LSVb over studielast en studiebelasting

Wes Holleman | 30-04-2010 | permalink

De Landelijke Studenten Vakbond heeft een vragenlijstonderzoek verricht naar de studielast in het hoger onderwijs. Op 28/4/2010 bracht de LSVb een persbericht uit waarin enkele resultaten en conclusies worden samengevat. Het lijkt erop dat het onderzoek zowel uitsluitsel geeft over de gemiddelde studie-inzet (bestede uren per week) als over de gemiddelde studielast (benodigde uren per studiepunt). Dat vereist een uiterst kundig onderzoeksdesign. Een breinbreker is namelijk hoe je de studie-inzet en de studielast in het hoger onderwijs in kaart moet brengen, gegeven de grote verschillen tussen studenten en tussen opleidingen. Je hebt nogal een grote steekproef nodig om daar iets zinnigs over te zeggen en je kunt niet volstaan met rekenkundige gemiddelden. Een ander probleem is dat je bij het berekenen van de studielast van cursussen niet alleen moet kijken naar de studenten die bij de eerste tentamen­gelegenheid geslaagd zijn, maar ook naar de vertraagden en gezakten. Zij moeten immers nog extra studielast verzetten om de beoogde studiepunten te verwerven. Verder zullen er bij de evaluatie van de gevonden urenaantallen vragen rijzen over de studiebelasting: hoe zwaar kan een fulltime student belast worden, uitgedrukt in netto-uren per goedbestede werkweek en per goedbesteed werkjaar?
Ik ben erg benieuwd naar het onderzoeksrapport, maar op de LSVb-site is dat nergens te vinden. In het persbericht con­cludeert de LSVb met veel aplomb dat de opleidingen in het hoger onderwijs te licht zijn en dat de student te weinig wordt uitgedaagd. Ik durf te wedden dat die conclusie niet door de onderzoeksresultaten geschraagd wordt.
Bron: Persbericht LSVb; Nieuwsbericht Persbureau HOP

Recht op je eigen Geschiedenis

Wes Holleman | 29-04-2010 | 3 Reacties » | permalink

Leraren behoren de stof van hun vak evenwichtig te behandelen. Maar geldt dat ook voor het schoolvak Geschiedenis? Wat men Geschiedenis noemt is een poging om door te dringen in het collectieve geheugen van onze ouders en voorouders: wat hebben ze meegemaakt, welke sporen hebben ze ons nagelaten, en hoe zijn we geworden tot wie we nu zijn? Meer in het algemeen richt het schoolvak zich op Onze Vaderlandse Geschiedenis, oftewel de selectie van ontwikkelingen uit het verleden die van belang wordt geacht voor een beter begrip van het Nederlandse heden en de Nederlandse toekomst. Het schoolvak Geschiedenis geeft dus een terugblik vanuit Mij (in de huidige wereld) en vanuit Ons Nederlanders (in de huidige wereld). Geschiede­nisleraren behandelen de stof derhalve per definitie onevenwichtig: van hen wordt niet verwacht dat ze een overzicht geven van de geschiedenis van alle wereldburgers. Hun verhalen worden begrensd door hun definitie van Mij en van Ons Nederlanders.
Er kunnen fricties optreden als sommige leerlingen in de geschiedenisles niet akkoord gaan met die definitie: uw verhalen slaan niet op mij of mijn voorouders en ze ver­engen de situatie van Ons Nederlanders tot De Modale Nederlander of zelfs tot een heel speciale bevolkingsgroep. In de Verenigde Staten spreekt men van de WASP, wanneer ‘de’ Amerikaan ten onrechte vereenzelvigd wordt met de geprivilegieerde White, Anglo-Saxon Protestant. Om dat te corrigeren kunnen leerlingen bijvoorbeeld op vele highschools het keuzevak Afro-American History volgen.
Lees verder … (PDF)

Verdwaald in het speciaal onderwijs

Wes Holleman | 27-04-2010 | 3 Reacties » | permalink

Ik ben een ijverige meid, al zeg ik het zelf. Ik heb op een reguliere basisschool gezeten en ik heb twee jaar mavo achter de rug. Toen zijn ze erachter gekomen dat ik ‘speciaal’ ben. Dat klopt niet, maar er zit allemaal stomme begeleiding achter me aan. Ik moest volgens hen naar een speciale school, maar er was nergens plaats. Dus heb ik een jaar in een wacht­traject gezeten. Dat derde leerjaar mavo kon ik ondertussen vergeten. Toen werd ik uiteindelijk geplaatst op dit schooltje. Ze richten zich onder meer op cluster-4 leerlingen uit het autistisch spectrum. Ze hebben me voorgespiegeld dat ik hier weer het derde leerjaar mavo kon oppakken, maar daar is niets van waar. Het deugt hier van geen kant. Ze krijgen veel geld uit mijn rugzakje, maar ik krijg er niets voor terug. Ik zou willen dat zoiets in de krant komt, zodat ouders zich tien keer bedenken voordat ze daar intrappen. Ik ga her-indicering aan­vragen zodat ik weer naar een reguliere mavo-afdeling mag, want zo kan het niet …
Lees verder … (PDF)

Een zwarte topschool in Brooklyn

Wes Holleman | 26-04-2010 | permalink

Moeten we etnische segregatie bestrijden of moeten scholen zich specialiseren op een bepaalde doelgroep? Robin Gerrits (De Volkskrant 13/4/2010) schreef daarover een leuk artikel voor de Onderwijsagenda. Hij laat Lotje Cohen en Jeroen Slot aan het woord, die vraagtekens zetten bij het grootstedelijke beleid ter bestrijding van de etnische segregatie in het basisonderwijs. Betere menging van de scholierenpopulatie is een sympathiek streven, maar het lukt nauwelijks. Kunnen we niet beter van de nood een deugd maken? Accepteer dat er ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen zijn, maar zorg dan ook dat die zwarte scholen toponderwijs bieden, afgestemd op hun doelgroep.
Een mooi voorbeeld wordt gegeven door Sharon Otterman (NY Times 25/4/2010). Openbare basisschool 172 (hartje New-York) is een armeluisschool die voornamelijk bevolkt wordt door Hispanics. In vele gezinnen wordt thuis alleen maar Spaans gesproken. Maar qua opbrengsten hoort de school tot de twaalf topscholen van de stad. Het geheim van de smid is: gespecialiseerde staf, onderdompeling in een Engelse taalomgeving, systematische en frequente toetsing van de vorderingen, interne differentiatie binnen de klas (subgroepgewijs), en waar nodig een verlengde school­dag en -week (maandag, dinsdag en zaterdag).

Kinderombudsman

Wes Holleman | 24-04-2010 | permalink

Donderdag 22 april is de Tweede Kamer akkoord gegaan met het instellen van een Kinderombudsman (PvdA-voorstel 31831). Deze nieuwe klachteninstantie zal binnen de organisatie van de Nationale Ombudsman functioneren, maar zij heeft eigen bevoegdheden en zij stuurt een eigen jaarverslag naar het Parlement. Een belangrijk verschil met de opdracht van de Nationale Ombudsman is dat zij ook klachten tegen private instellingen zoals scholen in behandeling neemt. Overigens is de Nationale Ombudsman wel bevoegd om klachten tegen openbare universiteiten en hogescholen te behandelen.
In principe moeten minderjarigen (of hun ouders) hun klachten eerst bij de school en de bijbehorende externe klachten­commissie deponeren voordat ze bij de Kinder­ombudsman kunnen aankloppen. De uitspraken van de Kinderombudsman zijn niet bindend, evenmin als die van de Nationale Ombudsman. Maar als het handelen van een school naar het oordeel van zo’n klachteninstantie in strijd is met nationale wetten of internationale verdragen (zoals het Kinderrechten­verdrag), staan minder­jarigen wel sterker in de verdediging van hun belangen. Ook heeft de Kinder­ombuds­man uitdrukkelijk tot taak, gevraagd of ongevraagd algemene adviezen uit te brengen, die gewicht in de schaal kunnen leggen bij de opstellers van wet- en regel­geving, bij de vertegenwoordigers in medezeggenschapsorganen en bij klachten- en geschillen­commissies.
Voor scholierenorganisaties zoals LAKS en JOB (en voor ouderorganisaties) gloort er dus licht aan de horizon. Het is nu de tijd een verlanglijstje op te stellen van onder­werpen waarover ze de Kinderombudsman een uitspraak of advies willen ontlokken. Bijvoorbeeld over pijnpunten zoals nepotisme bij het aannemen van leerlingen, ver­nederende bejegening, lange wachttijden op toetsuitslagen, behoorlijke procesgang bij het opleggen van straffen, het meerdaags innemen van eigendommen (mobieltjes), detentiebeleid (nablijven), het opleggen van collectieve straffen, of discriminatie van anders­denkenden.

Een bonus voor scholieren

Wes Holleman | 22-04-2010 | permalink

Zolang hun kinderen nog geen achttien jaar zijn, krijgen ouders in principe kinderbijslag. Het bedrag ligt meestal tussen 195 en 325 euro per kind per kwartaal, afhankelijk van het aantal kinderen en de geboortedatum en leeftijd van het kind. Verder geldt als voorwaarde dat het eigen arbeidsinkomen van het kind niet te hoog is. Na hun achttiende krijgen jongeren een basisbeurs die in de plaats komt van de ouderlijke kinderbijslag.
Onlangs is een wetswijziging doorgevoerd zodat de kinderbijslag op initiatief van de leerplichtambtenaar kan worden stopgezet als zestien- of zeventienjarigen zich aan hun leer- of kwalificatieplicht onttrekken. Daarmee wordt de kinderbijslag dus een soort bonus die tot doel heeft voortijdige schooluitval te bestrijden. Maar het Nederlands Jeugdinstituut betwijfelt of zo’n bonus enig effect sorteert, aangezien ouders van zestien- en zeventienjarigen weinig machtsmiddelen hebben om hun spijbelende kinderen in het gareel te krijgen. Daar komt bij dat voortijdige school­uitval niet alleen aan onwil van de jongere hoeft te liggen, maar ook aan tekortko­mingen van het onderwijsbestel: is er een leerplaats beschikbaar waar de betrokkene substantiële vorderingen kan maken in de richting van een waardevol diploma? Voortijdige schooluitval wordt niet alleen bepaald door de aantrekkelijkheid van ‘weggaan’, maar ook door de onaantrekkelijkheid van ‘blijven’.
In de Verenigde Staten zijn grootscheepse experimenten gedaan naar het effect van financiële bonussen op de bereidheid van leerlingen meer tijd in hun schooltaken te steken (Time Magazine 8/4/2010). Daarbij ging het dus niet over de keuze tussen blijven of weggaan, maar om de keuze tussen grotere of geringere tijdsinvestering in schooltaken. Wat kwam er uit dat onderzoek?
Lees verder … (PDF)

Tempodifferentiatie (II)

Wes Holleman | 21-04-2010 | permalink

Wat zou er moeten veranderen opdat leerlingen de tijd die ze tussen hun vierde en achttiende jaar beschikbaar hebben, optimaal kunnen benutten met het doel in dat tijdsbestek een zo hoog mogelijk eindniveau te bereiken? En hoe zou het voortgezet onderwijs daaraan kunnen bijdragen? Dat is de ambitieuze vraag van de Investeringsagenda die de VO-raad eind maart op tafel heeft gelegd. In het dagblad Trouw (31/3/2010) zijn enkele mogelijke denklijnen voor het voortgezet onderwijs samengevat. Verplicht minder-vlotte leerlingen niet een heel leerjaar te doubleren, maar bied hun in plaats daarvan een dóórlopend programma aan (een vijfjarig vmbo, een zesjarige havo). En verplicht gezakte leerlingen niet het hele examenjaar te doubleren, maar geef hen vrijstellingen voor de examenvakken die ze gehaald hebben. Dergelijke denklijnen moeten uiteraard naar twee kanten worden uitgewerkt. Dus ook: hoe kan aan de vlottere leerlingen een programma worden geboden dat aan hun leertempo tegemoet komt, of welke extra vakken kunnen leerlingen volgen als ze tijd óver hebben?
Tempodifferentiatie is een rode draad die door de Investeringsagenda heen loopt. Lever maatwerk door het onderwijs­tempo af te stemmen op het leertempo dat de leerling aankan. Maar hoe moet je dat organiseren?
Lees verder … (PDF)

Slechthorende apothekersassistent (III)

Wes Holleman | 17-04-2010 | permalink

Ik heb mijn havodiploma op zak en ik wil apothekersassistent worden. Dat is een driejarige dagopleiding bij een Regionaal Opleidingscentrum (ROC). Maar ik heb een probleempje: ik ben slechthorend. Ik ben dus niet geschikt voor een openbare apotheek, want daar moet je vlot met patiënten kunnen omgaan. Geen probleem, want er zijn genoeg andere functies, bijvoorbeeld in de farmaceutische industrie, een centrale bereidingsapotheek, een farmaceutische groothandel, of misschien ook in een grote ziekenhuisapotheek. Maar volgens het ROC ben ik niet geschikt voor de ‘competentie­gerichte’ opleiding. Je moet namelijk stages lopen bij een openbare apotheek en dat loopt spaak vanwege het baliewerk. Ik vroeg toen of ik geen vervangende stages zou mogen doen, maar dat zit er niet in. Het ROC is namelijk gebonden aan het kwalificatiedossier van het Kenniscentrum Calibris en dat is toegesneden op de functie van apothekersassistent in een openbare apotheek. Met name op de kwalificaties inzake Farmaceutische Patiëntenzorg (intake van de zorgvraag, behandeling van de zelfzorgvraag, voorlichting & advies) zou ik een dikke onvoldoende scoren.
Lees verder … (PDF)

De scheiding tussen School en Staat

Wes Holleman | 12-04-2010 | 1 Reactie » | permalink

In Nederland bestaat er een scheiding tussen Kerk en Staat. De Kerk eigent zich geen staatsgezag toe en de Staat laat de kerken vrij in de regeling van hun interne aangelegenheden. Maar die soevereiniteit-in-eigen-kring is begrensd door de wetten van de Staat. De Rooms-Katholieke Kerk heeft dat niet altijd zo goed begrepen. Bij flagrante wetsovertredingen door kerkelijke werkers werd er geen aangifte gedaan. Ze werden berispt, overgeplaatst of desnoods ontslagen, maar hun vergrijpen werden gewoonlijk in de doofpot gedaan. Men wilde voorkomen dat (a) het gezag van de Kerk en haar ambtsdragers zou worden aangetast, dat (b) de reputatie van de Kerk en haar instituties schade zou oplopen en (c) dat haar kracht zou worden ondermijnd door uitstroom van gekwalificeerde werkers. De belangen van de gelovigen werden opgeofferd aan de belangen van de Kerk.
Evenzo bestaat er in Nederland een zekere scheiding tussen School en Staat. In overleg met de ouders mogen scholen zelf hun interne aangelegenheden regelen, hun eigen vormingsdoelen formuleren en hun onderwijs naar eigen goeddunken inrichten. Maar hun soevereiniteit is begrensd door de wetten van de Staat. Toch kunnen ze zich in dat opzicht veel permitteren. Het behoort namelijk tot hun pedagogische missie om kinderen en jongeren op te voeden. Bovendien worden zij geacht de discipline op school te bewaren. Kortom: van de school wordt verwacht dat zij strijdbaar is om haar missie te vervullen. Daarom is de Staat geneigd vele overtredingen van wetten en verdragen, gepleegd door scholen en individuele leraren, door de vingers te zien, onder het motto: à la guerre comme à la guerre. Rechten en vrijheden die in de wereld der volwassenen vanzelfsprekend zijn, worden aan minderjarige scholieren onthouden. Maar waar ligt de grens? In de praktijk wordt het aan het zelfregulerend vermogen van de scholen overgelaten om die grens te trekken, maar de vraag is of men blind daarop mag vertrouwen. Want dat vermogen wordt beperkt door hun preoccupaties met (a) het gezag van de school en haar leraren, (b) de reputatie van de school en (c) het tekort aan gekwalificeerde leraren en managers. Bovendien zijn scholen gepreoccupeerd met (d) hun streven naar doelmatige bedrijfsvoering. Hoe kan worden gewaarborgd dat de fundamentele belangen van de leerlingen niet worden opgeofferd aan de belangen van de school?
Lees verder … (PDF)

LAKS-monitor: 23 pijnpunten

Wes Holleman | 10-04-2010 | permalink

Onlangs is de LAKS-monitor 2010 gepubliceerd. De Monitor levert 23 pijnpunten op die door middelbarescholieren ervaren worden. Met haar Monitor biedt de leerlingenorganisatie LAKS een waardevolle aanvulling op de 43 ergernissen die begin dit jaar door Scholieren.com gerapporteerd zijn.
Vergeleken met het overzicht van Scholieren.com, komen er in de Monitor ettelijke nieuwe pijnpunten naar voren. Worden roosterwijzigingen adequaat doorgegeven aan de leerlingen? Is de kwaliteit van de toetsen voldoende? Zijn er niet teveel zelfstudie-uren en biedt de school daarbij voldoende coaching? Geeft de school genoeg begeleiding bij de maatschappelijke stages? Wordt er voldoende voorlichting gegeven bij de profielkeuze en bij de voorbereiding op het eindexamen? Wordt er bij de organisatie van buitenschoolse activiteiten voldoende rekening gehouden met minderheids­groepen? Krijgen de leerlingen voldoende inspraak in bestuurlijke aangelegenheden en worden hun klachten adequaat behandeld? Krijgen ze genoeg ruimte om via de schoolkrant een eigen geluid te laten horen? Wordt er voldoende rekening gehouden met leerlingen die te kampen hebben met een functiebeperking, handicap of chronische ziekte?
Lees alle 23 pijnpunten (PDF)