Jonge mantelzorgers (II)

Wes Holleman | 18-11-2014 | 1 Reactie » | permalink

Moeder Irma is aan een rolstoel gekluisterd. Ze lijdt aan Multiple Sclerose (MS). Het gezin woont in een dorp op zo’n zeven kilometer afstand van Doetinchem. Vader werkt in Duitsland en maakt lange dagen. Het gezin telt twee dochters. De oudste studeert en woont in Utrecht. De jongste is zeventien en zit nog op school. Vader en dochter doen hun best om moeder Irma te ondersteunen en het huishouden draaiende te houden. Daarnaast krijgt het gezin hulp van anderen: tante kookt het diner, een nichtje helpt met de was, een vriendin assisteert elke week met fysiotherapie, en via de AWBZ komt er drie uur per week een werkster. Maar dat laatste gaat per 1 januari veranderen door de decentralisatie en bezuiniging op de zorg. Onlangs lag er een brief van de gemeente Montferland op de mat: de huishoudelijke hulp wordt geschrapt. Irma is geschokt, te meer daar de Gemeente niet gecheckt heeft hoe het met de belastbaarheid van vader en dochter gesteld is.
Wat moeten we aan met zo’n verhaal? Als buitenstaanders kunnen we niet beoordelen hoe hoog de nood is in dit concrete geval. Zijn vader en dochter, gezien hun eigen tijdsbudget, in staat het wegvallen van de werkster op te vangen? Heeft vader de financiële middelen om zelf een werkster te bekostigen? Of moet dochterlief een baantje nemen om het gezinsinkomen aan te vullen?
Die vragen blijven hier onbeantwoord, maar onderwijsinstellingen kunnen wel een algemene conclusie trekken. Ze trachten rekening te houden met het feit dat sommige scholieren en studenten te kampen hebben met persoonlijke omstandigheden waardoor ze niet fulltime aan hun school- of studieverplichtingen kunnen voldoen. Ze zijn er bijvoorbeeld op bedacht dat sommigen door eigen functiebeperking of chronische ziekte gehandicapt worden in hun school- en studieloopbaan. Daar­naast zijn er scholieren en studenten die de zorg hebben voor eigen kinderen en die dus gehandicapt worden door hun ouderlijke zorgplicht. Maar door het nieuwe overheidsbeleid inzake ‘De Parti­cipatiesamenleving’ vraagt nu ook een derde probleem de volle aandacht. Onderwijs­instellingen moeten er, meer dan voorheen, op bedacht zijn dat sommige scholieren en studenten in hun school- en studieloopbaan gehandicapt worden door hun zorgplicht jegens gezins- of familieleden.
Bron: De Stentor 7/11/2014; Montferlandnieuws 3/11/2014; Jonge mantelzorgers (I) (17/11/2013); Topberaad Arbeid en Zorg (11/7/2013).

Burgerschapsvorming in Engeland

Wes Holleman | 17-11-2014 | 1 Reactie » | permalink

In juni heeft het Engelse Ministerie van Onderwijs initiatieven genomen om de Minister de bevoegdheid te geven de overheidsbekostiging te beëindigen als scholen in strijd met de uitgangspunten van de burgerschapsvorming handelen (The Guardian 19/6/2014). Als principe geldt dat scholen ‘the fundamental British values of democracy, the rule of law, individual liberty and mutual respect and tolerance of those with different faiths and beliefs’ moeten uitdragen. Dat is nogal wat, dat een overheidsinstantie (behorend tot de Uitvoerende Macht) in concreto zou mogen vaststellen wat de fundamentele waarden van de Britse natie zijn en dat zij scholen tot de orde mag roepen als ze naar haar inter­pretatie waarden uitdragen die daarmee in strijd zijn.
Inmiddels heeft het Ministerie een consultatie van het maatschappelijke middenveld georganiseerd, maar die heeft niet tot aanpassingen geleid. Dat blijkt uit een brief die de schoolbesturen onlangs op de mat kregen. In The Guardian (11/11/2014) wordt gereageerd door de directeur van een vrijzinnig-protestantse Quaker-school. Oproep tot religieuze verdraagzaamheid is de Quakers uit het hart gegrepen, maar op het punt van wetsgetrouwheid hanteren ze een genuanceerd standpunt (nr.35): ‘Respect the laws of the state but let your first loyalty be to God’s purposes. If you feel impelled by strong conviction to break the law, search your conscience deeply.’ Ze hebben een pacifistische wereldbeschouwing en onderscheidden zich in de 19e-eeuwse strijd tot afschaffing van de slavernij.

Immorele didactiek: de film Whiplash

Wes Holleman | 16-11-2014 | 1 Reactie » | permalink

Sinds deze week draait de film Whiplash in de bioscoop. Regisseur Chazelle schetst een ensembleklas in een conservatorium. De aanstaande jazzmusici moeten de kneepjes van het vak leren. Maar de film gaat vooral over vakdidactiek en onderwijs­ethiek: hoe breng je excellente leerlingen tot topprestaties? De gedreven docent heeft zichzelf ten doel gesteld jaarlijks minstens één topmusicus op de markt te brengen. Alleen de beste studenten worden tot zijn ensembleklas toegelaten en wie steken laat vallen, vliegt er meteen uit. So far so good.
De docent beantwoordt geenszins aan het ideaal van een geduldige, liefdevolle leer­meester. Hij hanteert als didactisch principe dat hij in de bejegening van zijn leerlingen de hartvochtigheid van de arbeidsmarkt moet representeren. Het beste is voor hem niet goed genoeg. Hij gedraagt zich als een verschrikkelijke bullebak, want topmusici moeten eelt op hun ziel hebben. Weet je waardoor Charlie Parker zo goed is geworden? Doordat Papa Jo Jones in blinde woede een bekken naar zijn hoofd slingerde. De docent tracht bij zijn leerlingen agressie tegen zijn persoon op te roepen, in de hoop dat zij wraak nemen: niet tegen zijn persoon maar tegen het laatste restje ‘JanSalie-geest’ dat hij hun toedicht. De docent deinst er zelfs niet voor terug zijn leerlingen slinkse poetsen te bakken: in zijn survival camp worden welbewust gemene booby-traps ingebouwd. De film eindigt met een enerverend coda: zal deze immorele, resultaatgerichte didactiek tot de gewenste uitkomst leiden? Maar een andere vraag is of dergelijke destructieve didactiek niet tot zelf­destructie van de docent leidt.

Sinterklaas als werkgever

Wes Holleman | 11-11-2014 | 3 Reacties » | permalink

Vandaag, dinsdag 11 november te 18 uur, wordt op NPO-3 de eerste aflevering van het Sinterklaasjournaal uitgezonden en vanaf morgen haken de basisscholen daarop in, met behulp van het bijgeleverde Lespakket. Welke ethische grenzen nemen zij daarbij in acht?
1. Het traditionele profiel van Sint Nicolaas heeft vier componenten: een moreel hoog­staande goedheiligman, een wijze oude man, een vitale ruiter, en werkgever van één of meer Zwarte Pieten. Als een basisschool recht wil doen aan de traditie, zal zij dat profiel hooghouden.
2. Vanuit hun beroepsethiek rekenen leerkrachten het tot hun plicht als rolmodel jegens hun leerlingen op te treden. Uit dien hoofde zullen zij Sint Nicolaas in woord en geschrift de eer betonen die hem krachtens zijn traditionele profiel toekomt. Dat geldt óók voor de wijze waarop zij diens rol als werkgever interpreteren. Daartoe kunnen basisscholen de volgende uitgangs­punten kiezen.
2.1 De Sint voert een wijs personeelsbeleid: hij laat zich omringen door één of meer capabele medewerkers, die tegen hun taak zijn opgewassen. Gezien het traditionele functieprofiel van Zwarte Piet (lenige man van Moorse origine) komen uitsluitend lenige mannen met een zwarte, bruine of beige huidskleur voor de functie in aanmerking.
2.2 De Sint gaat respectvol met zijn medewerkers om, zoals een eigentijdse, moreel hoog­staande werkgever betaamt.
2.3 De Sint is wars van discriminatie. Hij behandelt zijn gekleurde medewerkers niet anders dan hij blanke medewerkers zou hebben behandeld. En hij laat niet toe dat derden zich daaraan schuldig maken.
2.4 De Sint ziet erop toe dat zijn medewerkers in representatieve dienstkleding gehuld zijn. Ook tolereert hij geen vernederende uitdossing, zoals een geschminkt Blackface (c.q. Brownface), rode lippenstift, koddige zwarte pruik of achterlijke oorsieraden.
2.5 De Sint bejegent hen dus zoals van een goed werkgever jegens geëmancipeerde, capabele medewerkers verwacht mag worden. Omgekeerd verlangt hij van zijn Pieten dat zij zich, ook bij het vertoon van hun talenten, waardig gedragen en zich niet als clown of dommerik voordoen.
2.6 De Sint vindt het vermakelijk als kinderen zich als Zwartepietjes verkleden en roet­vegen op hun gezicht aanbrengen, maar denigrerende imitaties (zoals Blackface- c.q. Brownface) zijn hem een doorn in het oog.
Zie ook: Verlanglijst van een rasechte Zwarte Piet (30/10/2014)

Bundesfinanzhof: studiekosten aftrekbaar?

Wes Holleman | 09-11-2014 | permalink

Volgens de hoogste belastingrechter in Duitsland behoren studiekosten van beroeps­opleidingen aftrekbaar te zijn voor de inkomstenbelasting, ook al is men nog niet in het beroep werkzaam (Persbericht 5/11/2014). In 2011 is een wet ingevoerd om daar een stokje voor te steken, maar het Bundesfinanzhof heeft nu aan het Bundes­verfassungs­gericht verzocht om te toetsen of die wet niet in strijd met de grondwet is.
Het Nederlandse rechtsbestel erkent de mogelijkheid van rechterlijke toetsing aan internationale verdragen, maar niet aan de nationale Grondwet. Wel heeft het Parlement, en vooral de Eerste Kamer (la chambre de reflection), tot taak wetsontwerpen aan de Grondwet te toetsen. En dat geldt dus ook voor artikel V van het Wetsontwerp Studie­voorschot H.O., dat over het voorkomen van ‘fiscale weglek’ gaat. In 2001 was de aftrekbaarheid van de rentelasten van studieleningen reeds afgeschaft.

Basisbeurs exit: ingediende amendementen

Wes Holleman | 04-11-2014 | 5 Reacties » | permalink

De afschaffing van de basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs wordt in plenaire zitting door de Tweede Kamer behandeld op dinsdag 4 november (vanaf 16:20 uur) en woensdag 5 november (vanaf 16:30 uur). Als ik het goed begrijp zijn tot nu toe de volgende amendementen ingediend:
#50 ipv #10. Carola Schouten (CU): studenten die een meerjarige masteropleiding volgen, worden gecompenseerd door kwijtschelding van een deel van hun studieschuld.
#51 ipv #11. Carola Schouten (CU): uitwonende studenten die door functiebeperking in hun studie vertraagd raken, worden gecompenseerd door kwijtschelding van (niet 1200 euro maar) 3300 euro van hun studieschuld.
#19. Jasper van Dijk (SP): studenten die momenteel een bacheloropleiding volgen, behouden hun prestatiebeurs bij doorstroming naar een masteropleiding (conform het advies van de Raad van State).
#52 ipv #20. Jasper van Dijk (SP): studenten die een méérjarige masteropleiding volgen, worden gecompenseerd door kwijtschelding van een deel van hun studieschuld.
#53 ipv #21. Jasper van Dijk (SP): studenten die door bijzondere omstandigheden (zoals functiebeperking) in hun studie vertraagd raken, worden gecompenseerd door verlenging van de prestatiebeurs en kwijtschelding van een deel van hun studieschuld.
#54 ipv #22. Jasper van Dijk (SP): student-bestuurders idem (zie #21).
#55 ipv #23. Jasper van Dijk (SP): topsporters idem (zie #21).
#24. Mohammed Mohandis c.s.: draagkrachtige schuldenaren lossen maandelijks minimaal 5 euro (en niet minimaal 45 euro) van hun studielening af.

Gratis studiepunten voor topsporters

Wes Holleman | 03-11-2014 | 4 Reacties » | permalink

De vestiging Chapel Hill van de openbare University of North Carolina staat sinds enkele weken aan de schandpaal. Achttien jaar lang zijn er gratis studiepunten verstrekt aan bachelorstudenten die uit de boot dreigden te vallen. Ze werden door hun studieadviseur naar de vakgroep African and Afro-American Studies (AFAM) verwezen. Vooral door de studieadviseurs van het Academic Support Program for Student-Athletes werd deze route veelvuldig bewandeld. Topsporters krijgen allerlei faciliteiten, want ze brengen de universiteit veel geld in het laatje, maar ze moeten per semester een bepaald academisch cijfergemiddelde halen om aan de interuniversitaire competitie te mogen blijven deelnemen. Daar wringt de schoen. Het bureau van de vakgroep AFAM heeft het echt te bont gemaakt, zo blijkt uit het rapport dat een speciale enquêtecommissie onlangs heeft uitgebracht. Er werden, buiten de examencommissie om, ‘independent study classes’ zonder aanwezig­heids­verplichting aangeboden: je hoefde alleen maar een werkstuk in te leveren, en dat werd ongezien met een hoog cijfer beloond. Geen haan die er naar kraaide.
Kan zoiets ook in Nederland gebeuren? Misschien niet in die extreme vorm, maar elk land heeft zijn eigen beleidsideeën over wonderkinderen die speciale behandeling verdienen. In het Nederlandse hoger onderwijs is men tegenwoordig geneigd excellente studenten, student-ondernemers en topsporters in de watten te leggen. Door de universiteiten en hogescholen worden task-forces en ‘academic support programs’ opgetuigd om deze doelgroepen terwille te zijn. Het risico bestaat dat zij, verblind door nationale en eigen belangen, de deur openzetten voor arrangementen en coulances die, bezien vanuit een integer onderwijs- en examenbeleid, niet door de beugel kunnen.
Bron: Chronicle H.E. (23/10/2014)

Verlanglijst van een rasechte Zwarte Piet

Wes Holleman | 30-10-2014 | 4 Reacties » | permalink

1. Ik ben trots op mijn afkomst en laat niet met me sollen. Wij Pieten hechten aan ons negroïde, creoolse of Noord-Afrikaanse uiterlijk (zwart, bruin of beige). Aanvaard ons dan ook zoals we zijn: ongeschminkt, zonder lippenstift, zonder koddige pruik en achterlijke sieraden.
2. Ik vind het een eer tot het gevolg van Sinterklaas te mogen behoren. Verschil mag er wezen, maar ik wens niet respectloos en neerbuigend bejegend te worden. Ik voel me gekwetst wanneer wij, capabele medewerkers, als onmondige knechten worden weggezet.
3. Ik ga graag correct gekleed en weiger de lachwekkende clown uit te hangen. Ik prefereer een verzorgde rijbroek of pantalon, misschien een statige hoed en cape, maar in elk geval wil ik geen potsierlijke uitdossing van glimmend neptextiel, geen zwarte maillot, geen zwarte handschoenen.
4. Een schimmel begeer ik niet, maar een behoorlijk rijpaard komt me wel van pas, om de Goedheiligman op zijn tocht door het land te vergezellen.
5. Bij de Intocht ga ik dus het liefst te paard. Te voet kan ook, of in een volgboot of rijtuig, maar geef ons dan wat zinnigs te doen. De metgezellen van de Sint hebben vele talenten. Sommigen zijn bijvoorbeeld bedreven muzikanten of begenadigde dansers, en uiteraard hebben velen ook op sportief gebied hun sporen verdiend.
6. Mijn gevoel van eigenwaarde wordt aangetast wanneer ik me als achterlijke domkop moet voordoen. Ik spreek vloeiend Nederlands en Spaans, op school haalde ik goede cijfers en ik maak verzen als de beste. Het doet telkens weer pijn als mij die waardevolle kwaliteiten ontzegd worden.
Bron: Guitige Zwarte Domme Dienaar (20/10/2014)

De student centraal

Wes Holleman | 27-10-2014 | permalink

Carlos van Kan promoveerde vorig najaar op een proefschrift over de professionele normen en waarden van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs: welke criteria blijken zij te hanteren om te bepalen of hun handelen in het belang van de leerling is? Onlangs heeft hij, onder verantwoordelijkheid van het Expertisecentrum Beroeps­onderwijs (ECBO), een vervolgonderzoek onder mbo-docenten gepubliceerd. Hij komt op zes professionele ‘onderwijspedagogische visies’ op basis waarvan docenten in het mbo-3 en mbo-4 hun studentgerichte handelen kunnen evalueren en verantwoorden (in gesprek met zichzelf of met collega’s). Deze zijn tot op zekere hoogte gerelateerd aan de wettelijke taken van de mbo-sector: de kwalificatie voor een beroep, voor de deelname aan de maatschappij en voor de doorstroom naar vervolgopleidingen.
De twee rapportages raken de kern van de beroepsethiek van onderwijsgevenden. Professionals stellen de belangen van hun cliënt centraal, maar bij de concretisering daarvan staan ze voor de uitdaging zich rekenschap te geven van de verschillende gezichtspunten die kunnen worden gekozen om het cliëntbelang te definiëren en inter­preteren.
Overigens is de leerling/student volgens mij weliswaar de belangrijkste maar niet de enige cliënt van leraren of docenten. Als mede-opvoeder rekenen leraren ook de ouders tot hun cliëntsysteem en als werknemer verlenen zij diensten aan hun onderwijsinstelling. Er wordt dus van hen verwacht de belangen van deze stakeholders in het oog te houden, ook al zullen die niet altijd met de belangen van de leerling/student samenvallen. Verder stuiten zij, als lid van het onderwijsteam (en van de beroepsgroep van onderwijs­gevenden), op de belangen van collega’s. En als ‘producent’ van gediplomeerden hebben ze tevens rechtstreeks met de belangen van het afnemende veld en van de maatschappij te maken.
Bij het evalueren en verantwoorden van hun professionele handelen kunnen leraren/docenten niet om die andere partijen heen. Zij zullen dus niet alleen opvattingen over de belangen van de leerling/student in de beschouwing betrekken maar ook opvattingen over de belangen van de ouders, van hun onderwijsinstelling, van hun collega’s, van het afnemende veld en van de maatschappij. Bovendien kunnen ze visies op hun gerechtvaardigde eigenbelang meewegen. Deze academische kanttekening lijkt mij nodig om de waardevolle onderzoeksresultaten van Carlos van Kan te positioneren binnen de professionele beslissingsruimte van docenten.

Wie wil 15 procent Engels op de basisschool?

Wes Holleman | 26-10-2014 | 3 Reacties » | permalink

De openbare basisschool Passe-Partout (Rotterdam-Alexander) dingt mee naar het nationale predicaat Excellente School 2014. Wat heeft zij te bieden? Als Minervaschool biedt zij speciale faciliteiten voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. Als EarlyBird-school is zij één van de dertien scholen die participeerden in het Pilotproject 15% Vroeg Vreemdetalenonderwijs (vvto), terwijl zij de groepen 1 en 2 sinds dit schooljaar zelfs 30% van de lestijd in de Engelse taal onderdompelt. En zij profileert zich als een opleidings­school: meer dan 70% van haar abituriënten krijgt een vwo- of havo-advies, mede dankzij vakantiescholen voor risicoleerlingen. Al met al is haar aanbod afgestemd op goed­opgeleide ouders en niet op kinderen die met een achterstand in de Nederlandse taal te kampen hebben.
Passe-Partout valt onder het bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR), dat 62 reguliere basisscholen onder zijn hoede heeft. Om de aantrekkelijkheid van de scholen (mede voor goedopgeleide autochtone ouders) te behouden, heeft het bestuur het vvto-concept Early Bird ontwikkeld. Dit soort internationalisering is inmiddels door 26 BOOR-scholen ingevoerd (dat is 42% van de 62 basisscholen). Ook alle vier de openbare Minervascholen hebben Early Bird omarmd. Hetzelfde geldt voor negen klassieke vernieuwingsscholen (dalton, jenaplan, montessori) die onder het schoolbestuur vallen; van dergelijke scholen is bekend dat ze, gewild of ongewild, weinig aantrekkingskracht op allochtone ouders uitoefenen.
Het ministerie heeft een wetsvoorstel ingediend dat basisscholen de mogelijkheid geeft 15% van de lessen in het Engels te geven. In een vorig blogbericht wees ik op het risico dat leerlingen met een taalachterstand in het Standaardnederlands door een dergelijke onderwijsopzet belemmerd worden hun achterstand in te lopen. Maar hier doemt een tweede risico op: door dit wetsvoorstel krijgen ‘witte’ basisscholen een vrijbrief om, met behulp van de spelregels van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs, aspirant-leerlingen te weren die met een taalachterstand Nederlands te kampen hebben.
Lees verder … (PDF)