Diploma: inflatie en deflatie

Wes Holleman | 15-11-2015 | 1 Reactie » | permalink

Men spreekt van inflatie als waardepapieren steeds minder waard worden. Meestal denkt men daarbij aan de extrinsieke waarde voor de houder van het waardepapier: je kunt steeds minder kopen voor een briefje van honderd euro. Zo kan men ook van diploma-inflatie spreken. Dat is het verschijnsel dat men op de arbeidsmarkt steeds minder waarde toekent aan een bepaald diploma: voor de houders van het diploma daalt de kans om tegen redelijk salaris aan de bak te komen. Hierbij kunnen drie factoren in het spel zijn.
a) Het kwaliteitsniveau van de eindtermen: de diploma-eisen zijn gaandeweg verlaagd, hetgeen tot gevolg heeft dat de intrinsieke waarde van het diploma achteruit is gegaan.
b) Het kwaliteitsniveau van de gediplomeerden: misschien is er niks mis met het kwaliteits­niveau van de eindtermen, maar de overige kwaliteiten van de gediplomeerden zijn niet meer als vanouds.
c) De marktwaarde van de gediplomeerden: misschien is er niks mis met het kwaliteitsniveau van de eindtermen en van de gediplomeerden, maar de marktvraag naar gediplomeerden van het desbetreffende niveau is afgenomen in verhouding tot het aanbod.
In een periode van laagconjunctuur, zoals in de afgelopen zeven magere jaren, wint de derde factor (c) aan kracht. De werkloosheid is hoog, hetgeen tot lagere lonen kan leiden. Ook kunnen de bezitters van lagere door de bezitters van hogere diploma’s verdrongen worden op de arbeidsmarkt. De relatieve marktwaarde van lagere diploma’s zit in een dip. Voor onderwijsbestuurders kan het nu verleidelijk zijn de marktwaarde van gediplomeerden te verhogen door de ingangsselectie en diploma-eisen van opleidingen zwaarder te maken. Zij bestrijden de diploma-inflatie (c) door diploma-deflatie (m.b.t. de factoren a en b) te bewerkstelligen. Een deflatoir onderwijsbeleid betekent dat men de intrinsieke waarde van de gediplomeerden tracht te verhogen. De voornemens tot invoering van de Rekentoets passen in dit patroon. En in Folia (28/10/2015) behandelt HvA-docent Stefan Molenaars een ander voorbeeld van deflatoir onderwijsbeleid: de academisering van het hoger beroepsonderwijs.
Lees verder … (PDF)

Passend onderwijs in detentie

Wes Holleman | 09-11-2015 | 1 Reactie » | permalink

Wordt aan gedetineerde jongeren passend onderwijs geboden? In de USA laat dat nog veel te wensen over (Washington Post 5/11/2015), maar het is dan ook een zeer vlottende doelgroep: 30% zit in voorlopige hechtenis (meestal niet meer dan twee maanden) en eenmaal veroordeeld is de detentieduur doorgaans niet meer dan twaalf maanden.
Wat de Nederlandse situatie betreft, heeft Marleen Brunink (2013) in haar afstudeerscriptie uitgezocht wat jongeren te wachten staat als ze in de justitiële pipeline komen. Meer in abstracto biedt de Dienst Justitiële Inrichtingen een overzicht van de onderwijsfaciliteiten voor gedetineerde jongeren. Januari 2013 hebben de betrokken instanties een schets gepubliceerd hoe een ‘door­lopend onderwijstraject vóór, tijdens en na gesloten verblijf’ idealiter zou moeten worden ingericht, naar aanleiding van een onderzoeksrapport (2011) over de bestaande praktijk. En in de Zesde Voortgangsrapportage Passend Onderwijs (2/12/2014) heeft OCW een paragraaf aan dit onderwerp gewijd, in aansluiting op een advies (15/9/2014) van drie onafhankelijke deskundigen.

Privacy op school

Wes Holleman | 08-11-2015 | permalink

Is er geen geschreven regel waarin staat dat docenten de resultaten van hun leerlingen niet bekend mogen maken aan andere leerlingen, vraagt Droom­vangertje zich af (FOK 3/11/2015). Ja, die regels bestaan wel degelijk, maar ze zijn heel algemeen geformuleerd. Zo denkt men ten onrechte dat ze met name schriftelijke openbaarmaking via internet of intranet betreffen. Maar de wettelijke privacybescherming strekt zich tot elke vorm van openbaarmaking uit, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de ouders. Vanaf zestienjarige leeftijd is de toestemming van de leerling zelf vereist en vanaf achttien jaar mogen zelfs ouders niet zonder diens toestemming over schoolvorderingen geïnformeerd worden. Het meest informatief is het voorlichtings­rapport van Tina van der Linden (SURF 2012). Maar waarom laat het CPB, onze nationale privacywaakhond, het achterste van zijn tong niet zien? En waarom heeft de scholierenbond LAKS daarover geen bepalingen opgenomen in zijn Model-Leerlingenstatuut? Zelfs een algemene bepaling over de professionele geheim­houdingsplicht ontbreekt.
Zie ook: Privacy in 10 stappen (2015), Privacy in het mbo (2015), Onderwijs­ethiek.nl (3/2/2011, 1/6/2011)

Guy Fawkes Day

Wes Holleman | 05-11-2015 | 2 Reacties » | permalink

In Engeland wordt vandaag Guy Fawkes Day gevierd. Men spreekt ook wel van Bonfire Day, vanwege de patriottische vreugde­vuren die vanavond overal zullen oplaaien. Met die vreugde is niets mis, maar er worden ook levensgrote poppen verbrand die Guy Fawkes moeten voor­stellen: de rooms-katholieke samenzweerder die op 5 november 1605 het Hogerhuis wilde opblazen als aanzet tot een revolutie tegen het anglicaanse bewind van koning James. De aan­slag werd verijdeld en de samenzweerders werden geëxecuteerd.
Guy Fawkes genoot zijn gymnasiale opleiding aan de St Peter’s School in York, een eerbied­waardige instelling van voortgezet onderwijs op anglicaanse grondslag. De beeltenis van de beruchte oud-leerling hangt in de centrale ontmoetingruimte. Was hij een vrijheidsstrijder of een terrorist, vraagt headmaster Leo Winkley zich af, of moeten we die partijdige waarde­oordelen achter ons laten? De rector is gekant tegen de wreedheid van de Bonfiretraditie omdat zij voeding kan geven aan religieuze onverdraag­zaamheid. In peda­gogisch opzicht is het bovendien zeer aanvechtbaar om samen met onze kinderen te juichen rond een medemens die, al is het maar symbolisch, op de brandstapel wordt geworpen. Daarmee worden neigingen gesanctioneerd die we hedentendage onaanvaardbaar achten. Zulk primitief gedrag valt niet met goed fatsoen aan onze kinderen te verkopen, aldus de rector.
Burn a Guy? Paint a Blackface? Nederland is dus niet het enige land dat worstelt met volkse tradities waarin geweld wordt gedaan aan de menselijke waardigheid.
Bron: Daily Telegraph (31/10/2015)

Professional: betrokkenheid en distantie

Wes Holleman | 03-11-2015 | permalink

Een R.K. scholengemeenschap in Limburg gaat een gedragcode voor leraren opstellen om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan (AD 22/10/2015). Ook zullen leraarscursussen worden opgezet waarin de sociale veiligheid op school en een gezonde, professionele afstand tussen leraar en leerling centraal staan. Maar wat is een gezonde professionele afstand? In de opleidingscode van de Beroepsvereniging voor Counseling (2011) zijn dienaangaande drie bepalingen opgenomen:
2.2.2 De opleider maakt geen misbruik van zijn professionele kennis en vaardigheden of van het overwicht dat voortvloeit uit zijn deskundigheid of uit zijn positie als opleider.
2.3.4 De opleider laat niet toe: het gelijktijdige bestaan van professionele en niet-professionele rollen die elkaar zodanig kunnen beïnvloeden, dat hij niet langer in staat zou zijn een professionele afstand te bewaren tot de deelnemer(s) of waardoor hun belangen worden geschaad.
3.1.1 De opleider respecteert de psychische en lichamelijke integriteit van iedere deelnemer. De opleider dringt niet verder in hun persoonlijke leven door dan redelijkerwijs noodzakelijk wordt geacht voor het doel van zijn beroeps­matig handelen.
De boodschap is dus dat leraren de grenzen van hun professionele rol in acht moeten nemen en niet te intiem met hun leerlingen moeten omgaan. Toch laat dat nog heel wat vragen open die zich moeilijk in een gedragscode laten vangen. Welke professionele taken en rollen hebben leraren in het voortgezet onderwijs te vervullen? Welke professionele ruimte moet hun worden gegund om een eigen balans te kiezen tussen betrokkenheid en distantie jegens hun leerlingen? En kan men überhaupt uitspraken doen over een gezonde professionele afstand als men niet tegelijkertijd een visie ontwikkelt over een gezonde professionele betrokkenheid die van leraren verwacht mag worden?
Lees verder … (PDF)

Regelluwe scholen

Wes Holleman | 01-11-2015 | 3 Reacties » | permalink

Per 1 januari start een proef met deregulering in het basis- en voorgezet onderwijs (OCW 30/10/2015). Een beperkt aantal scholen mag ontheffing van vigerende regels aanvragen teneinde de kwaliteit van het onderwijs te verhogen of de doelmatigheid te bevorderen onder handhaving van het bestaande kwaliteitsniveau. Een van de toetsingscriteria is dat de belangen van aan de school verbonden personen (…) daardoor niet onevenredig kunnen worden geschaad (Ontwerpbesluit art. 4 lid 3a), mede gelet op de toegankelijkheid van het onderwijs en de ondersteuningsbehoefte van alle leerlingen (p.12). Daartoe wordt als eis gesteld dat de Medezeggenschapsraad met elke concrete afwijking van de vigerende regels instemt: ‘op die manier worden de belangen van docenten, ouders en leerlingen geborgd’ (p. 12). Bovendien kunnen de ontheffingen alsnog worden ingetrokken als de leerresultaten eronder blijken te lijden (p.13).
Worden de belangen van docenten, ouders en leerlingen op die manier voldoende geborgd? Men stelt niet als eis dat de school tevens een uitputtende belangenanalyse ter tafel brengt en dat zij argumenteert waarom eventuele deel- of minderheidsbelangen terzijde mogen worden geschoven. Men vergeet dat de vigerende, als knellend ervaren regels misschien juist zijn opgesteld om die belangen te beschermen. Want in een volwaardige democratie wordt weliswaar bij meerderheid van stemmen beslist, maar wordt ook met minderheidsbelangen rekening gehouden.
Bron: Kamerbrief 6/11/2014; Ontwerpbesluit 21/5/2015

Studenten: ouderlijke bijdrage belast?

Wes Holleman | 31-10-2015 | permalink

Science Guide (30/10/2015) komt met verwarrend nieuws. Bij het tweedekamer­overleg over het belastingplan-2016 had Pieter Omtzigt (CDA) de toezegging gevraagd dat studenten wier ouders financieel bijdragen aan hun studiekosten en kosten van levensonderhoud, niet met schenkingsbelasting worden op­gezadeld. Staatssecretaris Wiebes bericht nu dat hij deze toezegging niet zonder voorbehoud kan doen. In de Wet Studievoorschot was al vastgelegd dat ouders hun bijdrage in principe niet in mindering mogen brengen op hun belastbaar inkomen en dat studenten hun studiekosten in principe evenmin mogen aftrekken bij hun eigen IB-aangifte. Maar iedereen ging ervan uit dat de ouderlijke bijdrage in elk geval als een onbelaste vermogensoverdracht zou worden beschouwd. Het Ministerie van Financiën komt nu echter met mitsen en maren. Studenten worden dus dubbel gepakt: niet alleen is de basisbeurs afgeschaft, maar ook lopen zij het risico schenkingsbelasting te moeten betalen. Het is gewenst dat de overheid vóór 1 januari volstrekte duidelijkheid verschaft over de beslissingsregels die zij in dezen hanteert.
Bron: Kamerstuk 34302-18 d.d. 29/10/2015, p. 11-12

Gelijke kansen als toetssteen (III)

Wes Holleman | 26-10-2015 | 3 Reacties » | permalink

Op de website van Beter Onderwijs Nederland (18/10/2015) publiceerden Astrid Scholten en Ben Hamerling een artikel over de basisvaardigheden die iedere leerling op de basisschool bij voorrang moet ontwikkelen en optimaliseren om zich te kwalificeren voor het vervolgonderwijs en voor volwaardige participatie aan de samenleving. Hun artikel vormt een bijdrage aan het discours over de doelen van het funderend onderwijs, dat onder andere gevoerd wordt in het kader van het overheidsproject-2032. Zij maken zich zorgen dat de aandacht voor de basisvaardigheden (waaronder Handschrift­vorming) wordt weggedrukt door allerlei modieuze onderwijsideeën. Zij constateren dat er in Nederland een zorgwekkend gebrek aan consensus bestaat over de doelen die in het basisonderwijs prioriteit verdienen. Bovendien worden die doelen te weinig gespecificeerd. In het voorlopige advies van het Platform Onderwijs2032 wordt slechts een korte alinea aan de plaats van traditionele basisvaardigheden in het funderend onderwijs besteed: ‘Het aanleren van taal en rekenen (inclusief wiskunde) blijft wat het Platform betreft ook in de toekomst van groot belang. Scholen zullen meer aandacht besteden aan de praktische toepassingen ervan. Leerlingen leren bijvoorbeeld een sollicitatie­brief schrijven, met geld omgaan en grafieken begrijpen. Als het gaat om taalvaardigheid, zijn creatief schrijven, presenteren en met plezier lezen belangrijk. Rekenen en wiskunde bieden leerlingen een basis om logisch te redeneren en om te gaan met getallen, verhoudingen en basale statistiek.’ Scholten & Hamerling verwijzen met weemoed naar de Wet Lager Onderwijs 1920, waarin prioriteit werd gegeven aan vier doelen: Lezen, Schrijven, Rekenen en Nederlandse Taal. Hoe zouden deze en dergelijke prioritaire basisvaardigheden voor onze moderne basisscholen omschreven kunnen worden? Hoewel ik me ter zake niet op geleerde deskundigheid kan beroepen, doe ik in Tabel I een poging.
Lees verder … (PDF)

Optimalisering van het tentamenrooster

Wes Holleman | 25-10-2015 | permalink

Hoe moet men het rooster van summatieve tentamens binnen een opleiding inrichten als men studievertraging in een studenten­cohort wil tegengaan? In Didactief (12/10/2015) worden door Janke Cohen-Schotanus de volgende vuistregels voorgesteld.
1. Laat elk tentamen voorafgaan door deeltoetsen (of splits het tentamen in deeltoetsen), zodat studenten gedwongen worden het onderwijstempo bij te benen en hun studielast evenwichtig te verdelen over de beschikbare weken of maanden. Een voordeel van deeltoetsen is bovendien dat studenten frequent feedback krijgen zodat ze te weten komen of ze zich voldoende inspannen en of hun inspanningen succes hebben (Cohen-Schotanus 2012).
2. Concentreer de tentamens niet in een korte tentamenweek of -periode aan het eind van de onderwijsblokken, trimesters of semesters (en programmeer daaraan voorafgaande geen onderwijsvrije periode voor de voorbereiding op die tentamens), opdat ze niet met elkaar concurreren en onproductieve piekbelastingen veroorzaken. Spreid ze liever gelijkmatig over het semester, zodat studenten hun studielast evenwichtig verdelen over de beschikbare maanden.
3. Sta voor elk tentamen slechts één herkansing per verblijfsjaar toe, om te voorkomen dat studenten zich onvoldoende voor­bereiden op de reguliere tentamens of hun tentamendeelname uitstellen.
4. Programmeer de herkansingen niet te snel na de reguliere tentamen­gelegenheid (en programmeer ze liever nog in de zomer­periode na afsluiting van het reguliere onderwijs- en tentamenprogramma), teneinde het voor studenten onaantrekkelijk te maken zich onvoldoende voor te bereiden op de reguliere tentamengelegenheden. Bovendien wordt zodoende voorkomen dat de voorbereiding op de herkansingen interfereert met de inspanningen die nodig zijn om het onderwijs voor volgende tentamens met vrucht te volgen en de bijbehorende tentamens met succes af te leggen (Cohen-Schotanus 2012).
Lees verder … (PDF)

Helicopter-ouders

Wes Holleman | 20-10-2015 | 2 Reacties » | permalink

Er zijn ouders die hun kinderen te veel hulp geven om hun vorderingen te optimaliseren. Zij cirkelen voortdurend als een reddings­helicopter om hen heen teneinde goede cijfers te halen. Julie Lythcott-Haims legt uit waarom dat niet goed is (Washington Post 16/10/2015): door ‘overparenting’ wordt de groei naar zelfstandigheid belemmerd. In een schoolenquête van CNV-Onderwijs (2014) wordt een andere schaduwzijde belicht: als ouders bij de toedeling van schoolse beloningen en straffen teveel partij kiezen voor hun kroost, kunnen ze het gezag van onderwijs­gevenden aantasten.
Maar in het algemeen wordt het educatieve partnerschap tussen ouders en school toegejuicht. Men is van mening dat ouders een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan opbrengstgericht onderwijs, mede door uitoefening van toezicht op en begeleiding bij huiswerk en opdrachten (Monitor Ouder­betrokkenheid 2014). Uit het onderzoeks­rapport Samen Scholen (2013) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt echter dat ook Nederlandse leraren en school­leiders zich zorgen maken over helicopter-ouders als ongewenste uitwas van ouder­betrokkenheid.
Lees verder … (PDF)