Het CGO-schandaal

Wes Holleman | 29-04-2011 | 2 Reacties » | permalink

1. Bij de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) hangt de vlag uit. Niet van­wege Koninginnedag, maar vanwege de inspectierapporten over de kwaliteit van de HBO-examens. In deze beide rapporten wordt bevestigd wat BON altijd al gezegd heeft: in vele competentiegerichte opleidingen (CGO) is de kwaliteit en het niveau van de gediplomeerden onvoldoende gewaarborgd.
2. Op zichzelf is er niets mis met CGO. De opleiders volstaan niet met het bijbrengen van kennis en vaardigheden. De studenten krijgen pas hun diploma als ze over de integrale startcompetenties beschikken die ze nodig hebben om succesvol te opereren in hun beroep.
3. Maar het risico van het CGO-systeem is dat opleiders reeds tevreden zijn als de gediplomeerden min of meer succesvol blijken te kunnen opereren in hun stage en in hun eerste werkkring, zonder systematisch te toetsen of ze tevens over de algemene en vakinhoudelijke kennis en vaardigheden beschikken die van HBO-gediplomeerden verwacht mogen worden.
4. Dat risico wordt nog vergroot als de opleiders bovendien geïnfecteerd zijn door de ideologie van Het Nieuwe Leren. Volgens HNL moeten de verantwoordelijkheden van de docenten en examinatoren grotendeels worden overgedragen aan de student, die zelf geacht wordt de eigen leerprocessen te sturen, de eigen leerresultaten te beoordelen en eventuele deficiënties bij te spijkeren. Zo kan een orthodoxe HNL-examinator ermee volstaan te toetsen of examinandi in staat zijn adequaat te reflecteren op de uitkomsten van hun leerproces.
5. Ik vermoed dat de beleidsambtenaren van OCW de afgelopen maanden overuren hebben gedraaid om te voorkomen dat het CGO-systeem van het beroepsonderwijs door het inspectieonderzoek in opspraak zou raken. Is het toeval dat de inspectie­rapporten pas op 28 april gepubliceerd zijn, een dag nadat het wetsontwerp CGO (32316) in de Tweede Kamer behandeld werd? En waarom zijn de risico’s van het CGO-systeem in de conclusies en aanbevelingen van de Onderwijs­inspectie ongenoemd gebleven?

Criteria voor het Judicium Abeundi

Wes Holleman | 29-04-2011 | permalink

Het universitaire weekblad Mare (21/4/2011) bericht dat het Leidse College van Bestuur het Protocol Iudicium Abeundi geratificeerd heeft. Het protocol is september 2010 gepubliceerd door de federatie van academische ziekenhuizen. Het schetst de procedure die gevolgd kan worden als faculteiten een student wegens onprofessioneel gedrag uit de beroeps­opleiding willen verwijderen (conform artikel 7.42a WHW). Het CvB heeft het protocol van kracht verklaard voor de opleiding Geneeskunde, voor de opleidingen Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, en voor de universitaire lerarenopleidingen in Leiden. In principe zou men ook aan andere beroepsopleidingen kunnen denken, zoals Tand­heelkunde, Diergeneeskunde, Farmacie, Godgeleerdheid, Rechtsgeleerdheid, Notariaat, Accountancy, paramedische beroepsopleidingen, et­cetera. Volgens de plannen van de medische initiatiefnemers wordt een onafhankelij­ke, landelijke Geschillenadviescommissie ingeschakeld alvorens het instellingsbestuur tot een definitief besluit komt. De student kan vervolgens nog in beroep gaan bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs. Voor studenten rijst nu de cruciale vraag welke criteria zullen worden aangelegd bij heenzending wegens onprofessioneel gedrag. De wetgever heeft dat namelijk in het vage gelaten.
Lees verder … (PDF)

Normering van de studievoortgang

Wes Holleman | 27-04-2011 | 3 Reacties » | permalink

Voor de gemiddelde student in het voltijdse hoger onderwijs is de wettelijke studielast 1680 uur per cursusjaar. Dus van elke honderd studenten heeft circa 50% meer dan 42 veertigurige weken nodig om in hun opleiding 60 studiepunten te vergaren. Er zijn dus goede redenen om bij het stellen van studievoortgangsnormen een zekere studie­vertraging toe te laten. Zo wordt studenten een vertraging van maximaal één jaar gegund (C+1), voordat ze getroffen worden door de voorgenomen collegegeldopslag van 3000 euro. Maar bij de prestatiebeurs geldt een strenger regiem, want deze is afgestemd op de nominale cursusduur (C). Onlangs maakte de Erasmusuniversiteit bekend dat zij haar eerstejaars­studenten eveneens onder zo’n streng regiem wil plaatsen: wie in 42 weken geen 60 studiepunten weet te behalen, wordt uit de oplei­ding verwijderd. De staatssecretaris noemde dat in de Kamer een goed idee. Dat valt moeilijk te rijmen met zijn uitgangspunt dat het C+1 criterium van de collegegeld­opslag er niet toe moet leiden dat de studievoortgang van vertraagde studenten belemmerd wordt.
Niet alleen uit Rotterdam maar ook van andere universiteiten komen signalen dat men C+1 als harde norm voor de toegelaten studieduur wil invoeren. Men acht het alleszins redelijk dat eerstejaarsstudenten uit de opleiding worden verwijderd als ze minder dan 75% van de studiepunten hebben gehaald. En er heeft zich al een Rechtenfaculteit gemeld die haar studenten alle behaalde studiepunten wil ontnemen als ze niet in vier jaar (C+1) hun bachelordiploma hebben verworven. De Radboud­universiteit kent alreeds een propedeutische variant van deze C+1 regel: omzwaaiers verliezen hun elders behaalde studiepunten als ze twee jaar aan de universiteit staan ingeschreven.
Lees verder … (PDF)

Beste Tanja Jadnanansing,

Wes Holleman | 23-04-2011 | 8 Reacties » | permalink

Deze week ontving je mijn antwoord op de kamervragen die je samen met Jasper van Dijk hebt ingediend over de werving van Saoedische studenten voor Nederlandse (o.a. medische) opleidingen. Maar bij nader inzien moet ik helaas bekennen dat ik je niet helemaal juist geïnformeerd heb: het is geen contractonderwijs. De universiteiten hadden van meet af aan de intentie de Saoedische aspirant-studenten in de reguliere opleidingen in te schrijven en hun een hoog collegegeld in rekening te brengen, zoals dat geldt voor studenten van buiten de EU. Verwacht werd dat het aanbieden van Nederlandse studieplaatsen een lucratief exportproduct zou kunnen worden. Met name bij Geneeskunde traden echter problemen op omdat de Saoediërs verwachtten dat ze een Engelstalige opleiding zouden kunnen volgen.
Inmiddels zijn de medische faculteiten van Maastricht en Groningen aan deze wens tegemoet gekomen: ze verzorgen nu een Engelstalige bacheloropleiding naast de Nederlandstalige. Beide geven toegang tot de Nederlandstalige masteroplei­ding Geneeskunde. Van de buitenlandse bachelorstudenten wordt dus verlangd dat ze naast hun medische studie een cursus NT2-Nederlands voltooien voordat ze aan hun masteropleiding beginnen. Van contractonderwijs kan uitsluitend worden gesproken ter zake van de genoemde NT2-cursus en van het schakeljaar dat Saoedische studenten in Maastricht volgen om hun Engelse taalbeheersing en hun kennis van de exacte vakken op VWO-niveau te brengen. De beide Engelstalige bacheloropleidingen staan niet alleen open voor studenten van buiten de EU, maar ook voor Nederlandse en andere EU-studenten. De aspirant-studenten (in elk geval die in Groningen) zijn vrijgesteld van loting, maar ze moeten zich in het kader van de numerus fixus wel aan de reguliere decentrale toelatingsselectie onderwerpen.
Is het collegegeld voor deze Engelstalige medische bacheloropleidingen kostendek­kend? De Nederlandse en EU-studenten betalen vooralsnog het reguliere collegegeld van 1700 euro. Studenten van buiten de EU betalen in Groningen een kostendekkend tarief van 32.000 euro, maar in Maastricht slechts 8.500 euro. Maar ik verwacht dat de tarieven van deze bacheloropleidingen in de toekomst verhoogd kunnen worden op grond van het feit dat ze niet alleen Engelstalig zijn maar ook een inhoudelijke meerwaarde beogen te hebben voor een medische carrière buiten Nederland. Het hoge Groningse tarief geldt overigens uitsluitend voor de genoemde Engelstalige opleiding; voor de overige bacheloroplei­dingen, waaronder Tandheelkunde, betalen studenten van buiten de EU slechts 6900 euro per jaar!
Tanja, nogmaals excuus voor het feit dat in mijn kamerbrief wat storende foutjes geslopen zijn. Volgende keer beter. Groetjes, Halbe.
Lees verder … (PDF)

Profiel van zwakke basisscholen

Wes Holleman | 21-04-2011 | permalink

De Onderwijsinspectie heeft de afgelopen weken de publiciteit gezocht met twee nieuwsberichten. De strekking ervan was dat je je wel twee keer moet bedenken voordat je je kinderen op een islamitische school of op een kleine plattelands­school doet. Want dergelijke scholen zijn vaak zwak of zeer zwak van kwaliteit. De vraag is of die waarschuwing hout snijdt. Er zijn immers enkele andere waarschuwingen denkbaar: bijvoorbeeld dat een kind zich wel twee keer moet bedenken voordat het laag-opgeleide of allochtone of taalzwakke of kleinbehuisde of islamitische of minvermogende of kortzichtig-orthodoxe of gescheiden of in kleine plattelandsdorpen woonachtige ouders kiest. In een vorig blogbericht verweet ik de Onderwijsinspectie dat zij zich voor politieke karretjes liet spannen met haar eenzijdige kritiek op de kwaliteit van het islamitische basisonderwijs. In de Volkskrant (19/4/2011) schreef Jaap Dronkers een stuk van dezelfde strekking. Islamitische scholen presteren relatief laag omdat ze hun onderwijs moeten afstemmen op kinderen van allochtone, islamitische, laag-opgeleide ouders, die veelal een achterstand in de Nederlandse taal hebben. Deze week publiceerde de Onderwijsinspectie haar Onderwijsverslag 2009-2010 dat voldoende gegevens biedt om Dronkers’ inter­pretatie te ondersteunen. Aanvullende informatie is te vinden in het Inspectierapport-2010 over zeer zwakke basisscholen. In bijgaande tabel heb ik de gegevens samengevat.

Cursusevaluaties publiceren op het intranet?

Wes Holleman | 19-04-2011 | 1 Reactie » | permalink

De beste haring van 2010 werd geserveerd door Vishandel Kees Koning te Rijswijk en de slechtste door Vishandel X te Harderwijk. Meer dan de helft van de onderzochte detaillisten presteerde beneden de maat. Ook komend seizoen zal het Algemeen Dag­blad de uitkomsten van de Nationale Haringtest publiceren met een gedetailleerde evaluatie van ruim 100 verkoopadressen. Maar laten we het nog even over 2010 hebben. Heeft het AD de privacy van de heer X te Harderwijk geschonden door zonder zijn toestemming een negatieve beoordeling van zijn haring te publiceren?
Bij de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht speelt een soort­gelijke kwestie (DUB 14/4/2011). De studenten van Letteren, Filosofie en Theologie worden telkens geënquêteerd over de kwaliteit van de cursussen die ze gevolgd hebben. Het faculteitsbestuur stelt voor, de uitkomsten niet alleen door te geleiden naar de verantwoordelijke partijen, maar ook terug te rapporteren aan de cursus­deelnemers zelf. Doch een filosofiedocent, lid van de faculteitsraad, maakt daar ernstig bezwaar tegen. Door publicatie van de enquête-uitkomsten, ook al is het in kleine kring, wordt zijn privacy geschonden, zo stelt hij. Een paar jaar geleden kwam een adviescommissie van een zusterfaculteit tot hetzelfde standpunt (UvA 2008).
Lees verder … (PDF)

Radboud: Engelstalige MBA-scripties

Wes Holleman | 15-04-2011 | 2 Reacties » | permalink

Het proefschrift wordt geschreven in het Nederlands, of in het Engels, het Frans, het Spaans of het Duits, of – met goedkeuring van de rector magnificus – in een andere taal. Dat staat in het Promotiereglement van de Radboud Universiteit. Maar in de Engelstalige masteropleiding Business Administration zijn studenten verplicht hun scriptie in het Engels te schrijven. Nog raarder is dat het een normale doorstroom­master is. Blijkens het Onderwijs- en Examen­reglement van de masteropleiding is een gedegen Engelse taalbeheersing noch in de toelatingsvereisten noch in de eindtermen opgenomen.
Onlangs verscheen een MBA-studente bij het College van Beroep voor de Examens, zo bericht Bregje Cobussen op de Radboudsite (12/4/2011). Zelf heeft de betrokkene er geen bezwaar tegen, haar scriptie in het Engels te schrijven. Maar in haar werkstuk wordt verslag gedaan van een onderzoek, verricht voor een Nederlandse opdrachtgever. En deze wenst een rapportage in het Nederlands. Daarom verzocht de studente in dit geval voor haar een uitzondering te maken, want twee perfecte taalversies vond ze teveel van het goede. De examencommissie wees dit verzoek af en het College van Beroep heeft gevonnist dat de commissie in redelijkheid tot dit negatieve besluit heeft kunnen komen.
Lees verder … (PDF)

Leerlingen en stagiairs in de zorg

Wes Holleman | 14-04-2011 | permalink

EenVandaag (12/4/2011) maakte een reportage over de begeleiding van leerling-werknemers en stagiairs in de zorgsector. Ten gevolge van personeelsgebrek op de afdeling, krijgen aanstaande verpleegkundigen en verzorgenden vaak verantwoor­delijkheden die alleen gediplomeerden toekomen en moeten ze zelfs taken verrichten die hun bekwaamheid teboven gaan. Dat stelt niet alleen de zorgvragers aan ernstige risico’s bloot. Het is ook schadelijk voor de zorgverleners-in-opleiding zelf. En door hun zwakke positie onderin de bedrijfshiërarchie kunnen ze er weinig tegen doen.
EenVandaag enquêteerde een panel van leerling-werknemers (BBL) en stagiairs (BOL en wellicht ook HBO). Men richtte zich dus op een bredere populatie dan het NIVEL-onderzoek (2010), waarin uitsluitend begeleiders van laatstejaars stagiairs uit het MBO en HBO ondervraagd werden. Maar ook in het NIVEL-onderzoek werd ge­concludeerd dat de begeleiding systematischer moet worden aangepakt, gericht op het bereiken van welomschreven leerdoelen. Verder wordt het bijvoorbeeld wenselijk geacht dat stagiair en begeleider in dezelfde werkshifts worden ingedeeld.
Lees verder … (PDF)

Leraar op Facebook

Wes Holleman | 13-04-2011 | 2 Reacties » | permalink

Steeds meer schoolbesturen leggen het digitale gedrag van hun leraren aan banden (Huffington Post 10/4/2011). Het gaat niet alleen over professioneel handelen op het internet, maar ook over het scheiden van werk en privé. Het komt erop neer dat leraren voldoende professionele afstand tot leerlingen en ouders moeten bewaren en dat ze hen niet teveel tot hun privéleven toelaten. Zie bijvoorbeeld de richtlijnen die zijn opgesteld door het schooldistrict Lake County in Florida, in aanvulling op de Code of Ethics aldaar. En dan maar hopen dat de leraar er niet totaal verkrampt van raakt.

Obstructie tegen het bevoegd gezag

Wes Holleman | 12-04-2011 | permalink

Mag de PO-raad oppositie voeren tegen voorgenomen overheidsbeleid? Ja, een vereniging van schoolbesturen is daartoe gerechtigd, ook al zijn de lidmaatschaps­gelden indirect uit de rijkskas afkomstig. Maar de opponenten mogen geen obstructie plegen nadat het overheidsbeleid is vastgesteld, aldus de minister in antwoord op kamervragen (8/4/2011). Dat is een belangwekkend standpunt. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat een maatschappelijke organisatie niet tot een staking mag oproepen nadat een heilloze wettelijke maatregel in het Staatsblad geplaatst is. Niet zo lang geleden is door BUZA-minister Uri Rosenthal de toon gezet: wie het beleid van het bevoegd gezag tegenwerkt, raakt z’n subsidie kwijt (Trouw 14/1/2011).
Obstructie is natuurlijk een rekbaar begrip. Naar mijn mening hoort het tot de ver­antwoordelijkheid van de direct betrokken professionals het bevoegd gezag te confronteren met eventuele ongewenste gevolgen van zijn beleid, ook nadat het beleid is ingevoerd. Ze zouden bijvoorbeeld een zwartboek kunnen samenstellen om het bevoegde gezag van ongewenste ontwikkelingen op de hoogte te brengen. Dat kan als een constructieve bijdrage aan de evaluatie van het desbetreffende beleid worden beschouwd. Maar met een zwartboek wordt ook de onvrede van belanghebbenden gekanaliseerd en aangewakkerd. Is de minister van oordeel dat professionals obstructief handelen als ze een zwartboek uitbrengen tegen beleid dat door de bevoegde organen is goedgekeurd? Of is de instandhouding van kritische tegen­krachten juist essentieel voor een gezonde democratie?
Tags: passend onderwijs; langstudeerders; instellingscollegegeld; studiefinanciering; gratis schoolboeken.