Naar een examencode voor het hbo en mbo

Wes Holleman | 30-05-2011 | 1 Reactie » | permalink

Het ministerie heeft op 20 mei ingrijpende plannen ontvouwd om het vertrouwen in de kwaliteit van de hbo-examens te herstellen. In reactie op de uitkomsten van het inspectieonderzoek naar de examenaffaire rond de langstudeerders, worden de pro­cedures voor kwaliteitsbeheersing aangescherpt. Columnist Jan Ruigrok (25/5/2011) noemt dat een schoolvoorbeeld van een risico-regel reflex: politici hebben de onbedwingbare neiging om met een kanon (extra regelgeving en controle voor alle opleidingen) op een mug (een kwaliteitstekort bij enkele opleidingen) te schieten. De politicoloog Margo Trappenburg (NRC 15/5/2010) heeft uitgelegd hoe dat gaat: zodra een bepaald risico in de publiciteit komt, in de vorm van een incidenteel schandaal, beloven de daadkrachtige landsbestuurders onverwijld ‘dat ze nieuwe regels zullen laten opstellen, dat ze strenger gaan controleren en dat ze er alles aan zullen doen om herhaling van het incident te voorkomen.’ Ze nemen geen denkpauze om de eventuele nadelen en kosten van dergelijke beleidsintensivering onder ogen te zien. Ze bedenken niet hoe ze de betrokkenen tot betere zelfregulering kunnen brengen en hoe men ont­komt aan een spiraal naar steeds striktere overheidsregulering en bureaucratie.
Ik geloof inderdaad dat de plannen van het ministerie enigermate van een overijlde risico-regel reflex blijk geven, maar de metafoor van het kanon en de mug is daarop niet van toepassing. De examenaffaire van InHolland is méér dan een incident. De affaire is namelijk het symptoom van een fundamenteel probleem: er heerst ver­warring over de doelen van het beroepsonderwijs en over de functies van de exami­nering. Dat probleem wordt niet opgelost door aanscherping van de procedures voor kwaliteitsbeheersing. Wat het beroepsonderwijs nodig heeft is een denkpauze voor fundamentele herbezinning op de kwaliteitsmaatstaven die moeten worden aangelegd bij de tentaminering en examinering van studenten. De volgende zes vragen zullen daarbij vermoedelijk aan de orde komen.
Lees verder … (PDF)

Vlijt, netheid en gedrag

Wes Holleman | 28-05-2011 | permalink

Op het forum Goeie Vraag (27/5/2011) wordt de volgende kwestie aan de orde gesteld: ‘Mag je cijfer beïnvloed worden door je gedrag? Bijvoorbeeld, je haalt een 10 bij een toets, maar doordat je een scheet laat, krijg je een 9. Is dat wettelijk toegestaan?’ Natuurlijk niet, wordt door forumleden geantwoord: ‘Een cijfer voor een schoolvak moet aangeven hoe goed je dat vak beheerst. Gedrag staat daarbuiten. Als jouw docent dat laat meewegen, zit ze ernstig fout.’
Maar de vraagsteller geeft nog een nadere toelichting: ‘Bij ons op school, in de klas bij het vak Mens & Natuur, heb je standaard een 10 met weging 2 (je hebt dus zegmaar een 10 die 2x meetelt). Elke keer als je iets fout doet (bijv. door de klas lopen zonder toestemming) gaat er een punt af.’ Het ziet er dus naar uit dat het cijferboekje van de docent uit twee kolommen bestaat, respectievelijk Toetsprestaties en Vlijt & Gedrag.
De docent stelt het vertrouwen in haar integriteit ernstig in de waagschaal als zij geen duidelijke toelichting geeft op haar cijfersysteem en op de wijze waarop de twee kolommen verwerkt worden tot een rapportcijfer. Bovendien zal zij de maatstaf moeten verduidelijken en rechtvaardigen die bij de becijfering in de tweede kolom gehanteerd wordt. Als ik haar was, zou ik mijn maatstaf alsvolgt omschrijven: de mate waarin de leerling oplet en participeert aan de lessen. Een soort beloning voor de kwaliteit van de aanwezigheid, die immers een belangrijke voorwaarde voor leerwinst is. Maar het zit me niet lekker. Want dan zou (al dan niet geoorloofde) afwezigheid met een maximale puntenaftrek gestraft moeten worden. Kortom: de docent Mens & Natuur heeft heel wat uit te leggen.

Commencement Speech 2009 at Tulane

Wes Holleman | 25-05-2011 | permalink

Het is mei, bijna juni. Tulane University (New Orleans) heeft haar Commencement al lang en breed achter de rug. Op donderdag 12 mei om 16 uur begon de grote plech­tigheid waar de gediplomeerden van de undergraduate schools werden uitgeluid. Op vrijdag en zaterdag volgden de afzonderlijke ceremonies voor de gediplomeerden van de graduate schools.
Op Nederlandse universiteiten wordt het academisch jaar plechtig geopend. Studen­ten en docenten worden feestelijk ingehaald in het paleis der wetenschap. Maar in Amerika gaat dat precies andersom. Commencement is de initiatie-rite waarmee de gediplomeerden worden toegelaten tot de volwassen maatschappij. De nieuwbakken academici worden welkom geheten door iemand die het vér geschopt heeft in het leven, al dan niet voorzien van academische titulatuur.
De Huffington Post publiceerde onlangs een videofilmpje van de Tulane Commence­ment Ceremony 2009. Zoals elk jaar vond de plechtigheid in de Louisiana Superdome plaats. De Commencement Speech werd ditmaal gehouden door Ellen DeGeneres, de TV-ster die in New Orleans is geboren en opgegroeid. Uiteraard werd ook de orkaan Katrina gememo­reerd, die september 2005 toesloeg, net toen de gefêteerde bachelors aan hun studie waren begonnen. De Superdome is het stadion waar vele inwoners van New Orleans na de Katrina-ramp werden opgevangen.

Een corporatistisch leraarsgilde

Wes Holleman | 24-05-2011 | 2 Reacties » | permalink

Het ministerie heeft het actieplan Leraar 2020 naar de Kamer gestuurd (23/5/2011). Eén van de speerpunten is de inrichting van een Lerarenregister. Daar is al eerder sprake van geweest. De Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) zou worden omgevormd tot een coöperatie van beroepsverenigingen. In het bestuur zouden ook de onderwijsvakbonden en Beter Onderwijs Nederland zitting hebben. De coöperatie zou twee lerarenregisters opzetten: een initieel Diploma­register en een Beroepsregis­ter van gekwalificeerde, ervaren leraren. Aan herinschrijving in het laatstbedoelde register zouden nascholingsverplichtingen verbonden worden. Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling dat deze registraties een publiekrechtelijke status of een civiel effect zouden krijgen.
Met het nieuwe actieplan (p.7) wordt echter een corporatistische koers ingezet. Het ministerie wil dat álle leraren uit het PO, VO en MBO uiterlijk in 2018 geregistreerd zijn in het Beroepsregister. ‘Om hun registratie te behouden, worden leraren verplicht hun bekwaamheid te onderhouden met behulp van gecertificeerde professionali­seringsactiviteiten.’ En met ingang van 2018 krijgt het register ‘een civiel effect doordat de overheid en de onderwijsorganisaties hieraan consequenties verbinden (…) zoals verlies van bevoegdheid, niet meer zelfstandig voor de klas, meer tijd en geld voor bekwaamheidsonderhoud of consequenties voor de carrière.’ Dat is dus andere koek. Als de plannen van het ministerie doorgaan, wordt het leraarsberoep via een semi-publiek nationaal gildestelsel dichtgetimmerd.
Lees terug … (PDF)

De ondraaglijke lichtheid van het studeren

Wes Holleman | 23-05-2011 | 2 Reacties » | permalink

Suzan Beers is redacteur van de Groninger Universiteitskrant. In een recent artikel (19/5/2011) trekt zij van leer tegen vakken die je op je sloffen doorloopt. Om een voldoende te halen, blijken sommige studenten veel minder uren nodig te hebben dan er officieel voor staat. Volgens haar dient de studieleiding in zo’n geval te overwegen de eisen per vak te verhogen, c.q. het aantal toegekende studiepunten per vak te verlagen. Maar haar redenering is veel te kort door de bocht.
Lees verder … (PDF)

Diploma’s onterecht verstrekt: wat nu?

Wes Holleman | 20-05-2011 | 1 Reactie » | permalink

In de Tweede Kamer gingen vorig jaar stemmen op om onterecht verstrekte InHol­landdiploma’s ongeldig te verklaren en de gedupeerde studenten in de gelegenheid te stellen het examen opnieuw af te leggen (18/10/2010). Een paar weken geleden liet een OCW-woordvoerder weten dat de gewraakte diploma’s niet ongeldig zullen wor­den verklaard (Metro 28/4/2011), maar eerder had de toenmalige staatssecretaris een voorbehoud gemaakt voor het geval de betrokken stu­denten ‘redelijkerwijs hadden kunnen weten dat je zo je diploma niet haalt’ (Trajectum 1/10/2010). Momenteel onder­zoekt het interimbestuur van InHolland of het juridisch mogelijk is de ge­wraakte diploma’s met terugwerkende kracht te annuleren, ofschoon dan wel ‘bewezen moet worden dat [de betrokken studenten] geweten hebben dat hun werk van onvoldoende kwaliteit was.’ Een OCW-woordvoerder zegt desgevraagd: ‘Het ministerie voert wel gesprekken met InHolland, maar die zijn slechts van adviserende aard. De beslissing is een zaak van de hogeschool. De bevoegdheid om diploma’s in te trekken ligt enkel en alleen bij de instelling zelf. Het is wettelijk nodig om aan te tonen dat de diploma’s onterecht zijn verstrekt (…). Maar daarnaast moet ook aantoonbaar zijn dat de student in kwestie dit ook zelf moet heb­ben geweten’ (NRC 19/5/2011). Maar Paul Zoontjes, hoogleraar Onderwijsrecht, is strikter in de leer (NOS 19/5/2011): als het diploma door een bevoegde instantie is afgegeven, kan het niet meer worden ingetrokken.
Dus ik denk dat we mogen concluderen: als er de vereiste handtekeningen op staan, blijft het diploma geldig, tenzij alsnog kan worden aangetoond dat de examenkandi­daat fraude heeft gepleegd, of fraude heeft uitgelokt, of welbewust medeplichtig was aan de examenfraude die door de examinatoren is gepleegd. Van een examenkandi­daat kan niet worden verlangd dat hij (zij) actief gaat controleren of de examinatoren wel volgens het boekje werken en dat hij (zij) in beroep zou gaan tegen lankmoedige examenbeslissingen. Iedere burger wordt geacht de wetten en regels te kennen, maar een examenkandidaat moet veeleer als een willoos onderzoeksobject worden be­schouwd.
Ik denk overigens dat Paul Zoontjes nog zijn licht moet laten schijnen over het leer­stuk van de dwaling. Het gaat dan om de vraag of een examencommissie op haar beslissing mag terugkomen als zij bepaalde aperte feiten inzake de kennis en vaardig­heden van de kandidaat ongewild buiten beschouwing heeft gelaten.

Breaking news over CGO

Wes Holleman | 19-05-2011 | 2 Reacties » | permalink

Vanmiddag, donderdag 19 mei, stemt de Tweede Kamer over wetsontwerp 32316. Het gaat over de beroepsgerichte kwalificatiestructuur in het MBO. Inmiddels staan alle fracties daar positief tegenover, dus ook gedoogpartner PVV en de hele oppositie. Dat komt omdat de minister verleden dinsdag de naam (en niet alleen de naam!) van het wetsontwerp gewijzigd heeft. Zij spreekt niet langer van een competentiegerichte maar van een beroepsgerichte kwalificatiestructuur. Het ziet er dus naar uit dat de term Competentiegericht Opleiden (CGO) met onmiddellijke ingang geschrapt is uit het beleidsvocabulaire van het ministerie. Zoals we in het voorlopige kamerverslag kunnen lezen, heeft de minister dinsdag nadrukkelijk verklaard dat het beroeps­onderwijs bij de inrichting van het onderwijs- en examenprogramma een goede balans moet vinden tussen vakkennis en vaardigheden enerzijds en houdingsaspecten anderzijds. Zij betreurt dat men die balans in de afgelopen jaren soms uit het oog heeft verloren en dat men zich soms ook teveel heeft laten meeslepen door de ideeën van Het Nieuwe Leren. Zij belooft dat het ministerie en de inspectie er alles aan zullen doen om het beroeps­onderwijs op de gewenste koers te houden. Overigens heeft de minister in dat verband niet precies omschreven wat zij onder ‘vaardigheden’ ver­staat. Bijvoorbeeld: rekent zij bekwaamheden op het gebied van teamwork, sociale omgang en reflectie tot de basale vaardigheden of tot de bijkomende houdings­aspecten?

Batterij en paperclip

Wes Holleman | 17-05-2011 | permalink

Je hebt twee examensystemen: batterij-examens en paperclipexamens. Het ene systeem omvat een batterij eindtoetsen die tezamen in stelling zijn gebracht om in kort tijdbestek vast te stellen of de kandidaat het diplomaniveau bereikt heeft. Het andere systeem omvat een reeks vrijstellende tentamens die in de loop van de opleiding worden afgenomen: de tentamen­briefjes, bijeengehouden door een paper­clip, vormen tezamen het bewijs dat het hele examen is afgelegd. Het Neder­landse hoger onderwijs werkt met een paperclipexamen, terwijl het MBO een batterij-examen kent. In het Voortgezet Onderwijs worden beide systemen toegepast: het Centraal Schriftelijk is een batterij-examen, terwijl het Schoolexamen enigermate de paperclip hanteert.
Dit is de reine theorie. Maar de praktijk van het MBO en HBO wordt gecompliceerd door het feit dat men zich tot Competentiegerichte Opleiden (CGO) bekeerd heeft. Men wil aan het eind van de opleiding vaststellen of de student de ‘integrale compe­tenties’ heeft verworven die nodig zijn om succesvol te opereren in het beroep. Het HBO kan dus niet volstaan met vrijstellende tentamens, want aan het eind van de rit moet bovendien in een finale assessment worden vastgesteld of de beoogde compe­tenties verworven zijn. En het MBO kan niet volstaan met een finale assessment van competenties, want tijdens de rit moet bovendien worden vastgesteld of de student de daartoe benodigde kennis en vaardigheden onder de knie heeft gekregen.
Invoering van CGO vereist dus een hybride examensysteem, dat zowel batterij- als paperclipexaminering omvat. Pas als alle papercliptentamens zijn behaald, wordt de kandidaat aan de finale assessment onderworpen. In de praktijk van het MBO en HBO zijn er echter tekenen dat de beroepsmoraal of het oordeelsvermogen van examinatoren wordt aangetast: in vele opleidingen vertrouwt men overmatig op de validiteit van finale assessment van de beoogde competenties en acht men het onnodig een stevig fundament te leggen door voorafgaande tentaminering van de vereiste kennis en vaardig­heden.
Lees verder … (PDF)

De weging van allochtone leerlingen

Wes Holleman | 14-05-2011 | 1 Reactie » | permalink

De minister heeft onlangs haar beleidsreactie gepubliceerd over de gevolgen van de nieuwe gewichtenregeling voor het basisonderwijs, die in de periode 2006-2009 is ingevoerd. De Tweede Kamer had opheldering gevraagd naar aanleiding van een researchpaper van dr. Jaap Roeleveld (ORD, juni 2010). Vroeger kregen scholen extra geld voor het opheffen van taalachterstanden van allochtone leerlingen, terwijl tegenwoordig alleen kinderen van laagopgeleide ouders aanvullend bekostigd wor­den. Roeleveld heeft aangetoond dat ‘zwarte’ scholen daardoor ernstig benadeeld worden. Zoals de minister al eerder op kamervragen had geantwoord, is zij echter niet bereid de nieuwe gewichtenregeling aan te passen.
‘Zwarte’ scholen zijn dus budgettair op achterstand geplaatst in hun mogelijkheden om kwaliteit te leveren. Maar door de nieuwe gewichtenregeling lopen ze ook rechtstreeks gevaar ten onrechte door de Onderwijsinspectie aan de schand­paal te worden gezet. De Inspectie deelt scholen namelijk in groepen in, al naar gelang hun gemiddelde leerlingengewicht. Als de eindresultaten van een school achterblijven bij die van de desbetreffende scholengroep, wordt die school als zwak of zeer zwak bestempeld. Ten gevolge van haar verlaagde leerlingengewicht krijgt een ‘zwarte’ school dus sneller dan voorheen een stempel van ondeugdelijkheid opgedrukt, ook al is er verder niets op haar onderwijskwaliteit aan te merken. Gezien de bevindingen van Roeleveld is er derhalve alle reden voor nieuwe kamervragen aan de minister: wilt u er voor zorgen dat de Inspectie, bij haar beoordeling van de eindresultaten van basisscholen, meer rekening houdt met het percentage allochtonen in hun leerlingen­bestand? Want in de nieuwe gewichtenregeling is deze handicap te weinig mee­gewogen.
Zie ook: Hanne Obbink in Trouw (19/1/2011a, b, c).

Gender-neutrale kledingvoorschriften

Wes Holleman | 12-05-2011 | 4 Reacties » | permalink

Eersteklasser Chris draagt een grijs-zwart rokje tot op de knie, geheel in overeen­stemming met het voorgeschreven uniform van zijn keurige Engelse middelbare school. Aldus gekleed demonstreert hij tegen het feit dat hij gediscrimineerd wordt: jongens mogen ‘s zomers niet in korte broek naar school, terwijl meisjes elke dag hun blotebenenrokjes mogen dragen. Over deze demonstratieve actie wordt bericht door de Daily Telegraph (10/5/2011).
Wat is het interessante van dit verhaal? Ik ben een Nederlander en ik heb bij mijn weten geen Schotse voorouders. Wat mij intrigeert is dat Chris niet naar huis is gestuurd. De schoolregels verbieden niet dat jongens zich in meisjeskleren tooien, net zo min als het meisjes verboden is in lange broek op school te komen. De betrokken Engelse school eist slechts dat haar leerlingen hetzij een jongens- dan wel een meisjesuniform dragen.
Hoe zit dat eigenlijk op Nederlandse scholen: in hoeverre wordt het hier geaccepteerd als een jongen in meisjeskleren de klas in stapt? In de Leidraad Kleding op Scholen (OCW 2003) en in de VIOS-brochure (2005) wordt er niet van gerept. Het CGB-advies Naar een Discriminatievrije School (2008) spreekt zich er evenmin over uit. Ik herinner me wel CGB-uitspraken dat mannelijke werknemers driekwartbroeken (en bijvoorbeeld oorringetjes) mogen dragen waar dat aan hun vrouwelijke collega’s is toegestaan, maar hoe zit het met rokken, jurken en make-up? In 1983 is het travestieverbod opgeheven: sindsdien is het in de publieke ruimte toegestaan dat jongens en mannen als een meisje of vrouw gekleed gaan. De meeste jongens zullen er niet zoveel behoefte aan hebben. Maar als een jongen ‘t zou willen, behoort een openbare school dat dan toe te laten?