Ouderparticipatie

Wes Holleman | 01-12-2011 | 3 Reacties » | permalink

Het Onderwijsministerie moet bezuinigen en zoekt dus naar goedkope oplossingen zoals ouderparticipatie. Daarom wijdde de TV-rubriek EenVandaag gisteren een item aan oudercontracten (14e minuut). Met name werd het contract genoemd dat ouders moeten ondertekenen voordat ze hun kind bij het Rotterdamse Cosmicus College kunnen inschrijven. Maar op de website van die middelbare school is het contract nergens te vinden. Op de site van de Gemeente Rotterdam trof ik echter een oudere versie aan. Enkele highlights: ouders verplichten zich de jaarlijkse ‘vrijwillige’ ouder­bijdrage (400 euro) te betalen. En kleinbehuisde of laagopgeleide ouders beloven dat ze een commercieel instituut of andere ‘juiste personen’ zullen inschakelen om hun kind bij het huiswerk te begeleiden. Maar het is dus niet uitgesloten dat het contract inmiddels herzien is.
Tags: schoolcontract, oudercontract, ouder-schoolcontract, engagementsverklaring

Vrije stagekeuze

Wes Holleman | 30-11-2011 | 1 Reactie » | permalink

In artikel 19 van de Nederlandse Grondwet is bepaald dat iedere Nederlander een recht op vrije arbeidskeuze heeft. Je kunt niet tegen je zin in een bepaalde werkkring geparachuteerd worden. Maar geldt dat ook voor stages die in het kader van een beroepsopleiding doorlopen moeten worden? Deze kwestie wordt door Brammeke aangesneden, die een buitenlandse stage voor de boeg heeft (Goeie Vraag 28/11/2011). In de Stagecode HBO (2006) wordt het volgende gesteld: ‘Om de stage­markt open en flexibel te houden dienen potentiële stageplaatsen door de hogeschool alleen beoordeeld te worden op geschiktheid en relevantie voor de betreffende opleidingen. Dit geldt zowel voor stageplaatsen die de hogeschool zelf werft, als stageplaatsen die ondernemingen aanbieden of die ondernemende studenten zelf aandragen. De criteria waarop de stageplaats op geschiktheid wordt beoordeeld maken onderdeel uit van de kwaliteits­zorg rondom de stage.’ Anderzijds wordt het principe van vrije stagekeuze niet met zoveel woorden in de Stagecode genoemd, terwijl er wel enkele factoren worden aangestipt die de keuzeruimte van de student kunnen beperken: (a) be­pleit wordt dat de stagebegeleidende docenten het stageadres bezoeken en het wordt zeer wel denkbaar geacht dat (b) verscheidene studenten op hetzelfde stageadres werken en dat (c) de hogeschool niet alleen een stagecontract met een bedrijf sluit maar ook afspreekt dat haar docenten betaalde professionele diensten aan het bedrijf zullen leveren. Gezien deze drie factoren kan een hogeschool­afdeling tot de conclusie komen, zoals in de casus van Brammeke, dat het in ieders belang is alle studenten naar hetzelfde (buitenlandse) stageadres te sturen.
Lees verder … (PDF)

Allochtonen

Wes Holleman | 28-11-2011 | permalink

Vele Nederlanders in den vreemde hebben een dubbel paspoort, vieren Sinterklaas, spreken Nederlands met hun kinderen of sturen ze zelfs naar Nederlandse les. Velen draaien bij wijlen Nederlandstalige muziek, hebben Nederlandstalige vrienden, gaan op familiebezoek naar Nederland, houden vast aan het geloof hunner vaderen of gaan zelfs naar een Nederduits-hervormde kerk. Zijn deze allochtonen dus onvoldoende geïntegreerd in hun nieuwe vaderland? Nee, in de meeste immigratielanden wordt slechts verlangd dat ze redelijk ingeburgerd zijn, de wet respecteren, de taal van het land hebben leren spreken en zich niet van de autochtone ‘community’ afsluiten. Aan niet-Westerse allochtonen in Nederland daarentegen, worden extravagante eisen gesteld.
Dat is het onderwerp van het proefschrift van Jurriaan Omlo. Hij heeft diepte-interviews gehouden met dertig succesvolle Nederlanders van Marokkaanse afkomst in de leeftijdsgroep van 19 tot 30 jaar. Ze worden met een scheef oog aan­gekeken, in het vermoeden dat het latente criminelen, radicale fundamentalisten of achterlijke vreemdelingen zijn. Wat de interviewees bovenal stoort is het geborneerde discours van de Nederlandse opinion leaders, bestuurders en politici, die erop blijven hameren dat allochtonen slechts getolereerd kunnen worden als ze zich voor de volle 100% aan de autochtone ‘cultuur’ assimileren. Begripvol stemt onze populistische elite ermee in dat scholen de instroom van allochtone leerlingen afremmen, de hoofddoek verbieden en hun biculturele identiteit verketteren. Kritiekloos omarmt zij het beleid om buitenlandse huwelijkspartners te weren en islamitische scholen het (voort-)bestaan onmogelijk te maken. En op openbare radio- en TV-kanalen, concertpodia en concertagenda’s heeft zij het marokkaanse en turkse geluid nagenoeg weten uit te bannen.
Daarom heb ik onlangs het lidmaatschap van mijn politieke partij opgezegd. Ik doe pas weer mee als zich een partij aandient die zich enigszins committeert aan de multiculturele normen en waarden die mij heilig zijn. Of bijvoorbeeld aan de normen en waarden van het Kinderrechtenverdrag dat de Staat der Nederlanden ooit onder­tekend heeft, want een humane samenleving is geworteld in een humaan school­klimaat.
Bron: Republiek Allochtonië 18/11/2011, 24/11/2011

Numerus fixus in Maastricht

Wes Holleman | 26-11-2011 | permalink

Ze studeert sinds 1 september Europees Recht in Maastricht en ze schrijft columns voor het dagblad Trouw. De ik-figuur van haar laatste column (24/11/2011) is net geslaagd voor haar eerste rechtententamen. Zou dat soms het Maastrichtse tentamen Inleiding in de Rechtswetenschap zijn? Ze bericht dat ongeveer 65% van de deelnemers gezakt is. Laat de visitatiecommissie het niet horen, want dat lage slaag­percentage lijkt erop te wijzen dat er iets mis is met de onderwijs­kwaliteit of met de studeerbaarheid van het propedeuseprogramma. Maar de tutoren hadden het al ruim tevoren aangekondigd: ‘voor het eerste tentamen (…) zou slechts 35% van alle studenten in ons jaar slagen’, want ze zouden ‘simpelweg in de vragen schrappen totdat het slagingspercentage rond de 35% uitkwam’.
Ik kan het bijna niet geloven. Heeft de columniste dit niet uit haar duim gezogen? Met welk recht zou ik in twijfel trekken dat meer dan de helft van de aankomende rechtenstudenten ongeschikt is voor deze studie? Onlangs verscheen er echter een bericht in de krant dat een ander licht op de kwestie kan werpen. De rechtenfacul­teiten zitten overvol en willen de instroom afremmen. Er wordt per 1 september 2013 een numerus fixus ingevoerd. Tot die datum moeten ze iedereen toelaten die zich aanmeldt, maar ‘for the time being’ is het verleidelijk zwaarder te gaan selecteren in de propedeuse, zodat in elk geval het aantal tweede- en derdejaars alvast gereduceerd wordt.
Valt daar niets tegen te doen? Jawel, de huidige eerstejaars kunnen bij de opleidings- en bij de examencommissie protesteren tegen de arbitraire, draconische zak/slaag­norm van het vak Inleiding. En mochten ze aan het eind van het jaar met een Bindend Studieadvies worden heengezonden, dan kunnen ze dat aanvechten op grond van het feit dat het aangeboden propedeuseprogramma voor de gemiddelde student niet studeerbaar was (artikel 7.8b lid 3 WHW).

Personalisering van leerprogramma’s

Wes Holleman | 25-11-2011 | permalink

Blogger Wilfred Rubens legt zich toe op de disseminatie van goede ideeën. Deze week attendeerde hij op de ‘four stages of personalization’ die door collega-blogger John Spencer (22/11/2011) onderscheiden worden. Beiden gaan op de lijn van Het Nieuwe Leren zitten: de hoogste vorm van personalisering is voor hen dat de student de eigen leerdoelen mag kiezen. Maar we kunnen deze ‘four stages’ ook uitwerken binnen een meer traditionele programmaopzet, die uitmondt in een uniform, door de docent voorgeschreven criteriumrepertoire.
1) Standaardisering: Men definieert één denkbeeldige persoon (normstudent) op wie het programma wordt afgestemd. Deze wordt gekenmerkt door een gegeven Start­repertoire (SR), een gegeven Starttijdstip (T0), een gegeven Leersnelheid (LS) en een gegeven Criteriumtijdstip (T1) waarop het criteriumrepertoire verworven is.
2) Differentiatie: Men biedt verscheidene programmavarianten aan, elk afgestemd op een eigen normstudent, dus gekenmerkt door een eigen SR, T0, LS en T1.
3) Customisering/Maatwerk: Men biedt geïndividualiseerde programma’s aan, afgestemd op het Startrepertoire (SR) en Starttijdstip (T0) van iedere student afzonderlijk, en men past de vereiste Leersnelheid (LS) en het Criteriumtijdstip (T1) eveneens aan zijn/haar eigen mogelijkheden aan.
4) Personalisering: Men kiest niet alleen een aangepaste SR, T0, LS en T1 voor iedere individuele student, maar men optimaliseert de persoonlijke programmering en leeromgeving ook in andere opzichten, opdat hij/zij het vereiste criteriumrepertoire op de meest doelmatige, verrijkende en bevredigende wijze kan verwerven.

Mag hij dat zomaar?

Wes Holleman | 24-11-2011 | permalink

Dat thema keert telkens weer terug op het forum Goeie Vraag. Bijvoorbeeld (21/11/2011): mag hij (zij) me komende vrijdag het achtste uur laten nablijven als hij vandaag heeft vastgesteld dat ik mijn huiswerk niet af heb? Is de leraar opper­machtig en zijn wij leerlingen rechteloos? Bestaan er geen wets- of schoolregels die zijn beslissingsruimte begrenzen? Mag hij deze maatregel zomaar nemen terwijl nergens met zoveel woorden is bepaald dat hij daartoe bevoegd is? Kan ik daartegen bezwaar of beroep aantekenen en wat zijn dan geldige gronden? Of kan er in extreme gevallen reden zijn een klacht tegen hem in te dienen?
Vaak beantwoordt men zulke Goeie Vragen met de dooddoener dat de leraar het beste met de leerlingen voorheeft. Zeker in dit concrete geval: hij wil dat je je achter­stand zo snel mogelijk inloopt en hij heeft tijd vrijgemaakt om je daarop te contro­leren (en om je, waar nodig, te helpen). Maar dan gaat men voorbij aan het feit dat dergelijke maatregelen vaak mede als straf bedoeld zijn. De zwaarte van de straf moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het vergrijp; geen straf zonder schuld; en geen straf zonder achterliggende ‘strafwet’. Ook gaat men voorbij aan het ideaal van evenwichtige belangenafweging. Als hij het beste met de leerling voorheeft, moet de leraar diens belangen zorgvuldig in beschouwing nemen. Moet de docent in zijn beslissing meewegen dat de leerling vrijdagmiddag na het zesde uur vrij heeft, dat hij naar gitaarles moet, of dat hij al de hele week met een zware verkoud­heid te kampen heeft?
Eigenlijk zijn zulke Goeie Vragen verkeerd geformuleerd. Leerlingen willen niet alleen weten waartoe de leraar juridisch gerechtigd is, maar ook wat in het licht van de beroepsethiek van hem (haar) verwacht mag worden. Zij willen inzage in de ethische beroepscode van leraren, maar die staat nergens op papier.

Verhoging van de arbeidsparticipatie (II)

Wes Holleman | 23-11-2011 | 1 Reactie » | permalink

Op de BON-site (18/11/2011) wordt de duur van de eerstegraads lerarenopleiding ter discussie gesteld. Is een heel jaar echt nodig of is drie maanden genoeg? We willen méér bevoegde leraren en we willen dat méér mensen volwaardig participeren op de arbeidsmarkt. Waarom worden die ellenlange, onderbetaalde stages niet bekort, zodat mensen sneller in een echte baan kunnen starten? Waarom moeten aanstaande eerstegraadsleraren na hun vakinhoudelijke masteroplei­ding nog een heel jaar aan het lijntje worden gehouden? Laat ze zo snel mogelijk (bijvoorbeeld na drie maanden) in een normale betaalde baan beginnen, gecoacht door een ervaren collega.
Of is het ónverantwoord om jonge leraren met zo weinig algemeen-didactische en vakdidactische bagage voor de klas te zetten? Worden leerlingen (en de jonge leraren zelf) daar niet de dupe van? Ik weet het niet. Maar wie deze twee vragen uit volle borst met JA beantwoordt, heeft heel wat uit te leggen. Vorig jaar was het oor­verdovend stil. Stond u protes­terend op de barricaden toen het Parlement vorig jaar besloot dat gediplomeerden van een universitaire bacheloroplei­ding direct als bevoegde (tweedegraads) leraar voor de klas mogen? Van hen wordt slechts geëist dat ze, binnen deze driejarige opleiding, een Educatieve Minor van één semester hebben doorlopen (deels in de vorm van een praktijkstage). Waarom zou een eerstegraadsleraar in didactisch opzicht méér in z’n mars moeten hebben dan deze tweedegraads-nieuwe-stijl?
Meer daarover in de bijlage (PDF)

Feilbare intakegesprekken

Wes Holleman | 22-11-2011 | permalink

Mevrouw H. was een ervaren studentendecaan aan onze universiteit. Zij kreeg veel eerstejaars op haar spreekuur. Ze placht zich erop te beroemen dat ze na één gesprek feilloos kon voorspellen wie in de studie zou stranden. Ik geloof niet dat de houdbaar­heid van haar claim ooit getoetst is. Het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) pakt het wetenschappelijker aan. Men heeft een korte vragenlijst laten ontwikkelen die door de aankomende studenten van de tweedegraads lerarenopleiding kan worden ingevuld. Met dit detectie-instrument kan men, van de honderd studenten die de vragenlijst hebben ingevuld, de 29 ‘slechtste scoorders’ voor een intakegesprek uitnodigen. Uit validatieonderzoek blijkt dat twaalf van hen inderdaad in of binnen één jaar zullen stranden. Dat is 41%. Daar staat tegenover dat de resterende 59% van de aldus gedetecteerde risicostudenten het eerste studiejaar overleeft. En van de 71 studenten die niet voor een intakegesprek zijn opgeroepen, valt toch nog 20% in of binnen één jaar uit. Het SBO waarschuwt met recht dat de vragenlijst wel nuttig kan zijn voor studiekeuze- en studiebegeleiding, maar dat deze procedure (vragenlijst + intakegesprek) niet kan worden gebruikt om aankomende studenten aan de poort heen te zenden.

Gezagscrisis

Wes Holleman | 21-11-2011 | 2 Reacties » | permalink

Niet lang na de Tweede Wereldoorlog, toen ik sociologie studeerde, lazen we over de verderfelijkheid van autocratisch leiderschap en over The Bases of Social Power. French & Raven (1959) onderscheiden vijf bronnen van gezag: [a] legi­timiteit (hij mag op zijn strepen staan), [b] referentiemacht (het is een goeie vent), [c] deskundig­heidsmacht (hij zal het wel beter weten), alsmede [d/e] beloningen en straffen (hij kan mij maken of breken). Inmiddels wijzer geworden, denk ik dat de eerste gezagsbron beter in drieën kan worden gesplitst: [a1] de ‘legitieme’ gezagsdrager mag eisen dat de onder­geschikte meewerkt om overeengekomen doelen te bereiken, [a2] hij mag ge­hoorzaamheid aan de van hogerhand ge­stelde regels afdwingen en [a3] hij mag eisen dat de ondergeschikte hem voetstoots gehoorzaamt.
Naar aanleiding van het schoolincident in Nieuwegein wordt er alom geroepen dat er een gezagscrisis heerst op onze scholen. En de christelijke Besturenraad waarschuwt dat scholen dit probleem niet op eigen kracht kunnen oplossen: de ondermijning van gezagsdragers is een breed maatschappelijk probleem.
Ik denk dat er op vele middelbare scholen inderdaad van een gezagscrisis kan worden gesproken. Kinderen hebben thuis geleerd dat de ouderlijke gezagsdragers feilbare mensen zijn, dat regels met wijsheid moeten worden toegepast en dat het uitdelen van beloningen en straffen slechts een wankele machtsbasis verschaft. Maar door de schaalvergroting vertrouwt men in het onderwijs steeds meer op strikte handhaving van regels en op belonen en straffen. En in hun 30-koppige klas wordt van leraren verwacht dat ze tegen de klippen op presteren, ook al worden sommige leerlingen daarvan de dupe. De gezagsbronnen [a2], [a3] en [d/e] worden op school centraal gesteld, terwijl kinderen thuis is bijgebracht dat een dergelijke vorm van leiderschap meer uitzondering dan regel behoort te zijn.

Werving van studenten (III)

Wes Holleman | 20-11-2011 | permalink

Gisteren, zaterdag 19 november, hield de Universiteit Maastricht haar Open Dag voor aanstaande studenten. De Rijksuniversiteit Groningen houdt haar voorlichtings­dag pas over drie maanden: op vrijdag 17 februari. Wat is de nieuwswaarde van deze twee berichten? Nogal wiedes: als je een Groningse studie overweegt, krijg je een dag vrij van school. En je kunt beter al op 16 februari naar het Noorden afreizen, want de gezelligheidsverenigingen fêteren hun eventuele nieuwe aanwas met avond­festiviteiten.
De conrector van het Haagse Maerlant Lyceum heeft daar genoeg van: ‘Universiteit Groningen lokt scholieren met drank en feest’ (Trouw 11/11/2011). Hij heeft de RUG verzocht haar voorlichtingsdag naar de zaterdag te verplaatsen, doch hij kreeg nul op het request. Maar het Groningse universiteitsbestuur is gaarne bereid met de stu­dentenverenigingen te overleggen of ze hun alcoholische festiviteiten naar de vrijdag­avond kunnen verplaatsen (Universiteitskrant 17/11/2011 blz.4).
Daarmee gaan de Groningers echter aan het werkelijke knelpunt voorbij. Voor leer­plichtige scholieren is ’t een kostelijk goed, zo’n snipperdag, en die is hun best een reisje waard. In hoeverre is het on-ethisch dat deze universiteit zo’n krach­tige ‘marketing incentive’ inzet om de studiekeuze van potentiële studenten te beïnvloe­den? Nee, zullen de Groningers zeggen: onze voorkeur voor de vrijdag heeft heel andere gronden. Dat mag wel zo wezen, maar uw Maastrichtse collega’s laten zwaarder wegen dat je niet zomaar een schooldag van het eindexamenjaar mag afsnoepen. Het ministerie adviseert de krokusvakantie te laten beginnen op 25/2 (regio Noord) of 18/2 (regio’s Midden en Zuid). Waarom hebben jullie daar niet aan gedacht?!
Zie ook: Werving van studenten (I) en (II)