Misdragingen buiten schoolverband (II)

Wes Holleman | 06-12-2012 | 6 Reacties » | permalink

Het Huygens College is een kleine christelijke vmbo-school in Amsterdam Oud-West. Twee leerlingen, X en Y, zijn dit weekend gearresteerd, verdacht van betrokkenheid bij dodelijke mishandeling van een grensrechter na afloop van een voetbalwedstrijd. Het ging om het jeugdelftal B1 van een amateurvereniging in Nieuw-West. Iedereen vindt het uiteraard verschrikkelijk wat er gebeurd is. Maar de schoolgenoten leven ook met de daders mee, die zich zo hebben laten gaan. Leerling Z ging zelfs zo ver dat hij de autoriteiten via Twitter opriep zijn schoolgenoot Y vrij te laten: ‘Free Y!’ De schoolleiding interpreteerde dit als het goedpraten van een laffe misdaad en heeft leerling Z voor straf geschorst (Parool 5/12/2012).
Ontegenzeggelijk is de reputatie van de school in het geding als deze tweet de voorbode zou zijn van een bredere, openbare manifestatie van leerlingen ten gunste van de beide verdachten. Het is dus begrijpelijk dat zij dit soort uitlatingen probeert tegen te gaan. Maar de schorsing van Z is volgens mij uiterst aanvechtbaar. Leerling Z kan zich immers beroepen op zijn vrijheid van meningsuiting. Het is echter niet uitgesloten dat de schoolleiding kan bewijzen dat Z zijn bedenkelijke mening tijdens schooltijd heeft getwitterd. Daarmee zou zij haar schorsing misschien nog enigszins kunnen recht­vaardigen.
De schoolleiding heeft echter aangekondigd dat zij leerlingen ook met schorsing zal straffen als ze zich buiten schooltijd aan dergelijke tweets ‘schuldig’ maken. De school gaat hier haar boekje te buiten: zij matigt zich de status van een totale institutie aan (aan wier jurisdictie leerlingen 7/24 onderworpen zouden zijn). De school mag leerlingen niet straffen voor uitlatingen en gedragingen die buiten schoolverband gepleegd zijn, tenzij ze daar heel goede argumenten voor kan aandragen (bijvoorbeeld in het kader van haar antipestbeleid).
Zie ook: Misdragingen buiten schoolverband (I)

Kleine versus grote scholen

Wes Holleman | 05-12-2012 | permalink

Presteren kleine scholen beter dan grote? Dat is de vraag die de redactie van RTL-Nieuws (1/12/2012) heeft trachten te beantwoorden. Maar door die vraagstelling worden grote scholen benadeeld, want vele grote scholen zoeken de menselijke maat door de leerlingen (en de afdelingen) over kleinere vestigingen te spreiden. De redactie koos daarom een aangepaste vraagstelling: presteren kleine schoolvestigingen beter dan grote? Vervolgens stuitte de redactie echter op het probleem dat de Onderwijsinspectie geen prestatie­gegevens over schoolvestigingen voorhanden heeft, maar uitsluitend over afdelingen per schoolvestiging. De redactie moest dus genoegen nemen met een grove indicator: heeft de vestiging naar het oordeel van de Onderwijsinspectie een of meer slecht-presterende afdelingen? Door deze indicator worden kleine schoolvestigingen benadeeld aangezien er geen rekening wordt gehouden met de grootte van die afdelingen.
Maar afgezien daarvan is de redactie het spoor geheel bijster geraakt. In plaats van de beoogde gegevens aan te dragen (tabel 1), koos zij voor tabel 2: presteren afdelingen op kleine schoolvestigingen beter dan afdelingen op grote schoolvestigingen, ongeacht het aantal afdelingen per schoolvestiging en ongeacht de grootte van die afdelingen? De redactie van RTL-Nieuws concludeert daaruit ten onrechte dat zeer grote school­vestigingen beter presteren dan kleinere schoolvestigingen.
Het zou volgens mij trouwens vruchtbaarder zijn grote havo/vwo-vestigingen met kleinere havo/vwo-vestigingen te vergelijken, grote vmbo-vestigingen met kleinere, etcetera. Dus geen appels met peren.
Lees verder … (PDF)

Vlijt, netheid en gedrag (II)

Wes Holleman | 03-12-2012 | 3 Reacties » | permalink

Een psychologiedocente van Queen’s University (Ontario) heeft in de studiehandleiding van haar cursus aangekondigd dat ze zich het recht voorbehoudt het tentamencijfer te verlagen als een student zich te buiten gaat aan ‘discriminatory, rude, threatening, harassing, disruptive, distracting, [or] inappropriate behavior and language (…).’ Dat heeft ophef veroorzaakt in de Canadese pers. Colleen Flaherty (Inside HigherEd 19/11/2012) bericht dat men zich vooral druk maakt over de vrijheid van meningsuiting die geschonden zou worden door eisen te stellen aan de vorm van de uitingen (de zgn. ‘civility clause’). De universiteit hoort pal te staan voor de academische vrijheid: de vrije uitwisseling van ideeën in de zoektocht naar het Ware, het Goede en het Schone. Blijkbaar maakt men zich minder druk om het feit dat de docente haar examenlicentie misbruikt: een tentamencijfer staat voor de mate waarin een student naar het oordeel van de docent-examinator de cursusdoelen bereikt heeft. Het tentamencijfer mag niet vervuild worden door rapportcijfers voor vlijt, netheid en gedrag.

Versobering van de rechtsstaat

Wes Holleman | 02-12-2012 | permalink

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft deze week een rapport uitgebracht over de afstoting van verantwoor­delijkheden van de overheid. Steeds meer dingen worden aan de eigen verantwoordelijkheid van de burger overgelaten. In het hoofdstuk Onderwijs gaat het bijvoorbeeld over de financiële verantwoordelijkheid van studenten. De aanspraken op een basisbeurs en OV-kaart worden afgeschaft, de eigen bijdrage in de vorm van college­geld wordt steeds hoger, de condities voor het verkrijgen van een aanvullende beurs worden verscherpt en de controle op beursfraude is de afgelopen jaren ad absurdum geïntensiveerd. Zoals met dit voorbeeld geïllustreerd, gaat het SCP-rapport vooral over de versobering van de verzorgingsstaat ten laste van de burger.
Waar het SCP te weinig aandacht aan besteedt, is de sluipende versobering van de rechtsstaat. Het behoort tot de ver­antwoordelijkheid van de overheid goede wetten te maken, deze zelf in acht te nemen en erop toe te zien dat ook private partijen de wetten naleven. Daarbij gaat het niet alleen om bescherming van de belangen van de staat en van de samenleving, maar met name ook om bescherming van de belangen van de burger. Deze rechtsstatelijke verantwoordelijkheid wordt door de overheid steeds meer ver­waarloosd. Het wordt aan de burgers overgelaten, tegen alle juridische klippen op, voor de eigen belangen op te komen. Survival in de rechteloze jungle wordt tot hun eigen verantwoordelijkheid gerekend.
Lees verder … (PDF)

Genoegdoening

Wes Holleman | 29-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

Jonge mannen zijn haantjes. Het ergste wat ze kunnen verliezen is hun eer. Dat overkwam een 17- of 18-jarige havoleerling in de eindexamenklas van het Pius X College in Bladel. Hij morrelde aan zijn mobieltje, waarmee hij de schoolregels overtrad. De leraar gebood hem het apparaat uit te zetten, maar hij gaf daaraan geen gehoor. De leraar pikte dat niet en sloeg hem met een boek. De klas was ontzet: dat doe je niet als leraar, en al helemaal niet tegenover een volwassene of bijna-volwassene. De teamleider werd erbij gehaald en het eind van het lied was dat zowel de leraar als de leerling ten overstaan van de klas excuses moesten aanbieden omdat ze beiden buiten hun boekje waren gegaan. Heeft de teamleider daarmee de juiste beslissing genomen?
Volgens mij niet. De leraar had de fysieke integriteit van de leerling en daarmee diens eer geschonden, terwijl de leerling slechts een platvloerse schoolregel overtreden had. In de Schoolgids van Pius X (p.37) is vastgelegd dat in geval van mishandeling altijd aangifte bij de politie zal worden gedaan. Mishandeling is een juridische term die niet alleen het toebrengen van letsel maar ook reeds het berokkenen van pijn omvat. In dat licht zou de leraar toch minstens een paar dagen geschorst moeten worden om de eer van de leerling te herstellen.
Daarmee zou niet alleen de betrokken leerling genoegdoening hebben gekregen maar zou ook het geschonden rechtsgevoel van de hele klas hersteld zijn. Scholieren leren immers door schade en schande dat functionarissen met een publieke taak (waaronder leraren) tegenwoordig speciale overheidsbescherming genieten: een leerling die zich jegens een leraar aan belediging of hand­tastelijkheid schuldig maakt, moet een forse douw van politie en justitie vrezen, waarbij zelfs een dubbele strafmaat gehanteerd wordt. Het is voor leerlingen dan onverteerbaar als de schoolleiding de handtastelijkheid van een leraar met de mantel der liefde bedekt.
Bron: Eindhovens Dagblad (23/11/2012); Persverklaring (26/11/2012); Schoolgids havo/vwo.

De ethiek van Social Networking

Wes Holleman | 26-11-2012 | permalink

Willeke Slingerland schreef een artikel over de maatschappelijke risico’s van ‘social networking’ (NRC 17/11/2012). Networking heeft ten doel een kring van kennissen en bondgenoten op te bouwen en in stand te houden en deze tot wederzijds voordeel te gebruiken. Voor ambitieuze studenten is networking naar mijn indruk een belangrijk studiedoel geworden. Want, zegt men, zonder kruiwagens kom je nergens op de arbeidsmarkt (Intermediair 26/4/2012). In sollicitatietrainingen wordt gehamerd op het belang van sociaal kapitaal dat kan worden ingezet bij het zoeken naar een baan. En excellentieprogramma’s van universiteiten en hogescholen spelen daarop in: wij helpen je een sociaal netwerk op te bouwen dat je later van pas kan komen.
Slingerland werkt bij de Saxion Hogescholen en ze houdt zich bezig met onderzoek naar corruptie. Maar in haar artikel behandelt ze verschijnselen die in Nederland niet tot strafbare corruptie gerekend worden. Ze vat deze samen als handel in invloed: het op onrechtmatige wijze aanwenden van invloed via de eigen connecties binnen de overheid of binnen het netwerk van personen met enige autoriteit, om een voorkeursbehandeling voor een ander te realiseren, in ruil voor een zeker voordeel. In een recente rapportage over de Nederlandse integriteitscultuur (2012, p. 36-38) spreekt zij van vriendendiensten (of een soort ‘polderen’) waarbij toevertrouwde macht misbruikt wordt om leden van het eigen netwerk te bevoordelen.
Lees verder … (PDF)

Morele vorming: de leraar als rolmodel

Wes Holleman | 22-11-2012 | permalink

Hoe kunnen leraren op de middelbare school bijdragen aan de morele vorming van hun leerlingen? Dat is de vraag die Wouter Sanderse aan de orde stelt in zijn proefschrift, dat deze week verschenen is. Hij behandelt verscheidene theorieën over morele vorming, maar hij richt zich vooral op de deugden-ethiek: een benadering die voortbouwt op het gedach­tengoed van de Griekse filosoof Aristoteles. Moed, bijvoorbeeld, is een deugd die het gulden midden houdt tussen lafheid en roekeloosheid. In dat verband moeten leerlingen niet alleen een dispositie tot moedig handelen ontwikkelen, maar ook praktische wijsheid om te bepalen wanneer moed vereist is en waar dan de gulden middenweg ligt.
Volgens Sanderse moet morele vorming niet worden ingericht als een apart schoolvak, maar als een verrijkend accent binnen het bestaande schoolcurriculum. Hij denkt dan aan: (a) de leraar als moreel rolmodel, (b) reflectie op de verhalen waarmee leerlingen in schoolvakken geconfronteerd worden en (c) Socratische dialogen om het moreel oordeels­vermogen te ontwikkelen dat in praktische wijsheid besloten ligt.
Wouter Sanderse (1982) werkt bij de Radbouduniversiteit en geeft ook cursussen Morele Vorming voor leraren. Maar daarnaast is hij onlangs bij de Fontys Hogescholen benoemd tot lector Beroepsethiek van Leraren. In die functie zal hij ongetwijfeld de voorwaarden uitwerken waaronder leraren als moreel rolmodel kunnen fungeren. In hoofdstuk 4.2 van zijn proefschrift geeft hij daartoe een eerste aanzet.
Lees verder … (PDF)

Koopkrachtplaatjes voor studenten

Wes Holleman | 16-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

Hoeveel gaan hogeronderwijsstudenten erop achteruit door de bezuinigingsmaatregelen van de kabinetten Rutte I en Rutte II? De regering vond het tot nog toe niet de moeite waard om daar een koopkrachtplaatje van te maken. Petra Vissers (Hoger Onderwijs Persbureau) heeft er wel twee artikelen aan gewijd, maar daar word je toch niet veel wijzer van (TUDelta 7/11/2012, 15/11/2012). Om iets over de koopkracht anno 2012 te zeggen, moet je vooronderstellingen maken over het totale studenten­inkomen, inclusief de gebruikswaarde van het studentenreisproduct. En om het koopkrachtverlies in 2017 ten opzichte van 2012 te berekenen, moet je de effecten van álle overheidsmaatregelen in de beschouwing betrekken. Bovendien moet je naar mijn gevoel een virtuele post Rentelasten opvoeren omdat studenten meer zullen moeten gaan lenen om hun lasten­verhogingen te compenseren. Ik weet niet zoveel van geldzaken, maar hieronder heb ik twee tabelletjes gemaakt, die volgens mij zouden moeten ingevuld om het koopkrachtverlies van uitwonende en thuiswonende studenten te berekenen. Ik geef ze graag voor beter.
Lees verder … (PDF)

Drop-out in de propedeuse

Wes Holleman | 15-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

Een bericht in het novembernummer van Profielen (Hogeschool Rotterdam): 43% van de studenten die de propedeuse van een HR-opleiding instromen, is binnen één jaar alweer uit die opleiding vertrokken, hetzij op eigen initiatief dan wel op grond van een Bindend StudieAdvies. De oorzaak van dat hoge uitvalpercentage wordt vooral gezocht in de strenge studie­voort­gangs­norm die in 2011 is ingevoerd (Hogeschoolgids p.59): als je in je eerste jaar minder dan 48 van de 60 propedeutische studiepunten haalt, word je uit de opleiding verwijderd. En studiepunten behaald op basis van vrijstellingen worden daarbij in principe niet meegeteld.
Is dat een hoog uitvalpercentage, die 43%? Dat zou je wel zeggen! Het percentage kan evenwel enigszins vervuild zijn door studenten die, gebruikmakend van speciale instap­regelingen, tijdens het propedeusejaar naar een andere HR-opleiding omzwaaien. Een andere mogelijke bron van vervuiling ligt bij de studenten die al een mbo-diploma op zak hebben. Het kan zijn dat ze naar een twee- of vierjarige hbo-opleiding doorstroomden omdat ze geen baan op mbo-niveau konden vinden. Als ze hun sollicitaties uiteindelijk toch met succes bekroond zien, kun je hen nauwelijks als drop-outs beschouwen.
Maar 43% blijft een hoog uitvalpercentage. Je vraagt je af hoevelen onder de uitvallers toch ‘potentieel geschikt’ waren voor de gekozen hbo-opleiding: hoevelen hebben de vereiste 48 studiepunten niet kunnen behalen ten gevolge van hun parttime werkkring of doordat ze tijdens hun eerste jaar nog deficiënties in hun beginniveau moesten bij­spijkeren? En hoe recht­vaardigt men eigenlijk het impliciete uitgangspunt van de 48-puntennorm, dat je per definitie ongeschikt bent voor een vierjarige hbo-opleiding als je meer dan vijf jaar nodig zult hebben om het diploma te behalen? Nee, als je de Hogeschoolgids goed leest, is het uitgangspunt nog strikter: hoe rechtvaardigt de HR dat zij je zelfs ongeschikt acht als je (op grond van elders geleverde studieprestaties) vrijstellingen ter waarde van — zeg — 30 propedeutische studiepunten hebt verkregen maar in je eerste propedeusejaar niet de resterende 30 propedeutische studiepunten hebt gescoord (tenzij je in dat jaar minimaal 48 propedeutische en postpropedeutische studiepunten hebt vergaard)?

Voorwaarden voor competent handelen

Wes Holleman | 13-11-2012 | 3 Reacties » | permalink

Hoe word je competent in je beroepsmatig handelen? De primaire voorwaarde is dat je als beroepsbeoefenaar voldoende leervermogen hebt. Je doet ervaring op door het uitvoeren van de beroepstaken. Door vallen en opstaan leer je wat werkt en wat niet werkt. Het kan daarbij nuttig zijn feedback te vragen aan klanten en aan ervaren collega’s. Om op die manier, al doende, te leren, moet je kunnen reflecteren op je ervaringen en daaruit lering kunnen trekken. Verder moet je in staat zijn je repertoire van eerder verworven kennis en vaardigheden te rechter tijd te activeren en wendbaar in te zetten bij de uitvoering van de beroepstaken. Dat is het basisinstrumentarium van de levenslang lerende professional. Maar is dat voldoende om tot competent handelen te geraken? Nee, dat is te simpel gedacht: er zijn nog vijf andere, begunstigende voorwaarden.
Lees verder … (PDF)