Tweede zit

Wes Holleman | 27-06-2011 | permalink

Vlaamse studenten kunnen alle twaalf maanden van het cursusjaar benutten om studievoortgang te boeken: na de reguliere tentamens, eind juni, is er de ‘tweede zit’, eind augustus. Maar in Nederland zijn de augustusherkansingen bijna overal afgeschaft. In elk geval in de propedeuse, want de BSA-procedure neemt de hele zomerperiode in beslag. Het komt er dus op neer dat studenten slechts tien maanden tot hun beschikking hebben om het jaarprogramma te doorlopen en voltooien. Er zijn zelfs instellingen waar het recht op herkansing nagenoeg geschrapt is: studenten kunnen weliswaar aanspraak maken op een ‘verlengd tentamen’ binnen het tien­maandse jaarprogramma, maar als voorwaarde geldt dat ze zich voldoende voor een vak hebben ingespannen en er nipt voor gezakt zijn.
Volgens mij moet de Onderwijsinspectie daar eens een themaonderzoek aan wijden. Er wordt steeds luider geroepen dat studenten hard moeten werken en hun opleiding zonder vertraging moeten doorlopen. Het is dan onlogisch dat ze slechts tien van de twaalf maanden mogen investeren om het programma bij te benen. Er wordt gepleit voor honoursfaciliteiten om begaafde studenten wat meer uitdaging te bieden, maar men vergeet dat vele minder begaafde studenten méér dan 28 uur per studiepunt en méér dan 10 maanden per cursusjaar nodig hebben om hun 60 studiepunten te verwerven. Er worden talenten verkwist als men hun de nodige herkansingen ontzegt. En er wordt kostbare studietijd verspild als zij de zomerperiode niet kunnen inzetten om achterstand in te lopen.
Ja maar, kan men tegenwerpen, werkt dit soort faciliteiten niet allerlei uitstelgedrag in de hand? Dat hangt er van af. Als men studenten in eigen sop laat gaarkoken, loopt men met de Vlaamse ‘tweede zit’ inderdaad dat risico. Maar men zou individuele studiecontracten kunnen sluiten onder begeleiding van een persoonlijke ‘faculty advisor’. Door effectieve studieplanning voorkomt men dat studenten ‘t te zeer op de herkansingen laten aankomen. Dat is de oplossing die bij­voorbeeld de Universiteit Twente kiest. En het meest effectief zou zijn als studenten bovendien ‘remedial summer courses’ in hun studieplan konden opnemen om achterstand in te lopen. De Hogeschool van Rotterdam heeft met dergelijke inhaalcursussen geëxperimenteerd.
Lees verder … (PDF)

Hoofddoekverbod in Verviers

Wes Holleman | 23-06-2011 | permalink

Faut-il interdire le voile à l’école? Nee, zei Mohamed Guermit, leraar Levens­beschouwing aan het Koninklijk Atheneum in Verviers: ‘Een moslima die haar hoofddoek aflegt, leeft in zonde. Maar om zich moslim te mogen noemen, hoef je geen engel te zijn.’ Op grond van deze uitlatingen kreeg hij onlangs vier maanden schorsing aan de broek, want het is in strijd met het leerplan Levensbeschouwing om de leerling leefregels in te prenten en hoofddoekloze moslima’s te stigmatiseren. De school had in 2009/2010 een kleine 500 leerlingen, waarvan circa 120 de Islamlessen volgden; 55 leerlingen droegen een hoofddoek. Inmiddels heeft het Atheneum een hoofddoekverbod ingevoerd, maar Guermit deed zijn uitspraak in het heetst van de strijd, op 16/17 november 2009. De RTBF was met een cameraploeg op school ge­komen om een docu­mentaire te maken over de voors en tegens van een hoofddoek­verbod en de interviewer legde hem het vuur aan de schenen. Maakte hij zich toentertijd schuldig aan eenzijdige godsdienstpropaganda of mocht hij zich in deze situatie beroepen op de vrijheid van meningsuiting teneinde, uit hoofde van zijn professionele plicht, de hoofddoekdragende leerlingen in bescherming te nemen?
Bron: Questions à la Une (20/1/2010), Droit de réponse (6/2/2010), Enseignons (19/1/2010, 28/2/2010, 25/1/2011, 27/1/2011, 16/6/2011).

Andere schooltijden

Wes Holleman | 21-06-2011 | 2 Reacties » | permalink

De PO-raad behartigt de belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs. Onlangs berichtte de raad (20/6/2011) dat inmiddels één op de zeven basisscholen het weekrooster heeft aangepast. Nadere gegevens zijn te vinden in de Monitor Andere Schooltijden. De meeste scholen kiezen voor bekorting van de middagpauze (continurooster), waarbij tegenwoordig ook steeds vaker de vrije woensdagmiddag wordt afgeschaft (continurooster plus gelijke-dagenmodel). Maar er zijn ook scholen die de middagpauze juist verlengen (bioritme-model), die de lesuren integreren in een dag­arrangement (brede school met BSO), of die onder handhaving van de traditionele middagpauze zowel de woensdag- als de vrijdagmiddag vrijroosteren (Hoorns model).
De algemene trend is evenwel: invoering van een continurooster met korte middag­pauze en vijf gelijke lesdagen. Maar is dat ook in het belang van de leerling? In de Monitor is aan scholen gevraagd wat hun motieven voor andere schooltijden zijn en welke effecten ze ervan verwachten. De rapporteurs hebben de antwoorden echter niet uitgesplitst naar de vijf modellen die hierboven onderscheiden zijn. We komen dus slechts te weten welke voordelen men verwacht te realiseren door af te stappen van het traditioneel weekrooster, terwijl we in het ongewisse worden gelaten over het ‘voordelige’ alternatief dat de respondenten voor ogen hebben.
Vorig jaar maakten de voorvechters van andere schooltijden het nog bonter. Zij hadden een argumentenkaart laten maken door een onafhankelijk onderzoeksbureau (de Argumentenfabriek): wat zijn de voor- en nadelen van handhaving van het tra­di­tioneel weekrooster? Maar om onverklaarbare redenen beschouwden de opdracht­gevers het continurooster met verkorte middagpauze als één van de verschijnings­vormen van een traditioneel weekrooster. De onderzoekers zijn daarmee blijkbaar akkoord gegaan en zij lieten de voor- en nadelen van de verkorte middagpauze dus buiten beschou­wing! Ik sta niet bij voorbaat afwijzend tegenover een continurooster (al dan niet met een gelijke-dagenmodel), maar ik zou graag willen weten of de verkorting van de middagpauze in het belang van de leerling is. Lieve PO-raad, aan­genomen dat jullie niet alleen de belangen van de schoolbesturen maar ook die van de leerlingen behartigen, zouden jullie dan over deze kwestie alsnog een eerlijke argumentenkaart willen laten maken?
Zie ook: Het dagritme van de scholier (met vijf updates).

Bredere bacheloropleidingen

Wes Holleman | 20-06-2011 | 2 Reacties » | permalink

Volgens de commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs (2010, p.33-34) moeten faculteiten en instellingen ernaar streven hun bacheloropleidingen te verbreden. Op die manier kan de keuze voor een major worden uitgesteld, zodat  studenten minder risico lopen een verkeerde studie te kiezen en vervolgens te moeten omzwaaien.
In de huidige programma-opzet starten studenten gewoonlijk meteen met een bepaalde major, waarna ze in de hogere studiejaren hun horizon mogen verbreden met een minor en/of losse keuzevakken binnen dan wel buiten de faculteit. Bij de Universiteit Utrecht bijvoorbeeld, hebben studenten 25% vrije keuzeruimte om zich gaandeweg te profileren ten opzichte van hun medestudenten (45 van de 180 ECTS).
Als toekomstbestendige faculteiten hun propedeuses willen verbreden en een major-omvang van 75% willen behouden, zullen ze een deel van deze profileringsruimte moeten opofferen. Zodoende kunnen propedeusestudenten met méér vakgebieden kennismaken, voordat ze zich definitief op één van aangeboden majors vastleggen. Voor de ontvangende faculteit is het voordeel dat zij tegen het eind van het eerste verblijfsjaar twee beslissingen kan nemen: enerzijds de selectiebeslissing om ongeschikt bevonden studenten heen te zenden (BSA ex artikel 7.8b Whw) en anderzijds een eventuele verwijzingsbeslissing om te voorkomen dat geschikt bevonden studenten de verkeerde major kiezen (ex artikel 7.9 Whw). Het dagblad Trouw (16/6/2011) bericht dat OCW de instellingen wil pressen binnen enkele jaren werk te maken van de verbreding van hun bacheloropleidingen.

Leugenachtig, tendentieus en respectloos

Wes Holleman | 17-06-2011 | 2 Reacties » | permalink

Universiteitsbestuurder Bert van der Zwaan liet zich onlangs in een landelijk dagblad uiterst laatdunkend over zijn studenten uit: ‘Een Nederlandse student steekt de helft zo weinig uren in de studie als een Singaporees of Amerikaan’ (VK 14/6/2011). Dit soort uitspraken is al zo vaak gedaan dat niemand er meer van opkijkt. Maar wat is het waarheidsgehalte ervan? Zijn hooggeleerde collega Frank van Vree, gasthoog­leraar aan de New York University, geeft hem lik op stuk (lezersbrief VK 16/6/2011): er wordt in de Verenigde Staten steen en been geklaagd over de lage studie-inzet van de ge­middelde student. En dat terwijl een academisch jaar van slechts 32 tot 35 weken aldaar niet ongebruikelijk is.
Maar afgezien van deze manke internationale vergelijking, is zo’n categorische uitspraak over ‘de’ (Nederlandse) student nogal tendentieus. Gesteld: men meet de tijdsbesteding van een knappe kop (36 upw), een zwakke student (44 upw) en een deeltijdstudent (16 upw). Gedrieën draaien ze dan gemiddeld slechts 32 uur per week. Een dergelijke maat van centrale tendentie is zinledig als men daaraan geen spreidings­maten toevoegt, zoals de tijdbesteding binnen het eerste en tweede ijverkwartiel. Verder zijn er grote verschillen tussen studierichtingen. Zoals uit een OCW-grafiekje blijkt, stijgt de tijdsbesteding naarmate het aantal verroosterde contacturen hoger is. Toch laat de onderstaande tabel zien dat zelfs de gemiddelde student in Nederland nog een substantieel aantal uren in z’n studie steekt.
Al met al moet de laatdunkende stelling van de nieuwbakken UU-rector Van der Zwaan over de studie-inzet van ‘de’ Nederlandse student leugenachtig en tendentieus genoemd worden. Het is verwerpelijk dat hij de reputatie van zijn studenten op deze manier te grabbel gooit. In de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening wordt van professionele docenten verlangd dat zij respect tonen voor studenten (I.2) en dat zij zorgvuldig met hen omgaan (I.5). Maar in zijn openbare uitlatingen toont de academische leider Van der Zwaan zich ronduit respectloos tegenover zijn studenten.
Lees ook de tabel (PDF)

De rechten van leerwilligen

Wes Holleman | 11-06-2011 | permalink

Blogger Malmaison (7/6/2011) wil de rechten van leerwilligen versterken: zij moeten beschermd worden tegen leerschuwe scholieren die de sfeer in de klas verzieken. Daartoe moet volgens hem harder worden opgetreden tegen ‘leerlingen die in klassen met leerwilligen de goede voortgang van de lessen storen’ en moeten ‘onverbeterlijke lesstoorders (…) gemakke­lijker uit de klas en van school verwijderd (…) kunnen worden.’
Maar is dat de enige pijler van de rechtspositie van leerwilligen die tot een klas zijn toegelaten? In hoeverre hebben zij volgens Malmaison tevens recht op onderwijs dat is afgestemd op hun beginniveau en leertempo? En meer in het bij­zonder: wat doet Malmaison met leerwillige leerlingen die het onderwijstempo niet kunnen bijbenen?
Lees verder … (PDF)

Uitwonende beursstudent Josef K.

Wes Holleman | 09-06-2011 | 2 Reacties » | permalink

Josef K. was een deugdzame eerstejaarsstudent anno 2012, maar door de nieuwe wet tegen bursale fraude kwam hij in kafkaëske toestanden terecht. Volgens de nieuwe wet moest hij namelijk, om aanspraak te maken op een uitwonenden­beurs, ingeschre­ven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA), en wel op een ander adres dan zijn ouders. En als hij niet daadwerkelijk op dat andere adres woonde, had hij ernstige sancties te duchten. In 2011 had de Raad van State geadviseerd de uit­wonendenbeurs af te schaffen om studenten voor al die toestanden te behoeden, maar regering en parlement wilden daar niets van weten.
Lees verder … (PDF)

Kritisch denken in het HBO

Wes Holleman | 05-06-2011 | permalink

Onze gediplomeerden zijn in staat hun vergaarde kennis en inzicht in professioneel perspectief toe te passen en op het desbetreffende gebied rationeel te redeneren en argumenteren en problemen op te lossen. Dat is één van de ijkpunten van het niveau van een Europese bacheloropleiding. Op de BON-site (3/6/2011) wordt gediscussieerd over de vraag of ‘kritisch denken’ een vak is dat in het hoger onderwijs onderwezen moet worden. Harry Donker (30/3/2011) en Mirjam Broekhoff (21/5/2011) schreven over initiatieven in de HBO-sector Economie, naar aanleiding van een onderwijs­methode die in Nederland geïntroduceerd is door Timo ter Berg. Zij poneren dat ‘kritisch denken’ een vak is dat HBO-docenten zowel inhoudelijk als didactisch onder de knie moeten krijgen en dat er binnen het HBO-curriculum een leerlijn moet worden uitgezet opdat studenten deze competentie verwerven. Maar de BON-discussie wordt vertroebeld door de vrees dat ‘Kritisch Denken’ als afzonderlijke cursus (onderwijseenheid) in bacheloropleidingen zou worden opgenomen. Dat lijkt me niet de bedoeling. Rationeel redeneren en argumenteren is een vormingsdoel dat niet in een geïsoleerd methodologisch vakje maar door het hele curriculum heen moet worden geoefend. En via het examenprogramma moet men garanderen dat iedere aankomende academicus en professional inderdaad bereid en in staat is met de nodige zorgvuldigheid z’n hersens te gebruiken.

Tentamencijfers openbaar?

Wes Holleman | 01-06-2011 | 4 Reacties » | permalink

Volgens het Europese Mensenrechtenverdrag (artikel 8) heeft iedereen recht op eerbiediging van zijn privé-leven. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) ziet erop toe dat beheerders van privacygevoelige gegevens niet buiten hun boekje gaan. Ook tentamencijfers mogen slechts na uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene openbaar worden gemaakt (Cursor 12/11/1998). Maar het bestuur van de Universiteit Utrecht zoekt de grenzen op. Men wil iedere deelnemer van een cursus inzage geven in de tentamencijfers van zijn of haar medestudenten. Dat zou de competitie en het groepsgevoel bevorderen. Blijkbaar heeft het bestuur nog niet bedacht dat men zodoende inbreuk maakt op hun fundamentele mensenrechten: ik kan me nauwelijks voorstellen dat bevordering van competitie en groepsgevoel door het CBP als een gerechtvaardigd belang aanvaard wordt.
Bron: Cijferanonimiteit is verleden tijd (DUB 30/5/2011).

Normering van de studievoortgang (II)

Wes Holleman | 01-06-2011 | 1 Reactie » | permalink

Wat vindt u van het plan van de Erasmus Universiteit (EUR) dat eerstejaarsstudenten worden heengezonden als ze in hun eerste studiejaar niet alle zestig studiepunten hebben gehaald? Dat vroeg kamerlid Jasper van Dijk (SP) aan de staats­secretaris. Een prima plan, antwoordt Halbe Zijlstra (31/5/2011), mits ze voldoende gelegenheid krijgen om tentamens te herkansen. Kennelijk heeft de staatssecretaris inmiddels alle ervaren OCW-juristen wegbezuinigd. Want anders zouden zij hem er wel op hebben gewezen dat de EUR tevens aan drie wettelijke voorwaarden moet blijven voldoen:
(a) Studenten die door persoonlijke omstandigheden vertraagd zijn geraakt, mogen niet zomaar met een Bindend Studieadvies (BSA) worden heengezonden, en voor deelnemers aan deeltijdopleidingen moeten eveneens aangepaste deadlines worden gesteld (WHW art. 7.8b).
(b) De EUR heeft zich te houden aan de wettelijke studielast van het eerstejaars­programma. Dat is 1680 uur (60 x 28 uur) voor de gemiddelde student. Als men daarmee zou sjoemelen, doet men afbreuk aan het wettelijk beoogde niveau van het bachelordiploma.
(c) In het derde lid van artikel 7.8b wordt gesteld dat het BSA bedoeld is voor de student die ‘niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding’, waarbij als impliciete veronderstelling geldt dat het BSA op zodanig tijdstip wordt uitgebracht dat afgewezen studenten nog per 1 september kunnen omzwaaien naar een andere studie. Het EUR-plan betekent in de praktijk dat eerstejaarsstudenten hun laatste herkansing uiterlijk begin juli moeten afleggen en dat ze per saldo dus minder dan tien maanden de tijd hebben om hun zestig studiepunten te verwerven. Gezien de wettelijke eis ad (b) dreigt dus een aanzienlijk percentage van de geschikte EUR-studenten ten onrechte door een BSA te worden getroffen.
Lees verder … (PDF)