Docenten onder druk gezet

Wes Holleman | 31-07-2010 | 5 Reacties » | permalink

Docenten worden door het management onder druk gezet om de zak/slaaggrens van toetsen en tentamens te verlagen opdat een hoger percentage van de leerlingen/stu­denten voldoende eindcijfers haalt. Aldus het Algemeen Dagblad (24/7/2010). Worden docenten dus gedwongen met hun zak/slaaggrens te sjoemelen? Dat zou kunnen. Maar zo’n categorische conclusie is wel erg kort door de bocht. Men hoeft er immers niet bij voorbaat van uit te gaan dat docenten de wijsheid in pacht hebben. Als vele leerlingen/studenten onvoldoende cijfers halen, mogen managers drie kritische vragen stellen.
Lees verder … (PDF)

Leeftijdsdiscriminatie

Wes Holleman | 30-07-2010 | 1 Reactie » | permalink

MBO-instellingen zijn niet verplicht gegadigden tot hun drie- of vierjarige opleidingen toe te laten, ook al voldoen ze aan de toelatingseisen. De kandidaten zijn wel toelaatbaar maar daarmee hebben ze nog geen toelatingsrecht. De jongeren­organisatie JOB heeft onlangs aan de bel getrokken omdat gegadigden steeds vaker vanwege hun leeftijd worden afgewezen. Het gaat dan meestal om kandidaten die tussen de 20 en 30 jaar oud zijn. In principe is leeftijdsdiscriminatie wettelijk verboden.
Maar het is toch redelijk dat een MBO-instelling bij de intake toetst of gegadigden in hun geambieerde opleiding vol­doende kans van slagen hebben en dat men hun zo nodig voor hun eigen bestwil de toegang ontzegt? Ja, maar dan zal men behoorlijk moeten motiveren waarom men de betrokkene ongeschikt acht voor deze opleiding. Bovendien zal men moeten motiveren waarom men het tot de zorgplicht van de onderwijsinstelling rekent om de toegang te blokkeren in plaats van een dringend advies te geven en de uiteindelijke keuze aan de betrokkene zelf over te laten.
Hoe zou men kunnen rechtvaardigen dat gegadigden om hun leeftijd worden afgewezen? Hoe valt het te verkopen dat ze vanwege hun leeftijd ongeschikt zouden zijn voor de opleiding?
Lees verder … (PDF)

Hauptschule zonder hoofddoek

Wes Holleman | 28-07-2010 | permalink

Karnap is een kleine arbeiderswijk tegen de Noordgrens van Essen, een megastad middenin het Ruhrgebied. Tot 1972 was er ruime werkgelegenheid in de kolenmijnen, maar tegenwoordig vormen de vuilverbrandingsoven en de glasfabriek in Karnap de enige industriële bedrijvigheid. De wijk heeft 8000 inwoners, waaronder vele alloch­tonen. Er heerst aan­zienlijke werkloosheid en de autochtonen verlaten de wijk. Er is een grote basisschool (360 leerlingen) en een kleine VMBO-instelling (156 leerlingen). Deze Hauptschule herbergt vooral kansarme jongeren in de begaafdheidsrange van VMBO-Basis, mede ten gevolge van taalachterstanden. Slechts weinigen zullen uiteindelijk het MAVO-diploma (Real­schule) verwerven. Zeventig procent van de leerlingen is allochtoon. Hun ouders zijn voornamelijk uit Turkije of uit Arabische landen afkomstig.
In de nacht van 21/7/2010 zond de ARD een TV-documentaire over deze school uit: Kampf im Klassenzimmer. De ver­ontruste boodschap van de programmamakers is dat er binnen de lagere vormen van voortgezet onderwijs een sterke segregatie tussen allochtone en autochtone leerlingen ontstaan is, dat de allochtone leerlingen hun identiteit steeds meer in de islam en in hun thuiscultuur zoeken, en dat zij de autoch­tone minderheid ‘terroriseren’. Ik denk dat die boodschap enige aanvulling behoeft.
Lees verder … (PDF)

Gebrek aan professionele distantie

Wes Holleman | 26-07-2010 | 1 Reactie » | permalink

Een lerares uit Suffolk mag een jaar lang geen onderwijs geven omdat ze te familiair omging met ‘sixth form’ leerlingen, in de leeftijdsgroep van 16 tot 18 jaar. Deze tuchtrechtelijke straf is haar met name opgelegd omdat ze buiten school vriendschap­pelijke relaties met leerlingen onderhield. Ze gaf hen soms individueel een lift naar huis, vertelde haar 06-nummer en privéadres, liet hen toe op haar Facebookpagina, praatte met hen over haar privéleven, en wisselde chat- en SMS-berichten uit die niet bij haar leraarsrol pasten. Door het aangaan van deze buitenprofessionele relaties met leer­lingen liep zij het risico haar professionele rollen niet meer optimaal jegens hen te kunnen vervullen.
In de tweede plaats had ze een meer-dan-vriendschappelijke relatie met een leerling aangeknoopt. Gegeven de pro­fessionele gezagspositie die zij jegens hem bekleedde, is dat niet in den haak. Het valt zelfs niet uit te sluiten dat leraren zich daarbij aan machtsmisbruik en ‘grooming’ schuldig maken (iemand met ontuchtige bedoelingen trachten in te palmen). Weliswaar was het nog niet tot een fysieke relatie gekomen, maar zij beiden zouden wel het plan hebben opgevat om de relatie te intensiveren zodra hij zijn diploma zou hebben behaald.
Was er nog een derde reden om de lerares te schorsen? In het GTCE-vonnis (14/7/2010) wordt geen melding gemaakt van haar leeftijd en burgerlijke staat. Maar de Daily Telegraph (24/7/2010) vermeldt uitdrukkelijk dat ze gehuwd is. In de puriteinse Engelse verhoudingen kan overspel als een verzwarende omstandigheid worden beschouwd, aangezien Engelse leraren geacht worden als opvoeders ook in hun private levenswandel het goede voorbeeld te geven.

Zijn laatste boodschap (II)

Wes Holleman | 25-07-2010 | 2 Reacties » | permalink

Mijn vorige blogbericht (23/7/2010) ging over een Amerikaanse docent wiens aanstelling niet verlengd werd omdat hij enkele principes van de beroepsethiek zou hebben geschonden. Enige jaren geleden heeft de American Association of University Professors (AAUP 2007) kritisch bekeken hoe die principes zich verhouden tot de academische vrijheid. Het gaat om vier principes: (a) Gij zult niet indoctrineren; (b) Gij zult de stof evenwichtig behandelen; (c) Gij zult minder­heidsgroepen niet kwetsen of uitsluiten; alsmede (d) Gij zult geen controversiële stokpaardjes berijden die niets met de stof te maken hebben.
Lees verder … (PDF)

Zijn laatste boodschap

Wes Holleman | 23-07-2010 | 3 Reacties » | permalink

Het tentamen van het keuzevak Inleiding tot het Rooms-Katholicisme komt in zicht. Ik heb in deze cursus onder meer de Rooms-Katholieke zedenleer behandeld en in dat verband hebben we uitgebreid gediscussieerd over de aanvaardbaarheid of verwerpelijkheid van homoseksueel gedrag. Daarbij heb ik de utilitaristische benadering aangestipt, maar ik ben bang dat jullie die ethische stroming nog niet voldoende in het vizier hebben gekregen. Omdat één van de tentamenvragen over het utilitarisme gaat, stuur ik jullie deze e-mail om die benadering nog eens duidelijk uit te leggen:
Lees verder … (PDF)

Professional governance

Wes Holleman | 21-07-2010 | 1 Reactie » | permalink

In een kamerbrief d.d. 19/7/2010 kondigt het ministerie van OCW aan dat de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) met ingang van 2011 zal worden omgevormd tot een coöperatie van de beroepsverenigingen van leraren. Na een halfjaar proefdraaien zal de coöperatie naar verwachting medio 2011 operationeel zijn. De samenwerkende partners zijn: het Platform van Vakinhoudelijke Vereni­gingen Voortgezet Onderwijs (VVVO), de Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) en de drie onderwijsvakbonden (AOb, CNV-O en CMHF). Het doel van de coöperatie is de kwaliteit van de leraar te verbeteren en de waardering, erkenning en inspiratie van de leraar te vergroten. Tegelijkertijd zal het Landelijk Plat­form Beroepen in het Onderwijs worden ontbonden. Het LPBO fungeerde de afgelopen vijf jaar als officieel adviesorgaan betreffende de kwalificatiestructuur van onderwijs­beroepen (competentieprofielen en bekwaamheidseisen).
De omvorming van SBL en de ontbinding van LPBO past in het OCW-streven ‘pro­fessional governance’ in het onderwijs­veld te versterken: de leraren moeten als professionele beroepsgroep meer verantwoordelijkheid nemen (en krijgen) om het eigen functioneren te reguleren. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Lees verder … (PDF)

Gevoelige materie in de Vlaamse vorming

Wes Holleman | 18-07-2010 | permalink

De Vlaamse scholen van voortgezet onderwijs gaan met ingang van het nieuwe schooljaar aan het werk met de nieuwe vormingsdoelen die door het Parlement zijn vastgesteld. In de brochure VOET@2010 zijn deze ‘vakoverschrijdende eindtermen’ uitgeschreven. Het is eigenlijk een omvangrijke tabel die langs twee assen is in­gedeeld. Op de ene as staan de competenties die moeten worden nagestreefd (zie onderstaande tabellen 2 en 3) en op de andere as staan de contexten die daarbij aan bod moeten komen. De bedoelde contexten zijn gespecificeerd in 69 ontwikkelings­taken van de middelbare scholier. Ik vind het een verfrissend document waarmee de overheid leiding geeft aan het schoolbestel zonder in staatspedagogiek te vervallen. Gevoelige materie wordt niet geschuwd, maar scholen houden voldoende ruimte om er een eigen invulling aan te geven. Zie bijvoorbeeld twee ontwikkelingstaken uit onderstaande tabel 1: leerlingen moeten lessen trekken uit historische en actuele voorbeelden van onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie (7.4) en zij moeten voorbeelden kunnen geven van de potentieel constructieve en destructieve rol van conflicten (7.5). Zulke formuleringen getuigen van moed en wijsheid: multiculturele, gesegmenteerde of verzuilde samenlevingen behoeven een breed scala van aan­knopingspunten voor herinneringseducatie en niet zozeer een nationale historische canon. Het assenstelsel van tabel 1 en 2 daagt scholen uit om vormingsdoelen op te stellen die er echt toe doen.
Lees verder … (PDF)

Wetgeving BE:

Open brief aan de heer Leers

Wes Holleman | 16-07-2010 | 6 Reacties » | permalink

Ik heb inmiddels mijn HBO-diploma op zak. Nog niet zo lang overigens. Toen ik stage liep, vroeg de werkgever of ik wilde blijven en van het een kwam het ander. Ik kreeg een fulltime baan en de studie schoot erbij in. Ik heb mijn vakbekwaam­heid in de praktijk verworven en verdien inmiddels een behoorlijk salaris. Een half jaar geleden belde Jan Zorger, mijn oude mentor, en hij zei dat ik misschien alsnog een diploma kon halen op grond van Elders Verworven Competenties (EVC): vakbekwaamheid die je via werkervaring vergaard hebt en die verzilverd kan worden in vrijstellingen binnen een opleidingstraject-op-maat. Ik werk al ettelijke jaren op HBO-niveau, dus dat moest wel lukken.
Maar laat ik eerst even uitleggen hoe een competentiegerichte HBO-opleiding tegen­woordig in elkaar steekt. (a) Na het eerste studiejaar wordt getoetst of je Hoofdvak-bekwaam bent, d.w.z. of je kan worden toegelaten tot de hoofdvakfase. (b) Na het tweede studiejaar heb je opnieuw een assessment, om te checken of je tot de praktijkstages kan worden toege­laten: je wordt Prakijkbekwaam geacht als je in staat bent binnen begeleide werksituaties zelfstandig alle relevante kern­taken uit te voeren. (c) En aan het einde van het vierde studiejaar wordt getoetst of je het niveau van Startbekwaamheid hebt bereikt dat recht geeft op het HBO-diploma: bezit je de startcompetenties van een aankomend beroeps­beoefenaar en kun je dus alle relevante kerntaken zonder begeleiding uitvoeren, althans binnen normale, niet te complexe werksitua­ties? (d) Daarna begint natuurlijk het echte werk: je moet nadere Beroepservaring opdoen om de kerntaken ook binnen complexe werksituaties te leren uitvoeren.
De faculteit is tot de conclusie gekomen dat ik inmiddels volop in fase (d) zit en dat ik zelfs Doorgroeicompetenties ont­wikkeld heb om naar hogere functies door te stro­men. Daarom hebben ze me zonder verdere poespas het diploma uit­gereikt. Maar nu lees ik in de krant dat de faculteit fraude zou hebben gepleegd en dat ik het risico loop het diploma te moeten inleveren. Wat een misselijke verdachtmakingen! Volgens mij hebben Jan Zorger en ik integer geopereerd binnen het kader van het competentie­gerichte onderwijs- en examenmodel.
Bronnen: Dode zielen; POP-handleiding Saxion