Guitige Zwarte Domme Dienaar

Wes Holleman | 20-10-2014 | 11 Reacties » | permalink

We waren het roerend met elkaar eens op de roomblanke verjaarsvisite: die hetze tegen Zwarte Piet is belachelijk. Premier Rutte had volkomen gelijk (18/10/2013, 14″). Totdat één van de roomblanke ouders het voor zijn chocoladebruine dochtertje opnam. In de weken vóór 5 december wordt zij door klas- en schoolgenoten voor ‘Zwarte Piet’ uit­gemaakt. Dat vindt zij niet prettig. Maar zij voelt zich vooral verdrietig en gekwetst als ze haar plagerig ‘Domme Piet’ noemen. Dat hebben ze van TV geleerd: de Goedheilig­man is statig en wijs en zijn knecht is guitig en dom. Daar werd ons roomblanke verjaars­gezelschap toch een beetje verlegen van.
Vorige week kwam de nationale Pietendiscussie in een drievoudige stroomversnelling. De Nationale Ombudsman oordeelde dat de negroïde actievoerders niet gearresteerd hadden mogen worden, toen ze bij een vorige televisie-intocht met het T-shirt ‘Zwarte Piet is Racisme’ rondliepen. Bij de Raad van State diende het hoger beroep van laissez-faire burgemeester Van der Laan tegen het multiculturele rechtbankvonnis. En het College voor de Rechten van de Mens behandelde de klacht van een moeder tegen de weigering van de basisschool om die oliedomme Piet uit het schoolprogramma te verwijderen.
We moeten nu afwachten hoe de metgezellen van de Sint in de komende editie van het Sinterklaasjournaal zullen worden uitgebeeld. De eerste aflevering van dit alom bekeken TV-programma is op 10 [of 11?] november. In 2013 waren ze nog even zwart, guitig, onderdanig en dom als we sinds jaren gewend zijn. Indien anchor lady Dieuwertje Blok die koers handhaaft, kunnen de scholen en gemeenten daar moeilijk omheen. Waarom neemt ze de suggestie van premier Rutte niet over (23/3/2014)? Zijn creoolse vrienden op de Antillen doen het gewoon naturel, die hebben geen schmink of pruik nodig.

Burgerschapsvorming in Amerika

Wes Holleman | 19-10-2014 | 1 Reactie » | permalink

Monica Pompeo volgde een cursus Filmwetenschap aan de openbare University of New Mexico, maar die heeft ze niet kunnen voltooien. In een paper sprak ze zich namelijk kwetsend over lesbische vrouwen uit. De cursus ging over ‘Beelden en beeldenstormers rond de voorstelling van man en vrouw’ en in haar schrijfopdracht moest ze de baanbrekende lesbische film Desert Hearts analyseren. Eén van de hoofdpersonen liet zich, aldus schreef Monica, met haar onherbergzame/steriele schoot (barren womb), door een verdorven/tegennatuurlijke aantrekkingskracht (perverse attraction) tot personen van het eigen geslacht leiden. De docente vond deze kwalificaties opruiend en kwetsend tegenover lesbische vrouwen. Zij weigerde haar paper te beoordelen en gaf haar te verstaan dat ze de cursus beter kon verlaten.
Monica liet het er niet bij zitten en spande een proces tegen de Universiteit aan omdat haar vrijheid van meningsuiting zou zijn geschonden. Onlangs heeft de rechter haar klacht ontvankelijk verklaard. Hij verwierp de stelling van de Universiteit dat zij uit hoofde van haar vormingsopdracht in redelijkheid grenzen mag stellen aan de uitingsvrijheid van cursusdeelnemers. Het wachten is nu op het vonnis: zijn Monica’s grondwettelijke rechten geschonden?
Bron: Huffington Post 16/10/2014, Albuquerque Journal 16/10/2014

Tentamenboete

Wes Holleman | 15-10-2014 | 1 Reactie » | permalink

De studentenorganisaties ISO en LSVb gaan akkoord met een administratieve boete van 20 euro voor studenten die zich te laat voor hun tentamen aanmelden. Dat hebben ze met de universiteiten en hogescholen (VSNU en VH) afgesproken. De minister toonde zich gisteren op het Vragenuurtje geneigd dergelijke tentamenboetes te gedogen zolang het akkoord niet met een wetswijziging gelegaliseerd is. Blijkbaar onderkent niemand dat de tentamenboetes in een patroon passen: om hun tentamen­kosten te drukken, trachten onderwijsinstellingen het recht op herkansing zoveel mogelijk te beperken. Late aanmelding wordt bijvoorbeeld in de hand gewerkt door de regel dat ‘gedurende de periode waarin aanmelding voor een tentamen mogelijk is, terugtrekking op dezelfde wijze (is) toegestaan’ (Rechten Leiden) en dat men zich daarna behoudens overmacht niet meer mag terugtrekken (BMW Leiden). Het restrictieve herkansingsbeleid van een opleiding wordt gearrangeerd in de Examenregeling (OER) en in de nadere Regels & Richtlijnen van de examencommissie. Een bloemlezing:
(a) per studiejaar mag je slechts [n] vakken herkansen;
(b) tentamens (c.q. herkansingen) worden vóór de zomervakantie afgenomen;
(c) per vak heb je jaarlijks slechts 2 gelegenheden om het tentamen af te leggen;
(d) de 2e gelegenheid vervalt, als je van de 1e geen gebruik hebt gemaakt;
(e) idem, als jouw tentamencijfer bij de 1e gelegenheid lager dan [4? 5?] was;
(f) idem, als jouw onderwijsdeelname onder de maat is geweest;
(g) je moet je uiterlijk [10?] dagen vóór de tentamendatum aanmelden;
(h) als je de deadline ad (g) overschrijdt, ben je een tentamenboete verschuldigd;
(i) de 2e gelegenheid vervalt, als je jouw aanmelding bij de 1e niet gestand doet;
(j) idem, als je jouw aanmelding pas ná de deadline ad (g) geannuleerd hebt;
(k) als je je recht op herkansing verbruikt hebt, moet je het hele vak doubleren.

Wat is academische vrijheid (III)?

Wes Holleman | 13-10-2014 | permalink

In een vorig blogbericht heb ik academische vrijheid gedefinieerd als de professionele ruimte die docenten en onderzoekers in het hoger onderwijs nodig hebben om hun taken en verantwoordelijkheden te vervullen. Maar Cary Nelson werpt dan een volgende vraag op (Inside HigherEd 10/10/2014). Mag het instellingsbestuur grenzen stellen aan de vorm waarin docenten en onderzoekers zich uiten? Hij doelt op een soort fatsoensclausule (civility clause): je mag zeggen wat je wilt, maar je moet het wel op een beschaafde manier doen. Academische vrijheid is bedoeld om te waarborgen dat docenten en onderzoekers (en studenten!) ongehinderd kunnen participeren aan een constructieve dialoog. Het is dan ook de taak van de instellings­bestuurders destructieve uitingsvormen aan de kaak te stellen. ‘(…) Does unrestrained antagonism make for the best learning environment? Does it advance knowledge in the way higher education is pledged to do? Does it train students to evaluate evidence dispassionately? Does it prepare students to participate productively in public life? Does it help students learn that it is possible, indeed preferable, to be zealous in advocating a point of view without vilifying or trying to silence those who differ?’
Cary Nelson was tot 2012 president van de American Association of University Professors (AAUP). Blijkens bovenstaande retorische vragen bepleit hij een beroepsethiek waarin docenten en onderzoekers voor zichzelf binnen hun professionele ruimte zekere grenzen stellen aan de vorm waarin zij zich uiten. De inhoud hoeft niet academisch te zijn maar qua vorm moet een professioneel decorum in acht worden genomen. Instellings­bestuurders moeten medewerkers er ook van doordringen dat ze als rolmodel voor studenten fungeren. De aldus begrensde academische vrijheid behoort volgens Nelson tot de kernwaarden van een instelling van hoger onderwijs.
Maar het instellingsbeleid moet onderscheid maken tussen ethiek en recht. Zeker in de Amerikaanse verhoudingen behoren de bestuurders van openbare onderwijsinstellingen recht te doen aan de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. ‘Faculty members and students share with all Americans the right to indulge in uninformed and intemperate speech.’ Wat de vrijheid van meningsuiting betreft, past het hogeronderwijs­instellingen niet, aldus Nelson, onethisch gedrag met bestuurlijke verbodsbepalingen te bestrijden.
Zie ook eerdere blogberichten: 9/10/2014, 2/1/2014, 4/2/2013, 3/12/2012, 2/11/2010, 25/7/2010

Het bioritme van de middelbare scholier

Wes Holleman | 12-10-2014 | 4 Reacties » | permalink

Van volwassen hoofdarbeiders wordt niet verlangd dat ze elke ochtend om 5 uur uit de veren komen om klokslag 7 uur fris en vrolijk aan het werk te gaan. Dat past niet in hun bioritme: pas vanaf acht uur zijn zij tegen gedegen hoofdarbeid opgewassen. Maar volgens moderne neurowetenschappers hebben teenagers nóg meer hersteltijd nodig voordat ze tot optimale hoofdarbeid in staat zijn: door hun ingebouwde biologische klok komen ze pas tegen middernacht tot rust en eigenlijk zijn ze pas tegen tien uur ’s ochtends gereed om gedegen schoolarbeid te verrichten.
In Engeland is het project Teensleep gestart om gewijzigde schooltijden te beproeven: halen 14- tot 16-jarigen betere examencijfers met een rooster van tien tot vier, vergeleken met middelbare scholieren die tussen acht en negen met hun eerste les beginnen? Ook gaat men in het project Fit to Study de Lichamelijke Oefening op school intensiveren: halen middelbare scholieren in de leeftijdsklasse van 12 tot 13 jaar betere cijfers als ze zich wekelijks netto 120 minuten in het zweet gymmen (gedurende drie lesuren van elk veertig minuten time-on-task)?
De uitkomsten van het project Teensleep komen in 2018 beschikbaar. Ze zijn niet alleen interessant voor middelbare scholen, maar ook voor het Haagse Ministerie van Infra­structuur. In het kader van het beleidsprogramma Beter Benutten tracht men namelijk de verkeers- en vervoersstromen in de spits te reduceren.
Bronnen: New research to investigate if neuroscience can improve teaching and learning in schools (9/10/2014); BBC News 9/10/2014.

Wat is academische vrijheid (II)?

Wes Holleman | 09-10-2014 | 1 Reactie » | permalink

Academische vrijheid is verwant met de vrijheid van meningsuiting, maar dan toegespitst op docenten en onderzoekers in het hoger onderwijs. Academische vrijheid verwijst naar de professionele ruimte die zij nodig hebben om hun professionele taken en verantwoordelijkheden te vervullen. Stanley Fish (2014) maakt zich boos over misbruik van de academische vrijheid. Volgens hem claimen sommigen méér professionele ruimte dan ze (gezien hun taken en verantwoordelijkheden) nodig hebben. Hij bepleit academisering in plaats van politisering van het discours in het Amerikaanse hoger onderwijs. Stanley Fish stelt ons dus voor de uitdaging: schep duidelijkheid over de professionele taken en verantwoordelijkheden van docenten en onderzoekers in het Nederlandse hoger onderwijs en over de professionele ruimte die zij nodig hebben om deze te vervullen.
Lees verder … (PDF)

Selectie bij de overgang van PO naar VO

Wes Holleman | 05-10-2014 | 7 Reacties » | permalink

Volgens het Toetsbesluit Primair Onderwijs (13/6/2014) mogen reguliere middelbare scholen voortaan geen psychologische tests afnemen om aspirant-leerlingen te selecteren op bijvoorbeeld intelligentie, sociaal-emotionele ontwikkeling of motivatie. Ze moeten hun toelatingsbeslissing baseren op het Onderwijskundig Rapport dat door de basisschool is aangeleverd. De twee kernelementen van dit rapport zijn het Schooladvies dat de leerkrachten uiterlijk 1 maart afgeven en het Leerlingrapport betreffende de uitkomsten van de Eindtoets Basisonderwijs. Gezien het feit dat deze ‘CITO-scores’ voortaan pas half mei beschikbaar komen, wordt verwacht dat de nieuwe school zich bij het nemen van haar toelatingsbeslissing vooral door het Schooladvies zal laten leiden. Overigens mag de basisschool haar Schooladvies alsnog ophogen als in mei blijkt dat sommige leerlingen beter gescoord hebben dan zij in in eerste instantie verwacht had.
In het voortgezet onderwijs is men niet blij met deze wettelijke beperking van het instrumentarium dat bij de toelatingsselectie gebruikt mag worden. Daar komt bij dat de privacy van basisscholieren sinds 2012 beschermd wordt door het Besluit Uitwisseling Leer- en Begeleidingsgegevens: in aanvulling op het Schooladvies en de uitkomsten van de Eindtoets mogen slechts vijf soorten gegevens via het (digitale) Onderwijskundig Rapport aan de nieuwe school worden doorgegeven. Weliswaar kan de nieuwe school op basis van die bijgeleverde gegevens (bv. uit het Leerlingvolgsysteem) al heel wat over risicoleerlingen te weten komen, maar zij kan niet voorkomen dat het Schooladvies van sommige leerlingen te rooskleurig uitvalt en dat de aldaar gewekte verwachtingen dus niet kunnen worden waargemaakt.
Met de Waterlandse Overstap hebben sommige middelbare scholen een strategie ont­wikkeld om dit probleem te ondervangen. Men tracht de basisschool ertoe te bewegen via psychologische tests aanvullende gegevens te verzamelen waarop zij haar Schooladvies kan baseren. Aldus weet de nieuwe school het wettelijke verbod op het gebruik van eigen selectie-instrumenten te omzeilen. In zijn antwoord op Kamervragen (1/10/2014) acht de staatssecretaris deze constructie niet in strijd met de wet.
Maar gesteld nu dat die psychologische-testscores in het Onderwijskundig Rapport worden opgenomen. In dat geval kan de nieuwe school ook voorbijgaan aan het School­advies en haar toelatingsbeslissing rechtstreeks op die scores baseren. Daarbij kan zij zich beroepen op het wettelijk uitgangspunt dat het Schooladvies weliswaar leidend maar geenszins bindend is. Volgens de staatssecretaris is dat gebruik van psychologische-testscores in strijd met de strekking van de wet. Hij gaat echter niet op de fundamentele privacy-aspecten in: is de basisschool (in het licht van de Wet Bescherming Persoons­gegevens) überhaupt gerechtigd psychologische-testscores in het Onderwijskundig Rapport van iedere abituriënt op te nemen?
Bronvermeldingen en voetnoten

De film Alphabet

Wes Holleman | 29-09-2014 | 1 Reactie » | permalink

Vorig jaar bracht de Oostenrijker Erwin Wagenhofer zijn documentaire onderwijsfilm Alphabet uit. Sinds een dikke week draait hij in de Nederlandse bioscopen. Het is een maatschappijkritisch pamflet, gebaseerd op de ideeën van Ken Robinson. De verbeelding aan de macht, te beginnen in opvoeding en onderwijs. De regisseur waarschuwt tegen het oprukken van competitieve, test-driven onderwijssystemen, zoals dat van PISA-kampioen Shanghai, waar de leerlingen, op de rand van hun burn-out, alleen maar gehoorzame kunstjes leren. Hij vergelijkt hen met de Chinese plattelandskinderen voor wie dat onderwijs niet is weggelegd, maar die dan ook alle tijd hebben om zichzelf te vormen op het schoolplein. Meer in het algemeen bepleit de regisseur een onderwijsrevolutie die de leergierigheid en creativiteit van het kind tot uitgangspunt neemt in plaats van het disciplinerende keurslijf van de Kenniseconomie. Terloops wordt ook het vroeg vreemdetalenonderwijs op de korrel genomen: wie heeft in hemelsnaam bedacht dat onze continentale kleuters zo nodig Engels moeten leren?
De structuur van de film kan worden samengevat in een 2×2-tabel: het bestaande versus het gewenste onderwijssysteem en het bestaande versus het gewenste profiel van de jongvolwassenen die door het systeem worden afgeleverd. Het sterkst is de film in zijn kritiek op het bestaande onderwijssysteem en op de succesvolle, geborneerde yups die door het systeem worden voort­gebracht. Zo wordt bijvoorbeeld ook een kritische OECD-official (mr. PISA) opgevoerd die zijn kinderen nooit van z’n leven aan de schooldrill van Shanghai zou willen toevertrouwen (terwijl hij anderzijds bewondering heeft voor de klantgerichte toewijding van de leraren aldaar). De film geeft geen duidelijke antwoorden op de vraag hoe de ideale school er uit moet zien. De leerlingen moeten centraal staan en ze moeten met respect bejegend worden, maar verder komt het niet zo uit de verf. Naar mijn indruk droomt de regisseur over een kruising tussen de Werkplaats van Kees Boeke en de Vrije School à la Rudolf Steiner.

Nederlands en Engels op de basisschool

Wes Holleman | 28-09-2014 | 5 Reacties » | permalink

Kort na Prinsjesdag heeft staatssecretaris Dekker (VVD) een wetsvoorstel ingediend opdat basisscholen tweetalig onderwijs mogen verzorgen: in maximaal 15% van de lessen mogen ze Engels als instructietaal hanteren. Kinderen van groep 1 t/m 8 kunnen dus gemiddeld één dagdeel per week in een vreemde taal worden ondergedompeld, bijvoorbeeld in de vakken Aardrijkskunde of Geschiedenis. Inmiddels is zelfs een proef gestart om 30 tot 50% van de lessen in het Engels te verzorgen. In het wetsvoorstel zijn geen garanties ingebouwd om te voorkomen dat basisscholieren met een taalachterstand in het Standaardnederlands daarvan de dupe worden.
Lees verder … (PDF)

Basisbeurs exit: met twee afleidingsmanoeuvres

Wes Holleman | 24-09-2014 | 9 Reacties » | permalink

Op 22 september heeft de minister het wetsvoorstel ingediend waarmee de basisbeurs voor universitaire en hbo-studenten met ingang van het volgende studiejaar wordt afgeschaft. Zittende studenten houden echter hun recht op een basisbeurs, zelfs als ze omzwaaien naar een andere opleiding.
Kan de minister zware studentenprotesten verwachten? Ja, maar zij heeft twee afleidingsmanoeuvres in het wetsvoorstel ingebouwd. In de eerste plaats kondigt zij aan dat zittende universitaire studenten hun basisbeurs kwijtraken als zij over­stappen van de driejarige bachelor- naar de één- of tweejarige masteropleiding. De Raad van State vindt dat onredelijk. Waarom houdt zij voorlopig voet bij stuk? Zij hoopt vermoedelijk dat de studenten dáártegen te hoop lopen, waarna zij een ruimhartige concessie aan de alerte oppositie kan doen. Resultaat: opgetogenheid alom! In de tweede plaats laat zij nog even in het midden of er iets te doen valt aan de studiekosten voor twee- en driejarige masteropleidingen. Op die manier kan zij de goegemeente tijdens de behandeling van haar wetsvoorstel met een tweede ruimhartige geste verblijden. Maar met deze twee manoeuvres wordt de aandacht afgeleid van fundamentele vragen en knelpunten (zie ook hier en hier).
KNELPUNT I: Kinderen van minvermogende ouders worden ernstig gedupeerd. Weliswaar wordt hun ‘aanvullende’ beurs enigszins verhoogd, maar door het wegvallen van de basisbeurs (en het jaarlijks stijgende collegegeld) gaan ze er per saldo fors op achteruit.
KNELPUNT II: Er worden geen voorzieningen getroffen voor studenten die hun studie willen bekostigen door betaalde werkzaamheden naast hun studie. (a) Sinds enige jaren krijgen deeltijdstudenten in principe geen korting op het jaarlijkse collegegeld, ook al volgen ze jaarlijks slechts een deel van het voltijdse programma. (b) Er worden geen waarborgen geschapen dat iedere student desgewenst een (betaalbare) deeltijdopleiding kan volgen, terwijl de vraag naar deeltijd­onderwijs juist zal groeien ten gevolge van het wegvallen van de basisbeurs. (c) Evenmin worden er maatregelen genomen gericht op tempodifferentiatie binnen de reguliere opleidingen, zodat werkstudenten (waaronder student-ondernemers en betaalde student-assistenten) hun opleiding in een aangepast tempo kunnen doorlopen.