Afschaffing OV-kaart eist nieuwe spelregels

Wes Holleman | 06-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

Niet alleen de afschaffing van de basisbeurs, maar ook de voorgenomen vervanging van de OV-kaart door een kortingskaart eist nieuwe spelregels voor universiteiten en hogescholen. Dat blijkt uit een vragenlijstonderzoek dat de redactie van het actualiteitenprogramma EenVandaag (5/11/2012) heeft uitgevoerd onder 1725 w.o.- en hbo-studenten. Meer dan 60% van de respondenten verwacht dat ze om financiële redenen colleges zullen verzuimen als de gratis OV-kaart wordt afgeschaft. Uiteraard zou dat percentage nog veel hoger uitvallen als men alleen naar de thuiswonende studenten zou hebben gekeken. Zij konden tot nog toe immers vijf dagen per week gratis naar hun onderwijsinstelling (of naar hun stageadres) forenzen, terwijl ze dat in de toekomst (met korting) uit de eigen portemonnee moeten betalen. Voorbeeld: een student woont bij zijn ouders in Utrecht en forenst vier dagen per week naar de TU Eindhoven. Ook al krijgt hij 40% korting, gaat hem dat elke maand toch 246 euro kosten. Als hij daarentegen slechts drie dagen per week hoeft te forenzen, is hij maandelijks 61 euro minder kwijt.
Wat heeft dit met spelregels te maken? Dat universiteiten en hogescholen het niet langer kunnen maken om forenzende studenten voor een paar uur per dag naar college te laten komen! Afschaffing van de OV-kaart heeft zijn weerslag op de zorgplicht van de onderwijsinstellingen. Thuiswonende forenzen mogen van hen verlangen dat hun collegerooster geconcentreerd wordt in een beperkt aantal onderwijsdagen. Zeg: in een onderwijsrooster van minimaal vijf en maximaal zes contacturen per weekdag.
EenVandaag heeft tevens 600 scholieren ondervraagd. Zij kondigen aan dat ze bij hun studiekeuze meer rekening zullen houden met de reiskosten als de gratis OV-kaart wordt afgeschaft. Onze thuiswonende student uit het voorbeeld gaat liever, dichtbij huis, Natuurkunde in Utrecht studeren dan met een kortingskaart naar Eindhoven te forenzen om daar de opleiding Technische Natuurkunde of Werktuigbouw te doen. Inmiddels hebben ruim 48.000 scholieren en studenten een petitie ondertekend tegen de afschaffing van de OV-kaart voor w.o.- en hbo-studenten.

Universitaire bachelors op de arbeidsmarkt

Wes Holleman | 05-11-2012 | permalink

Sinds 2010 kunnen universitaire studenten in het kader van hun driejarige bachelor­opleiding een educatieve minor volgen, waarmee ze na hun bachelordiploma recht­streeks toegang krijgen tot het leraarsberoep. Dit past in twee andere ont­wikkelingen: bij alle masteropleidingen wordt selectie-aan-de-poort ingevoerd en de basisbeurs wordt afgeschaft. Dien­tengevolge moet de universitaire bachelorfase worden omgebouwd tot een eindopleiding, waarna lang niet alle studenten naar een voltijdse masteropleiding zullen doorstromen. In een vorig blogbericht heb ik die lijn doorgetrokken: geef alle universitaire studenten gelegenheid een pakket beroepsgerichte keuzevakken in hun bachelor­programma op te nemen om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Dankzij de aldus verhoogde marktwaarde van hun bachelordiploma kunnen ze tevens voldoende arbeids­inkomsten verwerven om een deeltijdse masteropleiding te bekostigen.
Deze beleidslijn wordt ook bepleit door William Weitzer (Inside HigherEd 30/10/2012). Op de langere termijn biedt een gedegen wetenschappelijke bacheloropleiding weliswaar kansen op een voorspoedige beroepsloopbaan, maar als bezitter van een universitair bachelordiploma kom je met twee linkerhanden op de arbeidsmarkt. Volgens hem moeten universiteiten en ‘undergraduate colleges’ er dus voor zorgen dat hun studenten een pakket kunnen kiezen waarmee ze na het behalen van hun bachelordiploma een baan van enig niveau kunnen vinden. Dat betekent in de Nederlandse verhoudingen dat uni­versiteiten moeten samenwerken met het hbo, om binnen elke universitaire bachelor­opleiding één of meer beroeps- en praktijkgerichte minors aan te bieden waarin studenten zich rechtstreeks kunnen voorbereiden op de arbeidsmarkt.

Gameverslaving

Wes Holleman | 04-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

De jongere broer van Yondaime (Fok! 2/11/2012) is dertien jaar. Hij is lichamelijk gehandicapt, maar hij kan goed meekomen op school. Als ik het goed begrijp zit hij in de tweede klas vwo en haalt hij redelijke cijfers. Maar sinds het begin van het nieuwe schooljaar, nu twee maanden geleden, gaat het helemaal mis. De school heeft namelijk een didactische vernieuwing ingevoerd: er wordt met iPads gewerkt. Het huiswerk bijvoorbeeld wordt op de iPad gemaakt en via de iPad verstuurd. Ook heeft de school een chatruimte ingericht waarop leerlingen via de iPad met elkaar kunnen communiceren.
Verscheidene ouders hebben inmiddels aan de bel getrokken omdat hun kinderen zich met de iPad aan het normale ouderlijke toezicht onttrekken. Ze kunnen zich vrij op het internet bewegen en allerlei applicaties downloaden, en de school toont zich tot nu toe niet bereid de instellingen van de iPads te wijzigen om die vrijheid te beperken. De school houdt ook geen toezicht op de communicatie in de chatruimte, waardoor cyberpesten vrij spel heeft.
Het broertje van Yondaime heeft in de afgelopen maanden een ernstige gameverslaving ontwikkeld, waar zijn ouders niet tegenop kunnen. Zijn schoolcijfers zijn gekelderd als een baksteen. Een bijkomend probleem is, als ik het goed begrijp, dat de kinderen in een Engelstalig arbeidersgezin zijn opgegroeid en dat de vader door zijn werk veel van huis is. Yondaime, zelf al volwassen, is namens zijn ouders naar de school geweest om de problemen van zijn broertje te bespreken, maar volgens de school moeten de ouders dit soort problemen zelf oplossen. Yondaime vraagt zich wanhopig af, of hij de Onderwijsinspectie moet inschakelen. De toekomst van zijn broertje staat op het spel, want door zijn lichamelijke handicap is hij later op een zittend beroep en dus op goede diploma’s aangewezen.

Geweld in afhankelijkheidsrelaties

Wes Holleman | 01-11-2012 | 2 Reacties » | permalink

Hoe vaak komt het voor dat kinderen en jongeren het slachtoffer worden van psychisch of fysiek geweld in afhankelijk­heidsrelaties, ik bedoel in relaties waar volwassenen een formele gezagspositie jegens hen bekleden? Is dat een zinnige vraag? Ja, want men kan niet ontkennen dat er soms geweld gepleegd wordt, bijvoorbeeld door ouders die hun kinderen mishandelen of onheus bejegenen. Maar het is ook een controversiële vraag, want vele gezagsdragers gaan ervan uit dat ze, binnen hun taakuitoefening, gepast geweld mogen gebruiken om kinderen en jongeren op te voeden en op het rechte pad te houden. Zij voelen zich pas aangesproken als ze zich aan disproportioneel, overmatig of onnodig geweld te buiten zouden gaan.
Daar moest ik aan denken bij het lezen van de kamerbrief Geweld in Afhankelijk­heids­relaties (30/10/2012). Ik heb daar trouwens een nieuwe term geleerd: the intimate terrorist (iemand die dominerend optreedt jegens degenen die aan zijn gezag zijn toevertrouwd, overmatige controle en macht over hen uitoefent, psychisch geweld tegen hen pleegt en hen met fysieke geweldsmaatregelen bedreigt), maar die benaming wordt vooral op ouderlijk geweld toegepast. Wat afhankelijkheidsrelaties in het onderwijs betreft, komt in de kamerbrief eigenlijk alleen misbruik op seksueel gebied aan de orde.
Ook op de website School en Veiligheid wordt mogelijk psychisch of fysiek geweld van leraren tegen leerlingen nagenoeg doodgezwegen. Blijkbaar is dat een blinde vlek in het schoolveiligheidsbeleid. Moeten we dus vrezen dat dergelijk geweld strijk en zet is op scholen? Nee, in het algemeen heerst er op Nederlandse scholen een professionele cultuur. Voor onderwijs­professionals geldt als basale norm dat ze hun macht niet misbruiken en dat ze de belangen van hun leerlingen voortdurend in het oog houden. Maar de invulling en naleving van die norm dient wel een uitdrukkelijk aandachtspunt te zijn in het schoolveiligheidsbeleid. Want binnen institutionele afhankelijkheidsrelaties ligt machts­misbruik en psychische of fysieke geweldpleging altijd op de loer.

Regeerakkoord VVD-PvdA

Wes Holleman | 30-10-2012 | 3 Reacties » | permalink

Het Regeerakkoord is gisteren gepubliceerd. Wat zijn de consequenties voor scholieren en studenten? Ik ben maar een leek, dus ik kan het niet allemaal overzien en begrijpen, maar ik zal een poging doen. Het goede nieuws is dat de BTW-verhoging naar 8% resp. 23%, voorgesteld door de commissie Van Dijkhuizen, niet (of nog niet?) wordt ingevoerd. Wat de inkomstenbelasting (IB) betreft, wordt de Reiskostenaftrek voor werknemers (en dus ook voor werkstudenten?) gehandhaafd, maar ik weet niet zeker of dat ook voor hun Scholingskosten geldt. Voor basisscholen worden middelen vrijgemaakt om de leerlingen minimaal drie uur per week gymnastiekles te geven.
Het slechte nieuws is dat de basisbeurs voor h.o.-studenten per 1/9/2014 wordt afgeschaft en dat ‘fiscale weglek’ geblokkeerd wordt. Studiekosten worden dus niet gecompenseerd via aftrekposten in de IB-sfeer (evenmin als de kosten van levens­onderhoud die ouders voor hun rekening nemen?). Wat de basisbeurs betreft, komt er wel een overgangsregeling voor zittende studenten, maar het is vooralsnog onduidelijk wie daaronder vallen. De OV-kaart wordt in 2015 (of per 2016?) vervangen door een kortingskaart (ook voor alle mbo-studenten), maar onvermeld blijft of de kosten daarvan op de student worden afgewenteld. In elk geval wordt uitdrukkelijk aangekondigd dat ook hier ‘fiscale weglek’ geblokkeerd zal worden. De Zorgtoeslag wordt afgeschaft, terwijl de ziektekostenpremie verlaagd wordt en het eigen risico (evenals de Bijdrage Zorg­verzekeringswet) inkomensafhankelijk wordt gemaakt. Ik kan niet beoordelen welke gevolgen dat voor studenten heeft. Verder wordt er een partiële beurs voor kinderen van minder-draagkrachtige ouders opgetuigd. Ten slotte wordt het sociaal leenstelsel uitgebreid, met aflossing naar draagkracht, maar onvermeld blijft na hoeveel jaar de restschuld wordt kwijt­gescholden.
Voor middelbarescholieren wordt de gratis verstrekking van schoolboeken afgeschaft. Minder-draagkrachtige ouders worden daarvoor gecompenseerd, maar tegelijkertijd worden de kindregelingen voor inkomensondersteuning van ouders versoberd. Tot veler verbazing wordt ook de Maatschappelijke Stage afgeschaft. Mede in verband daarmee worden de wettelijke normen inzake de onderwijstijd ‘gemoderniseerd’ en worden afspraken gemaakt over effectieve besteding van de onderwijstijd. Onvermeld blijft of de afschaffing van het vak CKV in dat verband wordt doorgezet. Maar gelukkig is in elk geval de voor­genomen BTW-verhoging voor podium- en beeldende kunsten en de afschaffing van de CJP-kaart van de baan.
De accijnzen op alcohol en tabak worden opnieuw verhoogd. Aan minderjarigen mag geen alcohol worden geleverd. En meerderjarigen moeten bij de deur van coffeeshops een identiteitsbewijs of verblijfsvergunning tonen, samen met een uittreksel uit het bevol­kings­register. Ook wordt overal in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer en in overheidsgebouwen een boerkaverbod ingesteld. Maar homoseksuele leerlingen mogen niet worden geweigerd of van school gestuurd vanwege hun seksuele voorkeur. Van een recht op het dragen van een hoofddoek wordt niet gerept.

Regeldruk voor leraren, scholieren en ouders

Wes Holleman | 29-10-2012 | 1 Reactie » | permalink

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) gaat de regeldruk onderzoeken die door leraren ervaren wordt, aldus bericht de VO-raad (23/10/2012). Dit nationale Advies­college bewaakt dat bedrijven, organisaties, professionals en burgers niet onnodig door bureaucratische overheidsvoorschriften belemmerd worden in hun functioneren. De ATR-onderzoekers zijn dus vooral gespitst op de regeldruk die voor leraren uit overheids­voorschriften voortvloeit, en niet zozeer op de regeldruk die door het interne schoolbeleid veroorzaakt wordt. Maar het zou heel jammer zijn als zij die beperkte focus zouden kiezen. Interne schoolregels zijn immers nauw met externe overheidsvoorschriften verweven en voor leraren is het bijna ondoenlijk te achter­halen welke schoolregels een interne dan wel externe oorsprong hebben.
Men denke bijvoorbeeld aan het incidentenregister dat scholen volgens wetsontwerp 32857 moeten gaan bijhouden. Deze nieuwe administratieve taak verhoogt de regeldruk waarmee het schoolpersoneel geconfronteerd wordt. Uit een recent onderzoek van CNV-Onderwijs (25/10/2012) blijkt dat personeelsleden vaak het slachtoffer zijn van incidenten. Meestal gaat het daarbij slechts om verbaal geweld, dat niet geregistreerd hoeft te worden, maar toch zal de wettelijke registratieplicht zeker extra werk opschoppen. Het zou evenwel jammer zijn als men het bij deze conclusie zou laten. Uit de CNV-rapportage komt namelijk tevens naar voren dat de incidenten vaak verband houden met de handhaving van schoolregels: mondige leerlingen en ouders kunnen agressief reageren op schoolregels die in hun ogen onredelijk zijn of die onredelijk worden toegepast. Naarmate de schoolregels een grotere regeldruk op leerlingen en ouders uitoefenen, stijgt ook de regeldruk voor het personeel dat tot taak heeft de schoolregels te handhaven.
Om de regeldruk te beheersen die op leraren wordt uitgeoefend, dient men dus niet alleen de overheidsvoorschriften te analyseren die zij moeten uitvoeren, maar ook de interne schoolregels waaraan ze zich moeten houden, waaronder de schoolregels die zij moeten handhaven jegens de leerlingen en de ouders. Eigenlijk zou elke school een Advies­commissie Toetsing Regeldruk moeten instellen om te bewaken dat onderwijsprofessionals en ondersteunend personeel, evenals leerlingen en ouders, niet door onnodige bureau­cratische voorschriften belemmerd worden in hun functioneren.

Judicium Abeundi: studenten vogelvrij?

Wes Holleman | 28-10-2012 | 1 Reactie » | permalink

Studenten die ongeschikt zijn voor de beroepsuitoefening, mogen uit de opleiding worden verwijderd. Dat staat in de wet (art.7.42a WHW). Wie de wetsgeschiedenis gevolgd heeft, weet dat dit wetsartikel uitsluitend bedoeld is om bijvoorbeeld een co-assistent te kunnen wegsturen als hij patiënten of andere betrokkenen telkens weer onheus bejegent. Maar voor terzake­kundigen was het van meet af aan duidelijk dat de wetstekst zelf veel te ruim geformuleerd is, waardoor studenten praktisch vogelvrij worden. Vergelijk het met een krankzinnigenwet die zo ruim geformuleerd is dat ook politieke dissidenten kunnen worden opgesloten omdat ze een gevaar voor de maatschappij vormen. Lisa Westerveld, oud-voorzitter van de LSVb, heeft onlangs op het weblog Vrij-Zinnig gesignaleerd dat artikel 7.42a inderdaad door een instellingsbestuur misbruikt is. Het gaat om de volgende casus bij het Instituut Sociale Opleidingen van de Hogeschool Rotterdam.
Een student heeft ernstig gefraudeerd met zijn stage: hij wilde studiepunten krijgen voor een stage die hij niet gelopen had en daartoe had hij bewijsstukken vervalst (Profielen 2/10/2012). Voor straf mag de boosdoener gedurende de rest van het studiejaar geen tentamens en examens meer afleggen. Hij komt er nog goed af, want gezien de zwaarte van het vergrijp had de examencommissie ook op grond van artikel 7.12b lid 2 WHW aan het CvB kunnen vragen hem uit de opleiding te verwijderen. Maar kennelijk was het hogeschoolbestuur ontevreden met deze coulante beslissing van de examencommissie. Daarbij dook echter het probleem op dat het CvB niet bevoegd is beslissingen van de examencommissie te vernietigen. Daarom besloot het CvB in overleg met de ISO-directie de student op grond van artikel 7.42a uit de opleiding te verwijderen, met het argument dat hij zich door zijn fraude ongeschikt heeft getoond voor de beroepen waartoe de hogeschool opleidt. Uit het desbetreffende persbericht (4/10/2012) kan worden opgemaakt dat het CvB hem tevens de toegang tot de andere opleidingen van de hogeschool wil ontzeggen.
Lees verder … (PDF)

Tentamen na fraude ongeldig verklaard

Wes Holleman | 23-10-2012 | 1 Reactie » | permalink

Interessante casus op Nieuws.nl (22/10/2012). In een collegezaal van de Haagse Hogeschool wordt een onbeheerde usb-stick gevonden. Om de eigenaar te achterhalen, wordt de bestandenlijst geraadpleegd. Er blijken de vragen en antwoorden van vijf recent afgenomen MWD-tentamens op te staan. Niet alleen wordt de eigenaar van de usb-stick van tentamenfraude beschuldigd, maar ook worden de vijf afgenomen tentamens alsnog ongeldig verklaard, omdat men niet uitgesloten acht dat ook andere tentamendeelnemers voorkennis hebben gehad van de tentamenvragen en -antwoorden.
Ik denk dat de getroffen studenten weinig tegen deze beslissing van de examencommissie kunnen uitrichten. Maar een andere vraag is of ze aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding. Gelukkig heeft de hogeschool aangifte bij Justitie gedaan, zodat de schuld van de verdachte strafrechtelijk kan worden vastgesteld. De gedupeerden zouden zich als civiele partij kunnen voegen in dit strafproces, opdat hij kan worden veroordeeld tot het betalen van de aangerichte (gevolg-)schade.
Of zouden de gedupeerde studenten hun schade ook rechtstreeks op de hogeschool kunnen verhalen? Ze hebben hun college­geld betaald en ze hebben niet de fraudevrije examendiensten gekregen die ze op grond van de onderwijs- en examen­regeling hadden mogen verwachten. Kan zij daarvoor aansprakelijk worden gesteld of kan zij zich op overmacht beroepen? Maakt het daarbij uit of zij nalatig is geweest in de geheimhouding van haar tentamenvragen en -antwoorden? Zo ja, door wie zou dergelijke nalatigheid moeten worden vastgesteld? En welke kostenposten worden als aangerichte schade erkend?
Zie ook: Verhaalsrecht voor studenten (I) en (II)

Afschaffing basisbeurs eist nieuwe spelregels

Wes Holleman | 21-10-2012 | 3 Reacties » | permalink

1. Studeerbaarheid. Van elke opleiding wordt geëist dat de normstudent het reguliere programma zonder overbelasting kan doorlopen in de wettelijke cursusduur. Ook voor het honoursprogramma van die opleiding geldt als eis dat de deelnemers het zonder overbelasting kunnen doorlopen in diezelfde cursusduur.
2. Zorgplicht. Onderwijsinstellingen zorgen dat iedere toegelaten student doelmatig kan studeren, zonder overbelasting, onderbelasting en leegloop. Tevens wordt studenten gelegenheid geboden in de zomervakantie studievoorgang te boeken en eventuele studieachterstanden in te lopen.
3. Tempodifferentiatie. Bij hun programmering houden onderwijsinstellingen rekening met studenten (waaronder parttimers) die de opleiding in een lager tempo doorlopen. Zij leggen hun geen sancties op.
4. Tentaminering. Examens worden gespreid afgelegd door middel van vrijstellende tentamens per onderwijseenheid. Daarbinnen behaalde voldoendes (zoals voor deeltentamens, papers, practica) blijven geldig, ook al is de student niet geslaagd voor het tentamen. Hij/zij krijgt jaarlijks voldoende herkansingen.
5. Geldigheidsduur van tentamens. Behaalde tentamens (en de daarmee verdiende studiepunten) blijven in principe minimaal tien jaar geldig.
Lees verder … (PDF)

Afschaffing prestatiebeurs: acht vragen

Wes Holleman | 17-10-2012 | 8 Reacties » | permalink

Bij de afschaffing van de prestatiebeurs en de invoering van het sociaal leenstelsel dreigen de belangen van de studenten te worden vergeten. Men laat zich leiden door een neoliberaal scenario waarin abstracte macro-economische overwegingen voorop staan.
De prestatiebeurs voor HBO- en WO-studenten kwam eertijds in de plaats van de kinderbijslag (en kinderaftrek) voor studerende jongeren boven de achttien jaar. Met de afschaffing van de prestatiebeurs beoogt men in de eerste plaats het overheidsbudget te ontlasten. Zodoende neemt de staatsschuld af en hoeft de overheid minder belasting te heffen. Dankzij lagere belastingen en premies, zullen werknemers lagere looneisen stellen en kunnen bedrijven en instellingen hun loonkosten drukken. Hiermee wordt uiteindelijk bereikt dat de concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven stijgt ten opzichte van het buitenland en dat er meer arbeidsplaatsen behouden blijven om de burgers aan een arbeidsinkomen te helpen.
Maar de afschaffing van de prestatiebeurs dient nog een tweede doel: om toekomstige looneisen af te remmen, tracht men te bevorderen dat het aanbod van geschoolde arbeidskrachten ruimschoots aan de vraag op de arbeidsmarkt beantwoordt. Weliswaar moeten jongeren door het wegvallen van de prestatiebeurs per saldo méér betalen om te mogen studeren, maar anderzijds worden zij daardoor gestimuleerd een opleiding te kiezen die aansluit bij de vraag op de arbeidsmarkt. Bovendien vormen de hoge studie­kosten een impuls om meteen de juiste studie te kiezen en de opleiding zo snel mogelijk te doorlopen. Op die manier drukken studenten hun investeringskosten en trekken ze later optimaal profijt uit hun studie-investeringen. Door het aangaan van studieleningen worden ze er tevens van weerhouden zich na afstuderen aan de arbeidsmarkt te onttrekken.
Doch voor studenten van vlees en bloed zitten er nogal wat scherpe kantjes aan dit neoliberale scenario. Bij de uitwerking van de regeringsplannen verwachten zij antwoord op de volgende acht vragen.
Lees verder … (PDF)