Oudjaar 2014: fact-free politics

Wes Holleman | 31-12-2014 | 2 Reacties » | permalink

Dit jaar verschenen er 117 blogberichten op Onderwijsethiek.nl. De inhoudsopgave tref je HIER aan. Het jaar stond in het teken van de voortgaande verkleutering van de lands­politiek. De kwaliteit van de analyses en argumenten was bedroevend laag. Het enige wat telde was dat de targets gehaald werden. De beleidsteksten werden gedomineerd door de loze praat van communicatieadviseurs. En die teksten werden voor zoete koek geslikt door de volksvertegenwoordigers. Zo ging het bijvoorbeeld met de afschaffing van de basisbeurs van studenten in het hoger onderwijs. De Tweede Kamer werd voor­gespiegeld dat studenten het volste recht hebben om de gederfde beursinkomsten op te vangen door extra arbeids­inkomsten naast hun studie, maar tegelijkertijd werden de deeltijd­opleidingen om zeep geholpen en krijgen universiteiten en hogescholen de volle medewerking het studietempo op te voeren en studenten hard aan te pakken als ze studievertraging oplopen.
Die zelfde trend van ‘fact-free politics’ zien we in het onderwijsbeleid rond de basis­school. In een recente Kamerbrief wordt de hoogste prioriteit gegeven aan het opbouwen van een brede Nederlandse woordenschat bij kinderen tot acht jaar. Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat de omvang van de Nederlandse woordenschat op achtjarige leeftijd een doorslaggevende factor is voor hun schoolsucces in de groepen 5 t/m 8. Niettemin is er een wetsvoorstel ingediend dat basisscholen toestemming geeft hun leerlingen, meteen vanaf groep 1, maximaal 3 à 4 uur (één dagdeel) per week in de Engelse taal onder te dompelen. Het ministerie beweert dat ‘onderzoek (…) heeft aangetoond dat er geen negatieve effecten zijn op de moedertaalontwikkeling wanneer 15% van de onderwijstijd in een vreemde taal wordt aangeboden’. Die bewering vindt geen enkele steun in de feiten:
Lees verder … (PDF)

Statistische onregelmatigheden

Wes Holleman | 28-12-2014 | 1 Reactie » | permalink

De examencommissie van de afdeling Maatschappelijk Werk & Dienstverlening (Hogeschool Utrecht) heeft wat uit te leggen. Heeft zij alle uitslagen van het tentamen Psychosociale Hulpverlening ongeldig verklaard omdat onregelmatigheden of fraude niet kunnen worden uitgesloten (Trajectum 23/12/2014)? Zij nam haar beslissing naar aanleiding van een automatisch ‘cijferalert’ van de studievoortgangsadministratie: de tentamenuitslagen vertoonden een significante afwijking van wat statistisch verwacht mocht worden. De examencommissie heeft dat signaal onderzocht en daarop heeft zij het tentamen ongeldig verklaard.
Mijn eerste, nieuwsgierige vraag luidt: werkt dit signaleringssysteem twee kanten uit? Wordt er eveneens een ‘cijferalert’ gegeven als het tentamen abnormaal veel onvoldoendes heeft opgeleverd? Krijgen de deelnemers in dat geval een extra herkansing?
Maar mijn tweede vraag betreft de tegenovergestelde situatie: er zijn abnormaal veel voldoendes behaald. Heeft de examen­commissie met voldoende zekerheid geconstateerd dat er bij het opstellen of afnemen van het tentamen Psychosociale Hulpverlening zodanige onregelmatigheden (of fraude) gepleegd zijn dat álle uitslagen ongeldig moeten worden verklaard? Of heeft de commissie slechts een statistische onregelmatigheid geconstateerd die tot de wankele conclusie heeft geleid dat werkelijke onregelmatigheden c.q. fraude niet kunnen worden uitgesloten? In dat geval is er voor de gedupeerde studenten alle reden om de beslissing van de examencommissie nog eens te laten toetsen door het lokale College van Beroep, en zo nodig door het landelijke CBHO. Eventueel kunnen zij ook een schadeclaim overwegen.

Tijdelijke concentratiestoornis

Wes Holleman | 14-12-2014 | 1 Reactie » | permalink

Op het Scholierenforum (11/12/2014) komt een leerling met een emotioneel relaas. ‘Ik had vandaag een toets Duits. Aan het begin van de les heb ik gemeld dat mijn concentratie misschien niet goed was omdat mijn oma pas gestorven is. Toen zei zij: “Iedereen heeft wel eens een slechte concentratie, en alle opa’s en oma’s sterven een keer.” En toen zei ik “ty**s wijf (…)” en ben ik jankend de klas uitgelopen.’
Op de Rechtenfaculteit van Columbia University (New York) is dat beter geregeld. In geval van zo’n traumatische ervaring krijgt de student gelegenheid het tentamen op een later tijdstip af te leggen. Want het doel van tentamens is vast te stellen of studenten de stof beheersen. De student krijgt op zijn verzoek een herkansing als dat doel ten gevolge van aanwijsbare persoonlijke omstandigheden niet bereikt kan worden. Maar in de recente tentamenweken is deze bepaling danig opgerekt.
African-American studenten zijn in rep en roer over twee recente beslissingen om blanke politieagenten niet te vervolgen op verdenking van (vermeend) disproportioneel geweld-met-dodelijke-afloop tegen ‘zwarte’ burgers in New York en Ferguson (Education News 10/12/2014). Zij voeren verhitte actie tegen die (vermeende) ontsporing van het Amerikaanse rechtssysteem. Onder deze omstandigheden voelen actievoerende rechtenstudenten zich niet in staat op stel en sprong hun geschokte vertrouwen in de rechtsstaat op te vijzelen, hun tentamens af te leggen en, geconcentreerd en met droge ogen, van hun rechtskennis blijk te geven. De faculteit is hun daarin tegemoet gekomen: zij mogen hun tentamens uitstellen (Powerline 6/12/2014). Maar de critici reageren honend (net zoals onze wrede lerares): “Iedereen heeft wel eens een slechte concentratie, en elke rechtsstaat heeft zijn ups en downs. De tentaminandus is een incompetent watje als hij of zij op grond van zulke subjectieve emoties een voorkeursbehandeling verlangt.”

Nieuw vakdiploma voor startkwalificatie

Wes Holleman | 14-12-2014 | 1 Reactie » | permalink

Er wordt een nieuw vakdiploma gecreëerd ten behoeve van jongeren voor wie de start­kwalificatie van het MBO2-diploma te hoog gegrepen is. Dat bericht minister Bussemaker in een Kamerbrief (12/12/2014). Met deze gerichte aanval op de schooluitval hoopt de minister de arbeidsmarktpositie van kwetsbare jongeren te verbeteren. Dit vakdiploma certificeert de praktische beroepscompetenties die ze moeten verwerven in plaats van dat ze worden afgerekend op wat ze níet kunnen, aldus een nieuwsbericht van het ministerie. Het verschil zit hem vooral in de praktijkgerichtheid van het nieuwe vakdiploma. Met name de eisen op het gebied van Nederlandse Taal en Rekenen/Wis­kunde zijn meer toegespitst op datgene wat ze minimaal nodig hebben bij hun intrede op de arbeidsmarkt.

Guitige Zwarte Domme Dienaar (II)

Wes Holleman | 11-12-2014 | 1 Reactie » | permalink

Volgens Hans Schnitzler (4/12/2014, 5/12/2014) is het zwartepietendebat telkenjare zo verhit doordat de discussianten hun eigen definitie van Sint en Piet aan de hele samenleving trachten op te leggen. Volgens hem moeten zij zich erbij neerleggen dat de definitie van Sint en Piet niet tot het publieke domein maar tot het familiale privédomein behoort. Hij stelt dus dat bij de ouders van kleuters en peuters van oudsher het onver­vreembare privilege rust deze beide personages naar eigen goeddunken in te vullen.
Volgens Schnitzler is het debat een symptoom van een diepgewortelde, pathologische neiging om persoonlijke normen uit het privédomein te verabsoluteren tot algemene normen voor het publieke domein. Maar Schnitzler gaat voorbij aan de werkelijke inzet van het debat dat door en namens ouders gevoerd wordt: aan welke televisiebeelden en -verhalen rond Sint en Piet willen wij onze kleuters en peuters blootstellen, in de intimiteit van onze huiskamer en in de beslotenheid van hun school?
Actoren in de publieke ruimte, in casu de makers van het Sinterklaasjournaal, hebben het privédomein geüsurpeerd met hun zelfbedachte, profane beelden en verhalen rond Seniele Sint en Domme Blackface. Via het bijbehorende Lespakket worden kleuters op de basisschool daarmee wekenlang geïndoctrineerd. Dientengevolge kunnen ouders er niet omheen hun peuters en kleuters in de intimiteit van hun huiskamer naar het Sinter­klaasjournaal en de Televisie-intocht te laten kijken. De werkelijke inzet van het zwartepietendebat betreft de interface tussen publiek en privé: in hoeverre mogen de makers van het publieke Sinterklaasjournaal samen met de gebruikers van het Lespakket hun aanvechtbare interpretatie van Sint en Piet aan kleuters en peuters opleggen en daarmee afbreuk doen aan het ouderlijke privilege het privédomein rond deze personages naar eigen goeddunken in te richten?

Te koop: mijn collegedictaat

Wes Holleman | 07-12-2014 | 1 Reactie » | permalink

Mogen studenten hun collegedictaat te koop aanbieden of hun dictaat via een com­merciële website aan medestudenten beschikbaar stellen? Het universiteitsbestuur van de KU Leuven gaat daartegen optreden (Het Laatste Nieuws 18/11/2014): studenten mogen dictaten uitwisselen, maar ze mogen er geen geld voor vragen, mede vanwege auteurs­rechtelijke kwesties. Hiermee volgt het bestuur de beleidslijn van de Rechten­faculteit, die al eerder stappen heeft ondernomen tegen commerciële websites (Veto 16/11/2014).
Het Leidse universiteitsblad Mare (3/12/2014, 4/12/2014 p.6) wijdt eveneens een artikel aan de uitwisseling van dictaten en samenvattingen. De geraadpleegde docenten maken zich niet zozeer druk om commerciële en auteursrechtelijke aspecten, maar veeleer om het risico dat ongeautoriseerde producten van bedenkelijke kwaliteit zijn. De docent Intel­lectueel Eigen­domsrecht heeft daaruit de uiterste consequentie getrokken: hij publiceert zelf een standaarddictaat dat studenten tegen een gering bedrag kunnen kopen.
In zijn proefschrift Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs (1981 p.139-41) snijdt de onderwijsjurist Job Cohen een ander probleem aan. Hij wijst op het Kenbaarheids­beginsel. Uit hoofde daarvan mogen studenten van hun docent verlangen dat ze precies worden voorgelicht over de omvang en grenzen van de opgedragen tentamenstof. De docent kan niet volstaan met vluchtige mondelinge voorlichting of met de multi-interpretabele aankondiging dat de op hoorcollege behandelde stof tot de tentamenstof behoort. Als hij op colleges tentamenstof aanbiedt die niet door de aangeboden schriftelijke studiematerialen gedekt wordt, dan zou hij zich aan wanprestatie schuldig maken wanneer hij nalaat deze in aanvullende schriftelijke studie­materialen (bv. in de vorm van een standaarddictaat of van digitale sheets) vast te leggen en ter beschikking te stellen. In geval van dergelijke wanprestatie kunnen studenten mijns inziens met enig recht poneren dat ze alle denkbare middelen (waaronder commerciële websites) mogen aanwenden om ongeautoriseerde dictaten op de markt te brengen.
Zie ook: Onderwijsethiek 13/1/2013; Bulletin Medisch Onderwijs 1996, 15(1):36; Vakblog 4/4/2014

Studenten klagen bij de Onderwijsinspectie

Wes Holleman | 02-12-2014 | permalink

Bouwkundestudenten van de Haagse Hogeschool hadden ernstige klachten over de toetsing en examinering, maar bij de opleiding kregen zij nul op het rekest. Zij namen contact op met de Onderwijsinspectie. Volgens haar Toezichtkader ligt het niet op haar weg om individuele klachten te behandelen, maar eventueel kan zij op basis van dergelijke signalen besluiten uit eigen beweging een onderzoek te entameren. Zij ging daar inder­daad toe over en dat leidde tot ingrijpende maatregelen binnen de HHS. Op 14/7/2014 werd het onderzoek afgesloten met het inspectierapport ‘Incidenteel onderzoek Haagse Hogeschool’, doch dat rapport werd niet openbaar gemaakt. Maar gelukkig heeft één van de gedupeerde studenten, inmiddels afgestudeerd, zijn klachten op 10/7/2014 naar de Vaste Kamercommissie OCW gestuurd, die zijn brief doorgeleidde naar de Minister. Zij vroeg de Inspectie hoe het zat en stuurde haar bevindingen enige maanden later (1/12/2014) naar de Tweede Kamer: volgens de Inspectie zijn de klachten naar tevredenheid afgehandeld, maar de inspecteurs zullen t.z.t. ‘in het volgende reguliere bezoek (…) wel aandacht besteden aan de actuele stand van zaken’. Toch begrijp ik het nog niet helemaal:
1. Hoe kan het dat de opleiding op 13/12/2012 door de NVAO geaccrediteerd is voor de periode tot 31/12/2017 en dat deze kwaliteitsgebreken toentertijd niet zijn opgemerkt door de visitatiecommissie?
2. Is er in het Inspectierapport goed gekeken naar het organisatieschema van de HHS, waar de kwaliteitsbewaking inzake de tentaminering en examinering niet aan de verzamelde, terzakekundige examinatoren is toegewezen, maar bij een ambtelijke (faculteitsbrede en tot voor kort zelfs hogeschoolbrede) examencommissie is weggestopt?
3. Waarom is het Inspectierapport niet gepubliceerd?
4. Welke garanties heeft de Inspectie geschapen opdat de uitkomsten van haar onderzoek door de NVAO zullen worden meegenomen bij de komende Instellingstoets betreffende de interne kwaliteitszorg van de HHS (2016) en bij de eerstvolgende visitatie van de opleiding Bouwkunde (2017)?
5. Wat bedoelt de Inspectie met haar aankondiging dat zij in haar ‘volgende reguliere bezoek’ opnieuw aandacht zal besteden aan de stand van zaken: hoe valt dat te rijmen met het Toezichtkader, dat niet in reguliere Inspectiebezoeken aan universiteiten en hogescholen (of aan opleidingen daarbinnen) voorziet?
6. Heeft de Minister zich ervan vergewist of ook de klachten d.d. 10/7/2014 van de afgestudeerde briefschrijver naar tevredenheid zijn afgehandeld door de HHS?
7. In hoeverre is er reden voor de vrees dat de kwaliteitszorg in het hoger onderwijs zo lek is als een mandje?

Het creationisme van dr. Tom McMullen

Wes Holleman | 30-11-2014 | 1 Reactie » | permalink

Ooit beging ik nogal een blunder tegenover een docent in de Geschiedenis der Wiskunde. In mijn onwetendheid debiteerde ik de veronderstelling dat zijn vak niet zo hoog staat aangeschreven in de pikorde van het wiskundig onderzoek en onderwijs. Hij wees mij terecht en bracht me onder ogen dat kennis van het gedachtengoed der voorvaderen een belangrijke input vormt voor de hedendaagse beoefening der wiskunde. Geldt dat evenzo voor de Geschiedenis der Natuur­wetenschappen?
Dat vak wordt beoefend door dr. Emerson Thomas McMullen [Georgia Southern University (GSU)]. Met zijn bachelordiploma in de Chemische Technologie en zijn masterdiploma’s in Technische Bedrijfskunde en Geschiedenis & Filosofie der Natuur­wetenschappen heeft hij zeker recht van spreken. Maar hij is tevens gegrepen door de ideeën van het Creationisme en Intelligent Design. Hem wordt nu verweten dat hij die geloofsopvattingen op college presenteert alsof het wetenschappelijke hypothesen zijn, op gelijke voet met de evolutietheorie van Darwin. Mag hij het tegenover zijn studenten doen voorkomen dat deze ideeën méér zijn dan vóórwetenschappelijke dwalingen? Volgens zijn opponenten heeft dat geen pas in een weten­schappelijke behandeling van de Geschiedenis der Natuurwetenschappen. Volgens hen tracht hij zijn geloofsopvattingen ex cathedra te verbreiden en maakt hij zodoende misbruik van zijn positie als docent aan een openbare universiteit. Een extra probleem is dat McMullen ook betrokken is bij het onderwijs in de World History, dat iedere jongerejaars GSU-student verplicht is te volgen. Daar presenteert hij eveneens zijn creationistische ideeën.
Bron: Inside HigherEd (26/11/2014), The George-Anne (5/11/2014)

Criminalisering van ongewenst gedrag

Wes Holleman | 24-11-2014 | permalink

De 17-jarige leerling Antonio heeft alcohol gedronken op school. Dat is in strijd met de schoolregels en hij heeft dus een disciplinaire straf te duchten. Maar in de Verenigde Staten is minderjarig bezit en gebruik van alcohol in sommige gevallen ook een misdrijf. Mag de Staat hem dus vervolgen? Dat hangt ervan af, concludeert het Supreme Court van de staat New Mexico: je mag de strafrechtelijke procesregels van de Staat niet zomaar met de tuchtrechtelijke procesregels van de school vermengen.
Antonio werd door twee leraren bij de conrectrice opgebracht omdat het leek alsof hij onder invloed was. De conrectrice haalde de Deputee (een agent van de schoolpolitie) erbij en begon haar verhoor. Antonio bekende, want hij wist dat open­hartigheid tot een lagere disciplinaire straf kon leiden. Daarop riep zij de assistentie van de Deputee in om een blaastest af te nemen. Met die test werd het vermeende alcoholgebruik bevestigd. Tot zover verliep de procedure vlekkeloos: de conrectrice kon nu een disciplinaire straf opleggen. Maar vervolgens zette de Deputee zijn strafrechtelijke pet op. Hij nam het verhoor over en begon uiteraard met de reglementaire Miranda Warning: je hebt het recht om te zwijgen en al wat je zegt kan strafrechtelijk tégen je gebruikt worden. Dit gehoord hebbende, hield Antonio de lippen stijf op elkaar: hij wenste niet mee te werken aan het leveren van strafrechtelijk bewijs tegen zichzelf.
Het Supreme Court heeft onlangs gevonnist dat de jeugdrechter Antonio’s aanvankelijke bekentenis niet tégen hem mag gebruiken. De conrectrice heeft hem immers niet op zijn Mirandarechten gewezen en evenmin heeft hij vóór het afleggen van zijn bekentenis verklaard dat hij van die rechten afzag. Dat komt ervan wanneer een school de over­treding van schoolregels criminaliseert, de politie erbij roept, en de tucht- en strafrechtelijke spelregels door elkaar hutselt.
Bron: Education Week (24/10/2014), Supreme Court New Mexico (vonnis 23/10/2014), The Guardian (9/1/2012)

De aanval op een Teaching Assistant

Wes Holleman | 23-11-2014 | permalink

Het U.S. Supreme Court heeft onlangs beslist dat het homohuwelijk in Wisconsin moet worden toegestaan, maar één op de drie kiezers is er fel op tegen. Deze controverse verdeelt ook de gemoederen binnen de rooms-katholieke Marquette University. LGBT-studenten zijn er van harte welkom, maar same-sex marriage is voor vele docenten en studenten een brug te ver. Twee weken geleden schreef John McAdams (hoofddocent Politicologie) bijvoorbeeld een giftig stuk op zijn blog Marquette Warrior. Hij nam een PhD-studente Filosofie op de korrel, die als Teaching Assistant (TA) een scheve schaats zou hebben gereden in haar werkcollege van de undergraduate cursus Theory of Ethics. Op de website van Inside HigherEd wordt het hele verhaal uit de doeken gedaan.
De TA behandelde een stelling uit de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls: de Staat moet de vrijheden van zijn burgers niet beknotten zolang de vrijheden van andere burgers niet geschaad worden. Kunnen jullie voorbeelden noemen van wat Rawls bedoeld heeft? Student X opperde: als homo’s niet met elkaar mogen trouwen? Okay, zei de TA, dat lijkt me een goed voorbeeld, maar misschien hebben jullie nog andere voorbeelden? Ze had duidelijk geen zin om de rest van de werk­collegesessie aan dit hete roomse hangijzer te spenderen, inzake het heilige sacrament van het huwelijk en het gezin als hoeksteen van de samenleving. Na afloop van het werkcollege sprak student Y haar daarop aan. Zij verdedigde haar handelwijze onder meer met het argument dat een dergelijke discussie zou kunnen uitmonden in kwetsende uitlatingen jegens eventueel aanwezige LGBT-studenten. Het gesprekje werd abrupt beëindigd toen haar bleek dat student Y stiekem de microfoon van zijn smartphone had openstaan. En inmiddels is duidelijk geworden dat Y, kennelijk een conservatieve actievoerder, zijn geluidsopname aan geestverwant McAdams heeft doorgespeeld om de linkse machinaties van die verdomde liberals aan de kaak te stellen. En deze publiceerde op basis van de geluidsopname een giftig stuk om de Teaching Assistant mores te leren. Welke mores eigenlijk?
Lees verder … (PDF)