Oudjaar 2012: losse eindjes

Wes Holleman | 31-12-2012 | 1 Reactie » | permalink

Dit jaar verschenen er 135 blogberichten op Onderwijsethiek.nl. De inhoudsopgave tref je HIER aan. Ettelijke kwesties wachten nog op een vervolg. Een bloemlezing:
a) In 2013 komt het ministerie met een plan van aanpak om op de basisscholen het onderwijs in de Engelse taal te intensiveren. Een van de kernvragen is of scholen de wettelijke bevoegdheid krijgen 15% van het weekrooster Engelstalig te maken, eventueel zelfs vanaf de kleuterschool. Mogen ze al hun leerlingen aan dit tweetalige regiem onderwerpen, of worden scholen wettelijk verplicht aparte (100% Nederlandstalige) klassen in te richten voor allochtone en autochtone leerlingen die met achterstand in hun Nederlandse taalbeheersing te kampen hebben? Of worden deze leerlingen naar speciale achterstands­scholen verbannen?
b) Het VVD/PvdA-kabinet heeft aangekondigd de verplichte Maatschappelijke Stage in het voortgezet onderwijs te willen afschaffen. Ik denk dat het een politieke chantagepoging is: de christelijke oppositiepartijen is te verstaan gegeven dat ze hun speeltjes zullen verliezen als ze de overige regeringsplannen niet voldoende steunen. Want met daadwerkelijke afschaffing zou het kabinet zich aan zwalkend wanbestuur schuldig maken. Maar er is alle reden enige inconsistenties uit de bestaande wet te verwijderen.
Lees verder … (PDF)

CBHO vonnist over bsa-student

Wes Holleman | 28-12-2012 | permalink

Ze begon september 2010 aan haar bachelorstudie in het hbo. Aan het eind van haar eerste studiejaar had ze nog niet aan de lokale studievoortgangsnorm voldaan: ze had minder dan 55 van de 60 studiepunten behaald. Het instellingsbestuur was dus wettelijk bevoegd haar met een Bindend Studieadvies (BSA) uit de opleiding te verwijderen. In verband met persoonlijke omstandigheden kreeg ze echter zes maanden extra de tijd om alsnog de volle 60 studiepunten te behalen. Maar opnieuw traden studievertragende persoonlijke omstandigheden op die (volgens haar) maakten dat ze de nieuwe deadline niet heeft gehaald. Met ingang van de achtste maand (1/4/2012) werd ze uit de opleiding verwijderd.
Zij maakte daartegen bezwaar omdat geen rekening was gehouden met deze persoonlijke omstandigheden. Dat bezwaar werd door het lokale beroepscollege verworpen omdat ze deze omstandigheden na het intreden ervan niet met spoed aan de studentendecaan gemeld had. In het overleg tussen examencommissie en studentendecaan, voorafgaande aan de beslissing tot verwijdering, had de studentendecaan dientengevolge geen melding kunnen maken van deze persoonlijke omstandigheden. De student zocht het hogerop bij het landelijke College van Beroep (CBHO), maar op 20/12/2012 werd het lokale beroeps­college in het gelijk gesteld.
Lees verder … (PDF)

Sportieve voetbaljeugd (II)

Wes Holleman | 23-12-2012 | 7 Reacties » | permalink

In een vorig blogbericht filosofeerde ik over maatregelen om de sportiviteit in het amateurvoetbal te bevorderen, zowel in als om het voetbalveld. De aanleiding was uiteraard de dodelijke mishandeling van een grensrechter bij een wedstrijd tussen twee jeugdelftallen in de leeftijd van vijftien of zestien jaar. De TV-rubriek Nieuwsuur (22/12/2012) heeft een loffelijke poging gedaan het incident te reconstrueren. Zo’n concrete evaluatie kan ertoe bijdragen toekomstige incidenten te beteugelen. Sommigen zullen daartegen echter bedenkingen hebben, omdat daarmee ook het handelen van het dodelijke slachtoffer ter discussie kan komen te staan. Van de doden niets dan goeds. Maar ik denk dat echte voetballiefhebbers daar wel overheen kunnen stappen: van incidenten moet je leren! Ik heb zelf nooit gevoetbald, maar hieronder geef ik chrono­logisch weer wat ik uit de journalistieke reportage heb opgemaakt.
Bijlage: Hoe een hilarische uitglijer escaleren kon (PDF)

Engels op de basisschool (VI)

Wes Holleman | 23-12-2012 | 3 Reacties » | permalink

Een op de negen Nederlandse ingezetenen is van niet-westerse herkomst. Van deze niet-westerse migranten en hun na­komelingen is 65% oorspronkelijk uit Turkije, Marokko of Suriname afkomstig, of uit de Nederlande Antillen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (2012a, 2012b) heeft de prestaties van hun kinderen op de basisschool onderzocht. Wat Nederlandse taalbeheersing betreft, blijken ze gemiddeld nog steeds vér achter te lopen op de autochtone leerlingen. Het is dus van groot belang dat ze in een Nederlandstalige schoolomgeving worden ondergedompeld om hun taalachterstand in te lopen.
In de Nederlandse onderwijspolitiek gaan er echter stemmen op, basisscholieren reeds vanaf jonge leeftijd Engels te laten leren en hen eventueel zelfs gedurende 15% van de wekelijkse lestijd in een Engelstalige omgeving onder te dompelen. Het OCW-ministerie gaat in 2013 beslissen of de wet wordt aangepast om dat mogelijk te maken. Het wachten is op de uitkomsten van het Pilot-project 15% VVTO en het FLiPP-project. Een belang­rijke vraag is dan of het voor allochtone leerlingen niet beter is eerst goed Nederlands te leren. Geven de projecten daar uitsluitsel over?
Vorige week kwam de Universiteit Utrecht (partner in het FLiPP-project) met een snorkend persbericht (13/12/2012): ‘Vroeg vreemdetalenonderwijs gaat niet ten koste van het Nederlands!’ Maar de onderzoekers hebben niet gecontroleerd of substantiële onderdompeling in een Engelse taalomgeving nadelig is voor leerlingen die nog een ernstige achterstand in hun Nederlandse taalbeheersing hebben in te lopen. Men heeft namelijk alleen kinderen onderzocht die ‘voor de Nederlandse woordenschat conform de leeftijdsnormen (presteren)’.
Het ziet ernaar uit dat de beide projecten uitsluitend tot doel hebben een vooropgezette beleidslijn door te drukken, ten koste van allochtone (en autochtone!) leerlingen die niet met goedopgeleide Nederlandstalige ouders gezegend zijn.

Verboden te pesten?

Wes Holleman | 19-12-2012 | 2 Reacties » | permalink

Moet pesten verboden worden, vraagt Aaron Mirck zich af (De Jaap 17/12/2012). Nee, antwoordt hij, want daarmee maakt men al gauw inbreuk op de vrijheid van menings­uiting. Volgens hem moet men volstaan met krachtige handhaving van het wettelijke verbod op racisme, discriminatie, geweld en dergelijke. Maar er schort wat aan zijn vraagstelling. Een vruchtbaarder vraag is: moeten doelorganisaties, zoals scholen of bedrijven, leerlingen of werknemers beschermen tegen pestgedrag waardoor hun leer- of arbeidsproductiviteit wordt aangetast? Ik vind van wel. Volgens mij behoort het tot de ‘arbozorgplicht’ van een school of bedrijf schadelijk pestgedrag te bestrijden en pestkoppen zo nodig zelfs te schorsen of verwijderen. Bovendien behoort de school leerplichtige leerlingen in principe te vrijwaren van factoren waardoor zij belemmerd worden in de uitoefening van hun leerrecht. En evenzo is voor werknemers hun recht op arbeid in het geding.
Anderzijds kan een school er tevens naar streven de weerbaarheid van haar leerlingen te verhogen, zodat ze minder schade ondervinden van pestgedrag. In dat verband moet zij ook sommige vormen van pesten door de vingers zien, namelijk als dat uit zelfverdediging plaatsvindt (ter bescherming van het eigen leerrecht). Meer in het algemeen kan men stellen dat pestgedrag pas strafwaardig is als het grotere schade toebrengt dan wat onder de gegeven omstandigheden in een gezonde doelorganisatie toelaatbaar kan worden geacht. Maar met deze stellingname begeef ik me op glad ijs.
Pesten en uitsluiten kan een effectieve manier van ‘sociale controle’ zijn om iemand duidelijk te maken dat zijn of haar gedrag niet getolereerd wordt. In een gezonde doelorganisatie worden daaraan evenwel duidelijke grenzen gesteld: in hoeverre worden brute middelen door het beoogde doel geheiligd en waar ligt het omslagpunt dat sociale controle in verwerpelijke onverdraagzaamheid ontaardt?

Goede manieren

Wes Holleman | 18-12-2012 | permalink

Fowey Community College is een comprehensive school in Cornwall. De leerlingen dragen een keurig schooluniform. Er worden veel extracurriculaire activiteiten georganiseerd. Voor de leerlingen van de eindexamenklas is er een officieel dansfeest, een galabal denk ik. De school kwam onlangs volop in het nieuws omdat er voor deze zestienjarigen een facultatieve etiquettecursus wordt gegeven, apart voor jongens en voor meisjes (Daily Telegraph 13/12/2012a). Wat zijn onze manieren? Nee, eigenlijk gaat het niet over ónze manieren: het gaat om de traditionele omgangsvormen van de Engelse maatschappelijke elite.
Dat geeft Telegraph-lezers aanleiding tot een pedagogische en maatschappelijke discussie (13/12/2012b): draagt zo’n cursus aan de sociale vaardigheden en sociale weerbaarheid van scholieren bij? Ik denk van wel, mits de leerlingen ook gevoel voor nuance wordt bijgebracht. Er is een verschil tussen Hoofsheid, Hoffelijkheid en het vermijden van Hufterigheid. Door een elitaire subcultuur onder de loep te nemen, kunnen leerlingen inzicht ontwikkelen in maatschappelijke verhoudingen en in hun eigen omgang met anderen. De etiquettecursus biedt de mogelijkheid gangbare maatschappelijke normen en waarden te verkennen en eigen normen en waarden te verduidelijken. Voorwaarde is echter een afstandelijke, cultureel-antropologische benadering, zodat leerlingen niet alleen het hoofse spel van het galabal leren spelen, maar ook de spelregels leren onderkennen die in verschillende subculturele omgevingen gelden, en zodat ze de nodige flexibiliteit ontwikkelen om daarin eigen keuzes te maken. Dat heb ik in de onderstaande drie schema’s trachten uit te werken.
Lees verder … (PDF)

Sportieve voetbaljeugd

Wes Holleman | 14-12-2012 | 4 Reacties » | permalink

Hoe kun je, in het amateurvoetbal, de sportiviteit op en om het veld bevorderen? Dat vraagt Peter te Riele zich af (Eigenwijs in Onderwijs 12/12/2012). Hij oppert bijvoor­beeld: laat beide ploegen samen lunchen of iets drinken, vooraf of na afloop van de wedstrijd. Prima idee, maar is socializing voldoende? Of moet er bovendien een platform worden geschapen waar beide ploegen samen evalueren of de wedstrijd sportief verlopen is? Dat is wat anders dan de gangbare wedstrijdevaluaties waarin men analyseert hoe de eigen ploeg gepresteerd heeft. Daar wordt niemand sportiever van.
Geef je fantasie de vrije loop … Ik zie dan een zaaltje met 35 stoelen voor me. Na het douchen komen de dertig spelers en reserves van beide ploegen bijeen. Met het gezicht naar de spelers toe zit een panel bestaande uit de twee aanvoerders, de twee coaches, de twee vlaggers en de fluiter. De scheidsrechter is gespreksleider. Doel is de wedstrijd gezamenlijk te evalueren: hebben we sportief gespeeld en wat waren de factoren die de sportiviteit bevorderden of belemmerden? De panelleden brengen hun ervaringen in en daarna volgt een korte gedachtenwisseling met de zaal.
Ik geef het toe, dit fantasietje is vermoedelijk onuitvoerbaar, alleen al vanwege het feit dat daarvoor in het clubgebouw niet genoeg ruimte is. Maar zijn er misschien alternatieven die dit evaluatiemodel benaderen? Peter te Riele oppert als mogelijk­heid, de sportiviteit van spelers, begeleiders en supporters steekproefgewijs te laten beoordelen door objec­tieve KNVB-waarnemers langs de lijn. Op basis van hun rapportages wordt jaarlijks een Fair Play Award toegekend. Wat daaraan echter ontbreekt is reflectie door de spelers zelf.

Geur van excellentie

Wes Holleman | 13-12-2012 | 2 Reacties » | permalink

Ik ben van huis uit socioloog, dus groepsculturen zijn een kolfje naar mijn hand. Het gaat me hier om de groeps- of organisatiecultuur die in honoursprogramma’s kan ontstaan. Een relatief kleine, streng geselecteerde groep van excellente studenten wordt bij elkaar gezet en krijgt een eigen, uitdagend en veeleisend studieprogramma aangeboden. Overeenkomstig nieuwe wetgeving betalen ze meer collegegeld dan de rank-and-file studenten. Het elitaire karakter van de opleiding wordt versterkt als deze studenten in een eigen woon- en leefgemeenschap worden ondergebracht, zoals op de campus van het internationale University College van de Universiteit Utrecht. Inclusief kost en inwoning kan de jaarlijkse ‘fee’ dan oplopen tot 11.000 euro voor EU-studenten en 18.500 euro voor de meeste andere studenten.
Kenmerkend voor een honoursprogramma is dat de deelnemers op hun grote talenten worden aangesproken: jullie zijn de intellectuele elite, jullie krijgen les van topdocenten en van jullie wordt dan ook geëist dat je alles uit de kast haalt om je talenten te ontwikkelen en topprestaties te leveren. Men tracht een enthousiaste onderwijs- en studiecommunity te kweken, gedreven door wederzijds vertrouwen en een hechte corpsgeest.
Lees verder … (PDF)

Onderwijs en arbeidsmarkt

Wes Holleman | 12-12-2012 | 2 Reacties » | permalink

Bas ter Weel (Centraal Planbureau) heeft een trendrapport geschreven over de arbeidsmarktperspectieven van drie groepen werknemers en aspirant-werknemers in de Nederlandse beroepsbevolking: I. gediplomeerden van het hoger onderwijs, II. ge­diplomeerden van het havo/vwo en mbo-2/3/4, en III. lager opgeleiden. De perspectieven voor de hoge groep zijn beter dan die voor de middengroep en het ziet ernaar uit dat werknemers uit de middengroep worden verdrongen door die uit de hoge groep. Maar valt er ook iets concreters over te zeggen? Nee, want de auteur vond het niet nodig zijn gehanteerde begrippen en gemeten variabelen te definiëren. Gaat het om uurlonen of om maandlonen? Hoe zijn parttime banen en baantjes meegeteld? Hoe is werkloosheid gedefinieerd en in hoeverre is verborgen werkloosheid ingecalculeerd? En tot welke van de drie groepen horen de gediplomeerden van de mulo/mavo/vbmo-t? De auteur kan repliceren dat exacte definities in een longitudinaal trendrapport niet nodig zijn, zolang je over de jaren heen telkens dezelfde metingen rapporteert. Maar dan valt hem toch aan te rekenen dat zijn verhaal erg veel misverstanden oproept. Zo wordt in de media ten onrechte geconcludeerd:
a) de lonen van gediplomeerden uit het hoger onderwijs stijgen nog steeds (Nationale Onderwijsgids), zij zijn in de loop der jaren steeds meer gaan verdienen (Hoger Onderwijs Persbureau, NRC), hoger onderwijs loont, er is een steeds groter verschil in salaris ten opzichte van de beide andere groepen (Hoger Onderwijs Persbureau), de inkomenskloof tussen de hoge groep en de middengroep wordt steeds groter (Volkskrant);
b) er is volop goed betaald werk voor hogeropgeleiden (Personeelsnet), zij hebben volop kans op werk (Volkskrant), hun werkgelegenheid is met 2% gestegen (NRC), er is een tekort aan hogeropgeleiden (Hoger Onderwijs Persbureau);
(c) vooral mbo’ers zitten vaker zonder baan, hun kans op een baan is kleiner (NRC), voor hen is er minder werk en zij raken vaker hun baan kwijt (Hoger Onderwijs Persbureau), zij vinden steeds minder gemakkelijk een baan en hun werkgelegenheid is afgenomen (ANP).
Wordt het niet tijd dat Bas ter Weel deze journalistieke conclusies nuanceert en misver­standen probeert recht te zetten? Hij pretendeert een Policy Brief te hebben geschreven, maar het risico is groot dat niet alleen de journalisten maar ook de policymakers er verkeerde conclusies uit trekken.
Mediabronnen: Nationale Onderwijsgids, Hoger Onderwijs Persbureau, NRC, Volkskrant, Personeelsnet, ANP.
Zie ook: Persbericht CPB.

Onbetaalde werkstages

Wes Holleman | 09-12-2012 | 5 Reacties » | permalink

Libby Page studeert journalistiek aan de Mode-academie in Londen. Ze schreef onlangs een vurig artikel tegen onbetaalde ‘internships’ (Guardian 7/12/2012). Wat zijn ‘interns’? Het gaat om tijdelijke arbeidskrachten zoals leerwerk-contractanten, stagiairs, co-assistenten en trainees. Maar haar actiegroep Intern Aware heeft niet zozeer de officiële leerwerkarrangementen binnen opleidingen op het oog, doch de officieuze werkstages die door bedrijven en organisaties worden aangeboden aan studenten en afgestudeerden. De actiegroep wil dat deze volontairs de werknemersstatus krijgen en voor hun productieve arbeid beloond worden met ten minste het wettelijk minimumloon.
De actiegroep constateert namelijk dat steeds meer werkgevers misbruik maken van de zwakke arbeidsmarktpositie van pas-afgestudeerden. Zij bieden onbetaalde werkstages aan waarmee studenten en afgestudeerden arbeidservaring kunnen opdoen. Met zo’n stage kunnen ze een CV en een netwerk opbouwen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Ook kan zo’n werkstage als onbetaalde proeftijd fungeren, die bij gebleken geschiktheid in een betaald dienstverband uitmondt. Met deze onbetaalde arbeidsrelaties worden nieuwkomers geëxploiteerd en komen werkzoekenden aan de kant te staan. Maar bovendien wordt daarmee het ideaal van Gelijke Kansen doorkruist. Studenten en pas-afgestudeerden die geen andere inkomstenbron hebben, vangen achter het net. Bij gebrek aan financiële middelen zijn zij immers niet in staat zo’n onbetaald arbeidscontract aan te gaan om hun carrièrekansen te vergroten. In het Engelse parlement zijn onlangs initiatieven genomen om werkgevers in elk geval te verbieden actief gegadigden te werven voor onbetaalde werkstages.
Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig hoe men in Engeland tegen werkstages binnen reguliere opleidingen aankijkt. Wil men de stagevergoedingen voor arbeidsproductieve stagiairs eveneens naar het minimumloon ophogen? Of kennen Engelse opleidingen uitsluitend stages met een leerwerkarrangement?