Oudjaar 2011: losse eindjes

Wes Holleman | 31-12-2011 | 3 Reacties » | permalink

Dit jaar verschenen er ruim 150 blogberichten op Onderwijsethiek.nl. De inhoudsopgave tref je HIER aan. Ettelijke kwesties zijn onopgehelderd gebleven. Een bloemlezing:
a) Er is een langstudeerdersboete in het hoger onderwijs ingevoerd. Wie meer dan één jaar vertraagd raakt, betaalt een verhoogd collegegeld. Deelnemers van deeltijd­opleidingen kunnen echter ook zonder studievertraging een boete oplopen. Het ministerie zoekt naar oplossingen maar komt pas in maart met conclusies.
b) Er wordt strenger gecontroleerd of studenten met een uitwonendenbeurs niet bij hun ouders wonen. Als criterium geldt tegenwoordig dat de student blijkens de gemeentelijke basisadministratie elders woont. Maar het is (mij althans) onduidelijk in hoeverre een gemeente verplicht is een verzoek tot inschrijving in te willigen, bijvoorbeeld als een eerstejaarsstudent nood­gedwongen op een camping of in een kraakpand woont.
c) In het Vlaamse openbaar onderwijs is de strijd om het hoofddoekverbod nog niet beslecht: het wachten is op een uitspraak van de Raad van State. In Nederland is er onduidelijkheid ontstaan in het bijzonder onderwijs: een katholieke school in Volendam heeft een hoofddoekverbod ingesteld zonder zich op haar grondslag te beroepen. Volgens de Commissie Gelijke Behandeling kan dat niet door de beugel, maar het Amsterdamse gerechtshof heeft de school in het gelijk gesteld. Er is geen cassatie aangetekend; dus de Haagse politici zijn nu aan zet.
Lees verder … (PDF)

Belangenverstrengeling in brede scholen

Wes Holleman | 27-12-2011 | permalink

Een gymnastiekleraar van een school in Montgomery County mag niet langer een buitenschools fitnessprogramma verzorgen, althans als daaraan ook leerlingen uit zijn eigen school deel­nemen en zij hem daarvoor deelnamegeld verschuldigd zijn. Dat heeft de ethische commissie van het overkoepelende schoolbestuur besloten (Washington Post 23/12/2011). Men acht het namelijk een ongewenste vorm van belangenverstrengeling dat hij zijn binnenschoolse leraars­functie zou kunnen misbruiken om klanten te trekken en dat hij potentiële klanten daartoe zelfs onder druk zou kunnen zetten. Ook wil men voorkomen dat hij, bij de uitoefening van z’n binnenschoolse leraarsfunctie, privéklanten zou kunnen voortrekken of dat ouders hem onder druk zouden kunnen zetten om hun kind op school een voorkeursbehandeling te geven.
De ouders zijn verontwaardigd over dit bestuursbesluit. Het fitnessprogramma was oorspronke­lijk opgezet door de Parent-Teacher Association (PTA), die aan de school gelieerd is. De deelnemende ouders vonden het een prima initiatief en hadden er graag 15 dollar per sessie voor over, die (na aftrek van zaalhuur en verzekering) op de privérekening van de leraar werd overgemaakt. Maar toen hij dit jaar bij het schoolbestuur voor een ereprijs werd voorgedragen om hem voor zijn inzet te belonen, moest men con­cluderen dat dit loffelijke initiatief niet door de beugel kan.
Als men het leraarschap tot de professionele beroepen rekent, verdient de verenigbaarheid van binnen- en buitenschoolse werk­zaamheden serieuze aandacht. En dat geldt niet alleen in geval van privaat buitenschools ondernemerschap: ook bij combinatie­functies in een brede school staat de professionele beroepsethiek van leraren op de tocht.

Eens gegeven blijft gegeven

Wes Holleman | 22-12-2011 | 4 Reacties » | permalink

In het kader van de kwaliteitsbeoordeling van de NVAO is bij de Hogeschool Windesheim onderzocht of het afstudeerwerk van de opleiding Journalistiek aan de meet is. Het deskundi­genpanel nam een steekproef van 23 werkstukken onder de loep (Volkskrant 22/12/2011 p.9). Elf ervan hebben volgens het panel onvoldoende diepgang terwijl ze door de examinatoren als voldoende beoordeeld waren. Dat is vervelend voor de betrokken studenten, want de kwaliteit van hun diploma is daardoor ter discussie komen te staan. Maar het is helemaal erg voor drie studenten uit de steekproef die deze week hun diploma uitgereikt zouden krijgen. De examen­commissie heeft hun werkstuk alsnog onvoldoende verklaard, ook al kregen ze eerder van de desbetreffende examinatoren een voldoende. Hun diploma-uitreiking is daarom afgeblazen. Kan dat nou zomaar? Eén van de drie gedupeerden spuit op Facebook zijn gal (Campus TV 21/12/2011).
Zijn werkstuk is op 27 september door twee bevoegde examinatoren als voldoende afgetekend, waarmee hij al zijn studiepunten op zak had. Ook al zou hun beoordeling te coulant zijn geweest, toch is het een rechtsgeldige beschikking die niet zomaar door de examencommissie herroepen kan worden. In de wet (art. 7.10 en 7.11 WHW) staat dat het bachelorexamen is afgelegd op het moment dat alle studiepunten behaald zijn; zodra dat is vastgesteld, krijgen studenten daarvan bericht, waarna ze het getuigschrift in ontvangst kunnen nemen. Het lijkt mij dat de drie gedupeerden de verlaging van hun cijfer met succes kunnen aanvechten bij het Beroepscollege voor de Examens van de hogeschool. Een extra argument is gelegen in het gelijkheidsbeginsel. Zij zijn de pineut omdat hun werkstuk toevallig in de NVAO-steekproef was opgenomen, terwijl de cijfers van medestudenten die buiten de steekproef vielen, niet her­overwogen zijn.
Als ze gelijk krijgen van het Beroepscollege, blijft het tijdstip waarop hun laatste vak oorspronkelijk was afgetekend, bepalend voor hun officiële afstudeerdatum (waarna de inschrijving beëindigd kan worden en geen collegegeld meer verschuldigd is). Vervolgens kunnen ze, evenals hun acht reeds gediplomeerde lotgenoten, overwegen in te gaan op het aanbod van de studieleiding om op haar kosten via een hersteltraject de kwaliteit van hun gewraakte eindniveau alsnog op peil te brengen.

Verzuimregistratie en privacy

Wes Holleman | 21-12-2011 | 3 Reacties » | permalink

Scholen moeten de absentie van iedere leer- of kwalificatieplichtige leerling bijhouden. Sinds 2009 worden de verzuimgegevens digitaal doorgegeven aan het Verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die vervolgens de gemeentelijke leer­plichtambtenaar inseint. Een tweede doel van de verzuimregistratie is dat de school wil controleren of leerlingen zich aan de desbetreffende schoolregels houden en dat zij gepaste maatregelen wil nemen om verzuim tegen te gaan en hun schoolvorderingen te optimaliseren.
Bij invoer en beheer van verzuimgegevens treedt echter een cruciaal probleem op. Ze moeten namelijk worden uitgesplitst in geoorloofd verzuim enerzijds en ongeoorloofd verzuim (verwijt­baar spijbelen en telaatkomen) anderzijds. Dat onderscheid kan tevens van belang zijn als de leerling beroep doet op bijzondere faciliteiten om achterstanden in te lopen. Verder zal men in het kader van de leerlingbegeleiding wellicht de specifieke oorzaken en redenen van het verzuim willen registreren.
Het cruciale probleem is dat de school in het kader van de verzuimregistratie moet waarborgen dat niet onnodig inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van leerlingen en ouders en dat hun privégegevens niet in verkeerde handen vallen. Landelijk zijn er juridische grenzen gesteld die men niet mag overschrijden. Maar daarbinnen kan de school haar eigen Verzuim­protocol inrichten. Welke aandachtspunten doemen daarbij op?
Lees verder … (PDF)

Protocol Sociale Media

Wes Holleman | 13-12-2011 | 3 Reacties » | permalink

Het is leerlingen, ouders en medewerkers van onze school ten strengste verboden teksten (en beeld- of geluidsmateriaal) op internet te publiceren die de grenzen van het fatsoen overschrijden en/of die leerlingen, ouders, medewerkers, of de school als geheel, schade kunnen toebrengen. Dat staat, kort samengevat, in het Modelprotocol Sociale Media dat is opgesteld door de Besturenraad (8/12/2011), in aansluiting op een eerder Protocol van CNV-Onderwijs (2/11/2011). Deze drastische inperking van de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting heeft tot nu toe weinig ophef ver­oorzaakt. Inhakend op een Volkskrantartikel van verleden zaterdag, sloeg Willem Karssenberg (11/12/2011) de spijker op z’n kop: Nederland trekt 6 miljoen euro uit om de internetvrijheid van cyberactivisten in autoritair geregeerde landen te bevorderen (en de EU zet er jaarlijks 125 miljoen bovenop), maar niemand maakt zich druk om de internetvrijheid van kritische leerlingen en leraren in autoritair bestuurde Nederlandse scholen te waarborgen. De juristen van de Besturen­raad moeten hun huiswerk overdoen.
Lees verder … (PDF)

Juf, hartelijk dank! (II)

Wes Holleman | 09-12-2011 | permalink

Juffen en meesters hebben wel eens een attentie verdiend voor al hun lieve inspanningen. Bijvoorbeeld aan het eind van het schooljaar, of misschien op hun verjaardag. Er zijn ook scholen waar de leerkrachten eenmaal per jaar tezamen in het zonnetje worden gezet, op de collectieve juffenverjaardag. In de Verenigde Staten pleegt men de juffen en meesters met kerstmis een presentje te geven. Maar Phillip Rawls bericht dat deze traditie in Alabama op de tocht staat (Huffington Post 7/12/2011). Leerkrachten van openbare scholen zijn ambtenaren. En uit hoofde van het integriteits­beleid mogen ambtenaren sinds dit jaar geen substantiële giften meer aannemen. Giften kunnen immers als smeergeld fungeren om ambtelijke gunsten te verkrijgen en ambtelijke achterstelling te voorkomen. Periodieke giften kunnen zelfs in onvrijwillige afdrachten ontaarden, waarmee de burger aan vermeende ‘heerlijke rechten’ van ambtsdragers of aan ambtelijke afpersingspraktijken voldoet.
Het probleem is dat er in de State of Alabama nog geen jurisprudentie bestaat: wat is een substantiële gift? Als de juf een fles wijn of een kalkoen van een leerling krijgt? Of een boekenbon van 15 dollar? Of als de ouders met de pet rondgaan opdat de juf een boekenbon van 100 dollar in de schoot geworpen krijgt? Dat is toch een aardig douceurtje, enigszins vergelijkbaar met arbeidsrechtelijke emolumenten.
Als we op de lezersreacties in de Huffington Post af mogen gaan, vormen de kerst­cadeautjes voor juffen en meesters een diepgewortelde Amerikaanse traditie. Men is hoogst verontwaardigd over de bemoeizucht van de staatspolitici. Ander­zijds bestaat er tussen de lezers weinig consensus over de vraag hoe duur de cadeautjes mogen zijn: een aardigheidje, maar hoe definieer je dat? En hoe maak je buiten­landse ouders duidelijk waar de grens ligt tussen dankbaar eerbetoon en een onoorbare gift?

Een intieme relatie

Wes Holleman | 07-12-2011 | 1 Reactie » | permalink

Robin Wilson vertelt het dramatische verhaal van de docent die zijn ex-vriendin om het leven bracht en daarna zelfmoord pleegde (Chronicle H.E. 4/12/2011). Zij was masterstudente Psychologie aan de University of Idaho en hij was haar docent en mentor. Ze waren beiden ongehuwd, respectievelijk 22 en 31 jaar oud. Ze kregen een intieme relatie. Toen zij het uitmaakte, bleef hij haar stalken. Ook heeft hij haar herhaaldelijk bedreigd. Zij zocht hulp bij universitaire autoriteiten en bij de politie, doch daar kreeg ze onvoldoende gehoor. Maar dat kwam ook doordat ze zelf niet ‘doorpakte’: je wilt je ex niet kapot maken, want daarmee maak je ook een stuk van jezelf kapot. En ze wilde haar studievoortgang niet in gevaar brengen. Als vrouw wilde ze van hem bevrijd worden, maar in zakelijk opzicht, als student, moest ze haar docent en mentor te vriend houden.
De universiteit kijkt nu terug op dit drama. Wat hadden we anders moeten doen? We hebben haar zo goed mogelijk trachten te helpen, we hebben met de docent gespro­ken, we hebben haar naar de politie verwezen. Maar niemand durfde inbreuk te maken op haar zelfbeschikkings­recht: als jij niet wil dat we nadere actie nemen, dan doen we dat niet. Hadden we haar toch meer onder druk moeten zetten om de post­relationele risico’s samen onder ogen te zien en aan te pakken?
Tevens heeft de universiteit besloten de gedragsregels voor docenten aan te scherpen. Tot nu toe ging men ervan uit dat ‘consensual romantic and sexual relationships’ tussen volwassen docenten en studenten gedoogd moeten worden. Maar uit dit drama heeft men lering getrokken. Er zijn nieuwe regels opgesteld: waar een docent in een professionele relatie tot een student staat, kan een intieme buitenprofessionele relatie niet door de beugel.
Een ander voorbeeld van regelgeving: University of Iowa

Expeditiemodel vs. Veldloopmodel

Wes Holleman | 06-12-2011 | 2 Reacties » | permalink

Henk Witteman is onderwijsadviseur bij TSM Consultants (gelieerd aan de uitgeverij Malmberg). Op de website Onder­wijs van Morgen schrijft hij een artikelenreeks over het thema Motivatie en meer in het bijzonder over de mogelijkheden van het Expeditiemodel in het voortgezet onderwijs (2/12/2011). Maar wie is de geestelijke vader en naamgever van dit model geweest en hoe zag diens model er uit? Daarover laat Witteman zijn lezers in het ongewisse.
In 1972 schreef de Commissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs in opdracht van het ministerie een probleem­analyse over selectie van studenten. De hoofdauteur was een vooraanstaande hoogleraar in de psychologie: A.D. de Groot. Hij schetst twee verschillende strategieën om de bokken van de schapen te scheiden:
(a) Permanente selectie: de studieleiding biedt een studieloopbaan met opeen­volgende toetsmomenten aan. Iedereen mag instromen, maar dat geschiedt voor eigen rekening en risico. De toetsmomenten, van het eerste tot het laatste, fungeren als selectieve horden. Wie alle horden weet te nemen, haalt uiteindelijk het diploma. Maar vele studenten struikelen. Zij raken vertraagd en velen zullen de hordenloop voortijdig moeten afbreken. Survival of the fittest! Deze permanente selectie wordt het Veldloopmodel genoemd.
(b) Vroegtijdige selectie: de studieleiding bepaalt vroegtijdig (al dan niet via een brugjaar), wie geschikt is voor de opleiding. Studenten die door deze selectie heen komen, krijgen een slaaggarantie: zij zullen in de officiële cursusduur naar het diploma worden geleid. Ze krijgen dus ‘een sterk studiecontract’ aangeboden. Maar dat kan natuurlijk alleen als ze zich voldoende voor hun studie inzetten: het contract bevat een strenge ‘ijverclausule’. Beide partijen beloven alle inspanning te leveren die nodig is opdat de toegelaten student de gestelde opleidingsdoelen in de officiële cursusduur bereikt. Na de toelatingsselectie gaan de docenten en studenten als het ware op een gezamenlijke expeditie: samen uit, samen thuis. De selectie staat dus in het perspectief van een Expeditiemodel dat verhoudingsgewijs ‘selectievrij’ is.
Lees verder … (PDF)

Sinterklaas (II)

Wes Holleman | 05-12-2011 | permalink

In Staphorst zijn vijf protestants-christelijke Scholen met de Bijbel. Ze doen niet aan Sinterklaas, aldus bericht de Meppeler Courant (5/12/2011). De verslaggever noemt drie redenen. (1) Het is het verjaarsfeest van een Rooms-Katholieke heilige en die zijn door Calvijn en Beeldenstorm afgezworen. (2) De school beoogt de Waarheid uit te dragen en meent zichzelf ongeloofwaardig te maken als zij de leerlingen allerlei dingen op de mouw speldt die later onwaar blijken te zijn. (3) De school meent dat het niet tot haar missie behoort met alle winden mee te waaien maar dat zij de kinderen de kennis en vaardigheden moet bijbrengen die ze nodig hebben om goed te functio­neren in de maatschappij. Eigenlijk is daar weinig tegenin te brengen. Waarom moet Sinterklaas zo nodig uit de gezinssfeer worden gelicht en in de publieke sfeer van scholen, straten en pleinen worden gebracht? Anderzijds zouden kinderen, van welke gezindte dan ook, er niet slechter van worden als ze kennis namen van de over­geleverde verhalen van goden, helden en heiligen. Daar hoef je geen Steinerschool voor te zijn om dat te onderschijven. Dat hoort ook bij de algemene ontwikkeling en vorming in een multiculturele samenleving.

Duitse moslim mag bidden op school (II)

Wes Holleman | 02-12-2011 | permalink

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft bevestigd dat islamitische leerlingen het grondwettelijke recht hebben op school aan hun religieuze plichten te voldoen (Die Zeit 30/11/2011). De zaak van de Berlijnse vwo-leerling Yunus M. speelt al sinds 2008. Maar de moslims op zijn school hebben toch niet alle reden tot juichen. In het salomonsoordeel van de hoogste Duitse rechter wordt namelijk tegelijkertijd bepaald dat het rituele middaggebed in dit concrete geval door de schoolleiding mocht worden verboden omdat de verhoudingen tussen de leerlingen te zeer gepolariseerd waren. Bij wijze van ordemaatregel heeft de leiding van deze school in redelijkheid inbreuk mogen maken op de grondwettelijke godsdienstvrijheid van haar leerlingen.