Kamer eist opheldering over langstudeerder

Wes Holleman | 27-02-2011 | 2 Reacties » | permalink

Hoe definieert u een langstudeerder? De leden van de Tweede Kamer hebben nog steeds geen flauw idee wat staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) precies bedoelt in zijn wetsontwerp. Of doen ze in deze verkiezingsperiode nog even alsof hun neus bloedt? De CDA-fractie veronderstelt in het Commissieverslag: Langstuderen betekent ‘niet meer en niet minder dan dat studenten langer over hun studie doen dan de studielast van de opleiding vereist. De langstudeerders­maatregel [3000 euro collegegeldtoeslag] wordt pas opgelegd (…) als zij langer over hun studie doen dan de studielast vereist, met een uitloop van maximaal één jaar in de bachelorfase en één jaar in masterfase.’ Maar anderzijds vraagt zij met droge ogen: Hebben wij goed begrepen dat studenten die de [eenjarige] propedeuse [van een vierjarige hbo-opleiding] hebben afgerond en daarna een universitaire bachelor willen volgen, ‘maar drie jaar hebben voor het behalen van hun [driejarige] universitaire bachelor (…) en (…) geen uitloopjaar hebben, omdat zij al een jaar hebben verbruikt om hun hbo-propedeuse te halen?’ Het siert de CDA-fractie dat zij de moed heeft gehad opheldering te eisen over het lot van omzwaaiers: de overige fracties doen er het zwijgen toe en de PVV laat in het Commissieverslag überhaupt niets van zich horen. Alleen de SP-fractie stelt een verwante kwestie aan de orde: mogen studenten die omzwaaien van een twee- naar een driejarige masteropleiding in totaal vier jaar boetevrij studeren?
De fracties van CDA en SP hadden hun vragen overigens nog wat scherper kunnen formuleren: (a) Klopt het dat het aantal inschrijvingsjaren dat een student met ingang van 1/9/2011 zonder collegegeldtoeslag in het hoger onderwijs mag studeren, berekend wordt op basis van de cursusduur (vermeerderd met één uitloopjaar) van de eerste wo- of hbo-opleiding waar hij op 30 september van enig studiejaar (gerekend vanaf 30/9/1991) stond ingeschreven? (b) Klopt het dat de cursusduur van deeltijd­opleidingen in dit verband gelijk wordt gesteld aan de cursusduur van voltijdse opleidingen? (c) Klopt het dat een student die, gerekend vanaf 1/9/1991, op 30 sep­tember van enig kalenderjaar (welk dan ook) in enig studiejaar (welk dan ook) van enige wo- of hbo-opleiding (welke dan ook) stond ingeschreven, geacht wordt dat gehele studiejaar te hebben verbruikt? (d) Klopt het dat elk aldus berekend inschrij­vingsjaar in mindering wordt gebracht op het aantal inschrijvingsjaren dat hij met ingang van 1/9/2011 zonder collegegeldtoeslag mag studeren in het hoger onderwijs?
Bron: Verhoging Collegegeld Langstudeerders (dossier 32618); Commissieverslag d.d. 23/2/2011.

VVD: professionals plegen indoctrinatie

Wes Holleman | 26-02-2011 | 1 Reactie » | permalink

Arnhemse basisscholen roepen ouders op de landelijke petitie ‘Stop bezuiniging van 300 miljoen op passend onderwijs’ te ondertekenen teneinde de regering tot de orde te roepen. Scholen zijn niet de plek ‘om zich met politieke beslissingen te bemoeien’ maar wel ‘om op de bres te springen voor de belangen van hun leerlingen en hun ouders’, zo lichten zij hun actie toe. De regeringspartijen VVD en CDA vinden dat uiteraard niet leuk, en zeker niet zo vlak voor de verkiezingen van de provinciale staten. Maar zij uiten hun ongenoegen wel op een heel merkwaardige manier. In het Wakker TV-programma Ochtendspits en op de VVD-site (25/2/2011) briest kamerlid Ton Elias: ‘Politiek hoort niet thuis in de klas. Ik heb een hekel aan dergelijke poli­tieke indoctrinatie, waarbij op een zeer eenzijdige manier feiten worden verdraaid. Een schoolleider en schoolbestuur [mag] niet eenzijdig politiek boodschappen verspreiden in en om een school, een publiek gefinancierde instelling. Een basisschool moet politiek neutraal zijn en geen verkapt stemadvies geven aan ouders.’
Elias heeft gelijk als hij bedoelt dat politieke indoctrinatie in principe niet thuishoort in de klas. Maar waarom mag een school het niet tot haar professionele verantwoor­delijkheid rekenen ouders tot gepaste politieke actie op te roepen als de belangen van hun kinderen naar haar professionele oordeel geschaad worden door het voorgeno­men onderwijsbeleid van de rijksoverheid? Het recht van petitie behoort toch tot de grondwettelijke middelen waarvan belanghebbenden gebruik kunnen maken in een parlementaire democratie?
Bron: Nieuws.nl (25/2/2011); Ouderbrief Scholengroep Fluvius (23/2/2011).
Zie ook: een extreme historische casus inzake de grenzen van politieke neutraliteit.

De ophokuren in het V.O.

Wes Holleman | 23-02-2011 | 1 Reactie » | permalink

Het wetsontwerp Onderwijstijd V.O. (32640, 22/2/2011) biedt nieuwe mogelijkheden om de ophokuren in het voortgezet onderwijs te bestrijden. De scholierenvakbond LAKS licht toe: ‘Een ophokuur is een verplicht lesuur zonder les of actieve begeleiding. Scholen presenteren deze uren vaak als zelf- of keuzewerktijd, maar uit (…) onderzoek blijkt dat minder dan één derde van de respondenten zo’n uur zinvol besteedt; op het vmbo is dit zelfs ongeveer een kwart. Een leerling stelt: Ik wil wel, maar kan niet werken tijdens een zelfstudie-uur; het is altijd onrustig en soms is er zelfs geen plek op school om te werken!’ In het wetsontwerp wordt vastgelegd dat de geplande onderwijs- en toetstijd (in klokuren per leerjaar), de kwalitatieve invulling ervan en het beleid inzake lesuitval in de schoolgids moeten worden opgenomen en dat de ouder- en leerlinggeleding van de Medezeggenschapsraad (MR) daaromtrent instemmingsrecht heeft. Bovendien moet de MR na afloop van het schooljaar geïnformeerd worden over de gerealiseerde onderwijs- en toetstijd.
In het wetsontwerp wordt tevens bepaald dat de zomervakantie van leerlingen bekort wordt van zeven naar zes weken. Daar krijgen ze wel vijf ‘collectieve roostervrije dagen’ voor terug, maar de tijd voor een vakantiebaantje wordt dus krapper.
Zie ook de bijlage (PDF)

Snijden in je ziel

Wes Holleman | 21-02-2011 | permalink

Ben ik nou gek of raar, dat ik dat walgelijk vond, vraagt ImTheWolf op het forum van Scholieren.com. Ze was bij het schoolvak Biologie weggelopen toen ze een schapenhart moest ontleden. Nee, niet gek of raar, maar wel een beetje kleinzielig, krijgt ze ten antwoord: je moet je over je gevoelens heen zien te zetten.
In de onderwijsethiek denkt men daar anders over. In de eerste plaats mag van leraren worden verwacht dat zij hun leerlingen vooraf de mogelijkheid geven zich aan zo’n gevoelige leertaak te onttrekken. Maar, belangrijker nog, moeten zij hen helpen om de gevoelens te verkennen die deze taak bij hen oproept, zowel vooraf als achter­af. De meeste scho­lieren zullen er weinig moeite mee hebben een riblap of karbo­naadje aan te raken. Iets confronterender is vermoedelijk een soepkip of een inktvis of de kop van een kabeljauw. Maar de heftigste gevoelens worden vermoedelijk gewekt door een dode vogel (met veren en al), een dode haas, of de organen van een ander aaibaar dier. Dat is een heftige confron­tatie met leven en dood. En bij het ontleden is ook de eerbiediging van de integriteit van het stoffelijk overschot in het geding. Van de professionele biologieleraar mag worden verwacht dat hij (zij) de leerlingen begeleidt bij deze confronta­tie en hen helpt te onderzoeken welke grenzen ze daarbij voor zichzelf in acht willen nemen.
Bron: Scholieren.com (13/2/2011); Onderwijsethiek.nl (7/3/2008, 1/4/2008).

Rights Respecting Schools (II):
de selectieve propedeuse

Wes Holleman | 20-02-2011 | permalink

Ik wijdde onlangs een beschouwing aan de Rights Respecting School. Dat is een Veilige School die veel waarde hecht aan de rechtsveiligheid van haar leerlingen of studenten. Bij wijze van voorbeeld noemde ik vijf punten waarin een rechtsveilige Law School zich van een normale Law School kan onderscheiden. Eén van die voorbeelden wil ik hier nader uitwerken: de selectie van aankomende studenten. In de Nederlandse bacheloropleidingen worden ongeschikte studenten gewoonlijk niet aan de poort maar tijdens het eerste propedeusejaar geïdentificeerd. Zij worden via het Bindend Studie­advies uit de opleiding verwijderd. Uit een oogpunt van onderwijs­ethiek staan docenten hier voor een gewetensconflict. Enerzijds gebiedt de beroepsethiek van de professionele docent dat hij (zij) ongeschikte studenten identificeert en naar de uitgang leidt, om hen voor verdere schade (vruchteloos doormodderen) te behoeden. Anderzijds gebiedt diezelfde be­roepsethiek dat hij iedere student (dus ook de ongeschikte eerstejaarsstudent), zolang deze bij de opleiding ingeschreven staat, optimale ‘value for money’ biedt. In een rechtsveilige bachelor­opleiding zoeken docenten naar een oplossing die aan beide doelen (beperking van de schade en optimalisering van ‘value for money’) tegemoet komt.
Lees verder … (PDF)

MBO: meer lesuren, minder stage

Wes Holleman | 18-02-2011 | 4 Reacties » | permalink

Het ministerie van OCW heeft op 16 februari het Actieplan MBO ‘Focus op Vakman­schap 2011-2015′ uitgebracht . Wat de voltijdse opleidingen (BOL) betreft, is men voornemens de norm voor de onderwijstijd in het eerste cursusjaar te verhogen naar 1000 uur. Tevens wordt voor deze opleidingen een scherpere norm inzake de begeleide onderwijstijd op school ingevoerd: minimaal 750 uur in het eerste en gemiddeld minimaal 600 uur in de hogere cursusjaren. In het algemeen zal dat betekenen dat de omvang van de stages gereduceerd wordt. Ook wil OCW de wet veranderen om de cursusduur van de vierjarige BOL-opleidingen tot drie jaar te bekorten. Dat zal eveneens tot drastische reductie van de stagetijd leiden.
Lees verder … (PDF)

OU geeft zes voor vermist tentamen

Wes Holleman | 16-02-2011 | 3 Reacties » | permalink

Op 22 januari is een computerstoring opgetreden bij de Open Universiteit. Ten gevolge daarvan raakten er vijftig tentamens kwijt die online waren gemaakt en ingeleverd. Gelukkig kon de ICT-afdeling het tentamenwerk van zeventien studenten toch nog recupereren, terwijl een achttiende student stante pede (en met succes) een ‘noodtentamen’ heeft afgelegd. Maar de overige tentamens zijn definitief verloren gegaan. Wat moet de examencommissie in zo’n geval doen? Moeten de betrokken 32 studenten hun tentamen overdoen? In dat geval zouden ze vermoedelijk een schade­ver­goeding kunnen eisen. De commissie besliste anders: iedereen kreeg gratis een zes. Eén van de gedupeerde studenten nam geen genoegen met een zes en maakt gebruik van de mogelijkheid het tentamen op korte termijn te herkansen. De studenten van wie het tentamen alsnog kon worden nagekeken, kregen uiteraard het cijfer dat ze verdienden; maar om redenen van rechtsgelijkheid werden onvoldoende cijfers bij hen eveneens tot een zes opgehoogd.
Is de examenlicentie van de OU in het geding? Het College van Bestuur van de OU (en in tweede instantie de Onderwijs­inspectie) heeft tot taak erop toe te zien dat de wet wordt nageleefd. Moet het CvB de beslissing van de examencommissie alsnog terugdraaien?
Bron: Trouw 15/2/2011a; OU-nieuwsbericht 15/2/2011b.

Rights Respecting Schools

Wes Holleman | 15-02-2011 | 2 Reacties » | permalink

UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, zet zich in voor de rechten van minderjarigen, die zijn neergelegd in het internationale Kinderrechtenverdrag. De Britse afdeling van het Kinderfonds heeft daartoe een bijzonder actieplan gekozen. Zij verleent aan scholen een keurmerk: de Rights Respecting Schools Award. Deze scho­len verplichten zich in hun curriculum veel aandacht te schenken aan mensenrech­ten­educatie. Maar dat niet alleen: ze verplichten zich tevens het Kinderrechtenverdrag te respecteren en een rechtsveilige schoolcultuur tot stand te brengen. Dat is een hoge ambitie. De rechtsveiligheid van deze scholen is, denk ik, op vier pijlers gebouwd:
a) de schoolleiding en de docenten handelen wetsgetrouw: ze respecteren de wet- en regelgeving die op hun verhouding tot leerlingen en ouders van toepassing is;
b) de schoolleiding en de docenten maken geen misbruik van hun machtspositie jegens leerlingen en onthouden zich van onnodige leeftijdsdiscriminatie. In hun bejegening van leerlingen laten ze zich dus inspireren door de wet- en regelgeving die op de verhoudingen tussen volwassenen van toepassing is, althans voor zover dat in het belang van de leerling is;
c) de schoolleiding en de docenten laten zich door ethische uitgangspunten leiden: ze houden zich jegens leerlingen aan de ethische verplichtingen die voortvloeien uit hun professionele beroepsethiek en uit de grondrechten die gecodificeerd zijn in het Kinderrechtenverdrag;
d) de verhoudingen binnen de school worden gemodelleerd als ware de school een democratische rechtsstaat, waarbij de schoolleiding samen met de docenten als verantwoordelijke overheid en de leerlingen als mondige, verantwoordelijke burgers opereren.
Lees verder … (PDF)

Marja over segregatie

Wes Holleman | 14-02-2011 | 4 Reacties » | permalink

Minister Van Bijsterveldt vindt dat het opheffen van de segregatie tussen allochtone en autochtone leerlingen geen doel in zichzelf mag zijn (Volkskrant 7/2/2011). Het gaat er niet om of de school ‘wit’ of ‘zwart’ of ‘keurig grijs’ is, maar of de school kwaliteit levert. En kwaliteit is niet afhankelijk van de etnische samenstelling van de leerlingenpopulatie. De minister erkent dat een gemengde school goed kan zijn voor de burgerschapsvorming, maar zij wil er niet aan meewerken dat daartoe inbreuk zou worden gemaakt op het recht van ouders en leerlingen zelf te beslissen bij welke school ze zich inschrijven. De minister is dus geen voorstander van ‘een postcode­beleid, waarbij je alleen maar een school mag kiezen in je eigen postcodegebied’. Maar ze heeft geen bezwaar tegen lokale initiatieven om de etnische samenstelling van de leerlingenpopulatie te beïnvloeden, bijvoorbeeld als scholen ervoor kiezen binnen de grenzen van de wet met dubbele wachtlijsten te werken.
Al met al blijft het nogal onduidelijk wat de minister precies bedoelt. Bedrijft ze gewoon partijpolitiek om de belangen van autochtone, christelijke ouders en van het bijzonder onderwijs te verdedigen? Of heeft ze goed geluisterd naar de beleidsargu­menten van haar voormalige fractieassistent, politiek adviseur en OCW-ambtenaar Hugo de Jonge?
Lees verder … (PDF)

Bescherming persoonsgegevens

Wes Holleman | 03-02-2011 | permalink

Beste Munveq, gefeliciteerd met je 18e verjaardag. Op Scholieren.com (25/1/2011) informeerde je of jouw ouders eigenlijk het recht hebben jouw schoolprestaties op te vragen. Nee, nu je meerderjarig bent, mag de school geen privacygevoelige gegevens meer aan hen verstrekken. Er zijn hier twee leeftijdsgrenzen van belang. Sinds je 16e verjaardag berust het recht op inzage in je leerlingdossier bij jou en moet de school in principe aan jou toestemming vragen om gegevens daaruit aan derden te verstrek­ken. Dat staat in de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Maar tot je 18e verjaardag oefenden je ouders het gezag over hun kind uit en dat gaf hun bijzondere privileges. Op basis daarvan mochten ze van de school verlangen hen te informeren over je schoolprestaties. Nu je meerderjarig bent geworden, zijn die privileges vervallen. De ouders worden van nu af aan in alle opzichten als ‘derden’ beschouwd, aan wie de school zonder jouw uitdrukkelijke toestemming geen gegevens mag verstrekken. Het verwondert me overigens dat dit soort spelregels niet in de schoolgids en het leerlingenstatuut van jouw school vermeld staan. Blijkbaar hebben ze bij jullie op school nog weinig nagedacht over de rechtspositie van leerlingen.
Bron: Privacy op scholen (2006); FAQ Verstrekken van gegevens in het onderwijs.