Burgerschapsvorming zonder staatsbemoeienis

Wes Holleman | 30-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

Een zwakke of zeer zwakke school is een school die onvoldoende onderwijsresultaten (eindopbrengsten) realiseert en die daarnaast op cruciale onderdelen van het onderwijsleerproces onvoldoende kwaliteit laat zien. Dat zegt de Onderwijsinspectie op haar website. Maar op de eindopbrengsten van de islamitische basisscholen As-Siddieq in Amsterdam valt niets aan te merken. Toch zijn zij ettelijke jaren onder intensief inspectietoezicht geplaatst. Ook legde het ministerie hun een budgetkorting op omdat ze tekort zouden schieten in burgerschapsvorming en sociale integratie. Een tijd geleden stelde ik dat de overheid campagne voert tegen islamitische scholen. De Raad van State heeft vandaag gevonnist dat die budgetkorting ten onrechte is opgelegd (Parool 30/3/2011): afgemeten aan de wettelijke criteria was er niets mis met de burgerschapsvorming van As-Siddieq. Hiermee heeft het hoogste rechtscollege een duidelijke grens gesteld aan de bemoeienis van de overheid met het onderwijs.
Zie ook: Onderwijsethiek 27/9/2007, 1/9/2009, 11/9/2009, 12/9/2009.

Onverenigbare nevenwerkzaamheden

Wes Holleman | 29-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

Saint Francis Prep (SFP) is een katholieke havo/vwo-school in New-York. Een van de docenten is onlangs privé een onderneminkje gestart om leuke advertentie-inkomsten te genereren. Het is een website waar bezoekers wie dan ook naar de hel kunnen wensen: Burn and rot in hell. Het is immers heilzaam de zondige medemens te vermanen en van je christelijke hart geen moordkuil te maken. Maar volgens de schoolmissie wordt van leerlingen en leraren verwacht ‘[to value] God’s life in each person, (…) to treat all with respect and dignity, [and] to lead lives of justice, integrity, and compassion.’ De school heeft haar gesommeerd onverwijld met deze harteloze nevenwerkzaamheden te stoppen. Het vrome zakenvrouwtje antwoordt zoals we hadden kunnen verwachten: ‘Burn and rot in hell!’ Ze is inmiddels geschorst en er wordt een ontslagprocedure in gang gezet.
Bron: Huffington Post (27/3/2011).

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Wes Holleman | 28-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

Ben Wilbrink maakt zich boos over het feit dat leerlingen door sommige basisscholen via klassikaal ingezette meetinstrumenten gescreend worden op psychische stoor­nissen (BON 22/3/2011). Maar in de daarop volgende discussie wordt erop gewezen dat die instrumenten wellicht niet primair gericht zijn op screening van zorg­leerlingen. Ze kunnen namelijk deel uitmaken van een leerlingvolgsysteem (LVS) op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling. Zo’n LVS kan fungeren: (a) als ondersteuning van een methodische leerlijn Sociaal-Emotionele Ontwikkeling voor alle leerlingen, (b) als bron voor de verantwoording die door de Onderwijsinspectie geëist wordt inzake de leeropbrengsten op het gebied van sociale competenties en (c) als instrument om bijzondere zorgbehoeften van leerlingen te signaleren. Wilbrink heeft het over de gevaren van amateuristische etikettering en bemoeizorg jegens gezonde leerlingen. Maar dat is te kort door de bocht. Eerst had hij de vraag moeten beantwoorden in hoeverre het inzetten van meetinstrumenten op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling tot de normale taken behoort die door de rijksoverheid aan scholen zijn opgelegd. En de volgende vraag is of die taakstelling niet te ver gaat.
Lees verder … (PDF)

Etnische registratie

Wes Holleman | 25-03-2011 | 4 Reacties » | permalink

Het alcoholgebruik van rooms-katholieken is nog steeds verontrustend hoog, in vergelijking met de drankzucht van andere groeperingen in de Nederlandse samenleving, zo meldt het Ministerie van Volksgezondheid. En minister Opstelten laat weten dat de geregistreerde criminaliteit onder grieks-orthodoxe en hindoestaanse ingezetenen nog steeds schril afsteekt tegen die van de gemiddelde Nederlander. Excuus, deze berichten zijn uit de lucht gegrepen. In het algemeen acht men het in strijd met de beginselen van de Nederlandse rechtsstaat dat overheidsinstellingen de burgers uitsplitsen naar religie of etniciteit. Maar het Ministerie van Onderwijs neemt het niet zo nauw: ‘Rooms-katholieke basisscholen zijn het minst vaak een zwakke of zeer zwakke school. Ze worden op de voet gevolgd door algemeen-bijzondere basisscholen. De islamitische basisscholen scoren relatief het slechtst.’ Dat nieuws wordt prominent uitgevent in de eerste alinea van een nieuwsbericht van de Onderwijsinspectie (24/3/2011).
Vorig jaar bracht de Inspectie een rapport uit waarin het profiel van zeer zwakke scholen beschreven werd. Het zijn vaak ‘kleine scholen, gelegen buiten de vier grote steden en op het platteland in de noordelijke provincies.’ Ook zijn het vaker ‘open­bare scholen, islamitische scholen of vernieuwingsscholen die een eigen pedagogisch-didactisch concept hanteren.’ En ze ‘herbergen (…) twee keer zo vaak veel achter­standsleerlingen (zowel autochtoon als allochtoon)’, oftewel gewichts­leerlingen die uit achterstandsgroepen afkomstig zijn. Verder is in dit verband vermeldenswaard ‘dat het percentage zeer zwakke scholen waarvan de eindopbrengsten niet beoordeeld kunnen worden, met 12 procent een stuk hoger ligt dan de 1 procent landelijk’; in dat geval kijkt de Inspectie vooral naar de kwaliteit van de onderwijsprocessen en van de kwaliteits­zorg.
Gezien dit profiel is het ronduit misleidend dat de Inspectie in haar recente nieuws­bericht de islamitische scholen op de korrel neemt, zonder hun prestaties te verge­lijken met die van openbare scholen. Ook de cijfers van Friese plattelands­scholen, vernieuwingsscholen en scholen met een even groot percentage gewichtsleerlingen blijven ongenoemd. Indien het Ministerie campagne zou voeren om islamitische scholen de nek om te draaien, dan zou dit nieuwsbericht daarin prima te plaatsen zijn.

Wollige werving of eerlijke voorlichting?

Wes Holleman | 22-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) heeft 52 voorlichtingsbrochures en -websites van universitaire opleidingen doorgelicht. Worden potentiële studenten eerlijk en gedegen voorgelicht of worden ze slechts met blabla-verhalen binnengelokt? Opleiders zoeken een middenweg tussen werving enerzijds en ondersteuning van keuzeprocessen anderzijds. Neem bijvoorbeeld een zware studie zoals Civiele Techniek. Je wilt geschikte studenten via voorlichting naar Delft halen maar je wilt de studie ook weer niet te rooskleurig voorstellen. De Delftenaren hebben daarom een moedige FAQ-rubriek in hun website opgenomen. Met zulke realistische vragen en antwoorden draagt men bij aan de zelfselectie: vroegtijdige matching tussen vraag en aanbod. De rapportage (of concept-rapportage?) van het LSVb-onderzoek is onlangs door het Tilburgse universitaire weekblad Univers naar buiten gebracht.

OCW verheldert plan langstudeerders

Wes Holleman | 20-03-2011 | 6 Reacties » | permalink

OCW heeft in een Nota opheldering gegeven over het wetsvoorstel Verhoging Collegegeld Langstudeerders (32618). De nota geeft antwoord op de informatieve vragen die de Vaste Kamercommissie over het wetsvoorstel heeft ingediend. Ik dénk dat ik het nu begrijp, maar zeker weet ik het niet.
1. Bepalend voor de jaarlijkse opslag (3000 euro) op het wettelijk collegegeld is de cursusduur (C) van de bacheloroplei­ding waar de student momenteel staat ingeschre­ven. Zodra de student C+1 inschrijvingsjaren in bacheloropleidingen (welke dan ook, hetzij in het WO dan wel het HBO) verbruikt heeft (wanneer dan ook), is hij de collegegeldopslag verschuldigd. Zie echter mogelijke contraire opvattingen (punt 11).
2. Dezelfde grens (C+1) geldt voor masteropleidingen. De student heeft in principe één jaar opslagvrije uitloop op de cursusduur (C) van zijn huidige masteropleiding. Maar zodra de student C+1 inschrijvingsjaren in masteropleidingen (welke dan ook, hetzij in het WO dan wel het HBO) verbruikt heeft (wanneer dan ook), is hij de collegegeldopslag verschuldigd. De inschrijvingsduur van een deficiëntieprogramma (pre-master) voor studenten die een masteropleiding willen gaan volgen, wordt hierbij overigens niet meegeteld, want de pre-master wordt als een tweede bacheloropleiding beschouwd, waarvoor het lokale instellingscollegegeld verschuldigd is (zie punt 8).
3. De C+1 regel geldt ook voor deeltijdse en duale opleidingen (d), met dien verstan­de dat daarbij wordt gerekend met de cursusduur (C) van voltijdse opleidingen (v). Zowel bij voltijdse als bij deeltijdse en duale opleidingen ligt de grens dus op Cv+1. Overigens wordt de cursusduur (Cv) bij de Open Universiteit, evenmin als de inschrij­vingstijd aldaar, vooralsnog niet bij de toepassing van de C+1 regel betrokken.
4. Als de cursusduur (C) in halve jaren is uitgedrukt, wordt deze naar boven toe afgerond tot hele jaren.
Lees verder … (PDF)

Hoofddoekverbod Vlaamse openbare scholen?

Wes Holleman | 17-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

De Raad van het Gemeenschapsonderwijs (RGo) is de Vlaamse koepel van openbare scholen. Op 11/9/2009 heeft de RGo verboden dat scholieren zichtbare religieuze en levensbeschouwelijke kentekens dragen. Een hoofddoekdragende leerling is daar­tegen in beroep gegaan bij de Belgische Raad van State. Deze heeft het gewraakte verbod vervolgens geschorst in afwachting van een prejudiciële uitspraak van het Grondwettelijk Hof. Het verbod berust namelijk op een decreet (1998) waarin de Vlaamse regering heeft bepaald dat de RGo bevoegd is zich uit te spreken over ‘een voor leerlingen geldend algemeen en principieel verbod’ op het dragen van dergelijke kentekens. In zijn arrest 2011-040 heeft het Grondwettelijk Hof deze week uitgesproken dat dit decreet niet in strijd is met de Belgische grondwet. Volgens het Hof is de Vlaamse wetgever dus niet buiten zijn boekje gegaan door de RGo deze vérstrekkende bevoegdheid te verlenen jegens de scholen en leerlingen binnen de RGo-koepel. De Raad van State moet nu inhoudelijk toetsen of de RGo het gewraakte verbod mag instellen.
Bron: Grondwettelijk Hof >Arresten; Hoofddoekverbod in Antwerpen.
Zie ook: de stellingname van Achmed Marcouch in het debat over
exclusieve (negatieve) neutraliteit (laïcité) dan wel inclusieve (positieve)
neutraliteit van het openbaar onderwijs.

Examenlicentie

Wes Holleman | 15-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

Vier weken geleden berichtte de Open Universiteit op haar website dat er iets was misgegaan met de beoordeling van ingeleverd tentamenwerk en dat zij zich genoodzaakt zag daarop ‘nu alvast’ een toelichting te geven. Maar vervolgens heeft zij niets meer van zich laten horen. Het ziet ernaar uit dat zij haar falende examen­commissie niet heeft teruggefloten en dat zij het nasmeulende incident in de doofpot heeft gestopt. Het verbaast me dat het Ministerie of de Onderwijs­inspectie niet de publiciteit heeft gezocht om duidelijk uit te spreken dat hogeronderwijs­instellingen hun examenlicentie zullen verspelen als ze hun bevoegdheden in strijd met de wet gebruiken. Het OU-incident staat namelijk niet opzichzelf. Er tekent zich een vast patroon af: door bijzondere omstandigheden waaraan studenten part noch deel hebben, moet het tentamen opnieuw worden afgelegd, ook al zou het in eerste instantie voldoende zijn gemaakt, maar de studieleiding vindt dat zó sneu voor de betrokken studenten dat zij hun een vrijstelling verleent. Door deze geste voorkomt zij tevens mogelijke schadeclaims. Volgens mij moet de wetgever uitdrukkelijk be­palen dat de faculteitsdecaan of het college van bestuur dergelijke loze vrijstellingen ter vernietiging moet voordragen aan het lokale college van beroep voor de examens. Een vast patroon? Oordeel zelf:
Open Universiteit: alle studenten die op 22 januari hun online-tentamen bij een OU-studiecentrum hadden afgelegd en upgeload, kregen de desbetreffende studiepunten gratis bijgeschreven, aangezien vele ingevulde tentamenformulieren door een computerstoring verloren waren gegaan (OU 15/2/2011).
TU Eindhoven: alle eerstejaarsstudenten die de herkansing Mechanica hadden afgelegd, kregen de desbetreffende studiepunten gratis bijgeschreven, aangezien hun ingevulde en ingeleverde tentamenformulieren door toedoen van de universiteit in het ongerede waren geraakt (Soggen 7/2/2009).
Vrije Universiteit Amsterdam: de tweedejaarsstudenten Geneeskunde hoefden het tentamen VvT niet af te leggen en kregen allen de desbetreffende studiepunten gratis bijgeschreven, aangezien de antwoordsleutel voortijdig door of namens de faculteit op het intranet gepubliceerd was (Soggen 5/2/2009).
Hogeschool Rotterdam: een jaar of tien geleden gold bij de PABO als regel dat stu­denten hun studiepunten gratis kregen bijgeschreven als hun gemaakte en ingeleverde tentamen was zoekgeraakt of niet binnen zes weken was nagekeken (NRC 5/11/2009).

Deugdzaamheid? Een reactie

J. Jeronimoon | 14-03-2011 | 1 Reactie » | permalink

In een reflectie op mijn BON-column Ziektewinst, schreef mijn goede vriend Wes Holleman zijn Tegenspoed der Deugdzaamheid. Een opsteker voor mij, niet zozeer omdat hij tegensprak of onderschreef wat er in mijn column stond, maar het geeft een duidelijk beeld van het sentiment, of is het ressentiment, van de ‘onwetende’ wat de rugzakjes en persoonsgebonden budgets van zorgleerlingen betreft. Ik voel me uitgedaagd om het een en ander te verduidelijken.
Lees verder … (PDF)

Oorzaken van studievertraging

Wes Holleman | 12-03-2011 | permalink

Hoe komt het dat studenten vertraagd raken in hun studie? De studentenvakbond LSVb heeft het nagevraagd bij 2237 vertraagde studenten. Deze week werden de enquête-uitkomsten gerapporteerd onder de titel: De (on)schuld van langstuderen. Maar het is een complexe materie. Het probleem is dat vertraging de neiging heeft zichzelf te versterken. Het is de kunst voor de studieleiding, en voor de student zelf, dit ongewenste sneeuwbaleffect te doorbreken. Als men de mogelijke oorzaken van studievertraging op een rij wil zetten, dan moet de eerste hypothese luiden: ‘Ik heb zeer veel studievertraging opgelopen ten gevolge van het feit dat ik aanvankelijk een geringe vertraging heb opgelopen.’ De vier vervolgvragen luiden dan: (a) wat was de oorzaak van die aanvankelijke vertraging? (b) in hoeverre had die aan­vankelijke vertraging kunnen worden voorkomen? (c) via welke mechanismes heeft die aanvankelijke vertraging zichzelf versterkt? en (d) hoe hadden die mechanismes kunnen worden doorbroken? De opstellers van het LSVb-onderzoek hebben te weinig oog gehad voor de merites van zo’n gefaseerd analyse- en verklaringsmodel.
Bijlage: De uitkomsten van het LSVb-onderzoek.