Beetje dom

Wes Holleman | 08-04-2020 | 2 Reacties » | permalink

Marc van Oostendorp werkt aan de Radboud Universiteit en aan het Meertens Instituut van de Koninklijke Akademie. Hij is hoog­leraar Nederlands en Academische Communicatie. Op 1 april heeft hij niets van zich laten horen. Maar op 2 april schreef hij een column in het online tijdschrift Neerlandistiek onder de titel Laten we pas op de plaats maken. Op 3 april werd de tekst (met zijn toestemming?) herplaatst in het Nijmeegse Vox-magazine. Hij pleit ervoor dat dit rampzalige semester per omgaande beëindigd wordt, omdat de staf door het verzorgen van online onderwijs en online tentamens overbelast raakt. Zijn universitaire collega’s reageren positief. Als de onderwijs- en tentamenactiviteiten in dit coronasemester gestaakt worden, blijven de maandelijkse salaris­betalingen gewoon op hun bankgiro binnenstromen. En als de druk van de onderwijsketel af is, kunnen ze eindelijk weer wat meer tijd in hun onderzoek steken.
Maar er reageren ook ettelijke studenten en hun reacties zijn negatief. Ten gevolge van de corona-lockdown zijn ze hun betaalde bijbaantjes kwijt. Sportbeoefening is nagenoeg onmoge­lijk geworden, Als nu de druk van de studie- en tentamenketel eveneens op nul wordt gezet, dan zijn zij veroordeeld om een half jaar lang werkeloos terneer te zitten. Onderwijl moeten ze blijven eten en wonen en ook hun andere vaste lasten (waaronder collegegeld?) lopen door. Zij moeten zich dus extra in de schulden steken om het hoofd boven water te houden en boven­dien wordt de duur van hun betaalde beroepsloopbaan met een half jaar bekort.
Wat moeten we vinden van deze column? Weinig empathisch? Hij leeft zich wel in het lot van de universitaire staf in, maar hij ver­geet dat de universiteit in maatschappelijk opzicht failliet gaat als zij geen oog meer heeft voor het lot van haar klanten. Ik houd het op: beetje dom.

Grade Point Average

Wes Holleman | 07-04-2020 | 5 Reacties » | permalink

Verleden woensdag, dat was toevallig 1 april, heeft Anthony Salandy (een internationale stu­dent van de UvA) een petitie opgestart op de website Change.org. Hij wil dat de Universiteit van Amsterdam tijdelijk stopt met de gewoonte om tentamenprestaties op een tienpunts schaal te beoordelen en dat zij in plaats daarvan een tweepunts schaal hanteert: pass or fail (geslaagd of gezakt). Hij stelt dus voor dat de huidige tentamens niet meetellen in de berekening van het GPA (het gemiddeld behaalde cijfer). De GPA-gegevens van de bachelorfase spelen een cen­trale rol in de toelatingsselectie tot de masterfase en in de toekenning van exameniudicia (zoals cum laude). Maar ze kunnen ook tijdens de bacheloropleiding een rol spelen (bv. bij de toe­lating tot honourstrajecten of bij de toe­stemming voor een studiesemester in het buitenland).
De petitie is bedoeld om de gevolgen van de corona-lockdown op te vangen. Vele studenten zijn, in afwachting van beter tijden, naar hun ouders teruggekeerd en trachten vandaaruit het aan­geboden afstandsonderwijs te volgen. Dat geeft allerlei stressvolle pro­blemen, zoals voor die student die momenteel bij zijn ouders in Lahore zit. Hij heeft een soortgelijke petitie onder­tekend, gericht aan Columbia University en Barnard College. Ter toelichting schreef hij: ‘All my classes are from 1-6am. Plus the internet isn’t as stable in Pakistan.’ Hij vond het onrecht­vaardig als hij niet alleen zou worden afgerekend op de vakken die hij onder deze barre omstan­dig­heden voltooid heeft, maar ook op de hoogte van de cijfers (letter-grades) die hij daarmee heeft verworven.
Inmiddels hebben vele Amerikaanse universiteiten, waaronder Columbia, Harvard, Stanford en het Massachusetts Institute of Technology, tijdelijk met hun traditionele beoordelingssysteem gebroken en het pass-fail systeem ingevoerd. Andere instellingen hebben besloten dat studenten mogen kiezen tussen een pass-fail tentaminering enerzijds en de traditionele letter-grading ander­zijds. De letter-grades (Aplus, A, Aminus, en zo door tot F=faliekant gezakt) vormen de basis voor de berekening van het Grade Point Average. Een hoog GPA is de gouden sleutel tot een goede masteropleiding en tot een goede beroepscarrière. Maar zoals Allison Stanger betoogt (Chronicle HE 19/3/2020), is handhaving van de traditionele letter-grading in het lopende semester eigenlijk niet verdedigbaar. Want het is bijna onmogelijk om studenten evenwichtig op een tienpunts schaal naar hun prestatie te rangordenen. Bij afstandsonderwijs kan de kwaliteit van de beoordeling immers worden ondermijnd door persoonlijke omstandig­heden die het leveren van de beoordeelde prestatie hebben belemmerd (een tentamensessie om twee uur ’s nachts) en door frauduleuze factoren die het leveren van die prestatie hebben begunstigd.
De basisvoorwaarde voor het rangordenen van studenten is a level playing field voor alle tentaminandi. Aan die basisvoorwaarde kan bij toetsing-op-afstand nauwelijks worden voldaan. Op zichzelf is het niet zo erg indien men de prestaties van studenten tijdens de coronacrisis met een veel te gedifferentieerd arsenaal van cijfers (of letters) blijft beoordelen. Maar het is onaanvaardbaar indien men op basis van die onbetrouwbare cijfers (of letters), als een kip zonder kop, beslissingen neemt die verregaande consequenties hebben voor de studie- en beroepsloopbaan van de student.

Pre-teaching

Wes Holleman | 04-04-2020 | 3 Reacties » | permalink

We hebben het over een variant van bijspijkeronderwijs. Op de website instructiegemist.nl wordt uitgelegd wat het betekent: ‘(pre-teaching is dat je) het kind voorafgaand aan de les instructie geeft over de les die gaat komen. Hierdoor hoort de leerling de uitleg (…) tweemaal.’ De website, oorspronkelijk bestemd voor zieke leerlingen, hoort bij het afstandsonderwijs van de basisschool Noorderlicht in Den Bosch. Met behulp van pre-teaching zorgen de leerkrachten dat de aan huis gekluisterde kinderen hun achter­standen sneller kunnen inhalen zodra ze weer terugkomen op school.
De gewestelijke overheid in Vlaanderen (3/4/2020) introduceert pre-teaching als leidend principe voor het afstandsonderwijs dat scholen in verband met de coronacrisis aanbieden. Daarbij worden twee randvoorwaarden voorgesteld:
a) ‘De leertijd van leerlingen mag maximaal de helft bedragen van de werkelijke leertijd in de klas. Want online zelfstandig leren is een pak intensiever dan les krijgen in de klas. D.w.z. dat leerlingen 3 tot maximaal 4 uur per dag aan het werk zijn voor school.’
b) ‘Druk (de ouders) op het hart dat hun rol bestaat uit de juiste context creëren om hun kind te laten leren en dat ze dus geen “vervang-leraren” zijn.’ ‘Beperk (hun) actieve betrokkenheid (…) bij de opdrachten van hun kind tot maximaal 2 uur per week en hou ook daarbij rekening met (hun on-)mogelijkheden.’ En ‘beperk ook de tijd die ouders moeten stoppen in effectieve instructie of begeleiding.’
Advies: maak voor alle zekerheid even een pdf-print van dit doortimmerde Vlaamse overheids­document.

Online tentamens: hoe voorkom je fraude?

Wes Holleman | 02-04-2020 | 4 Reacties » | permalink

Op de website van de Universiteit Maastricht is een pagina gewijd aan de preventie van fraude in online tentamens. Geadviseerd wordt een tentamenopzet te kiezen die zo min mogelijk gevoelig is voor fraude, bijvoorbeeld een essaytentamen met enerzijds een strakke tijdslimiet maar anderzijds de mogelijkheid om het studieboek en persoonlijke aantekeningen te raad­plegen. Zo’n ten­tamenopzet (openboektentamen met tijdslimiet) remt enigszins af dat de student zich tijdens de tentamensessie door anderen laat souffleren.
Maar zo’n opzet is natuurlijk niet waterdicht. De ‘School of Business and Economy’ heeft een tentamen onder 100 masterstudenten afgenomen. Vervolgens wees controle met de plagiaat­checker uit dat enkele vragen door tien studenten in exact dezelfde bewoor­dingen zijn be­antwoord (Observant 2/4/2020). Ze moeten nu aan de examencommissie uitleggen hoe dat gekomen is.
Laten we eens aannemen dat die tien studenten zich niet aan fraude hebben schuldig gemaakt. In dat geval zouden ze de identieke antwoorden misschien kunnen verklaren als ze bij de voor­bereiding van het tentamen intensief hebben samengewerkt, hetgeen dan zou zijn uitgemond in hoge tekstuele overeenkomsten tussen hun persoonlijke aantekeningen. Of hebben ze de tekst van de opge­geven hoofdstukken uit het studieboek (en de tekst van de ondersteunende col­leges?) in digitale vorm opgeslagen en hebben ze een slimme zoekfunctie gebruikt om daaruit hun antwoorden te destilleren? Of hebben ze misschien bij het voorbereiden en afleggen van het tentamen een andere tekst geraadpleegd, bijvoorbeeld een standaarduittreksel dat op sites zoals Stuvia.nl wordt aangeboden?

Wie betaalt de laptop voor afstandsonderwijs?

Wes Holleman | 29-03-2020 | 4 Reacties » | permalink

Nu de leerplichtige leerlingen in verband met het coronavirus niet naar school kunnen, wordt van de scholen verwacht dat ze af­standsonderwijs verzorgen. In veel gevallen moet iedere leerling daartoe thuis over een eigen laptop en een emailverbinding be­schikken. Wie moet die laptop(s) betalen? De wetgever heeft bepaald dat de schoolboeken gratis zijn. Daarom kwam de Onderwijs­inspectie in 2017 tot het volgende antwoord: ‘Op het moment dat scholen [in het vo] volledig of grotendeels schoolboeken ver­vangen door digitaal lesmateriaal en het bezit van een laptop of tablet voor het leerproces noodzakelijk is geworden, dienen scholen hierin zelf te voorzien’. Hoe moeten we de hier gestelde voorwaarde interpreteren? Ik denk dat de bedoelde voorwaarde al vervuld is als één van de vakdocenten in één klas de papieren leermiddelen van zijn vak afschaft en volledig overgaat op digitale leer­middelen. Daarmee ontstaat voor de school een verplichting om aan de betrokken leerlingen gratis een laptop voor thuisgebruik te fourneren, althans indien van hen verwacht wordt dat ze de huiswerktaken voor dat schoolvak thuis op hun laptop maken.
In 2018 stelde de minister in antwoord op schriftelijke Kamervragen: ‘Als een school volledig overgaat op digitale leermiddelen dan moet de school in laptops of tablets voor­zien als ouders deze niet kunnen of willen betalen.’ De minister voegt daaraan toe: ‘Scholen mogen ouders niet verplichten om een laptop of tablet te betalen. Als een school volledig overgaat op digitale leermiddelen dan moet de school in laptops of tablets voorzien. De school mag hiervoor een bijdrage van de ouders vragen, maar is verplicht om te be­nadrukken dat die bijdrage vrijwillig is. Als de vrijwillige bijdrage niet wordt betaald, dient de school zelf in een alternatief te voor­zien.’ Hier wordt bedoeld dat de school in dat geval, als passend alternatief, niet-digitale leermiddelen moet aanbieden.
Het blijft echter een kronkelige stellingname. Is het niet logischer scholen te verplichten om voor thuisgebruik in een gratis laptop of tablet te voorzien tenzij ze kunnen aantonen dat het apparaat niet noodzakelijk is voor volwaardige deelname aan het aangeboden onderwijs- en leersysteem? In 2019 wilde de minister er nog niet aan, maar hij schoof wel een stukje in die richting op. In een Kamerbrief stelde hij: ‘Een andere belangrijke kostenpost voor ouders in het voortgezet onderwijs is de aanschaf van een laptop of tablet voor hun kind. Hoewel volledig digitaal werken geen doel op zich is, moet ieder kind de kansen die digitale leermiddelen bieden kunnen benutten. Werken op papier is daarbij geen volwaardig alternatief van een digitale leeromgeving. Op het moment dat het bezit van een laptop of tablet voor het leerproces noodzakelijk is geworden, dienen scholen hierin zelf te voorzien als ouders deze zelf niet kunnen aanschaffen.’
Maar nu de coronacrisis anno 2020 is ingetreden, blijkt dat de aangedragen voorwaarden voor het gratis gebruik van een laptop volstrekt achterhaald zijn: de laptop is niet alleen essentieel voor het aanbieden van digitale leermiddelen, maar ook voor het organiseren van afstands­onder­wijs en voor de communicatie tussen school en leerling, tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling.
Lees verder … (PDF)

Wat is academische vrijheid? (VIII)

Wes Holleman | 22-03-2020 | 3 Reacties » | permalink

Zoals eerder bericht, heeft een van onze openbare universiteiten nieuwe regels ingevoerd om commerciële en ideële reclame tegen te gaan. Zo is het voortaan verboden op de campus propaganda te bedrijven voor politieke partijen of religieuze/levensbeschouwelijke instellingen (DUB 1/7/2019). Het is eigenlijk wel begrijpelijk dat een universiteit regels wil stellen om te voorkomen dat binnen haar muren en terreinen activiteiten worden ontplooid die vreemd zijn aan de wetenschappelijke en intellectuele dialoog, aan het streven naar academische vorming en aan de ontwikkeling van maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Maar toch is zo’n verbod op het maken van propaganda of anti-propaganda nogal tricky. Het is nog maar een kleine stap verder en het universiteitsbestuur verbiedt studenten ook zich demonstratief op de campus tegen Johnson Molenaar uit te spreken.
In de Verenigde Staten is het ondenkbaar dat een universiteitsbestuur politiek of religie uit de campus zou weren. Openbare universiteiten maken namelijk deel uit van het staatsapparaat en moeten zich dientengevolge houden aan het grondwettelijke First Amendment, waarin de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd wordt (alsook de vrijheid om opvattingen niet te onderschrijven).
Maar John Kroger denkt daar anders over (Inside Higher Ed 3/3/2020). Kroger is jurist, geboren in 1966. Hij was Minister van Justitie van de staat Oregon (2009-2012) en bestuurde vervolgens zes jaar lang een gerenommeerd ‘liberal arts college’ (het Reed College in Portland, Oregon). Verwijzend naar bestaande Amerikaanse jurisprudentie meent Kroger dat de universiteit als rechtspersoon aanspraak kan maken op een institutionele vrijheid van meningsuiting en dat de universiteit dus ook bevoegd is te besluiten dat bepaalde opvattingen niet vanuit haar spreekgestoelten (c.q. zeepkisten) verkondigd mogen worden als ze strijdig zijn met haar intellectuele missie. Volgens hem kunnen instellingsbestuurders uit dien hoofde de komst van anti-intellectuele gastsprekers of agitatoren op de campus blokkeren. Maar deze door hem verhoopte bevoegdheid van instellingsbestuurders vereist nog wel nadere rechterlijke toetsing. Volgens mij zal de rechter met name moeten toetsen in hoeverre een dergelijke bevoegdheid van het universiteitsbestuur een bedreiging vormt voor de academische vrijheid van onderzoekers, docenten en studenten.
Lees verder … (PDF)

Is homoseksueel gedrag zondig? (III)

Wes Holleman | 15-03-2020 | 2 Reacties » | permalink

Rechtzinnige confessionele scholen handelen niet in strijd met hun wettelijke burgerschaps­opdracht als ze verkondigen dat homoseksueel gedrag zondig is, of haram (zoals de moslims in het Arabisch zeggen), of chata/awon/pesja/sjaga (zoals de joden in het Hebreeuws onderschei­den). Dat staat in het langverwachte rapport van de Onderwijsinspectie, dat verleden vrijdag (13/3/2020) gepubliceerd is. Maar deze kwalificatie (zondigheid) is volgens de Inspectie alleen acceptabel als tegelijkertijd de basiswaarden van de democratische rechtsstaat worden door­gegeven en voorgeleefd aan de betrokken leerlingen (p.22). Hun moet worden bijgebracht dat ze verdraagzaamheid moeten betrachten jegens mensen met een afwijkende seksuele geaard­heid, óók als die geaardheid in afwijkende seksuele gedragingen wordt omgezet. Verder moeten ze leren dat die mensen niet gediscrimineerd of uitgescholden mogen worden.
In haar rapport doet de Inspectie verslag van een onderzoek dat is opgezet naar aanleiding van een verzoek van minister Slob, toen bekend werd dat islamitische basisscholen een lesboek gebruiken waarin gesteld wordt dat homoseksueel gedrag in strijd is met Allah’s geboden (Onderwijsethiek 15/9/2019). De Onderwijsinspectie besloot toen het onderzoek te verbreden tot een ‘dispropor­tio­neel gestratificeerde steekproef’ uit alle Nederlandse po-, vo- en mbo-scholen (incl. het speciaal onderwijs). Op die manier werd voorkomen dat rechtzinnige confes­sio­nele scholen van andere denominaties buiten schot zouden blijven.
Zie ook de berichtgeving van Trouw (13/3/2020).

Kabinetsmaatregelen tegen de corona-epidemie

Wes Holleman | 12-03-2020 | 4 Reacties » | permalink

1. De Rijksoverheid heeft vandaag, 12 maart, een poster verspreid, waarin zij twee maat­regelen tegen het coronavirus uitvaardigt:
a) Als je geen klachten hebt, vermijd dan grote mensenmassa’s (>100 personen) en werk thuis als het kan [zodat jij minder risico loopt door of via anderen besmet te worden en zodat anderen minder risico lopen via jou besmet te worden].
b) Als je milde verkoudheidsklachten hebt (en/of verhoging <38°), blijf dan thuis en beperk je sociale contacten [zodat anderen minder risico lopen door of via jou besmet te worden]. 2. In een nieuwsbericht zijn vanmiddag, in aanvulling daarop, de volgende maatregelen uitgevaardigd, die gelden t/m 31 maart:
c) In aanvulling op b: mijd sociaal contact, en bel pas met de huisarts als de klachten ver­ergeren [opdat het systeem van de gezondheidszorg niet overbelast raakt].
d) In aanvulling op a: als je oud van dag bent of verminderde weerstand hebt, vermijd dan grote gezelschappen en mensenmassa’s (openbaar vervoer).
e) In aanvulling op a en b: beperk ook jouw bezoek aan dergelijke kwetsbare personen [zodat zij minder risico lopen door of via jou besmet te worden].
f) Bijeenkomsten met meer dan 100 personen worden in heel Nederland afgelast, ook op publieke locaties zoals musea, concert­zalen, theaters, sportclubs en sportwedstrijden.
g) Tevens wordt hogescholen en universiteiten verzocht grootschalige colleges te vervangen door online onderwijs.
h) In aanvulling op a: als men niet thuis kan werken, probeer dan de werktijden zoveel mogelijk te spreiden [teneinde het aantal mogelijke sociale werkcontacten per etmaal te reduceren].
i) In afwijking van b: zorgpersoneel en personeel in vitale processen mogen pas thuisblijven als ze niet alleen verkoudheidsklachten maar ook koorts hebben. Overleg zo nodig met je werk­gever. En reis niet naar het buitenland [zodat je geen risico loopt aldaar besmet te raken].
j) In aanvulling op a: leer- of kwalificatieplichtige kinderen en jongeren mogen niet spijbelen of thuisgehouden worden, zolang ze geen verkoudheidsklachten en/of koorts hebben.
k) Instellingen voor kinderopvang en scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroeps­onderwijs blijven gewoon open.
3. De Algemene Vereniging van Schoolleiders heeft vanochtend, vooruitlopend op de bekend­making van de Kabinets­maatregelen, geklaagd over de mistigheid van het Nederlandse overheidsbeleid met betrekking tot de corona-epidemie. Wat voor mij bijvoorbeeld onduidelijk blijft is de status van leidsters, leraren en docenten (zoals bedoeld in maatregel k). Vallen zij onder de gewone werknemers (maatregel 1.b) of worden zij in het Kabinetsbeleid tot het ‘personeel in vitale processen’ (2.i) gerekend? Mede gelet op hun kwetsbare gezondheids­toestand ten gevolge van het bestaande lerarentekort, kunnen ze in dat laatste geval misschien wel aanspraak maken op een gevarentoeslag.

Propaganda in de klas (II)

Wes Holleman | 08-03-2020 | 2 Reacties » | permalink

Verleden dinsdag maakten de eerstejaarsstudenten Filosofie (UU) het deeltentamen Propositielogica. Om te beginnen moesten ze vier huis-tuin-en-keuken uitspraken omzetten in de wiskundige symbolentaal van de propositielogica. Bij het opstellen van deze vierledige tentamenvraag hebben de docenten vermoedelijk heel wat afgelachen. Het waren namelijk negatief geladen uitspraken over het gedachtengoed van FvD-leider Thierry Baudet. Ze komen kennelijk uit de eigen koker van de docenten, want ze gaan niet vergezeld van een bronvermel­ding. De Vrije Student, een tweepersoons fractie in de Universiteitsraad, heeft geprotesteerd tegen deze tentamenvraag (DUB 3/3/2020, DDS 4/3/2020). Naar mijn oordeel hebben de tentamenmakers inderdaad onprofessioneel gehandeld:
1. Het is niet onaannemelijk dat sommige tentamendeelnemers door deze frontale aanval op hun politieke partij van hun stuk zijn gebracht en dat ze ten gevolge daarvan slechter hebben gepresteerd op dit deeltentamen. De examencommissie zou hun des­gevraagd een extra her­kansing moeten toekennen.
2. De docenten hebben bij het afnemen van het deeltentamen één bepaalde politieke partij in een kwaad daglicht gesteld, terwijl het onderwerp van de cursus daartoe geen aanleiding gaf. Ze hebben dus hun gezag als docent misbruikt voor het bedrijven van politieke (anti-)propa­gan­da, vergelijkbaar met een docent die de wanden van zijn klaslokaal volhangt met posters om zijn persoon­lijke overtuigingen uit te dragen.
Zie ook op Onderwijsethiek.nl: 23/7/2010, 25/7/2010, 16/9/2011, 13/5/2018

Discriminatie van zwangere studenten

Wes Holleman | 27-02-2020 | 2 Reacties » | permalink

Het College voor de Rechten van de Mens (CRM) heeft een zwangere studente gelijk gegeven (24/2/2020): als een herkansing gepland staat omstreeks de dag dat je bent uitgerekend, heb je recht op een snelle vervangende herkansing op een andere datum. Het komt erop neer dat de faculteit zich schuldig maakt aan discriminatie op grond van geslacht als vrouwen schade ondervinden van het feit dat ze zwanger zijn en als de faculteit willens en wetens geweigerd heeft die schade te voorkomen. Naar het oordeel van (de enkelvoudige kamer van) het CRM komt dus aan zwangere studenten een bijzondere behandeling toe, in vergelijking met mede­studenten die door een blindedarmontsteking verhinderd waren aan de herkansing deel te nemen. Maar het meest opmerkelijk is dat het CRM het recht op een bijzondere behandeling toekent ongeacht de vraag hoeveel schade de zwangere studente zou ondervinden als deze bijzondere behandeling achterwege zou blijven.
Dat is het grote verschil tussen deze casus en een zaak die ruim tien jaar geleden (29/7/2009) door de Commissie Gelijke Behande­ling (CGB) ten gunste van een zwangere studente beslecht werd. De faculteit meende eertijds geen herkansing op een andere datum te hoeven organi­seren, omdat de studente best kon wachten op een volgende reguliere herkansingsmogelijkheid. Deze opvatting werd door (de meervoudige kamer van) het CGB verworpen omdat dit ge­dwongen uitstel tot substantiële schade voor de studente zou leiden: ook al zou zij per saldo misschien geen studievertraging oplopen, dan nog zou zij toch veel extra werk (individuele studielast) op haar bordje krijgen. De Groningse staatsrechtjurist dr. Han Warmelink vond de CGB-redenering krakkemikkig (UK 1/9/2009): er wordt niet uitgelegd waarom een bijzondere behandeling wel aan zwangere studenten en niet aan studenten met prostaatproblemen toekomt.
Zie ook: Reportage van De Monitor (6/2/2020); Kamervragen d.d. 7/2/2020 van Kirsten van den Hul (PvdA) en Frank Futselaar (SP); Nieuwsbericht CRM (26/2/2020); Nieuwsbericht Hoger Onderwijs Persbureau (Punt Avans 27/2/2020)