Consumentenbond voor leerlingen en ouders

Wes Holleman | 31-03-2010 | permalink

In Amsterdam bestaat er een soort consumentenbond voor leerlingen en hun ouders. De Onderwijs Consumenten Organisatie OCO wordt betaald door de Gemeente Amsterdam. De OCO heeft onder meer tot taak onafhankelijke voorlichting te bieden opdat leerlingen een school kunnen kiezen die bij hen past. Maar zij fungeert ook als rechtswinkel. Je kunt er een brochure kopen over je rechten en plichten. En je krijgt persoonlijk advies als je het gevoel hebt dat er met je gesold wordt. Onlangs publi­ceerde de OCO een boekje met twintig casussen uit haar adviespraktijk.
Zoals de casus van die eindexamenleerling. De school had een nieuwe regel ingesteld: door te spijbelen verspelen leer­lingen hun recht op herkansing voor het school­examen. Let wel, ongeoorloofd lesverzuim in het onderwijsprogramma kon dus tot blokkering van herkansingen in het examenprogramma leiden. Volgens de OCO gaat de school daarmee over de schreef. De school heeft van de Staat de bevoegdheid gekregen schoolexamens af te nemen, die een aanvulling vormen op het Centraal Schriftelijk Eindexamen. Zij maakt misbruik van die bevoegdheid indien zij leerlingen examenrechten ontneemt om hen te straffen voor onreglementair onderwijsgedrag. Slechts ongeoorloofd verzuim van examensessies (dus: onreglementair examen­gedrag) kan tot beperking van examenrechten leiden. De school heeft haar sanctie­beleid inmiddels teruggedraaid.
Lees verder … (PDF)

Taakgerichte schoolcultuur

Wes Holleman | 28-03-2010 | 3 Reacties » | permalink

Leo Prick (NRC 25/3/2010) stelt dat de huidige mammoetscholen te weinig weerstand bieden tegen de opdringende straatcultuur. Men geeft teveel toe aan de wens van jongeren zichzelf te mogen zijn en men gedoogt dat de taakgerichte schoolcultuur daardoor ondergraven wordt. De school ontaardt in een hangplek waarin iedereen zich aan z’n verantwoordelijkheid onttrekt. Prick pleit voor kleine, overzichtelijke scholen, elk met een staf die zich inspant om een taakgericht leerklimaat te scheppen, waarin echt geleerd wordt en waarin leerlingen het arbeidsethos en het aanpassings­vermogen verwerven dat ze nodig hebben om in de maatschappij te functioneren. De onderwijsredactie (NRC 24/3/2010) startte naar aanleiding van Pricks opiniebijdrage een lezersdiscussie onder de kop: moet de straatcultuur uit scholen verdreven worden? Ik denk dat hier een valse tegenstelling gecreëerd wordt.
Lees verder … (PDF)

Veilige publieke taak (II)

Wes Holleman | 26-03-2010 | permalink

Een school moet haar werknemers beschermen tegen gewelddadig gedrag van leerlingen. Het valt goed te verdedigen dat zij in voorkomende gevallen aangifte bij de politie doet. Maar moet de politie ook bij verbaal geweld worden ingeschakeld?
Le Monde (25/3/2010) bericht over een vijftienjarige leerling die haar leraar Frans ernstig had beledigd. Over de aard van de belediging is niets bekend (iets van pauvre con misschien?), maar het zou in de vorm van een SMS-bericht zijn gegaan. Blijkbaar beschikte de leerling dus over het privé 06-nummer van de leraar. Ze werd voor een week geschorst. Maar de leraar vond dat niet genoeg: hij deed tevens aangifte bij de politie. Het meisje werd dinsdag op het Bureau verhoord en de verbaliserende agent kondigde aan dat ze er nog wel van zou horen. Een taakstraf? Ze was nooit eerder met de politie in aanraking geweest. Het meisje kon haar emoties niet meer de baas. Ze kwam woensdag met een stuk gordijnroe naar school en ging de leraar te lijf. Hij moest zich in het ziekenhuis laten behandelen, maar gelukkig kon hij diezelfde middag weer naar huis. Het meisje was intussen gearresteerd en werd donderdag aan de kinderrechter voor­geleid. De leraren gingen die dag in staking, maar vandaag, vrijdag, zijn de lessen hervat.
Het is een verhaal dat me pijn doet. Natuurlijk, dat meisje zit hartstikke fout. En die schorsing was vermoedelijk een gerechte straf. Maar was het nou echt nodig om ook nog eens bij de politie aangifte wegens belediging te doen? Is dat in professioneel-pedagogisch opzicht een adequate reactie op een beledigende uitlating van een vijftienjarige leerling?

De kwalificatiestructuur in het MBO:
van beroepstaken naar startkwalificaties

Wes Holleman | 25-03-2010 | 2 Reacties » | permalink

Het MBO zit in een impasse. Het was de bedoeling dat alle MBO-opleidingen in 2010 hun eindtermen zouden hebben vervangen door bekwaamheden waarover gediplomeerden moesten beschikken. Daartoe hebben de Kenniscentra Beroeps­onderwijs Bedrijfsleven een kwalificatiestructuur ontworpen: voor elke beroep een kwalificatiedossier dat door de opleidingen moest worden uitgewerkt in concrete exameneisen en curricula. Maar de vertaling van kwalificatie­dossiers in onderwijs- en examenprogramma’s is mislukt. De cruciale vraag is nu waar het is misgegaan: hebben de opleiders er een potje van gemaakt of zijn het de kwalificatiedossiers die niet deugen?
Lees verder … (PDF)

De sluiproute naar het leraarschap

Wes Holleman | 23-03-2010 | permalink

Donderdag 25/3/2010 (10.15 uur) wordt het wetsontwerp 32270 plenair behandeld in de Tweede Kamer. Dat wetsontwerp maakt gediplomeerden van de universitaire bacheloropleiding bevoegd om les te geven in de mavo en in de onderbouw van havo/vwo. Voorwaarde is slechts dat ze een halfjarige educatieve minor in hun driejarige bachelor­programma hebben opgenomen. Dat betekent dat iemand zich bevoegd docent Nederlands mag noemen als hij (zij) drie semesters Nederlands heeft gestudeerd, aangevuld met 30 studiepunten didactiek en met exotische keuzevakken ter waarde van 60 studiepunten. Naar het oordeel van Jasper van Dijk (SP) is dat slecht voor de onderwijskwaliteit (BON 22/3/2010): men kan gedogen dat studenten alvast lesgeven tijdens de tweejarige masteropleiding die zij volgen om de eerste­graads leraarsbevoegdheid te behalen, maar aan het universitaire bachelordiploma mag volgens hem geen levenslange lesbevoegdheid verbonden worden. Leraren­opleider Couzijn stelt zich iets coulanter op. Volgens hem is een levenslange les­bevoegdheid acceptabel, mits in de wet gegarandeerd wordt dat de gediplomeerde bachelor aan de vakinhoudelijke kennisbasis beantwoordt die studenten in de tweedegraads leraarsopleiding onder de knie moeten krijgen om hun diploma te verwerven. Maar staatssecretaris Van Bijsterveldt houdt niet van dat soort subtiliteiten. Het ziet er niet naar uit dat zij voor rede vatbaar is.

Stichting van het Onderwijs

Wes Holleman | 19-03-2010 | 2 Reacties » | permalink

De Stichting van de Arbeid is een overlegorgaan van werkgevers- en werknemers­organisaties. Het stichtingsbestuur praat tweemaal per jaar met de landsregering (in het zgn. Voor- en Najaarsoverleg). Op sectorniveau bestaat er eveneens zo’n overlegorgaan: het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO). Op dat platform praten de onderwijswerkgevers met de werknemers­organisaties over vraag en aanbod van arbeidskrachten binnen de onderwijssector. Maar het SBO is geen officiële gesprekspartner van de landsregering. Om in die lacune te voorzien wordt volgende week de Stichting van het Onderwijs opgericht. Op dat platform wordt door de onderwijswerkgevers (of liever: de verenigingen van onderwijs­bestuurders) en de werknemersorganisaties over onderwijsaangelegenheden gepraat. En het stichtings­bestuur wil tevens de belangen van de onderwijssector tegenover de landsregering behartigen (door het uitbrengen van adviezen? via een Voor- en Najaarsoverleg?).
De onderwijsvakbonden zullen daar niets op tegen hebben en ook voor de Haagse politici is dat een prachtige oplossing. Als men bij voorgenomen kabinetsbeleid ‘het veld’ wil raadplegen, hoeft men alleen met de Stichting van het Onderwijs om de tafel en niet met de afzonderlijke bestuurdersverenigingen en werknemersbonden. Toch is er een essentieel verschil met de Stichting van de Arbeid. In de SvdA zijn alle rele­vante partijen vertegenwoordigd, terwijl in de SvhO een cruciale partij ontbreekt: de leerlingen en studenten (en hun ouders). Maar ook de leraren komen er bekaaid af. Weliswaar zijn ze in hun rol van werknemer vertegenwoordigd door de onderwijs­vakbonden, maar als onderwijsprofessionals kunnen ze hun stem niet laten horen. Zo trok het Platform van Vakinhoudelijke Verenigingen in het V.O. begin vorig jaar aan de bel omdat de lerarenverenigingen niet betrokken werden bij de oprichting van de SvhO.
We moeten voorkomen dat de ‘sociale partners’ zich in de Stichting van het Onderwijs als asociale partners van leerlingen en studenten ontpoppen. In de SvhO moet niet alleen aan de belangen van de onderwijsbesturen en aan de belangen van de onderwijswerknemers een stem worden gegeven, maar ook aan de belangen van de leer­lingen en studenten. Het komt mij voor dat de Stichting van het Onderwijs tripartiet moet worden samengesteld.

Bindend studieadvies: 4 onwettige criteria

Wes Holleman | 18-03-2010 | permalink

Hoe kun je beoordelen of een student geschikt is voor een bacheloropleiding? De wetgever heeft bepaald dat een student via het Bindend Studieadvies (BSA) mag worden weggestuurd op grond van onvoldoende studieresultaten in het eerste inschrijvingsjaar. Als de student er op een gekozen peildatum niet in geslaagd is een voorgeschreven vorderingen­niveau te bereiken, acht men hem of haar ongeschikt voor de desbetreffende opleiding. De wetgever staat niet toe daarbij rekening te houden met deficiënties in het beginniveau van een student of met het feit dat een student later in het studiejaar met de opleiding begonnen is. Het criterium is dus niet het gerealiseerde leertempo (de hoeveelheid leerwinst die de student per gestudeerde maand heeft weten te boeken) en evenmin het gerealiseerde studietempo (het aantal studiepunten dat de student per gestudeerde maand heeft weten te verwerven). Het enige criterium is het vorderingen­niveau dat op de gekozen peildatum bereikt is. Wel is door de wetgever bepaald dat men bij het beoordelen van de studiegeschiktheid rekening moet houden met enkele (limitatief opgesomde) persoonsgebonden over­machts­factoren die de betrokkene belemmerd hebben het geëiste vorderingenniveau te bereiken.
De Onderwijsinspectie heeft onlangs een evaluatie gepubliceerd over de manier waarop de wettelijke BSA-regels in de praktijk worden toegepast. In een vorig blogbericht stelde ik dat de Inspectie onvoldoende heeft getoetst of de gehanteerde BSA-criteria aan de wettelijke regels beantwoorden. Ik zal hier vier onwettige BSA-criteria behandelen die bij opleidingen in zwang zijn. Deze hebben betrekking op late starters, entreetoetsen, toegekende vrijstellingen en toepassing van een hardheids­clausule.
Lees verder … (PDF)

Bindend Studieadvies nader bekeken

Wes Holleman | 16-03-2010 | 2 Reacties » | permalink

De Onderwijsinspectie heeft op 10 maart haar eindrapport uitgebracht over de uitvoeringspraktijk van het Bindend Studieadvies (BSA) in het hoger onderwijs. Vorig voorjaar was al een interimrapportage gepubliceerd. Het BSA dient ertoe ongeschikte studenten aan het eind van het eerste verblijfsjaar uit de opleiding te verwijderen. Ook tweede­jaars­studenten kunnen nog worden weggestuurd zolang ze het eerste­jaars­programma niet voltooid hebben.
Minister Plasterk had medio 2008 opdracht gegeven tot dit onderzoek, naar aan­leiding van klachten van studenten en kamervragen daaromtrent van Jasper van Dijk (SP). In het hoger beroepsonderwijs is het BSA al op brede schaal in­gevoerd, maar ook steeds meer universiteiten voeren het BSA in. Voorjaar 2008 sloot de VSNU een meerjarenafspraak met het ministerie om het studiesucces in de universitaire bacheloropleiding te vergroten. Versterking van de selecterende en verwijzende functie van het eerste studiejaar is daarbij een van de speerpunten, opdat studenten zo snel mogelijk in een studie terechtkomen die ze met succes kunnen voltooien.
Maar heeft de Onderwijsinspectie, in haar evaluatie van de uitvoeringspraktijk van het BSA, de juiste onderzoeksvragen gesteld? Zij heeft bekeken of de wettelijke bepalingen zo’n beetje worden nageleefd. Doch in feite draait zij om de hete brij heen. Zij verwaarloost de zes vragen die de kern van het BSA raken.
Lees verder … (PDF)

Veilige publieke taak

Wes Holleman | 13-03-2010 | 4 Reacties » | permalink

Leraren zijn functionarissen met een publieke taak. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken wil hen beter beschermen tegen lichamelijke en verbale geweldplegingen van leerlingen en ouders, alsmede tegen belaging, intimidatie en bedreiging van die kant. In 2008 heeft het Ministerie in een brochure (i.s.m. Justitie) en in een handboek uitgelegd hoe scholen tegen dergelijke misdragingen kunnen optreden. En per 1 april 2010 worden Eenduidige Landelijke Afspraken van kracht om te waarborgen dat aangiftes van scholen voortvarend door politie en justitie behandeld worden.
Het Ministerie gaat er kennelijk van uit dat lichamelijke en verbale geweldplegingen (alsmede belaging, intimidatie en bedreiging), indien door leerlingen en ouders jegens leraren gepleegd, met grotere voortvarendheid moeten worden aangepakt dan dezelfde misdragingen, indien deze door leraren jegens leerlingen of ouders gepleegd worden. Dat valt niet te rijmen met het feit dat de school niet alleen een zorgplicht jegens haar werknemers heeft, maar ook jegens haar leerlingen. Misdragingen gepleegd door professionals die in een gezagsrelatie tot hun cliënten staan, worden gewoonlijk strafwaardiger geacht dan misdragingen van niet-professionals. Ook gaat men er gewoonlijk van uit dat minderjarigen bijzondere bescherming verdienen tegen misdragingen van volwassenen. Wat de relatie tussen leraren en leerlingen betreft, mogen leerlingen dus, niet minder dan leraren, aanspraak maken op bescherming tegen fysiek en verbaal geweld.
Ik denk derhalve dat scholen niet moeten toegeven aan het idee dat zij in hun aangiftebeleid mogen discrimineren tussen leraren en leerlingen. Als een school aangifte wil doen tegen een leerling die een leraar voor klootzak heeft uitgemaakt, dan moet zij ook aangifte doen tegen een leraar die een leerling als idioot, lulhannes of trut wegzet. In beide gevallen is immers sprake van verbaal geweld. En als een school aangifte wil doen na verbale en/of fysieke geweldpleging tussen leraar en leerling, zal zij eerst via hoor en wederhoor moeten vaststellen of er aanleiding is tegen de een of tegen de ander of tegen beiden aangifte te doen. Het is naar mijn oordeel een taak van de Medezeggenschapsraad erop toe te zien dat de school een evenwichtig en terughoudend aangiftebeleid voert.

Escalatie op school

Wes Holleman | 12-03-2010 | permalink

Op het gamersforum PSP-media (9/3/2010) is de volgende casus in discussie gebracht. De Lerares Economie komt maandagochtend het lokaal binnen en treft op het bord een spotprent aan. Haar beeltenis en niet erg flatteus. Ze wordt woest en zet de hele klas ter plekke aan het strafwerk: vijf paragrafen overschrijven. Een leerling genaamd Dutch weigert zich daaraan te conformeren: ik heb niets gedaan en heb dus ook geen straf verdiend. Dutch wordt naar de Coördinator gestuurd, maar komt onverrichterzake terug: hij was er niet. Dutch wordt voor de rest van het uur naar de gang verbannen en moet zich om halfdrie, na het laatste lesuur, bij de Lerares melden. Hij treft haar op de afgesproken tijd en plaats niet aan en gaat onverrichter­zake naar huis. Dinsdag meldt hij zich bij de Lerares, die hem verwijt dat hij maandag­middag verstek heeft laten gaan. Zij verlangt dat hij die dinsdagmiddag drie uur nablijft. Hij vindt het verwijt misplaatst, weigert de opgelegde straf te ondergaan en loopt boos weg. Zij roept hem na dat hij voor het aanstaande proefwerk, woensdagmorgen, een één kan verwachten. Dutch legt het conflict diezelfde dinsdag aan de Coördinator voor. Deze constateert dat beide partijen het conflict onnodig hebben laten escaleren en belooft een vervolggesprek te arrangeren. Dutch maakt woensdag het proefwerk. Het verhaal vertelt niet hoe het allemaal is afgelopen.
Lees verder … (PDF)