PvdA: tekort aan stageplaatsen (III)

Wes Holleman | 28-10-2013 | 2 Reacties » | permalink

De Tweedekamerfractie van de PvdA wil dat mbo-instellingen hun toegelaten studenten garanderen dat ze een stageplaats krijgen of dat ze anders vervangende praktijk­opdrachten kunnen doen (AD 28/10/2013). Dat lijkt me een redelijk verlangen, maar de PvdA-minister zal vermoedelijk antwoorden dat mbo-instellingen slechts een inspanningsverplichting hebben en dat lieverkoekjes niet gebakken worden. De vraag is dan of de PvdA-fractie ook bereid is echt z’n tanden te laten zien en vervolgens dóór te bijten. Het is nogal goedkoop zomaar iets te roepen om stemmen te winnen bij het kiezersvolk. Laat de fractie verduidelijken welke wettelijke regelingen en procedures volgens haar veranderd moeten worden. Wat moet er gebeuren om de duur van de verplichte stages aan te passen aan het beschikbare aantal stageplaatsen? Mag van opleidingen worden verlangd dat ze hun onderwijsprogramma’s flexibiliseren, zodat alle beschikbare stageplaatsen het hele jaar door bezet kunnen worden? Houdt de inspanningsverplichting óók in dat ze waar nodig een eigen leerbedrijf opzetten om moeilijk plaatsbare stagiairs onder dak te brengen? Krijgen mbo-studenten recht op schadevergoeding (of een sociale uitkering) als de mbo-instelling haar verplichtingen niet nakomt, of verliest de opleiding dan haar Crebo-erkenning? En hoe zit het met subsidies of belastingfaciliteiten voor stagebedrijven?
Zie ook: Tekort aan stageplaatsen I en II

Bijles voor eigen parochie (II)

Wes Holleman | 27-10-2013 | 1 Reactie » | permalink

Boswell-Bèta is een particuliere onderwijsinstelling die gevestigd is op de terreinen van de Universiteit Utrecht. Zij biedt cursussen voor aspirant-studenten die niet aan de toelatingseisen van hun opleiding voldoen. Tegen kostendekkend tarief kunnen zij hun ‘formele deficiënties’ opheffen en zich aldus kwalificeren voor de voortentamens die toegang geven tot hun geambieerde opleiding. Daarnaast biedt Boswell-Bèta ook aansluitingscursussen voor studenten en aspirant-studenten die moeite hebben met wiskundige vakken. In dat geval gaat het om het opheffen van zgn. ‘informele deficiënties’.
Zo is er een cursus Elementaire Statistiek in aanvulling op het reguliere propedeuse­onderwijs van de Faculteit Sociale Wetenschappen. FSW-studenten krijgen korting op het normale cursustarief. Ook wordt er een tienweeks bijlesprogramma Wiskunde verzorgd voor eerste­jaars­studenten Economie, parallel aan het reguliere facultaire propedeuse­programma in de wiskunde en statistiek. De kosten (225 euro, oftewel € 7,50 per bijles-uur) komen bovenop het normale collegegeld. Bij de aanvaardbaarheid van een dergelijke opzet kan men vraagtekens zetten: in hoeverre worden hier facultaire kosten op studenten afgewenteld, ten nadele van toegelaten studenten die in het VWO een pakket zonder Wiskunde-B en Wiskunde-D hebben gekozen?
In het Eindhovense universiteitsblad Cursor (24/10/2013) wordt eveneens een vorm van betaalde bijles geschetst. Eerste­jaars­studenten kunnen ‘tegen een geringe vergoeding’ bij een repetitor aankloppen, die hen bijspijkert op het gebied van wiskunde en statistiek. Kennelijk maakt hij gebruik van leegstaande zaalruimte van de Technische Universiteit, maar het Cursor-artikel doet verder niet uit de doeken hoe dit contractonderwijs in formeel-juridische zin geregeld is. VWO-scholieren die een TUE-opleiding ambiëren, wordt aangeraden niet alleen Wiskunde-B, maar ook Wiskunde-D of NL&T in hun pakket op te nemen. Uiteraard biedt ook de vijftienuurs applicatiecursus Wiskunde-T een goede aanvulling.

Identiteitsfraude bij tentamens

Wes Holleman | 26-10-2013 | 1 Reactie » | permalink

Docenten behoren toe te zien op een eerlijk verloop van hun tentamens. Maar een journalist van de Amsterdamse rtv-zender AT5 heeft deze week gedemonstreerd dat identiteitsfraude bij massale UvA-tentamens niet onmogelijk is. UvA- en VUA-studenten beamen dat de identiteitscontrole te wensen overlaat. Maar één student reageert sceptisch:
‘[Fraude bij het] Tentamen maken kan natuurlijk heel makkelijk. Maar bij het inleveren kan de journalist geen handtekening zetten bij een naam van een student op de aftekenlijsten. Als hij namens iemand anders een tentamen zou maken (die dan zelf wegbleef) dan neemt die student een groot risico. Collegegeld kwijt, alle andere resultaten van dat jaar ongeldig etc. als het niet erger is. Als een ouderejaars het doet voor een jongerejaars dan krijgt die dezelfde straf. Dat is nogal wat. Plus dat je de rest van je studiecarrière in de gaten wordt gehouden. De kans dat je gesnapt wordt is er. (…) Surveillanten herkennen studenten uit hun werkgroepen. Een ouderejaars kan zo herkend worden. (…) Ook moet je (…) nog andere studenten vrezen. Als je gaat opscheppen over je fraude dan riskeer je de wraak van de andere studenten die hard hebben gestudeerd.’
De geciteerde student gaat er kennelijk van uit dat er persoonlijk gesurveilleerd wordt door de docenten en assistenten van het getentamineerde vak. Maar de VUA kent inmiddels een geïndustrialiseerd tentamensysteem waarin de onderwijsgevers geheel buiten spel zijn gezet. Na de start van het tentamen is het ingehuurde surveillance­personeel geruime tijd bezig de identiteit van de deelnemers persoonlijk aan de hand van hun identiteitsbewijs (collegekaart, paspoort, rijbewijs, ID of OV-jaarkaart) vast te stellen en hen af te vinken op het deelnemersregister. De zwakke plek zit dan in het vaststellen van de gelijkenis tussen facie en pasfoto.
Bron: AT5 (24/10/2013, 25/10/2013), Folia (24/10/2013, 25/10/2013)

Werving van studenten (IV)

Wes Holleman | 24-10-2013 | 2 Reacties » | permalink

Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn druk bezig met studiebijsluiters en matchingsprogramma’s om aspirant-studenten te helpen een gefundeerde studiekeuze te maken. Zodoende proberen ze een evenwicht te vinden in het spanningsveld tussen eigenbelang (werving, selectie en kosteneffectief onderwijs) en studentbelang (realisering van hun eigen loopbaan­doelen en ontwikkeling van hun eigen talenten). In commerciële onderwijsinstellingen (for-profit colleges and universities) doet dat spanningsveld zich nog sterker voelen: enerzijds wensen de aandeelhouders zoveel mogelijk financieel profijt te trekken uit de onderneming, maar anderzijds is het in hun belang dat zij haar reputatie als bonafide onderwijsinstelling beschermt. Een paar jaar geleden heeft een aantal Amerikaanse hogeronderwijsbedrijven het initiatief genomen tot zelfregulering van hun bedrijfstak (Chronicle H.E. 13/9/2011). Men trachtte een Foundation for Educational Success van de grond te krijgen die tot taak had te garanderen dat de deelnemende ondernemingen strenge Standards of Responsible Conduct and Transparency zouden naleven. Dat initiatief is een stille dood gestorven (Huffington Post 17/10/2013). Maar vorige week heeft de Association of Private Sector Colleges and Universities (APSCU) wel een reeks aanbevelingen gepubliceerd, onder de titel Best Practices in Recruitment and Admissions.

Hoofddoekverbod in Vlaardingen

Wes Holleman | 20-10-2013 | 5 Reacties » | permalink

Moet de lerarenopleiding van de Hogeschool Rotterdam (HR) blijven samenwerken met een basisschool die het dragen van een hoofddoek verbiedt (Profielen 16/10/2013)? Ja, we moeten de kledingvoorschriften van stagebiedende scholen respecteren, althans als ze zich daarbij laten leiden door hun christelijke overtuiging, zegt de HR-woordvoerder. So far so good, maar er rijst een vervolgvraag: kan een lerarenopleiding naar eer en geweten samenwerken met een christelijke school die moslim­leerlingen meent te moeten discrimineren? Volgens de OCW-leidraad Kleding op Scholen (2005) worden moslimleer­lingen door een hoofddoekverbod gediscrimineerd, tenzij een katholieke of protestants-christelijke school “aannemelijk kan maken dat zulke geloofsuitingen het onmogelijk maken de grondslag van de school te verwezenlijken. Zo’n verbod mag alleen worden toegepast als er een consequent aannamebeleid wordt gevoerd in het licht van de grondslag van de school (…).” Zoals blijkt uit de Q&A-pagina van het ministerie, geldt dit uitgangspunt nog steeds anno 2013. Het College voor de Mensenrechten (CGB 2008 p.58) stelt het wat algemener: de onderwijsinstelling moet consequent zijn in het door haar gevoerde beleid en dat beleid moet noodzakelijk zijn in het licht van haar aard en grondslag. Maar daarbij wordt aangetekend dat zij bij het omschrijven van dat beleid niet kan volstaan met een algemeen verbod op hoofddeksels (p.58-60). Als de Hogeschool Rotterdam wil voorkomen dat haar stagiairs in racistische scholen verzeild raken, dan dient zij het beleid van de stagebiedende scholen aan deze criteria te toetsen.
Lees verder … (PDF)

Deeltijdstudenten in de UK

Wes Holleman | 19-10-2013 | permalink

In het Verenigd Koninkrijk is het aantal deeltijdstudenten schrikbarend gedaald. Wat is er aan de hand? Universities UK bracht daar onlangs een rapport over uit. En de Guardian organiseerde verleden vrijdag een digitale discussiedag.
Ook in Nederland ontmoeten parttimers steeds meer barrières. Het aanbod van deeltijdopleidingen wordt om bedrijfs­economische redenen afgebouwd. Het collegegeld is verhoogd door de invoering van het hoge instellingscollegegeld voor tweede studies en door het feit dat vele instellingen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid het deeltijdtarief op te trekken naar het voltijdse tarief. Bovendien heeft de overheid veel onzekerheid teweeggebracht door te dreigen met een langstudeerboete en zelfs met algehele afschaffing van de bekostigde deeltijdopleidingen. In vroeger jaren hadden parttimers nog als alternatief zich bij voltijdse opleidingen in te schrijven, maar tegenwoordig wordt dat veelal gefrustreerd door het stellen van hoge studie­voortgangs­normen, op straffe van verwijdering (BSA), vernietiging van reeds behaalde studiepunten of blokkering van herkansingsmogelijkheden. Deze straffen komen des te harder aan, nu steeds meer deelnemers aan voltijdse opleidingen zich genoopt voelen naast hun studie te werken in verband met de afbouw van het studiefinancieringsstelsel.

Giscorrectie in Nederland (II)

Wes Holleman | 17-10-2013 | permalink

In mijn vorige blogbericht werd geconstateerd dat bij de scoring van meerkeuzetentamens vaak een giscorrectie wordt toegepast. In Nederland pleegt men de zakslaagdrempel voor alle deelnemers op te hogen in verband met het risico dat ze door puur geluk de goede antwoorden aankruisen. Worden examinatoren voldoende voorgelicht over de voors en tegens van die procedure? Om deze vraag te beantwoorden, kijken we bijvoorbeeld naar het Kader Toetsbeleid dat sinds 2013 door de Vrije Universiteit te Amsterdam gehanteerd wordt.
Er worden zes kwaliteitseisen gesteld waaraan meerkeuzetoetsen moeten voldoen (p.29-33). Wat de betrouwbaarheid van de toetsing betreft, geldt uiteraard als eis dat het tentamen doenlijk is binnen de maximale duur van de tentamensessie (p.30). Wat de transparantie van de toetsprocedure betreft, dient op het voorblad van het mc-tentamen een invulinstructie te worden gegeven (p.32). Maar het VU-kader verzuimt erop te wijzen dat de tentaminandi, gezien de gangbare giscorrectie (p.60-61), geïnstrueerd moeten worden álle vragen te beantwoorden, ook al weten ze het goede antwoord niet. Het zou immers onrechtvaardig zijn als eerlijke studenten (die geneigd zijn geen antwoord geven als ze het antwoord niet weten) worden achtergesteld bij calculerende studenten (die gebruik maken van de kans door puur geluk het goede antwoord aan te kruisen). En wat de bruikbaarheid van de toetsing betreft, gaan de opstellers van het VU-kader voorbij aan een belangrijk criterium: is de tentamenprocedure in ethisch opzicht acceptabel? De bedoelde invulinstructie is weliswaar noodzakelijk om tot rechtvaardige zakslaag­beslissingen te komen, maar zij ondermijnt de integriteit van de student. Het is in ethisch opzicht immers zeer aanvechtbaar om aanstaande professionals ertoe aan te zetten door gokgedrag te verbloemen dat hun kennis tekortschiet.
We moeten concluderen dat de VU-examinatoren door het Kader Toetsbeleid onvoldoende worden voorgelicht over de voors en tegens van meerkeuzetentamens en de giscorrectie die daarbij pleegt te worden toegepast. Fundamentele waarden van rechtvaardigheid en integriteit moeten het afleggen tegen botte overwegingen van doelmatigheid en niveaubeheersing. Dat klemt des te meer daar universitaire en hbo-opleidingen tot taak hebben hun studenten te vormen tot integere beroeps­beoefenaars (DUB 14/10/2013, 15/10/2013).

Verplichte ouderbijdrage

Wes Holleman | 15-10-2013 | 1 Reactie » | permalink

‘Mijn school brengt mij 75 euro in rekening voor het genot van een thuisprogramma dat zij moet regelen omdat ik niet op schoolreis meega. Kan zij mij verplichten dat bedrag te betalen?’ Dat is de Goeie Vraag (13/10/2013) die door Qwertmuk gesteld wordt.
Ik maak uit je vraag op dat je leerplichtig bent en dat de schoolreis zich geheel of gedeeltelijk over de reguliere schooluren uitstrekt. De voorlichtingssite Leerplicht.net van de gemeente Woerden zegt daarover het volgende:
1. De school mag deelname aan schoolactiviteiten niet verplicht stellen als deze zich over één of meer avonden of nachten uitstrekken. Je kunt dus weigeren aan een meerdaagse schoolreis deel te nemen en in dat geval heb je recht op een kosteloos vervangend lesprogramma.
2. De school mag niet van jou eisen dat je bijdraagt in de kosten van een (één- of meerdaagse) schoolreis. Als je weigert de verlangde bijdrage te betalen, moet zij jou kosteloos een vervangend lesprogramma bieden.
3. Op de Woerdens site wordt niet vermeld of de school, in plaats van een vervangend lesprogramma tijdens de reguliere schooluren, een huiswerkopdracht mag geven. Ik kan me niet voorstellen dat de Onderwijsinspectie zou instemmen met een dergelijke omzetting van contacttijd in huiswerktijd, maar in elk geval mag de school daarvoor geen kosten in rekening brengen.
4. Er is echter nog een ander scenario denkbaar, waarover de Woerdense site niets vermeldt: een kosteloze ééndaagse schoolreis met verplichte deelname. De excursie maakt dus deel uit van het reguliere lesprogramma. In dat geval moeten de ouders, denk ik, een met redenen omkleed verzoek indienen of de school hun kind van de deelnameverplichting wil ontslaan en hem of haar een vervangend lesprogramma wil bieden. Ik denk niet dat de school in dat geval als voorwaarde mag stellen dat de ouders bijdragen in de kosten van dat vervangende programma, maar ik weet niet of daar jurisprudentie over bestaat.
Zie ook: Vervangende progamma’s in geval van gewetensbezwaren, christelijke vieringen, juffenverjaardag?

Corruptie in het onderwijs

Wes Holleman | 14-10-2013 | permalink

Corrupt schools, corrupt universities: what can be done? Zo luidt de titel van een rapportage die in 2007 door de Unesco gepubliceerd werd. Overal ter wereld komt het voor, dat gewetenloze onderwijsinstellingen, en gewetenloze lieden daarbinnen, hun macht misbruiken ten koste van leerlingen/studenten of ten koste van de belastingbetaler. Eén hoofdstuk (p. 257 e.v.) gaat bijvoorbeeld over de belangenverstrengeling die kan optreden als onderwijsgevenden niet alleen regulier onderwijs verzorgen maar ook bij betaalde bijles betrokken zijn. Om die reden is in sommige gedragscodes uitdrukkelijk de bepaling opgenomen dat leraren de leerlingen uit hun klas geen geld in rekening mogen brengen voor ontvangen bijlessen.
Begin oktober is opnieuw een rapport verschenen, ditmaal samengesteld door Transparancy International, onder de titel Global Corruption Report: Education. Het is zeer lezenswaard, maar je moet wel een flexibel denkraam bezitten. In de inleiding wordt corruptie gedefinieerd als ‘the abuse of entrusted power for private gain’. Maar verderop in het rapport worden ook andere ongerechtigheden behandeld. Is een onderwijsbestel bijvoorbeeld corrupt als kinderen gelijke kansen worden ontzegd doordat minvermogende ouders de kosten van een bijlesinstituut niet kunnen betalen? Of als de wetgever weliswaar gratis basisonderwijs belijdt maar het heffen van vrijwillige ouderbijdragen toestaat, zodat kinderen niet met de klas mee op excursie mogen als hun ouders de bijdrage niet betalen? Is een schooldirecteur corrupt als hij aspirant-leerlingen hoger op de wachtlijst plaatst indien hun ouders een donatie in het schoolfonds storten? In zulke gevallen kan men van discriminatie, voortrekkerij en misschien van ‘corporate gain’ spreken, maar niet zonder meer van ‘private gain’.

Giscorrectie in Nederland en Vlaanderen

Wes Holleman | 13-10-2013 | 8 Reacties » | permalink

Bij de scoring van meerkeuzetentamens wordt veelal een giscorrectie toegepast. In Nederland gaat dat gewoonlijk als volgt. Gesteld dat het tentamen 90 driekeuzevragen omvat. Bij dit vraagtype is de giskans 33%. Met een beetje geluk zal een onvoorbereide student die telkens blind een antwoord prikt, 30 vragen scoren. Gesteld vervolgens dat men van studenten verlangt dat ze 55% van de stof perfect beheersen. Om voor de giskans te corrigeren, introduceert men dan als zakslaagcesuur dat studenten minimaal 63 vragen {30 + 0,55 x (90-30)} goed moeten beantwoorden. Dus 63 vragen in plaats van de vijftig {0,55 x 90} die ze zonder giscorrectie hadden moeten scoren. Deze regel is verdedigbaar, als aan twee voorwaarden voldaan is: a) studenten krijgen genoeg tijd om alle vragen te beantwoorden en b) iedere student beantwoordt alle tentamenvragen, ook al moet hij of zij er maar een slag naar slaan. Studenten die vragen overslaan omdat ze het antwoord niet weten, doen zichzelf tekort. De gekozen zakslaagcesuur is immers gebaseerd op de vooronderstelling dat zij zich niet de kans laten ontgaan door puur geluk het goede antwoord te raden.
Dat is dan ook de kritiek van Martin Valcke, hoogleraar Onderwijskunde in Gent (Klasse 9/10/2013). Studenten die tentamen­vragen uit eerlijkheid onbeantwoord laten, worden gedupeerd. En vanuit de onderwijsethiek kan men daaraan toevoegen dat zij door dergelijke giscorrectie tot oneerlijk handelen worden aangezet. Van (aanstaande) professionals mag immers worden verwacht dat ze niet gokken of bluffen, maar er eerlijk voor uitkomen als hun kennis tekortschiet.
Valcke richt zijn kritiek overigens met name op de giscorrectieprocedure die men in Vlaanderen pleegt te hanteren. Om deze te beschrijven, gaan we wederom van een tentamen met 90 driekeuzevragen en een beheersingsnorm van 55% uit. Men tracht gokken welbewust tegen te gaan door onderscheid te maken tussen drie soorten antwoorden: het goede antwoord, een fout antwoord en geen antwoord.
Lees verder … (PDF)