstig bij de vraag achterblijft, dan heb je weinig kans dat je eerste keus gehonoreerd wordt. In sommige cafetaria’s kom je dan bij je tweede of derde keus terecht. Maar als je pech hebt, kom je uiteindelijk bij een liflafje uit. Bedrijfseconomisch is zo’n aanbodge­stuurde variant van het cafetariamodel een uitkomst, want men kan voor nagenoeg alle aangeboden cursussen een bezettingsgraad van 100% realiseren. Maar voor de student die een voedzame maaltijd verlangt, is zo’n cafetaria de dood in de pot. In hoeverre wordt bij de kwaliteitszorg en accreditatie aandacht besteed aan dergelijke latente kwaliteitsverloedering?

Het CGO verzwakt onze concurrentiepositie

J. Jeronimoon | 21-01-2010 | permalink

Sinds 2000 is Nederland qua internationale concurrentiepositie weggezakt van de vierde naar de tiende plaats, meldde het zakenweekblad FEM (8/9/2009). Dat komt niet alleen door de financiële crisis en een tekortschietende infrastructuur (file­problemen!), maar ook door gebrek aan innovatief vermogen. Ondanks de oprichting van een Innovatieplatform in 2002 en de bijhorende subsidiepotten is het slecht gesteld met de innovatie in bedrijvig Nederland.
Het is wat te gemakkelijk om zonder meer te concluderen dat de onderwijs­vernieu­wingen van de afgelopen tien jaren hun zure vruchten beginnen af te werpen. Maar de invoering van het CompetentieGericht Onderwijs (CGO) heeft ons innovatieve vermogen in elk geval geen goed gedaan. CGO-competenties zoals reflecteren, feedback-geven, vergaderen, presenteren en samenwerken bieden geen gezonde basis voor Nederland Kennisland.
Wat is innoveren? Dat is, aldus de Dikke van Dale, het invoeren van nieuwigheden. Voor de verbetering van de con­currentiepositie zijn drie soorten nieuwigheden van belang: (a) productinnovatie om nieuwe of verbeterde producten te maken die optimaal bij de marktvraag aansluiten; (b) service-innovatie om de afnemers op hun wenken te bedienen; en (c) procesinnovatie om de productie- en servicekosten te drukken, zodat de producten en diensten tegen een concur­rerende prijs kunnen worden afgezet. Een innovatief bedrijfsleven heeft hoogopgeleide kenniswerkers nodig, en dat is nu juist een zwakke kant van het CGO, dat gedegen vakkennis heeft ingeruild voor allerlei vage competenties.
Maar erger nog: het CGO is een opleidingsarrangement dat procesinnovatie (c) in de weg staat. Dankzij het CGO worden namelijk de personeelskosten van het bedrijfs­leven gedrukt. Geleid door een kortzichtig winststreven, geeft men daardoor onvol­doende prioriteit aan investeringen in procesinnovatie.
Lees verder … (PDF)

Ethische code versus gedragscode

Wes Holleman | 19-01-2010 | permalink

Wat is een Ethische Code? Vaak is zo’n document een mengsel van professionele aspiraties en professionele verplichtingen. Als de nadruk op dat laatste ligt, noemt men het ook wel een gedragscode. De Board of Education, een publiekrechtelijk orgaan van de State of Ala­bama, stelde in 2005 een Code of Ethics op voor leraren in het openbaar onderwijs. Vorig jaar kwam de Board met het voorstel, deze code te formaliseren tot een bindende gedragscode, die in de onderwijswetgeving zou worden opgenomen. De Gouverneur nam dat voorstel over, doch de lerarenvakbond (Alabama Education Association) was er fel op tegen. De bond verzet zich niet tegen een ethisch richtsnoer (zoals de huidige Code biedt) en evenmin tegen de totstand­koming van een bindende gedragscode. Maar volgens de bond moet je die twee niet doorelkaar halen. Als het de bedoeling is dat schooldirecties en districts­functionarissen het functioneren van de leraar aan de gedragscode toetsen en daar arbeidsrechtelijke consequenties aan verbinden, dan is de huidige Code te wollig en hier en daar ook te streng. In augustus kwam de Joint Committee (een advies­orgaan voor wetgevingsaangelegenheden) met een wijzigingsvoorstel dat tegemoet kwam aan deze bezwaren. Maar de Board hield voet bij stuk. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden kozen echter partij voor de lerarenvakbond: het document van de Board is ‘ambiguous and incapable of being enforced’. Ze hebben het wetsvoorstel om die reden verworpen.
Bronnen: Al.com (12/1/2010), Teacher Magazine (15/1/2010)
Lees ook de bijlage: vergelijkingstabel (PDF)

Recht op een tweede leven

Wes Holleman | 18-01-2010 | 6 Reacties » | permalink

Van studenten wordt verwacht dat ze voor hun studie alles opzij zetten. Maar velen hebben naast hun studie een tweede leven: als werknemer, ondernemer, vrijwilliger, amateur of hobbyist, of misschien als liefdevolle vader/moeder of als gezinslid c.q. mantelzorger. Zij moeten passen en meten om zich in hun tweede leven te voegen naar de eisen die door hun opleiding gesteld worden.
Gelukkig bieden sommige faculteiten deeltijdopleidingen (of zelfs duale opleidingen) waarin baan en studie gecombineerd kunnen worden. Ook topsporters krijgen allerlei faciliteiten om naast hun studie de eer van het vaderland te verdedigen. Verder kunnen studenten die functies vervullen binnen de bestuursorganisatie van hun instelling (of binnen sommige studentenorganisaties) op clementie rekenen. Voor de overigen geldt evenwel dat ze aan hun studie de hoogste prioriteit moeten geven en dat privé-verplichtingen daarvoor moeten wijken.
Maar mag de studieleiding zonder voorbehoud over de tijd van haar studenten beschikken? Moet er niet een soort CAO komen die hen beschermt tegen onredelijke inbreuk op hun tweede leven? Binnen de Universiteit Utrecht is vorig jaar strijd gevoerd over de tentamenroosters: mogen faculteiten ‘s avonds en op zaterdag tentamens programmeren? Op het weblog ICT & Onderwijs (14/1/2010) komt ook een andere vraag aan de orde: in hoeverre moeten studenten erop kunnen vertrouwen dat onderwijs- en tentamenroosters, eenmaal vastgesteld, niet tussentijds gewijzigd worden? Een rooster kan als een soort contract tussen student en studieleiding worden beschouwd. Met tussentijdse roosterwijzigingen maakt de faculteit zich dan aan contractbreuk schuldig, waardoor de planbaarheid van het tweede leven ernstig ondergraven wordt.
In het voortgezet onderwijs is het recht op een tweede leven eveneens een punt van discussie. Scholieren ergeren zich aan lange schooldagen met veel tussenuren, die roofbouw plegen op de vrij-beschikbare tijd voor hun tweede leven. Ook betwisten ze het recht van scholen om de leerling voor straf te laten nablijven, waarmee deze gefrustreerd wordt in het nakomen van buitenschoolse verplichtingen.
Lees verder … (PDF)

Niet criminaliseren maar opvoeden

Wes Holleman | 14-01-2010 | 3 Reacties » | permalink

Weet je dat onsterfelijke verhaal nog? Een Texaanse kleuterschool schorste een vierjarige leerling wegens seksuele intimidatie. Hij had de juf omhelsd en daarbij haar boezem geraakt (Trouw 12/12/2006). Dat hoort bij het zero-tolerance beleid van de hedendaagse Veilige School. Maar het Weblog Zwolle (13/1/2010) komt met hoop­vol nieuws. De Hoge­school Windesheim gaat samen met drie Zwolse basisscholen experimenteren met een nieuwe aanpak van grens­overschrijdend gedrag: positive behavior support. Men tracht op systematische wijze gewenst gedrag te versterken en ongewenst gedrag te corrigeren, maar men is terughoudend met het bestraffen en criminaliseren van ongewenst gedrag.
In het Amerikaanse basis- en voortgezet onderwijs heeft het zero-tolerancebeleid in de afgelopen vijftien jaar tot een immense toename van het aantal schorsingen en uitsluitingen geleid en tot intensieve bemoeienis van politie en justitie met de bestrijding van ongewenst leerlinggedrag. Men begint echter langzamerhand in te zien dat de scholen er niet veiliger van worden en dat, integendeel, het vertrouwen in de school wordt aangetast. Voortijdige schooluitval wordt in de hand gewerkt en de criminalisering van ongewenst gedrag brengt leerlingen op het slechte pad. Stop the schoolhouse to jailhouse track! Zo heette een rapport dat in 2003 de stoot gaf tot de gelijknamige campagne. Onlangs schreven Kevin Riley (Zero in-tolerance, 6/1/2010) en Ron Schachter (District Administration 2010:1) over de nieuwe wegen die men daartoe kiest, zoals positive behavior support (PBS) en de herstelrechtelijke benadering (RJ, restorative justice).

De nieuwe onderwijsbekostiging van het W.O.

Wes Holleman | 14-01-2010 | permalink

Zoals aangekondigd in de Strategische Agenda voor het hoger onderwijs, krijgen de universiteiten een nieuw bekostigingssysteem. In het huidige systeem worden universiteiten, bovenop de basisfinanciering (37%), bekostigd naar gelang van het aantal bediende eerstejaarsstudenten (13%) en het aantal behaalde diploma’s (50%). In het nieuwe systeem worden ze, naast een kleinere basisfinanciering (20%), bekostigd naar gelang van het aantal eerste-, tweede- en derdejaarsstudenten (3 x 20%) en slechts voor 20% op basis van het aantal behaalde diploma’s. In een hoofdredactioneel commentaar (NRC 11/12/2009) wordt gevreesd dat dit nieuwe systeem ertoe leidt dat studenten meedogenloos zullen worden opgejaagd om met zo min mogelijk studievertraging een universitair bachelordiploma te verwerven. In een ingezonden brief (NRC 15/12/2009) wordt door minister Plasterk categorisch ontkend dat het nieuwe bekostigingssysteem dat in de hand zou werken. Wie heeft gelijk?
Lees verder … (PDF)