De kwaliteit van schoolexamens (II)

Wes Holleman | 28-06-2010 | permalink

Ik ben maar een eenvoudige lesboer. Zo begon hij zijn bespiegeling. Ik laat ze de stof doorploegen en dan krijgen ze er een proefwerk over. Het doel van die toets is vast te stellen of ze de stof voldoende beheersen. Wie de stof voldoende beheerst, krijgt een zes. Wie iets beter presteert, krijgt een zeven en wie de toets heel goed gemaakt heeft, krijgt een acht of hoger. Mijn tienpuntsschaal is eigenlijk een combinatie van twee schalen: (a) voldoende of onvoldoende? en (b) in welke mate (on)voldoende? Mijn toetsen zijn er niet op gemaakt om exact vast te stellen of iemand een zeven dan wel een acht verdient. Als ik een acht geef, bedoel ik dat hij beter gepresteerd heeft dan een klasgenoot die een zeven heeft gekregen, maar ik heb niet de pretentie te kunnen verantwoorden hoevéél beter een acht is in vergelijking met een zeven. In absolute zin discrimineren mijn toetsen slechts binnen het cijfergebied rond de cesuur, dus tussen 4,5 en 6,5. Dat spreekt vanzelf: ik wil niet dat ze ten onrechte slagen en ook niet dat ze ten onrechte zakken. Aan het eind van het trimester bereken ik voor iedere leerling een rapportcijfer, een soort gewogen gemiddelde van de toetscijfers. Wiskundig gezien is dat uiterst aanvechtbaar: van scores op een ordinale schaal valt geen rekenkundig gemiddelde te berekenen. Maar ik vind het prima zo: (a) ik meet (absoluut) of hun toetsprestatie voldoende is; (b) de leerlingen komen (relatief) te weten hoe goed ze zijn in vergelijking met hun klasgenoten; en (c) op het rapport komt een cijfer waarin, naast mijn absolute beoordelingen (a), ook hun relatieve positie ten opzichte van hun klasgenoten (b) enigszins is meegewogen.
Lees verder … (PDF)

Gemengd nieuws

Wes Holleman | 25-06-2010 | 1 Reactie » | permalink

1. Op het Gijsbrechtcollege in Amsterdam worden lokjoden ingezet om het racisme van leerlingen te bestrijden. Rector Asscher licht toe: ‘De lokjood (met orthodox keppeltje) wordt voorzien van een verborgen camera en microfoon. Medeleerlingen die hem pesten of najouwen krijgen een waarschuwing en als ze in herhaling ver­vallen, worden ze geschorst.’ Een plaatselijke journalist informeerde of de school ook loknegers (behoorlijk zwart) en lokmoslims (met orthodoxe hoofddoek) gaat inzetten. De rector erkent dat die minderheden eveneens bescherming verdienen, maar gezien de joods-christelijke fundamenten van onze samenleving heeft de bestrijding van antisemitisme volgens hem de hoogste prioriteit.
2. De Rotterdamse avondvierdaagse wordt gesponsord door Adidas. Bij de start krijgen de deelnemertjes een gratis petje van dat bedrijf uitgereikt. De sponsor stelt als eis dat reclame-uitingen van de concurrenten Nike, Puma en Reebok geweerd worden. De gemeente Rotterdam heeft inmiddels het desbetreffende APV-artikel in werking gesteld. Als con­currenten langs het parcours flyers uitdelen, zullen ze door de politie worden opgepakt. De gemeentelijke woordvoerder licht toe: ‘De avondvier­daagse past in ons grootstedelijke evenementenbeleid, maar we moeten de tering naar de nering zetten. Dat vereist samenwerking tussen publieke en private partijen.’
Bron: Elsevier 21/6/2010, Telegraaf 24/6/2010

Etnisch gemengde scholen

Wes Holleman | 24-06-2010 | 6 Reacties » | permalink

Onderwijssocioloog Jaap Dronkers heeft via internationaal-vergelijkend onderzoek aangetoond dat leerlingen op ‘etnisch diverse’ middelbare scholen veel slechter op taalvaardigheid presteren dan leerlingen op ‘etnisch homogene’ middelbare scholen. Wat betekent dat? Wil dat zeggen dat zwarte scholen niet veel onderdoen voor witte scholen en dat ouders er verkeerd aan doen hun kinderen naar gemengde scholen te sturen? Neen, dan begrijp je hem helemaal verkeerd!
Neen, etniciteit wordt door hem gedefinieerd op basis van het land waar de leerlingen of hun ouders geboren zijn. Een school waar alleen allochtonen van Turkse afkomst op zitten, is in etnisch opzicht uiteraard homogeen, evenals een school waar uitslui­tend autochtone Nederlanders op zitten. Maar de tegenpool, etnische diversiteit, wordt door hem gedefinieerd als het aantal landen dat op een school vertegen­woor­digd is. Dus een islamitische school die moslims uit alle windstreken herbergt, wordt door Dronkers in etnisch opzicht zeer divers genoemd. Zo’n school wordt diverser genoemd dan een school die voor de helft uit autochtone Nederlanders en de andere helft uit allochtonen van Turkse afkomst bestaat. Ook een Australische school die door vele Nieuw-Zeelanders, Britten, Ieren, Amerikanen en Engelssprekende Canadezen of Zuid-Afrikanen gefrequenteerd wordt, is volgens Dronkers’ definitie etnisch divers, evenals een Portugese school met veel leerlingen (of ouders) die uit Brazilië komen of die uit de voormalige Portugese koloniën gerepatrieerd zijn. Anderzijds wordt een Franstalige Brusselse school waar veel Nederlandstalige Vlamingen op zitten, etnisch homo­geen genoemd: alle leerlingen komen immers uit hetzelfde land.
Lees verder … (PDF)

Professionele ruimte voor de vaklui

J. Jeronimoon | 20-06-2010 | permalink

Tegenwoordig hebben onderwijsbestuurders de mond vol van zelfsturende teams. Ze bedoelen dan niet de vaksecties waarin vaklui onderling het hoe en wat rond het vak en de overdracht van hun vakkennis plachten te bespreken. Nee, ze bedoelen teams waarin alle vakken vertegenwoordigd zijn, natuurlijk onder aanvoering van een teamleider. Deze teams moeten geschoold worden. Die scholing is niet gericht op vak­inhoudelijke en vakdidactische kwesties, maar op team­building, competenties, ict, het nieuwe leren, enz. De teammanagers hebben ervoor te zorgen dat de conclusies uit deze scholingsdagen in praktijk worden gebracht.
Onder de voet gelopen door deze zelfsturende teams, wordt de tijd voor overleg tussen vakgenoten alsmaar krapper: dat cruciale overleg gebeurt tegenwoordig terloops op de trap tijdens de pauze, in de koffiekamer, of dergelijke. Waar zelf­sturende teams hadden moeten voorzien in de nodige professionele ruimte en on­afhankelijkheid, worden deze teams (of hoe ze ook mogen heten) in werkelijkheid aangestuurd door de teammanager, die op zijn beurt wordt aangestuurd door de coördinator, die weer wordt aangestuurd door de onderwijsdirecteur. Zo is er een wrange controle ontstaan over het doen en laten van de individuele docent. Afspra­ken in de nog overgebleven vaksecties worden meestal tenietgedaan door afspraken binnen teams die het van bovenaf vastgestelde beleid moeten uitvoeren. Zij mogen daaraan zogenaamd hun eigen invulling geven, maar men bedoelt veeleer: ‘u hebt inspraak mits het in mijn straatje past’.
Uiteindelijk is er op elk niveau een wirwar aan beslissingsbomen ontstaan en is de organisatie een ondoordringbaar oer­woud van regels, afspraken en gekonkel geworden. Dientengevolge weet niemand meer wie waarvoor verantwoorde­lijk is. Hebben de professionals via zelfsturende teams zeggenschap over het primaire proces (inclusief de bijbehorende budgetverantwoordelijkheid)? Nee, dat is slechts een mythe. Door het voortbestaan van die mythe is de hele organisatie nagenoeg stuur­loos geworden. Maar de bestuurders houden die mythe blindelings in stand, want op welke grond zouden zij anders een vorstelijk salaris verdienen voor het leiden van een onderwijsinstelling die zich een professionele organi­satie noemt?

Professionele ruimte

Wes Holleman | 18-06-2010 | 1 Reactie » | permalink

De heer De Potter is lid van het College van Bestuur van twee forse onderwijs­organisaties. Bestuurders en managers wordt aangewreven dat zij de docenten te zeer beknotten in de professionele ruimte die ze nodig hebben om hun werk te doen. Hij vindt die beschuldiging niet helemaal terecht. Op zijn blog (16/6/2010) stelt hij dat docententeams vaak heel wat ruimte gegund wordt om het werk naar eigen goed­dunken in te richten, maar dat de professionele ruimte van de individuele docent ver­volgens dreigt te worden dichtgetimmerd door afspraken binnen het team.
Dat is natuurlijk een mooie manier om het eigen straatje schoon te vegen. Maar op zich heeft De Potter een punt. Als professionals klagen dat ze te weinig ruimte krijgen om hun professionele opdracht te vervullen, moeten ze zich afvragen waar de aangrijpingspunten liggen om die ruimte te vergroten. Laten we eens een lijstje proberen te maken voor een workshop over gebrek aan professionele ruimte: kan iemand er iets aan doen, zo ja wie?
Lees verder … (PDF)

Meelifters (II)

Wes Holleman | 14-06-2010 | 1 Reactie » | permalink

Joep zit in het derde leerjaar havo of vwo. Hij moest voor Natuurkunde een huiswerkopdracht maken, samen met vijf klasgenoten. Een groepsopdracht dus: maak een constructie zodat een ei van grote hoogte tot op de harde grond kan zweven zonder te breken. Tevens moest de groep daarover een natuurkundig verslag schrijven. Het lukte wonderwel en de groep werd beloond met het cijfer 8,3. Maar een van de groepsleden vond het onrechtvaardig dat ze alle zes hetzelfde cijfer kregen. De leraar stemde ermee in dat het groepscijfer (6x 8,3) intern verdeeld werd. Met overgrote meerderheid werd besloten dat Joep een vier en de overigen een negen verdienden. En deze individuele scores werden dus door de leraar in zijn cijferboekje opgetekend. Kan dat zomaar, klaagt de gedupeerde leerling op Scholieren.com (31/5/2010).
Lees verder … (PDF)

Vaderlandsliefde op school (II)

Wes Holleman | 12-06-2010 | 5 Reacties » | permalink

Mogen scholen een middag vrijaf geven opdat hun leerlingen naar de rechtstreekse uitzending van de WK-wedstrijd Nederland-Denemarken kunnen kijken? Ja, dat mag, maar zij mogen vervallen lesuren niet meetellen voor de jaarlijkse urennorm. Volgens het ministerie doen zij er goed aan, de wedstrijd bijvoorbeeld op een groot scherm in de aula te vertonen, zodat er zo min mogelijk lesuren verloren gaan. Deze suggestie heeft als bijkomend voordeel dat ouders hun dagindeling niet hoeven om te gooien: ze kunnen erop vertrouwen dat hun kinderen veilig onder de hoede van de school blijven. Maar er is ook een nadeel. Het is in strijd met de missie van de school om leerlingen aan eenzijdige indoctrinatie bloot te stellen. Twee uur oranjegekte in de aula, waar leraren en leerlingen zich ‘en masse’ van hun chauvinistische kant laten kennen, heeft onmiskenbaar indoctrinerende trekjes. Sommige ouders en leerlingen zijn daar niet van gediend. Uit hoofde van haar onderwijsethiek behoort de school aan de leerlingen uitdrukkelijk de mogelijkheid te bieden zich aan deze manifestatie van doorgeschoten vaderlandsliefde te onttrekken.
Maar hoe zit dat in het basisonderwijs? Mijn zesjarige kleindochter beweert bij hoog en bij laag dat ze de wedstrijd maandagmiddag in de klas te zien krijgt. Ik kan het nauwelijks geloven. Zij heeft nog niet de leeftijd bereikt waarop men ‘informed con­sent’ kan veronderstellen en aan haar ouders is niets gevraagd. Ik denk dat de TV-wedstrijd dan moet worden ingebed in klassegesprekken over wij- en zij-gevoelens. Waarom juicht de kroonprins van Oranje het oranjeteam toe? Waarom kiezen mensen partij vóór het ene en tégen het andere team? Mag je ook voor de Denen applaudisseren of zijn dat onze vijanden? Wat is eigenlijk het doel van een sport­wedstrijd? En wat is sportief?

Driekwarts broek

Wes Holleman | 09-06-2010 | 2 Reacties » | permalink

Buitentemperatuur 25 graden. Mag zij in deze outfit voor de klas, en haar partner ook? Ze lopen beiden in driekwarts broek, maar zij ziet er veel verzorgder uit dan hij. Op 25 mei 2010 heeft de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) een docent gelijk gegeven, die het discriminerend vindt dat mannen ‘s zomers op school in lange broek moeten verschijnen terwijl zijn vrouwelijke collega’s wel een capri mogen dragen. Volgens de desbetreffende middelbare school behoren leraren het goede voorbeeld te geven en zich correct en representatief te kleden, zoals ‘white-collar workers’ in onze maatschappij betaamt. In de personeelsregels is een driekwart broek voor mannen uitdrukkelijk als onprofessionele vrijetijds- of vakantiekleding aangemerkt, evenals een naveltruitje voor vrouwen. Volgens de CGB mag de school wel kledingvoor­schriften voor haar personeel stellen, maar mag zij representativiteit niet afmeten aan de blootheidsgraad van het mannelijke onderbeen. De CGB sluit dus niet uit dat mannen tijdens de zomermaanden ook in driekwarts broek representatief gekleed kunnen gaan. Zoals de man met die blauwe shirt? Ook deze IKEA-man kan er misschien mee door, evenals die Spiegelman, maar mij dunkt dat hun sportschoenen toch te weinig representativiteit uitstralen.
Wat me trouwens opvalt is dat de school in kwestie uitsluitend van haar leraren en leraressen eist dat hun kleding ver­zorgd en representatief is en dat zij geen be­perkingen stelt aan de mate waarin ze hun seksuele charmes accentueren (strakke broek, decolleté, hoge hakken, haardracht, nagels, voeten). Zo hebben Tilburgse wetenschappers aannemelijk gemaakt dat vrouwelijke leerlingen slechter presteren op een wiskundetoets als ze vooraf met rolbevestigende plaatjes van seksueel aan­trekkelijke vrouwen geconfronteerd worden (De Volkskrant 9/6/2010). In een volwassen arbeids­omgeving acht men het aanvaardbaar dat mannen en vrouwen professioneel gebruik maken van hun seksuele charmes. Maar men kan zich afvragen of de professionele docent in een taakgerichte klas niet alleen de vrijetijdscultuur maar ook het spel der seksen enigszins buiten de deur moet houden.
Tag: Taakgerichte schoolcultuur

Herkansingen afgeschaft

Wes Holleman | 07-06-2010 | 1 Reactie » | permalink

De Universiteit Utrecht voert een restrictief beleid inzake herkansingstentamens. De opleiding Sociale Geografie en Planologie schaft de herkansingen zelfs helemaal af. Dat bericht DUB, het onafhankelijke communicatieplatform van de UU (19/5/2010). Alleen wie kantjeboord gezakt is (met een tentamencijfer tussen 5,00 en 5,49) en aan alle aanwezigheids- en inspanningsverplichtingen voldaan heeft, kan recht doen gelden op een verlengd tentamen en kan dan maximaal een zes halen. Als men niet voor het verlengde tentamen in aanmerking komt of voor dat verlengde tentamen zakt, moet men volgend jaar het hele vak doubleren (Studiegids, p.18-19).
De wetgever schrijft voor dat de faculteit vastlegt hoeveel malen per studiejaar de gelegenheid wordt geboden tot het afleggen van de tentamens (art. 7.13 WHW). En wat het bindend studieadvies in de propedeuse betreft, stelt de wetgever als eis dat ‘de desbetreffende opleiding zorgt voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede studie­voort­gang zijn gewaarborgd’ (art. 7.8b WHW). Het is dus de vraag of deze tentamenregeling in juridisch opzicht door de beugel kan. Maar behalve een juridische meetlat kan men ook een strengere, ethische meetlat aanleggen. Valt de regeling in ethisch opzicht te rechtvaardigen?
Lees verder … (PDF)

General Teaching Council: exit?

Wes Holleman | 04-06-2010 | 1 Reactie » | permalink

De nieuwe Britse regering is druk met bezuinigingsplannen. Onderwijsminister Michael Gove (Conservative Party) wil de General Teaching Council for England opdoeken. De GTC is een zelfstandig bestuursorgaan dat in 1998 door Labour is ingesteld: een ‘selfregulating professional body’ van en voor leraren, dat tevens de regering van advies dient over didactische kwesties. Het GTC houdt een publiek­rechtelijk beroepsregister van leraren bij. Dat kost de leraar jaarlijks inschrijfgeld. Voor leraren in het openbaar onderwijs is de inschrijving verplicht. Als ze zich misdragen of incompetent blijken te zijn, kunnen ze via een tuchtprocedure uit het register worden geschrapt. Vorig jaar heeft de GTC een nieuwe gedragscode voor leraren ingevoerd die bij de onderwijsvakbonden op sterke weerstand stuitte. Op grond van die code kunnen leraren namelijk geroyeerd worden als ze zich in hun privéleven misdragen: ‘Registered teachers (…) maintain reasonable standards in their own behaviour that enable them (…) to uphold public trust and confidence in the pro­fession.’ De bonden zijn er dan ook niet rouwig om als de GTC zou verdwijnen. Maar dat hoeft niet te betekenen dat het beroepsregister wordt afgeschaft.
Bronnen: GTCE-code 2009; idem vertaald; Daily Telegraph 2/6/2010; The Guardian 3/6/2010.