Oudjaar 2013: stilte voor de stufi-storm

Wes Holleman | 31-12-2013 | 2 Reacties » | permalink

Dit jaar verschenen er 139 blogberichten op Onderwijsethiek.nl. De inhoudsopgave tref je HIER aan. Wat zal het nieuwe jaar brengen? Het meest ingrijpend is het herziene wetsvoorstel inzake de studiefinanciering in het hoger onderwijs, dat dit jaar zal worden ingediend om de staatskas te ontlasten. De basisbeurs wordt afgeschaft. Eertijds werd de kinderbijslag voor 18-plussers vervangen door de basisbeurs teneinde studenten minder afhankelijk van hun ouders te maken. Het zou nu voor de hand liggen de komende aderlating van studenten en hun ouders enigszins te compenseren met belastingfaciliteiten en verlaging van het collegegeld. Maar dat strookt niet met het overheidsbeleid gericht op afbouw van de verzorgingsstaat en afwenteling van lasten op de burgers.
Dan zouden meerderjarige, niet-leerplichtige jongeren toch in elk geval mogen verlangen dat er voldoende faciliteiten worden geschapen om eigen inkomsten te verwerven met betaald werk naast de studie. Maar volgens de politici is het niet in het belang van de BV Nederland dat werkstudenten de arbeidsplaatsen van lagergekwalificeerden bezetten en dat ze te laat beschikbaar komen voor de arbeidsmarkt van onze Kenniseconomie. Ge­doogd door het parlement legt het ministerie zelfs een boete op aan universiteiten en hogescholen die hun studenten niet snel genoeg door de opleiding heen jagen. En de instellingen wordt de vrije teugel gelaten om werkstudenten het leven zuur te maken. Zij weigeren hun programma’s af te stemmen op verschillen in beginniveau en studietempo, en zij menen vertraagde studenten zelfs te mogen bestraffen met gedwongen leegloop, doublering van vakken, ontneming van herkansingsmogelijkheden, vernietiging van behaalde studiepunten en verwijdering uit de opleiding. De wetgever handelt onbehoorlijk door enerzijds de basisbeurs af te schaffen en anderzijds het draconische strafregiem voor werkstudenten ongemoeid te laten.
Studenten worden steeds meer ingesnoerd in het keurslijf van de Planeconomie. Tot nu toe was er nog een Derde Weg als ze niet wilden kiezen tussen financiële afhankelijkheid van hun ouders en financiële horigheid aan het leenstelsel van de Staat. In een duale of deeltijdopleiding konden ze studie met betaald werk combineren. Maar deze optie wordt wegbezuinigd door de universiteiten en hogescholen, zodat parttimers naar voltijdse opleidingen moeten uitwijken. Bovendien zijn de collegegelden opgetrokken naar het voltijdse tarief, terwijl de overheid zelfs overweegt de bekostiging van dit soort opleidingen geheel en al te staken. Bij het afschaffen van de basisbeurs moeten garanties worden geschapen dat een landelijk netwerk van betaalbare duale en deeltijdopleidingen behouden blijft.

Geen les, maar toch een toets?

Wes Holleman | 22-12-2013 | permalink

Ik heb dit jaar mijn vmbo-examen gehaald en ben begonnen met een mbo-opleiding. Het is hier nogal rommelig. Het gerucht gaat dat we half januari voor het vak Nederlands een toets Algemene Grammatica moeten afleggen: de techniek van zinsontleding en woord­benoeming. De toets telt mee voor het eindejaarscijfer en op basis van de eindejaars­cijfers wordt bepaald of je overgaat naar het volgende cursusjaar. Er schijnen oefen­opgaven beschikbaar te zijn, maar onze klas weet nergens van. Onze docent Nederlands is namelijk al geruime tijd afwezig en er is geen vervangende docent geregeld. Zodoende is het onderwijs in de afgelopen maanden stilgevallen en weten we niet waar we aan toe zijn. We hebben tot nu toe slechts één grammatica-les gehad.
Morgen begint de kerstvakantie en ik maak me ernstige zorgen. Mogen ze ons aan een toets onderwerpen terwijl zij ons niet het onderwijs hebben gegeven dat nodig is om ons adequaat op die toets voor te bereiden? En wat staat ons te doen als we onverhoopt een onvoldoende op die toets scoren? Kunnen we dan eisen dat er voor de gezakten alsnog een bijspijker­programma (met bijbehorende herkansing) georganiseerd wordt? Of moeten we gewoon weigeren aan de januaritoets deel te nemen zolang we geen behoorlijk onderwijs hebben gehad?
Bron: deze tekst is geïnspireerd op Goeie Vraag (19/12/2013)

Hier spreekt men Nederlands (II)

Wes Holleman | 20-12-2013 | 2 Reacties » | permalink

De arrondissementsrechtbank te Amsterdam (30/10/2013) heeft gevonnist dat een school niet onrechtmatig handelt als zij haar allochtone leerlingen verbiedt op school hun moedertaal te spreken, ook al doen ze dat alleen buiten de lessen. Het vonnis is al zeven weken oud, maar het werd pas vorige week gepubliceerd (Scholierenforum 13/12/2013, Turkije.net 13/12/2013). Het gaat om een conflict tussen het Cosmicus Montessori Lyceum te Amsterdam en een Turkse leerling.
Het vonnis is in twee opzichten opzienbarend. In de eerste plaats omdat een school volgens de rechter inbreuk mag maken op de grondrechten van haar leerlingen. Zij mag hen verbieden buiten de lessen in hun moedertaal met schoolgenoten te communiceren, mits zij dat kan rechtvaardigen uit hoofde van haar pedagogische vormingsdoelen. Maar het vonnis is ook in een tweede opzicht aanvechtbaar. Deze ingrijpende schoolregel stond namelijk nergens met zoveel woorden op papier, althans niet in documenten die voor de leerlingen toegankelijk waren. De rechter oordeelt dat zo’n ongeschreven regel toch rechts­kracht heeft zodra de leerling van het bestaan ervan op de hoogte is gesteld. Hiermee ondergraaft de rechtbank de grond­slagen van de Nederlandse rechtsstaat.

Ouderbijdragen op een excellente school

Wes Holleman | 18-12-2013 | 3 Reacties » | permalink

De Groningse Schoolvereniging is een excellente basisschool. Dat keurmerk werd haar begin dit jaar door staatssecretaris Sander Dekker uitgereikt. De vrijwillige ouder­bijdrage is 1103 euro per jaar. En als je dat niet betaalt? Dan krijgt het wan­betalende kind bijvoorbeeld computer-, muziek-, gym- en Engelse les van een laaggekwalifi­ceerde groepsleerkracht, terwijl de overige leerlingen dat van hooggekwalificeerde vak­leerkrachten krijgen, zo staat in de Schoolgids (pp. 6, 39).
Naar aanleiding van een recent NRC-artikel (22/11/2013) vraagt kamerlid Jasper van Dijk: mag dat zomaar, dat het geleverde kwaliteitsniveau in het door de rijksoverheid bekostigde onderwijs afhankelijk wordt gesteld van het betalen van een vrijwillige ouderbijdrage? Nee, zegt de staatssecretaris (16/12/2013), als de ouderbijdrage wordt gebruikt voor het aanstellen van een extra leerkracht, die ingezet wordt voor het geven van onderwijs, dan mogen kinderen van ouders die hieraan niet kunnen of willen meebetalen, hiervan niet worden uitgesloten.
Wel wel, meneer de staatssecretaris, waarom trekt u daaruit niet de logische con­sequentie? (a) Stuur de Onderwijsinspectie op nader onderzoek uit om de Groningse Schoolvereniging tot de orde te roepen en (b) Controleer bij de toekenning van het keurmerk Excellente Scholen of er niet gesjoemeld wordt met de wettelijke regels inzake de vrijwillige ouderbijdrage.

Competency-based education in America

Wes Holleman | 16-12-2013 | 5 Reacties » | permalink

Een Amerikaanse bacheloropleiding kost vier jaar. De studievoortgang wordt uitgedrukt in studiepunten. Een cursus van dertien weken ad drie contacturen per week, levert drie studiepunten op, althans als je alle opdrachten voltooid hebt. Met het bachelordiploma wordt gegarandeerd dat je een bepaald aantal uren onderwijs hebt genoten in een bepaald aantal disciplines. Daarbij wordt in het midden gelaten wat je precies hebt opgestoken en tot op welk niveau. Men volstaat met een relatieve beoordeling van het niveau dat de student bereikt heeft in vergelijking met zijn of haar medestudenten. Maar gezien de stijgende collegegelden (en studieschulden!) zoekt men naar alternatieven. In plaats van de time-based benadering zoekt men naar een competency-based beoor­delingssysteem, waarbij de student studiepunten krijgt op basis van bereikte eindtermen of verworven competenties. Men streeft dus naar exacte omschrijving van beoogde studieresultaten en naar valide tentaminering ervan. In principe zitten studenten dan ook niet meer vast aan voorgeschreven, docent-afhankelijke leerwegen: idealiter zouden ze zich ook via zelf-instructieve cursussen of zelfs via buitenschoolse ervaring voor het diploma kunnen kwalificeren.
‘Goede hemel, spreek ik al veertig jaar Proza, zonder het zelf te weten’, riep Molières burgerman verbaasd uit. Inderdaad: we noemen het niet zo, maar de opleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs zijn van oudsher competency-based. In het Nederlandse onderwijsjargon wordt die term echter gereserveerd voor een specifieke variant ervan, namelijk wanneer de diploma-eisen geformuleerd zijn als praktijkcompetenties waarover gediplomeerden bij de start van hun beroepsloopbaan dienen te beschikken. Het gaat dan om valide assessment van integrale beroepsgebonden competenties (bestaande uit kennis, vaardigheden en houdingen), die méér omvatten dan de partiële disciplinegebonden eindtermen waarop onze traditionele opleidingen gericht waren.
Maar in het Amerikaanse undergraduate onderwijs wil men dus meer nadruk gaan leggen op de toetsing van studieresultaten, ongeacht of dat eindtermen dan wel competenties worden genoemd. Daarbij staat men voor de uitdaging een goede balans te vinden tussen ontwikkelingsgericht onderwijzen en leren enerzijds en valide assessment van leer­resultaten anderzijds. Daar­over begint nu de discussie los te branden. Die discussie is ook leerzaam voor het Nederlandse postsecundaire onderwijs, verstrikt als wij zijn in overtrokken tentamengerichtheid, continue selectie en ondoordachte toetsing van integrale beroeps­competenties.
Bron: NY Times (3/11/2013), Inside HigherEd (12/12/2013)

MBO: tekort aan stageplaatsen (IV)

Wes Holleman | 15-12-2013 | 1 Reactie » | permalink

Tanja Jadnanansing en Mohammed Mohandis zijn onderwijswoordvoerders van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Zij willen dat studenten die zijn toegelaten tot een beroeps­opleiding, een stagegarantie krijgen (PvdA 28/10/2013). Ze vinden het onaanvaardbaar dat iemand bij gebrek aan stageplaatsen uit de opleiding wordt verwijderd. Maar het ministerie sputtert tegen (10/4/2012, 28/10/2013): de onderwijsinstelling heeft wel een inspanningsverplichting om haar studenten aan een stage te helpen, maar als de gecertificeerde leerbedrijven te weinig stageplaatsen aanbieden, dan kan de onderwijs­instelling daar niets aan doen en zullen zittende studenten onverrichterzake moeten afvloeien.
Verleden woensdag heeft Jadnanansing in Den Haag een rondetafelgesprek belegd om samen met mensen uit het mbo-veld naar oplossingen te zoeken. ROC-bestuurder Frank van Hout (Friesland College) was daar ook. Op zijn weblog (11/12/2013) omschrijft hij de oplossingsrichting die hem voor ogen staat. Hij is het met OCW eens dat de onderwijs­instellingen niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het tekort aan stage­plaatsen. Maar volgens hem hebben ze wel de morele verplichting om noodoplossingen te creëren. Bij een tekort aan buitenschoolse BPV-stages, dienen ze de beroepspraktijk in de vorm van Begeleide Onderwijstijd binnen de school te halen. Daarbij kan tevens worden gedacht aan leertrajecten in het vrijwilligerswerk of in samenwerking met ZZP’ers.
Het lijkt me een goede denkrichting, maar waarom durft Van Hout niet man en paard te noemen? Het gaat om urgente problemen die concrete ingrepen vereisen. Ik sla maar een slag: a) Identificeer per regio de fricties tussen vraag en aanbod van stageplaatsen en controleer of deze kunnen worden opgelost door betere spreiding van de vraag over het hele gehele kalenderjaar; b) Identificeer per regio de opleidingen die met een on­oplosbaar tekort aan stageplaatsen te kampen hebben; c) Maak voor die opleidingen een zesjarenplan om de instroom van studenten aan te passen aan de te verwachten vraag naar gediplomeerden; d) Geef die opleidingen toestemming de BPV-stages bij wijze van noodmaatregel te bekorten, zodat de beschikbare stageplaatsen eerlijk verdeeld worden tussen de toegelaten studenten; e) Vul de aldus ontstane gaten in de opleiding met vervangende, praktijkgerichte onderwijsmodules om aan de eisen van het kwalificatie­dossier te voldoen; f) Leg wettelijk vast dat toegelaten studenten niet op grond van een tekort aan stageplaatsen uit de opleiding mogen worden verwijderd en dat het dus tot de zorgplicht van de onderwijsinstelling behoort de toegelaten studenten (behoudens kennelijke ongeschiktheid) naar het diploma te leiden.
Zie ook: Tekort aan stageplaatsen I, II, III.

Ervarings- versus beheersingscertificaten

Wes Holleman | 08-12-2013 | permalink

Mozilla heeft een systeem van Open Badges ontwikkeld om opgedane leerervaringen en verworven competenties te certi­ficeren: een digitale portfolio waaruit kan worden afgelezen wat iemand in z’n mars heeft. Op Education News (5/12/2013) wijdt Julia Steiny er een artikel aan. Ze focust op de certificering van competenties die leerlingen buiten schoolverband hebben opgedaan. Bijvoorbeeld als padvinders het insigne Knopen gehaald hebben, zouden ze dat in hun Mozilla-portfolio kunnen opnemen, met een uitgebreide specificatie van de instantie die de badge verleend heeft, de eisen die door deze instantie gesteld zijn en de geldigheidsduur die door deze instantie aan de badge is verbonden. Op dezelfde manier kan ook een EHBO-diploma aan het portfolio worden toegevoegd. Maar in principe zouden badges eveneens door scholen kunnen worden uitgereikt, bijvoorbeeld ten bewijze dat de leerling foutloos de werkwoordsverbuigingen kan spellen. Wat deze voorbeelden gemeen hebben, is dat door een oordeelsbevoegde instantie verklaard wordt dat de betrokkene X op tijdstip T heeft aangetoond dat hij of zij een welbepaalde categorie vaardigheden geheel en al onder de knie had. We hebben het hier dus over Mastery Badges.
Maar er zijn ook cursusaanbieders die een graantje mee willen pikken. Zij stellen de deelnemers een badge in het vooruitzicht als ze een zesje op de eindtoets halen, als ze aan alle opdrachten voldaan hebben, of zelfs: als ze alleen maar aan alle bijeen­komsten geparticipeerd hebben. We hebben het dan over Experiential Badges: met het certificaat wordt slechts gewaarborgd dat de deelnemer aan bepaalde leerervaringen is blootgesteld. Er wordt geen garantie gegeven dat de deelnemer dankzij deze ervaringen bepaalde leerdoelen bereikt heeft, en zeker niet dat hij of zij welomschreven vaardigheden of competenties voor de volle honderd procent beheerst.
Mastery Badges zijn essentiële mijlpalen in het leerproces, waar de leerling of student trots op kan zijn. Experiential Badges daarentegen ontaarden algauw in marketing tools die ertoe dienen waardeloze leerervaringen van een gouden randje te voorzien, waarmee leerlingen of studenten zichzelf een rad voor ogen draaien om hun CV op te leuken.
Eerdere blogberichten over Mastery Badges: 26/5/2008, 18/5/2009, 29/9/2010, 9/12/2010, 17/3/2013

Gehandicapt: geen mbo-diploma

Wes Holleman | 04-12-2013 | permalink

Sommige mensen zijn breed inzetbaar, anderen moeten leven met hun beperkingen. Begin oktober heeft het Netwerk Ouder­initiatieven Passend Onderwijs een brief naar de Vaste Kamercommissie OCW gestuurd, waarin aandacht wordt gevraagd voor mbo-studenten met een handicap. In de brief wordt verwezen naar het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2007), dat binnen afzienbare tijd door Nederland ge­ratificeerd zal worden. Volgens het verdrag moeten beroepsopleidingen aan gehandicapte studenten ‘redelijke aanpassingen’ verschaffen zodat ze gelijke kansen krijgen de opleiding te doorlopen en tot de arbeidsmarkt toe te treden (tabel 1). De briefschrijvers bepleiten onder andere dat men niet alleen in het onderwijsprogramma maar ook in de diploma-eisen rekening houdt met handicaps. In hoeverre mag bijvoorbeeld de opleiding tot apothekersassistent aan een slechthorende student de meedogenloze diploma-eis stellen dat hij of zij in stages gedemonstreerd heeft vlot met patiënten te kunnen communiceren?
De Vaste Commissie heeft de brief naar de Minister doorgeleid en vorige week heeft zij daarop haar reactie gegeven. Zij her­haalt het standpunt van haar ambtsvoorganger dat het anti-discriminatiebeginsel van de Wet Gelijke Behandeling HCZ niet inhoudt dat ook de examen- of diploma-eisen moeten worden aangepast. Als de eis luidt dat een all-round apothekersassistent vlot met patiënten kan communiceren, dan mag men een slecht­horende student daarvan geen dispensatie geven, ook al zijn er assistentenfuncties in de back-office denkbaar die door een slechthorende adequaat vervuld kunnen worden. De briefschrijvers worden dus met een kluitje in het riet gestuurd. De Minister weigert op de vraag in te gaan of het middelbaar beroeps­onderwijs misschien moet afstappen van het uitgangspunt dat gediplomeerden breed inzetbaar behoren te zijn. Meent de Minister de rigide stelling te moeten verdedigen dat een competentiegerichte opleiding uitsluitend allrounders groen licht mag geven om tot de arbeidsmarkt toe te treden?
Lees verder … (PDF)

InHolland: drama in zes bedrijven

Wes Holleman | 01-12-2013 | 4 Reacties » | permalink

De Minister heeft in een kamerbrief (28/11/2013) laten weten dat de opleidingen MEM en CE van de Hogeschool InHolland hun accreditatie behouden. Maar de landelijke studentenvakbond LSVb reageerde met een boos persbericht omdat de belangen van de zittende studenten met voeten zijn getreden. Ik denk dat het de afgelopen jaren ongeveer als volgt gegaan is: een drama in zes bedrijven.
Lees verder … (PDF)

Brainwashing op school

Wes Holleman | 27-11-2013 | permalink

Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit, van vreemde smetten vrij,
wiens hart voor land en koning gloeit, verheff’ den zang als wij:
hij stell’ met ons, vereend van zin, met onbeklemde borst,
het godgevallig feestlied in voor vaderland en vorst.

Zo begon het nationale volkslied dat een kleine 200 jaar geleden door Tollens gedicht werd, nadat de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden van de vreemde smetten (de Franse overheersers onder leiding van Napoleon Bonaparte) bevrijd waren en in een staat­kundige eenheid onder koning Willem I waren samengebracht. Zo’n nationale hymne is een rituele tekst die tot doel heeft een gezindheid tot uitdrukking te brengen die door samen­zang bevestigd en door alle zangers persoonlijk onderschreven wordt.
Niet alleen staten of volkeren, maar ook kleinere gemeenschappen kennen dit soort rituele teksten, waarin bijvoorbeeld de loyaliteit met de schoolgemeenschap bezongen wordt. Voor scholen zit daar een bedenkelijk kantje aan: in hoeverre worden leerplichtige leerlingen gedwongen aan de samenzang deel te nemen en zodoende een gezindheid te onderschrijven waar ze zelf niet achter staan? In een lezersbijdrage van de Daily Telegraph (23/11/2013) wordt de vraag opgeworpen of ‘chanting’ in brainwashing kan ontaarden. De auteur wijst erop dat ‘chanting’ steeds meer ingang vindt in het didactische onderwijs­arsenaal, sinds het met succes op Amerikaanse charterscholen (en met name op KIPP-scholen) geïntroduceerd is.
Lees verder … (PDF)