Alleen met de deur open

Wes Holleman | 30-08-2011 | permalink

In de Amerikaanse staat Missouri is een wet aangenomen die digitaal contact tussen leraar en leerling aan banden legt. De bedoeling van deze zogeheten ‘Missouri Face­book Act’ is te voorkomen dat er intieme relaties ontstaan: digitale communicatie is prima, mits er garanties zijn ingebouwd dat de relatie professioneel blijft. Maar het probleem is dat de professionele vertrouwensrelatie door pottekijkers verstoord kan worden. Tevens wordt het didactisch gebruik van sociale media belemmerd. De lerarenorganisatie spande een kort geding aan en de rechter heeft de invoering van de wettelijke regels inmiddels opgeschort voor wat betreft persoonlijke communi­caties via buitenschoolse media. Ook de gouverneur van de staat Missouri wil bij nader inzien dat de wettelijke regels heroverwogen worden.
Bron: Huffington Post 3/8/2011, 26/8/2011.

Een entreetoets voor universitaire studies

Wes Holleman | 27-08-2011 | permalink

De rectoren van de Vlaamse universiteiten stellen voor, iedere aspirant- of aan­komende student aan een diagnostische entreetoets te onderwerpen (De Morgen 26/8/2011). Deze ‘oriënteringsproef’ is niet bedoeld voor bindende toelatings­selectie maar om hen zo goed mogelijk te informeren over hun kans van slagen in de ge­ambieerde opleiding. Dit plan past in het kader van de visienota Naar een efficiëntere oriëntering op het hoger onderwijs, die de Vlaamse Interuniversi­taire Raad (VLIR) in juni publiceerde.
Een betere ondersteuning van de studiekeuze is urgent sinds het Leerkredietsysteem is ingevoerd: sinds 2008 hangt de Vlaamse studenten een verhoogd collegegeld boven het hoofd als ze niet vlot genoeg studeren. Een verkeerde studiekeuze kan hun der­halve veel geld kosten. Dat is enigszins vergelijkbaar met de situatie die per 1/9/2011 voor Nederlandse studenten ontstaat door de invoering van de langstudeerdersboete. Studenten die met studievertraging en -mislukking geconfronteerd worden of die omzwaaien naar een andere opleiding, lopen ernstig risico op den duur een hoger college­geld te moeten betalen. In Nederland is het gevoel van urgentie nog niet zo groot. Men denkt verkeerde studiekeuzes te kunnen tegengaan door met iedere aspirant-student een intakegesprek te houden. Maar de Vlaamse rectoren willen het probleem krachtdadiger aanpakken: met diagnostische entreetoetsen. Op die manier kunnen aspirant- of aankomende studenten beter inschatten of ze qua beginniveau en capaciteiten voldoende kans van slagen hebben in de opleiding waarvoor ze zich hebben aangemeld.
Naar mijn verwachting kunnen dergelijke entreetoetsen tevens een belangrijke bijdrage leveren aan het onderwijsbeleid van de ontvangende faculteiten. Welke eisen stellen we eigenlijk aan het beginniveau van onze aankomende studenten? In hoe­verre beantwoorden zij aan die eisen? In hoeverre willen we rekening houden met verschillen in beginniveau, bij­voorbeeld door het aanbieden van bijspijkercursussen of van speciale trajecten voor studenten die met een hoger begin­niveau starten? En misschien wel de meest fundamentele vraag: in hoeverre behoren we ervan uit te gaan dat studenten die voldoende gescoord hebben op deze verplichte doch on­verbindende toelatingstoets, in principe geschikt zijn voor onze opleiding?

Kwaliteits- en nalevingstoezicht

Wes Holleman | 26-08-2011 | 1 Reactie » | permalink

De rijksoverheid ziet toe op de basiskwaliteit van het bekostigde onderwijs. Dat is de taak van de Onderwijsinspectie. En wat het hoger onderwijs betreft, is die taak aan een zelfstandig bestuursorgaan (NVAO) gedelegeerd. Maar de rijks­overheid heeft nog een tweede toezichtstaak: zij moet controleren of de bekostigde onderwijsinstellingen de wettelijke regels naleven (compliance). Van der Herberg & Hendriks noemen dat het toezicht op de rechtmatigheid van het handelen van de instellingen (Science Guide 31/5/2011). Zij wijzen erop dat de NVAO niet met dit nalevingstoezicht belast is. De eindverantwoordelijkheid voor het nalevingstoezicht berust uitsluitend bij de Onderwijsinspectie.
De auteurs betogen dat het examenschandaal bij InHolland in de hand is gewerkt door het ontbreken van voldoende nalevingstoezicht inzake de wettelijke taken van de examencommissie. De conclusie moet luiden dat de Onderwijs­inspectie een monitorsysteem dient op te zetten om de naleving van de wettelijke regels te bewaken. Hoe zou zo’n systeem er uit moeten zien? Moeten er naast de periodieke kwaliteitsaudits ook nalevingsaudits worden opgezet, om te con­troleren of de onderwijsinstellingen zich aan de wet houden? Bij de herziening van de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT) streeft men juist naar beperking van de controlelasten voor de Inspectie en voor de instellingen. Op 16/6/2011 vroeg kamerlid Elias aan de minister of de Inspectie, in plaats van excessieve controle, niet met een piepsysteem kan volstaan: laat benadeelden of klokkeluiders in geval van noncompliance een klacht bij de Inspectie indienen.
Lees verder … (PDF)

Cameron over maatschappelijke stages

Wes Holleman | 18-08-2011 | permalink

De zomerse onlusten in Engelse achterstandswijken houden de politieke gemoederen nog steeds bezig. Waarom zaten die relschoppers eigenlijk niet op school, vroeg een parlementslid zich af (De Morgen 16/8/2011). De geachte afgevaardigde was even vergeten dat de onlusten in de schoolvakantie plaatsvonden. Of laat alle zestien­jarigen in de zomervakantie een verplichte maatschappelijke stage van drie weken volgen, oppert de Britse premier Cameron (De Morgen 15/8/2011). Dat is al een oud idee van de Britse Conservatieven. Zes jaar geleden stelde Cameron voor, iedere schoolverlater drie of vier maanden sociale dienstplicht te laten vervullen (Independent 29/11/2005). Inmiddels heeft de Britse regering daartoe een eerste aanzet gegeven: een vrijwillige maatschappelijke zomerstage voor zestienjarigen (150 uur, waarvan 120 uur fulltime). Die National Citizen Service is deze zomer van start gegaan. Maar Cameron stelt nu voor, die 120 uur verplicht te stellen voor iedere zestienjarige. Dat lijkt verdacht veel op dwangarbeid. Maar hij kan natuurlijk overwegen deze verplichte maatschappelijke stage, net zoals in Nederland, in het leerplichtige schoolcurriculum op te nemen.
Zie ook: (Duitsland stopt met) Sociale dienstplicht (16/7/2011).

De schoolprestaties van jongens

Wes Holleman | 13-08-2011 | 13 Reacties » | permalink

Ferry Haan wil onderzoeken hoe jongens tot betere schoolprestaties kunnen worden gebracht (Volkskrant 27/7/2011). Door de bank genomen, zegt hij, zijn jongens vergeleken met meisjes ongeduriger in de klas, halen ze lagere cijfers en lopen ze meer risico op underachievement, op doubleren en op uitvallen.
Haan nodigde de VK-lezers uit ideeën aan te dragen voor zijn onderzoeksproject. Wat is het beste schoolregiem om jongens tot hun recht te laten komen? Om te beginnen stelt hij zelf een aantal hypothetische interventies voor: (a) Zet meer mannelijke docenten voor de klas; (b) Formeer aparte jongens- en meisjesklassen; (c) Breng meer structuur in het leerproces aan (bijvoorbeeld door frequent toetsen), aan­geno­men dat jongens (meer dan meisjes) moeite hebben het eigen leerproces planmatig te sturen; en (d) Introduceer meer competitie in het onderwijs.
Deze vier interventies overtuigen nog niet zo erg. Wat ontbreekt is een ontwikke­lings­psychologische theorie: what makes them tick? Met welke taken worden jongens in hun persoonlijke ontwikkeling geconfronteerd? De 79 reacties van de VK-lezers geven een aanzet tot een theorie op basis waarvan Ferry Haan interventies zou kunnen opzetten.
Lees verder … (PDF)