De leraar: veilige publieke taak (IV)

Wes Holleman | 26-01-2011 | 1 Reactie » | permalink

Vorige week (20/1/2011) hield de Tweede Kamer een spoeddebat over de bestrijding van geweld tegen hulpverleners, zoals ambulance- en brandweerpersoneel. Door bijzondere justitiële maatregelen (snelrecht, supersnelrecht, verhoogde strafmaat, veroordeling tot vergoeding van de aangerichte materiële en immateriële schade) moeten zij beschermd worden tegen fysiek en verbaal geweld van het publiek. Dat klinkt redelijk.
Maar niet alleen hulpverleners doch ook de handhavers van wet en orde verdienen volgens de Kamer bijzondere justitiële bescherming: fysiek en verbaal geweld tegen politieagenten wordt eveneens extra snel en extra zwaar gestraft. Dat geldt bij­voorbeeld voor een burger die ordehandhavers uitscheldt als deze met enig geweld de straat schoonvegen. Ook een beledigende opmerking tegen een agent die zijn bonnen­quotum moet halen of die bij een kluisjescontrole op school een heupflesje drank heeft aangetroffen, is reeds voldoende voor de toepassing van de bijzondere justitiële maatregelen ten gunste van agenten. Dat klinkt al iets minder redelijk.
Maar pas op, in wezen ging het spoeddebat in de Tweede Kamer niet alleen over publieke hulpverleners en agenten, maar over álle functionarissen die onder het beleidsprogramma Veilige Publieke Taak vallen. Ook aan leraren wordt bij­zondere justitiële bescherming toebedacht. De Kamer wenst dus dat leerlingen en ouders door Justitie extra snel en extra hard worden aangepakt als ze een leraar onheus bejegenen. Dat is strijdig met mijn rechtsgevoel, te meer daar de be­oogde justitiële maatregelen zich tevens kunnen uitstrekken tot een leerling die ongepast reageert op een leraar die zich jegens hem aan fysiek of verbaal geweld schuldig maakt. De Kamer dreigt zo van iedere school een tuchtschool te maken.
Lees verder … (PDF)

De pornoacteur die leraar werd

Wes Holleman | 25-01-2011 | 2 Reacties » | permalink

Het RTL-programma Editie.nl (24/1/2011) behandelde gisteren de casus van een leraar die les gaf op een VMBO-school in de Hoeksche Waard. Vorige week is hij door een leerling gespot in een pornofilm die werd uitgezonden door het commerciële TV-kanaal Meiden van Holland. De leraar werd terstond geschorst omdat hij zijn voorbeeldfunctie jegens leerlingen zou hebben verzaakt. De lerarenvakbond AOb vindt dat onterecht: het was een eenmalig optreden, hij heeft niets misdaan en de film was opgenomen voordat hij bij de school in dienst trad.
Het is geen christelijke school en op haar websites wordt niet gerept van de verwerpe­lijkheid van arbeid in de seks­industrie. Het argument ‘verzaakte voorbeeldfunctie’ is daarom weinig overtuigend. Maar de tegenargumenten van AOb doen volgens mij evenmin ter zake. Het punt waar het om draait is dat er anno 2011 op deze school twee levende beeldsequenties van deze leraar circuleren: die van de leraar-in-actie en die van de pornoacteur-in-actie. Van de porno­grafische beelden is door minimaal één maar misschien door méér leerlingen kennisgenomen (mede dankzij video­recorders en mobieltjes). Gevreesd moet worden dat het visuele beeld dat leerlingen van de leraar-in-actie hebben, door dat andere beeld ‘besmet’ wordt. Daardoor wordt zijn pro­fessionele effectiviteit aangetast.
Conclusie: een gegronde reden voor schorsing is niet dat de leraar een paar jaar geleden is opgetreden in een film die door sommigen verwerpelijk wordt geacht, maar dat beelden uit die film onder de huidige leerlingen circuleren en op die manier afbreuk doen aan zijn effectiviteit als leraar. Hoewel de leraar op geen enkel punt onprofessioneel of verwijtbaar heeft gehandeld, wordt de professionele uitoefening van zijn leraarsfunctie anno 2011 ondermijnd door het feit dat deze oude filmbeelden momenteel bij leerlingen circuleren.
Bron: Algemeen Dagblad 21/1/2011; Editie.nl 24/1/2011.
Zie echter ook: De Gelderlander 18/3/2010.

Beroepsstandaard voor gymnastiekleraren

Wes Holleman | 22-01-2011 | 1 Reactie » | permalink

De beroepsvereniging van gymnastiekleraren (KVLO) heeft een nieuw ‘beroepsprofiel’ opgesteld. Via functie- en taakanalyse zijn de competenties bepaald waarover gymnastiekleraren moeten beschikken. Deze zijn geordend volgens de competentiematrix die door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) ontwikkeld is. Maar er is méér aan de hand. Door vele beroepsverenigingen worden momenteel lerarenregisters opgezet en ook de KVLO heeft zo’n register geopend. Wie in dat beroepsregister ingeschreven staat, mag zich ‘registerleraar L.O.’ noemen. Er komen dus twee soorten leraren: gewone leraren en registerleraren. Net zoals register­accountants zich met een beschermde beroepsaanduiding van gewone accountants onderscheiden. Het ziet er naar uit dat de uitkomsten van de taakanalyse niet alleen bedoeld zijn als basis om de benodigde competenties te identificeren, maar ook als normatief kader voor de inschrijving in het beroeps­register. Dat blijkt althans uit de gehanteerde benaming: in hoofdstuk 4 van het ‘beroepsprofiel’ worden de uitkomsten van de taakanalyse tot de beroepsstandaard gerekend: een norm waaraan register­leraren in hun professioneel handelen dienen te voldoen. Het wordt nog niet expliciet in het gepubliceerde KVLO-document aangekondigd, maar het lijkt erop dat van hen verwacht wordt dat ze deze beroepsstandaard integraal onderschrijven.
Lees verder … (PDF)

Langstudeerders in Nijmegen:
de geldigheidsduur van tentamens

Wes Holleman | 19-01-2011 | 1 Reactie » | permalink

Wie in één jaar niet 65% van de studiepunten van de propedeuse (P) weet te halen, wordt ongeschikt geacht voor de gekozen opleiding. En als je de resterende studiepunten niet binnen twaalf maanden weet te verwerven, word je alsnog uit de opleiding verwijderd. Per 1 september 2011 wordt deze BSA-regeling in de Radboud Universiteit ingevoerd. Helaas worden niet alleen ongeschikte studenten door deze regeling getroffen maar ook werkstudenten: voor deelnemers aan voltijdse oplei­dingen wordt werkstudentschap door de wetgever niet aangemerkt als een persoon­lijke omstandigheid die afwijking van de BSA-criteria rechtvaardigt.
Zou de afgewezen Nijmeegse werkstudent Economie zijn (haar) opleiding dan bij UvA-Amsterdam kunnen voortzetten en de in Amsterdam afgewezen werkstu­dent omgekeerd in Nijmegen? In principe zou dat kunnen en dan zouden zij de inmiddels behaalde studiepunten kunnen meenemen. Maar in Nijmegen hebben ze daar een stokje voor gestoken. Alle behaalde P-tentamens van Economie-Nijmegen verliezen na 24 maanden hun geldigheid. Die geldigheidsklok begint te lopen op 1 september van het eerste jaar van inschrijving en dus niet op het tijdstip waarop het tentamen behaald is. Tentamenbriefjes waarvan de geldigheidsduur is verlopen, kunnen in de nieuwe opleiding (bv. Bedrijfskunde Nijmegen) niet tot vrijstelling leiden. Deze spelregel wordt eveneens toegepast op P-tentamens die aan een andere faculteit of universiteit (bv. Rechten-Nijmegen of Economie-UvA) zijn behaald, echter met inachtneming van de geldigheidsduur die aldaar is vastgesteld. En deze spelregel blokkeert zelfs de toekenning van vrijstellingen voor keuze- of minorvakken (bv. aan Rechten- of Economiestudenten die naar Bedrijfskunde-Nijmegen omzwaaien).
Lees verder … (PDF)

Offerfeest

Wes Holleman | 18-01-2011 | permalink

Volgens onze Leerplichtwet krijgen joodse kinderen op het Joodse Nieuwjaar, ergens na de zomervakantie, desgevraagd vrij van school. Die dag wordt ook wel Bazuingeschal genoemd, verwijzend naar de ramshoorn waarmee het offer van Abraham wordt herdacht: men reciteert dan het bijbelverhaal van de gehoorzame vader die bereid was op goddelijk bevel zijn eniggeboren zoon Isaäc te offeren. Net op tijd stelde God een ram in diens plaats. Door de moslims wordt het dilemma van deze aartsvader eveneens herdacht en volgens onze Leerplichtwet krijgen ook islamitische kinderen des­gevraagd vrij van school om het Offerfeest te vieren. Hetzelfde geldt voor de christelijke kinderen die met Pasen niet naar school gaan omdat ze het offerfeest van het Lam Gods moeten vieren.
Maar de partij van Geert Wilders denkt daar anders over. In 2007 werd het ministerie door de PVV verzocht aan leerlingen ‘vanaf heden geen vrije dagen meer te verlenen voor niet-Nederlandse feesten, om zo een daad te stellen dat allochtonen die hier komen wonen zich aan de Nederlandse normen en waarden moeten aanpassen’. In 2008 werden soortgelijke kamervragen gesteld, ditmaal toegespitst op islamitische feestdagen, die niet tot onze joods-christelijke cultuur behoren. In 2010 werd aan de kaak gesteld dat scholen islamitische feestdagen als snipperdagen verroosteren. En onlangs hekelde de PVV een e-mail van een schoolhoofd die de leerkrachten attendeerde op het feit dat islamitische ouders volgens de Leerplichtwet hun kinderen thuis mogen houden om aan het islamitische Offerfeest deel te nemen.
Persoonlijk loop ik niet warm voor godsdienstige offerfeesten. Maar ik verzet me tegen het standpunt van Geert Wilders’ partij dat christelijke, joodse en islamitische leerlingen geen gelijke behandeling op school verdienen.

De leerling centraal?

Wes Holleman | 17-01-2011 | 2 Reacties » | permalink

Een goede vakdocent stelt niet de leerling, maar de leerstof van zijn vak centraal. Deze stelling schijnt te worden aangehangen door de leden van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (28/12/2010). Hoe moeten we die stelling interpreteren? Daartoe kunnen we de doelen en uitgangspunten van de vereniging raadplegen:
1) Onze primaire taak als vakdocent is de leerlingen in te wijden in ons eigen vakdomein.
2) Daartoe maken wij een lesprogramma dat is afgestemd op de exameneisen waaraan de leerlingen uiteindelijk moeten voldoen, rekening houdend met de beschikbare cursusduur.
3) Wat de programmadoelen betreft laten we ons dus niet afleiden door leerdoelen, voorkeuren en luimen van de individuele leerling. Met ‘de leerling staat niet centraal’ wordt bedoeld dat de klant geen koning is. De leerling moet zich voegen naar de leerdoelen van het aangeboden programma.
4) Verder hanteren we als uitgangspunt dat tempodifferentiatie binnen de klas vermeden moet worden. Wij zweren bij klassikaal onderwijs. Het jaarprogramma moet doenlijk zijn voor de meerderheid van de klas en iedere leerling moet zich naar dat tempo voegen. Wie dat niet lukt, moet een jaartje overdoen of moet afstromen naar een lager schooltype. Met ‘de leerling staat niet centraal’ wordt dus tevens bedoeld dat we geen concessies mogen doen aan individuele leerlingen die het programma niet kunnen bijbenen. Niet de individuele leerling maar het hoofdpeloton van de klas staat centraal.
Lees verder … (PDF)

Inzagerecht tentamens

Wes Holleman | 16-01-2011 | 1 Reactie » | permalink

De Wet op het Hoger Onderwijs (art. 7.13) bepaalt dat studenten hun gemaakte en beoordeelde tentamenwerk achteraf mogen inzien, en dat ze bovendien achteraf kennis mogen nemen van de gestelde tentamenvragen en van het gehanteerde beoordelingsvoorschrift. Ze moeten namelijk kunnen controleren of de tentaminator zijn taak behoorlijk heeft uitgevoerd. Voor hen staan er immers grote belangen op het spel. Het dagblad Spits (30/11/2010) berichtte dat sommige faculteiten daarvoor twee tot tien kwartjes per tentamen in rekening brengen. De SP heeft hieromtrent schrifte­lijke kamervragen gesteld, die onlangs door de staatssecretaris zijn beantwoord. Volgens OCW behoort de inzage kosteloos te zijn, maar mogen er wel reproductie­kosten in rekening worden gebracht.
Mijnheer de staatssecretaris, zou u uw antwoord nog een beetje willen verduidelij­ken? Vindt u dus dat studenten niets verschuldigd zijn als ze alleen maar kennis willen nemen van het gemaakte en beoordeelde werk, van de tentamenvragen en van het beoordelingsvoorschrift, en dat ze pas hoeven te betalen als ze een kopie van de ter inzage gekregen documenten mee naar huis willen nemen? Of mag de faculteit naar uw oordeel zonder meer alle reproductiekosten in rekening brengen die zij met het oog op de inzagesessie heeft moeten maken, ook al heeft de student geen behoefte die kopieën mee naar huis te nemen? Als een kamerlid vragen stelt, moet u die ook met de nodige precisie beantwoorden. Maar, toegegeven, ook de formulering van de kamervragen had preciezer gekund.

Te veilige school?

Wes Holleman | 12-01-2011 | 3 Reacties » | permalink

Docent Richard Tremelling heeft een alpine slee. Niet zo’n Davoser puberslee, maar een sportieve Rodel. Verleden maandag moest hij zich verantwoorden bij het tucht­college van de General Teaching Council for Wales. Heeft hij zich aan onprofessio­neel gedrag schuldig gemaakt? In het slechtste geval wordt hij geschrapt uit het Beroepsregister. Dat betekent een beroepsverbod in het openbaar onderwijs. Maar in elk geval is hij vorige winter door zijn school ontslagen. Want hij heeft inbreuk gemaakt op de regels die voor een Veilige School gelden.
Tremelling gaf Technologie op een Middenschool in de heuvellanden van Wales. In een les over technisch ontwerpen gebruikte hij zijn slee als illustratie. De vijftien­jarige leerlingen zaten op het puntje van hun stoel. Een paar jongens bedelden om een demonstratie na schooltijd. Op het hellende schoolterrein lag een flink pak sneeuw. Onder zijn strikte leiding maakten twee jongens een ritje van een paar minuten. Niks aan de hand toch? Maar hij werd gesnapt door de directeur en wegens onprofessioneel gedrag ontslagen. Bijgevolg kwam ook het landelijk tuchtcollege in actie.
Bron: Daily Telegraph 10/1/2011; London Calling 11/1/2011.

Een verantwoordelijk onderwijsbedrijf

Wes Holleman | 09-01-2011 | permalink

Wat is verantwoordelijke bedrijfsvoering, vraagt Umair Haque zich af (Harvard Business Review 4/1/2011). Een verantwoordelijk bedrijf produceert waarde voor zijn stakeholders. Waarde is de combinatie van hoge baten en kansen enerzijds en lage kosten en risico’s anderzijds. Welke stakeholders zijn er zoal? In het klassieke kapitalisme heeft het bedrijf slechts één stakeholder voor ogen: de aandeelhouders. Zij stoppen kapitaal in de onderneming en willen daaruit een optimaal rendement trekken. Maar ook buiten het bedrijfsleven zijn er maatschappelijke instituties (zoals onderwijs­instellingen) die een soort aandeelhouders kennen. Ze investeren geld, inspanning en know-how om er zelf wijzer van te worden:
= Een Researchuniversiteit exploiteert haar onderwijsbedrijf met het doel weten­schappelijk onderzoek te kunnen verrichten. De onderzoekers zijn de aandeelhouders van het onderwijsbedrijf en ze beogen daaruit rendement te trekken ten bate van hun wetenschappelijke onderzoeksmissie.
= Het Confessioneel Bijzonder Onderwijs kent eveneens aandeelhouders: de kerk­genootschappen. Hun onderwijs­inspanningen kunnen ertoe bijdragen dat ze zieltjes winnen en behouden en dat hun maatschappelijke invloed verzekerd blijft.
= Evenzo kunnen Gemeenten worden beschouwd als de aandeelhouders van het Openbaar Onderwijs. Dankzij goede onderwijsvoorzieningen zal hun inwonertal groeien en realiseren ze een beter vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven.
= En als we het nu toch over economie hebben: tegenwoordig treden de Werkgevers­organisaties steeds meer op de voorgrond als de aandeelhouders van het beroeps­onderwijs (vooral in het MBO). En de rijksoverheid verwisselt haar rol van sub­sidie­gever steeds meer met die van aandeelhouder van het onderwijsbestel. Zij verlangt dat het bestel een optimaal rendement afwerpt voor de Nederlandse kenniseconomie.
Lees verder … (PDF)

De arbeidsmarkt-effectrapportage

Wes Holleman | 07-01-2011 | permalink

Bij grote planologische projecten is een milieu-effectrapportage voorgeschreven en wetgevingsprojecten worden aan een dereguleringstoets onderworpen. Het verbaast me dan dat bij ingrijpende onderwijsplannen geen arbeidsmarkt-effectrapportage vereist is. Ik denk met name aan de vraag: welke gevolgen hebben de voorgenomen maatregelen voor de arbeidsparticipatie? Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking neemt het percentage inactieven toe, hetgeen tot oververhitting van de arbeidsmarkt, hogere looneisen en prijsinflatie kan leiden. Om deze ontwikkeling tegen te gaan, wil men de pensioenleeftijd verhogen. Maar het risico bestaat dat daardoor vooral meer werklozen, arbeidsongeschikten en bijstandstrekkers gegenereerd zullen worden. Economisch columnist Frank Kalshoven heeft een beter idee (Vrij Nederland 8/1/2011): stroomlijn de school- en studieloopbaan van jongeren, zodat ze eerder voor de arbeidsmarkt beschikbaar komen. Ik noem in dit verband enige beleidslijnen die voor een kritische arbeidsmarkt-effectrapportage in aanmerking komen. Laten we beginnen met de 3000 euro collegegeldtoeslag voor langstudeerders.
Lees verder … (PDF)