Arabische les op seculiere grondslag

Wes Holleman | 30-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Bijna één op de vijf inwoners van Brussel kan zich goed verstaanbaar maken in het Arabisch, maar om hun kinderen ook te leren lezen en schrijven in die taal, waren ouders tot voor kort op koranschooltjes aangewezen. Sinds dit schooljaar is daar evenwel verandering in gekomen. Vanuit het openbare GemeenschapsOnderwijs (GO) wordt aan Brusselse kinderen vier uur per week Arabische les aangeboden. Dat gebeurt in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel. De lessen, bestemd voor kinderen van 6 tot 15 jaar, worden in het weekend gegeven, op vier Brusselse locaties. De lessen zijn gratis, maar voor de lesmaterialen is de kostende prijs, 80 euro per jaar, verschuldigd.
Een soortgelijke opzet bestond al voor Poolse en Chinese kinderen. Ditmaal heeft men echter alles in het werk gesteld om de lessen goed in de markt te zetten: dankzij ons initiatief kunnen ouders bewust kiezen tussen een seculiere en een orthodox-islamitische onderwijsopzet. De Vrije Universiteit Brussel profileert zich, evenals de scholen van het GemeenschapsOnderwijs, door haar onafhankelijkheid van kerkelijke autoriteiten.
Bron Persbericht VUB (13/10/2016), VRT (14/10/2016), Het Laatste Nieuws (14/10/2016), E-magazine GO (18/10/2016)

Tentamen ongeldig? (II)

Wes Holleman | 24-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Derdejaars studenten van de lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding (HAN) hebben de beroepszaak tegen hun examencommissie gewonnen (Sense 29/9/2016, 5/10/2016). In januari hadden ze een tentamen afgelegd en on­gewoon veel deelnemers haalden goede cijfers. Uiteindelijk bleek hoe dat kwam: de docent had de opgaven van een oude tentamenafname hergebruikt, niet wetende dat een deel van het nieuwe studentencohort met behulp van die oude opgaven had geoefend om zich op hun tentamen voor te bereiden. In overleg met de docent besloot de examen­commissie daarom de uitslagen van het januaritentamen ongeldig te verklaren. Alle deelnemers moesten het tenta­men opnieuw afleggen. Velen waren het daar niet mee eens en gingen in beroep bij het lokale College van Beroep voor de Examens. Zij werden in het gelijk gesteld op grond van het feit dat in de lokale Onderwijs- en Examen­Regeling (OER) niet was vastgelegd dat de examencommissie bevoegd was tentamens ongeldig te verklaren.
Dat is een rare redenering. De docent-examinator moet beoordelen of stu­denten de stof beheersen. Als achteraf blijkt dat het gekozen meetinstrument ernstige mankementen vertoonde, zodat het risico te groot was dat studenten ten onrechte een voldoende cijfer behaalden, dan behoort het tot de pro­fessionele plichten van de examinator de meting ongeldig te verklaren en de deelnemers aan een nieuwe meting te onderwerpen. Dat hoef je niet in een OER vast te leggen.
Maar misschien was het lokale beroepscollege in de war gebracht door het feit dat sommige studenten alsnog waren vrijgesteld van de herkansing omdat ze volgens de examinator voldoende aannemelijk hadden gemaakt dat ze niet kennis hadden genomen van de oude tentamenopgaven. Daarmee heeft hij inbreuk gemaakt op het professionele uitgangspunt dat alle tentamendeel­nemers gelijk behandeld moeten worden. Misschien had het lokale beroeps­college op grond dáárvan kunnen besluiten dat de uitslagen van de overige tentamen­deelnemers eveneens hun geldigheid moesten behouden.

Coschappen zonder poen

Wes Holleman | 23-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Ik heb gisteren de film La fille inconnue van de Waalse gebroeders Dardenne gezien. De hoofdpersoon is een huisarts in Seraing, een industriële voorstad van Luik. Ze heeft een co-assistent die meeloopt in haar praktijk, een vijfde­jaarsstudent van de Luikse faculteit Genees­kunde. Je krijgt niet de indruk dat hij haar werk uit handen neemt: hij mag slechts met zijn eigen stethoscoop méé­luisteren en zijn eigen waarnemingen toetsen aan die van de arts.
In Nederland zijn de medische studenten sinds 2015 in actie gekomen toen de basisbeurs werd afgeschaft. Uit­sluitend in geval van geringe financiële draagkracht van hun ouders, hebben ze recht op een beurs (maximaal 384 euro per maand) in aanvulling op de studielening die ze bij de overheid kunnen sluiten. Zij vinden het onrecht­vaardig dat ze in hun driejarige master­opleiding verstoken zijn geraakt van de basisbeurs (bijna 300 euro per maand voor een uitwonende student), terwijl het programma van de co-schappen zó overladen is dat ze nauwelijks tijd hebben om naast de studie een bijbaantje te nemen (behalve in de vakanties) . Op papier is hun studielast 46 uur per week, maar in de praktijk ligt hun wekelijkse studie­belasting veeleer tussen de 52 en 56 uur (Onderzoeks­verslag KNMG-SP 2014).
De minister van OCW acht geen termen aanwezig hun een basisbeurs te verschaffen en zij meent dat er voor de werkgevers in de zorgsector evenmin aanleiding is tot het betalen van een stagevergoeding, tenzij de bedrijfs­economische opbrengst van hun arbeid de kosten van hun supervisie zou overtreffen (wat volgens haar niet het geval is). De werkgevers in de eerstelijns gezondheidscentra zijn echter in de CAO ermee akkoord gegaan co-assistenten 250 euro bruto per maand te betalen (Medisch Contact 6/3/2014).
Wat kunnen de co-assistenten nu nog uitrichten? In de eerste plaats kunnen ze actie voeren tegen het feit dat de gemiddelde studielast in de coschapsfase hoger ligt dan de 1680 uur per cursusjaar die de wetgever toestaat, opdat ze meer tijd overhouden voor baantjes naast hun studie. In de tweede plaats kunnen ze proberen aan te tonen dat een substantieel percentage van hun co-schapsuren productief werk (inclusief ongeschoolde hand- en spandiensten) is en dat een stagevergoeding dus alleszins ver­dedigbaar is. En in de derde plaats zouden ze een financiële schadeloosstelling kunnen eisen voor het feit dat de masteropleiding niet in de nominale cursusduur studeerbaar is ten gevolge van de chronische wachttijden die ze moeten verduren voordat ze aan de beurt zijn voor de co-schappen.
Bron: Kamerbrieven 16/12/2015, 5/4/2016, 19/9/2016; Kamerverslag 20/9/2016; VK lezers­brief 20/10/2016

Verbasterde leerlingen

Wes Holleman | 19-10-2016 | permalink

Hoe onthoud ik de voor- en achternamen van mijn leerlingen? Dat is de grote uitdaging voor leraren op de middelbare school. Maar wat leerlingen met een buitenlandse naam betreft, is er nog een extra uitdaging: ik moet in mijn hoofd stampen hoe ik hun voor- en achternamen correct uitspreek. Leraar Adam Levine-Peres legt op een YouTube-filmpje uit waarom dat zo belangrijk is (Huffington Post 14/10/2016). Ten eerste ondergraaf je de vertrouwensrelatie als je hun naam verbastert. Ten tweede verzaak je jegens de leerlingen jouw functie als rolmodel als je te beroerd bent om hun namen onder de knie te krijgen: hoe kun je dan van jouw kant van hen eisen dat ze de stof onder de knie krijgen? En ten derde is het gewoon een kwestie van beleefdheid: wie respect verlangt, moet omgekeerd ook de voor- en achternaam respecteren die leerlingen van hun vader en moeder meekregen hebben.
Maar Adam Levine-Peres legt de lat daarmee wel erg hoog. Neem nou het meisje Khadija, genoemd naar de eerste vrouw van de profeet Mohammed. Er is geen uniforme regel voor de uitspraak van die naam: wordt ze thuis Chadiezja genoemd of is het veeleer Kadísja? Vaak is iemand onder méér dan één naam bekend: in Nederland heet ze Corrie, maar in Frankrijk noemen ze haar Corine. Is doorslaggevend hoe ze thuis wordt genoemd of onder welke naam ze op school wenst te worden aangesproken? Mag Khadija er ook voor kiezen haar voornaam tot Kadies te vernederlandsen, of mag het zelfs Caddy wezen?

Een ezel in de klas

Wes Holleman | 17-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Vroeger kregen leerlingen die niet presteerden, het ezelsbord omgehangen. In sommige schooltjes was ook de ezelsmuts in zwang. Het was een publieke vernedering, vergelijkbaar met de middeleeuwse schandpaal voor volwassenen. Maar dit verhaal speelde zich onlangs op een middenschool in de Oost-Amerikaanse badplaats Virginia Beach af. Een 46-jarige wiskunde­leraar aldaar werd zo kwaad op een suffige leerling dat hij met viltstift op diens voorhoofd schreef dat hij zich eindelijk eens moest concentreren: Focus! De knul, van een jaar of dertien, kon dat zelf uiteraard niet lezen, temeer daar het niet in spiegelschrift geschreven was. Het was dus duidelijk bedoeld als een publieke vernedering waarmee de leraar zich tot de klasgenoten richtte: ziehier een suffige ezel!
Zodra dat onprofessionele gedrag bekend werd, is de leraar geschorst, waarna ontslag volgde. Hij had zich niet alleen schuldig gemaakt aan verbale geweld­pleging ten koste van de leerling, maar met zijn schrijfwoede had hij ook inbreuk gemaakt op diens lichamelijke integriteit.
Bron: Washington Post (9/10/2016)

Blackface student

Wes Holleman | 16-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Ze zat nog maar drie weken op Quinnipiac University (Connecticut), maar ze voelde zich al helemaal thuis met haar huisgenoten in de dormitory. Ze kwam die ochtend met haar wekelijkse gezichtsmaskertje binnen. Voor haar was dat normaal, want haar moeder is schoonheidsspecialiste. De huisgenoten vonden het hilarisch, ze dansten om haar heen en namen foto’s. Wat ze niet wist was dat één van die foto’s op Snapchat gepost werd, voorzien van het bijschrift Black lives matter. Vervolgens kwam dat via een screenshot op Facebook terecht.
Hier werd dus de spot gedreven met de protestbeweging contra het politie­geweld tegen African-Americans. Het universiteitsbestuur kwam per omgaande in het geweer. Zelf wist ze haar onschuld te bewijzen, maar de fotogra­ferende practical yoker werd in de kortste keren van de universiteit verwijderd. Zelfs zonder zo’n confronterend bijschrift worden blackface impersonaties en af­beeldingen in de Verenigde Staten als uitermate racistisch beschouwd.
Bron: Q30 TV (22/9/2016), Inside HigherEd (7/10/2016)

Maak het lerarenregister openbaar (II)

Wes Holleman | 12-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

De Tweede Kamer heeft op 11 oktober ingestemd met de totstandkoming van een openbaar, doorzoekbaar leraren­register. Leer­lingen en hun ouders juichen dat toe, want op die manier kunnen ze controleren of de leraar die bij hen op school voor de klas staat, inderdaad bevoegd is om dat vak op dat niveau te geven. Maar kennelijk houden vele schoolleiders en leraren niet van dat soort pottekijkers. Het Kamerlid Bruins (Christen Unie) heeft op 5 oktober een motie ingediend waarin OCW verzocht wordt te be­vorderen dat de doorzoekbare gegevens beperkt worden tot het aggregatieniveau van scholen en niet van de individuele leraren. Deze motie is door staatssecretaris Dekker ontraden. Op de valreep kwam Bruins met een gewijzigde motie waarin verzocht wordt te bevorderen dat de doorzoekbare gegevens zodanig beperkt worden dat de naam van de leraar niet herleidbaar is naar de school waar hij of zij werkt. Deze motie is door de Tweede Kamer aangenomen, waarbij PvdA, CDA, PVV en GL tegen stemden. Ik kan niet helemaal overzien in hoeverre leerlingen en hun ouders hierdoor belemmerd worden in hun mogelijk­heden zich tegen onbevoegde onderwijsgevers te beschermen, maar ik vrees het ergste.

Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

Wes Holleman | 10-10-2016 | 2 Reacties » | permalink

Elke Amerikaanse schooldag begint met de Pledge. De leerlingen staan in de houding, leggen de hand op de borst en reciteren: “I pledge allegiance to the Flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands, one Nation under God, indivisible, with liberty and justice for all.” Ameri­kaanse burgers hebben echter het recht tijdens een dergelijke ceremonie te blijven zitten en zich aan de Pledge te onttrekken. De vrijheid van gedachte en de vrijheid van meningsuiting behoort immers tot hun grondrechten: niemand kan gedwongen worden van opvattingen te getuigen waar hij of zij niet achter staat. Ouders hebben ook het recht aan de school te berichten dat zij goede redenen hebben om hun kind niet aan de Pledge mee te laten doen. Maar hebben kinderen daar zelf ook iets over te vertellen?
Leilani, dertien jaar, zit in het eerste leerjaar van een openbare highschool in Californië. Zij woont in het Elem­reservaat: een indianenstam bestaande uit circa 100 mannen, vrouwen en kinderen die tot het Pomovolk behoren. Gezien al het onrecht dat haar volk is aangedaan, weigert ze aan de dagelijkse Pledge deel te nemen. De verantwoordelijke lerares is bereid haar besluit te respecteren, mits zij een gedegen werkstuk inlevert waarin ze haar keuze onderbouwt. Leilani wenst niet aan deze voorwaarde te voldoen en voor straf wordt haar cijfer voor Vlijt & Gedrag verlaagd. Haar vader, een indiaanse activist, intervenieert bij de school en bij het schooldistrictsbestuur en uiteindelijk wordt ze overgeplaatst naar een andere klas (KTLA 16/9/2016, Education News 23/9/2016).
Maar met die twee broers uit Therwil (nabij Bazel) lijkt het niet zo goed af te lopen. Hun vader is een orthodoxe imam, afkomstig uit Syrië, en hij heeft ze geleerd dat ze de lichamelijke integriteit van vrouwen volstrekt moeten respecteren. Het is zelfs zondig om vrouwen de hand te drukken. De twee broers, 14 en 16 jaar oud, zitten op de plaatselijke middelbare school. Ze gaven te kennen dat zij hun vrouwelijke leraren geen hand konden geven. Dat was dus een probleem, want het is een diepgewortelde Zwitserse gewoonte dat leerlingen bij het begin van de les hun leraar of lerares de hand schudden. Maar de school was bereid dispensatie te geven van die verplichting, mits ze noch vrouwen noch mannen de hand gaven. Toen die toegevend­heid op een rel in de media uitdraaide, werd het probleem in het voorjaar van 2016 alsnog aan het onderwijsministerie van het kanton Basel-Landschaft voorgelegd. Dat is uitgemond in het besluit dat immigranten moeten integreren in de Zwitserse samenleving en dat het recht van leerlingen om vanwege godsdienstige redenen geen handen te schudden, daarvoor moet wijken. Op het gebied van de godsdienstvrijheid maakt men dus onderscheid tussen wezenlijke rechten (waaronder het recht om een hoofddoek te dragen) en rechten die terzijde kunnen worden geschoven als ze botsen met grotere belangen. Maar het resultaat is dat sommige leerlingen gedwongen worden iets te doen dat tegen hun geweten in gaat. De broers hebben inmiddels een taakstraf gekregen omdat ze in hun weigering volharden en de vader kan een boete aan de broek krijgen. Ook heeft het kanton de naturalisatieprocedure van het gezin voorlopig stopgezet.

Laptops in de collegezaal

Wes Holleman | 09-10-2016 | 1 Reactie » | permalink

Yra van Dijk is hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Leiden. Sinds dit studiejaar verbiedt zij haar studenten om tijdens de colleges hun laptops, tablets en mobiele telefoons te gebruiken (Mare 22/9/2016 pp.1, 6-7; VK 23/9/2016, 5/10/2016). Ze heeft er genoeg van tegen een muur van zombies aan te praten. Het stoort haar bovendien dat de apparatuur niet alleen gebruikt wordt om college-aantekeningen te maken, maar ook om zich onderwijl in de lokkende buitenwereld te verpozen. Zij vindt dat een grove inbreuk op de etiquette.
Als ik het goed begrijp, ergert professor Van Dijk zich vooral over het digitale gedrag van studenten tijdens hoorcolleges. Maar ze zou ook haar eigen onder­wijsgedrag kunnen aan­passen teneinde voor haar studenten een doelmatige en effectieve leeromgeving te creëren:
(a) Behandel niet alle stof in hoorcolleges, want dat is een gebrekkige communicatievorm die nauwelijks beklijft. Beperk je tot de stofonderdelen die aantoonbaar gebaat zijn bij ‘live’ presentatie.
(b) Neem de hoorcolleges tevens op video op, zodat studenten de video­registratie naderhand nog eens kunnen afspelen.
(c) Zorg dat alle leerstof op schrift staat, eventueel ook in standaarddictaat en hand-outs, zodat de toehoorders geconcentreerd kunnen luisteren en mee­denken.
(d) Stel de aanwezigheid op contact-uren niet verplicht, indien en voor zover deze voornamelijk het karakter van frontale hoor­colleges hebben. Het is namelijk onzeker of zo’n vrijheids­beknotting in het belang van iedere student is.
(e) Bied, in plaats van ‘live’ hoorcolleges, ingeblikte videocolleges aan, die studenten op een zelfgekozen plaats en uur kunnen afspelen. Daarmee besparen zij reis- en verliestijden.
(f) Vervang de hoorcolleges, gekenmerkt door éénrichtingverkeer van docent naar student, door interactieve werk­colleges (c.q. practica), waar studenten echt iets van opsteken.
(g) Kortom: zorg voor een effectieve mix van hoorcolleges, werkcolleges en docent-onafhankelijke studie-activiteiten. En zet voortgangstoetsen in om het onderwijs- en studie­proces te synchroniseren.

Corporale groentijd

Wes Holleman | 03-10-2016 | 2 Reacties » | permalink

De groentijd wordt algemeen beschouwd als een inwijdingsrite waarmee nuldejaars aan beproevingen worden blootgesteld voordat ze als lid tot het corps worden toegelaten. Dat schept een band. Is dat zo? Vele corpora kennen een strikte hiërarchie naar anciënniteit. Eenmaal toegelaten staan de eerstejaars onderaan de ladder: de tweede- en ouderejaars eisen dat ze naar hun pijpen dansen. Er ontstaat wel een band, maar dat is met jaargenoten. Niettemin vindt men dat zó waardevol dat men het corporale verenigingsleven als een stuk van het Nationaal Immaterieel Cultureel Erfgoed beschouwt, dat waard is geconserveerd te worden.
Maar dan gaat men voorbij aan het feit dat de groentijd in twee opzichten als ‘rite de passage’ fungeert. Voor de nuldejaars is het een rite om te worden toegelaten tot het corps, maar voor de tweede- en ouderejaars markeert de groentijd de overgang van jeugdige onderworpenheid naar ongebreidelde volwassen machtsuitoefening. In het ouderlijk huis en op de middelbare school waren ze onderworpen aan een systematisch civilisatieproces en als nulde- en eerstejaars werden ze door de ouderejaars gedomesticeerd. Maar bij de overgang van het eerste naar het tweede jaar gaan de remmen los. Ze mogen eindelijk de baas spelen en aangevuurd door alcohol mogen ze daarbij toegeven aan al hun ongeciviliseerde impulsen. Dat is een bedenkelijk soort academische vorming. Door middel van de groentijd wordt de verse tweede- en ouderejaars telkenjare de boodschap ingeprent: als je hogerop wilt komen in de maatschappij, dan moet je je scrupules opzij zetten en de medemens onder de duim houden want overal, zowel in onze studentenmaatschappij als in de kille maatschappij daarbuiten, geldt alleen het recht van de sterkste.
Inmiddels zijn op de valreep nieuwe voorwaarden gesteld voordat de Neder­landse studentenverenigingscultuur tot de erfgoedlijst kan worden toegelaten. Verlangd wordt dat er een plan komt om groentijdexcessen te voorkomen. Maar het is de vraag of dat voldoende is. In hoeverre ligt de kern van het kwaad in een verenigingscultuur die, op hun weg naar volwassenheid, antisociaal gedrag van verse tweede- en ouderejaars verheerlijkt?