Hippocratische eed

Wes Holleman | 31-08-2010 | permalink

Professionele dienstverleners, zoals artsen, stellen de belangen van hun patiënt of cliënt voorop. Dat is een kernelement van hun beroepscode en in sommige beroepen wordt dat zelfs met een ‘hippocratische eed of gelofte’ bezegeld. Ook leraren onderschrijven gewoonlijk dat ze het belang van de leerling centraal moeten stellen en dat ze zich tot het uiterste moeten inspannen om zijn (haar) talenten ten volle tot ontwikkeling te brengen. Van professionals wordt dus verwacht dat ze client-centered werken.
Met andere woorden: professionals mogen niet hun eigenbelang voorop stellen. Zo­lang ze eigen baas zijn is dat duidelijk, maar veelal werken ze in een groter verband. Artsen zijn veelal aan een ziekenhuis verbonden en leraren hebben een onderwijs­instelling als werkgever. Dat ontslaat hen niet van hun hippocratische eed. Ze moeten het belang van de patiënt/cliënt voorop stellen en niet het belang van het bedrijf (de maatschappelijke onderneming) waar ze hun brood verdienen. In principe mogen professionals dus noch self-centered noch bedrijfs-centered werken.
Anderzijds vereist de moderne bedrijfsvoering dat professionals (en professionele organisaties) de taken verdelen. Ze specialiseren zich in het verlenen van bepaalde diensten aan een bepaalde doelgroep van cliënten. Van professionals wordt dan verwacht dat ze hun cliënten goed bedienen in zoverre deze tot hun doelgroep behoren. Men erkent dus dat professionals doelgroep-centered mogen opereren, waardoor cliënten, als ze niet tot de doelgroep behoren, tussen wal en schip kunnen vallen.
Maar hoe zit het met onderwijsinstellingen die geheel of grotendeels uit belastinggeld betaald worden? Wordt desondanks van de betrokken onderwijsgevers verwacht dat zij zich laten leiden door de belangen van de individuele leerling, al dan niet met de restrictie dat deze tot hun doelgroep behoort? Of hebben zij tevens ethische verplichtingen tegenover hun uiteindelijke broodheer, de samenleving? In hoeverre moeten zij samenlevings-centered werken, waarbij de belangen van de samenleving voorop worden gesteld, en waarbij de belangen van hun primaire cliënten (de leerlingen) eventueel zelfs moeten wijken?
Lees verder … (PDF)

Beroepsethiek in tweevoud

Wes Holleman | 08-08-2010 | permalink

De Eed van Hippocrates is de kortst mogelijke samenvatting van de beroepsethiek van medische professionals. Zouden docenten en onderzoekers in het hoger onderwijs eveneens een eedsformule kunnen bedenken die als basis dient voor hun professionele handelen? Sinds 1968 zijn verscheidene voorstellen in die richting gedaan. De meest recente formulering is van David Watson in de vorm van tien geboden (2007). Maar onlangs heeft Geoff Sharrock, daarop voortbouwend, twintig geboden voorgesteld. Tien voor docenten en onderzoekers en tien voor hun tegenspelers: de bestuurders en managers. Is dat een zinvolle exercitie?
Lees verder … (PDF)

Professional governance

Wes Holleman | 21-07-2010 | permalink

In een kamerbrief d.d. 19/7/2010 kondigt het ministerie van OCW aan dat de Stichting Beroepskwaliteit Leraren (SBL) met ingang van 2011 zal worden omgevormd tot een coöperatie van de beroepsverenigingen van leraren. Na een halfjaar proefdraaien zal de coöperatie naar verwachting medio 2011 operationeel zijn. De samenwerkende partners zijn: het Platform van Vakinhoudelijke Vereni­gingen Voortgezet Onderwijs (VVVO), de Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON) en de drie onderwijsvakbonden (AOb, CNV-O en CMHF). Het doel van de coöperatie is de kwaliteit van de leraar te verbeteren en de waardering, erkenning en inspiratie van de leraar te vergroten. Tegelijkertijd zal het Landelijk Plat­form Beroepen in het Onderwijs worden ontbonden. Het LPBO fungeerde de afgelopen vijf jaar als officieel adviesorgaan betreffende de kwalificatiestructuur van onderwijs­beroepen (competentieprofielen en bekwaamheidseisen).
De omvorming van SBL en de ontbinding van LPBO past in het OCW-streven ‘pro­fessional governance’ in het onderwijs­veld te versterken: de leraren moeten als professionele beroepsgroep meer verantwoordelijkheid nemen (en krijgen) om het eigen functioneren te reguleren. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Lees verder … (PDF)

De ethische competentie van de leraar

Wes Holleman | 08-07-2010 | permalink

Franse leraren zijn in dienst van de Staat. Om leraar te worden moet je je na de leraarsopleiding aan een vergelijkend toelatingsexamen onderwerpen. Onlangs is het stagejaar afgeschaft. In plaats daarvan word je op het mondeling examen tien minuten doorgezaagd over je competentie inzake ethisch en verantwoordelijk handelen (agir ‘de façon éthique et responsable’). Dat gebeurt aan de hand van een casus die je even tevoren hebt doorgenomen, bijvoorbeeld: wat doe je bij een hand­gemeen tussen twee leerlingen op de gang? Je kan trouwens ook een juridische casus treffen, want Onderwijs­ethiek en Onderwijsrecht worden tezamen geëxamineerd.
Maar de invoering van ethische examencasussen ontmoet een storm van protest. Hebben we sinds 1789 het juk van de Kerk afgeworpen en krijgen we nu de Staat als zedenmeester op onze nek! De betrokken organisaties onderschrijven het idee dat een volleerde leraar ethisch competent moet zijn, maar zij vinden dat een gewetensvolle professional daarin eigen afwegingen moet kunnen maken. Zij vrezen dat je arbitrair wordt afgewezen als je volgens de examinatoren in die tien minuten ‘verkeerde’ af­wegingen maakt. Ook hekelen zij dat je op je ethische competentie wordt afgerekend terwijl je nog geen praktijkervaring hebt kunnen opdoen.
Bron: VousNousIls 2/7/2010; actiesite Contrôle Moral.

Ethisch doceren in het H.O.

Wes Holleman | 01-07-2010 | permalink

In de Verenigde Staten hebben vele universiteiten en colleges een ethische code voor hun medewerkers. Yahr et al. (2009) hebben criteria geïnventariseerd om zulke codes te evalueren. Bijvoorbeeld: (a) wat is het doel van de code en werden de relevante stakeholders bij de ontwikkeling ervan betrokken? (b) heeft de code een toeganke­lijke opzet en zijn de teksten niet te algemeen en niet te specifiek? (c) leeft de code bij de betrokkenen en hoe tracht men dat te bevorderen? (d) vol­gens welke procedures wordt onethisch gedrag ter discussie (of aan de kaak) gesteld? Yahr c.s. hebben vooral bindende gedrags- of integriteitscodes voor ogen.
Davies et al. (2009) gebruiken een andere strategie om het ethisch bewustzijn van de docenten binnen hun onderwijs­instelling te bevorderen. Zij legden 42 gedragingen aan hun collega’s voor en vroegen hun in hoeverre die volgens hen ethisch toelaat­baar zijn. Men blijkt het lang niet overal met elkaar eens te zijn en dat is een prima basis voor nadere discussie over de ethische principes, afwegingen en dilemma’s die in het spel zijn. Het is natuurlijk een heel andere onderwijscultuur, daar in Amerika, in vergelijking met de onze, maar toch is het heel interessant om te zien wat hun in ethisch opzicht bezighoudt. Zie de hierna volgende tabel (vertaal- en interpretatie­fouten voorbehouden).
Lees verder … (PDF)

Citizen Ethics in a time of crisis

Wes Holleman | 22-02-2010 | permalink

Dit weekend startte The Guardian een debat over Citizen Ethics: moeten we de ethische grondslagen van ons economische, politieke en sociale leven heroverwegen? Is de individualisering en de hang naar nationale economische groei niet te ver doorgeschoten? De initiatiefnemers zijn Madeleine Bunting (The Guardian), Adam Lent (Trade Union Congress) en Mark Vernon (freelance filosoof), die zich verenigd hebben in het Citizen Ethics Network. Het start­document is een lijvige brochure die online gepubliceerd is.
Het debat gaat over de vraag welke waarden je als lid van de samenleving moet meewegen in je handelen, dus als verantwoordelijke buurman, burger, bestuurder, aandeelhouder, etcetera. Tegenwoordig denkt men bij de term Citizen Ethics overigens niet alleen aan individuele actoren maar ook aan ‘corporate citizens’. Men doelt dan op het ethisch handelen van bedrijven en organisaties in hun relatie tot de samenleving. Daarmee komt men op het terrein van bedrijfs- of organisatie-ethiek.
Hoe kunnen we de Citizen Ethics nader afgrenzen? We hebben ‘t over de maat­schappelijke verantwoordelijkheid van mensen en organisaties, georiënteerd op het algemeen belang. Het gaat, anders gezegd, over hun verantwoordelijkheden jegens de maat­schappelijke buitenwereld. Daartegenover onderscheidt men de verantwoor­delijkheden jegens de binnenwereld: de eigen familie, de eigen beroeps­groep, het bedrijf of de organisatie waarvoor men werkt of waartoe men behoort, de eigen werknemers, de eigen klanten en potentiële klanten, etcetera. In het algemeen vallen de bedrijfs- of organisatie-ethiek en de beroepsethiek dus slechts ten dele samen met de Citizen Ethics. Maar voor de ethiek van overheidsdienaren en -organi­saties ligt dat enigszins anders. Want zij voeren hun publieke taak namens de Citizens uit.

Ethische code versus gedragscode

Wes Holleman | 19-01-2010 | permalink

Wat is een Ethische Code? Vaak is zo’n document een mengsel van professionele aspiraties en professionele verplichtingen. Als de nadruk op dat laatste ligt, noemt men het ook wel een gedragscode. De Board of Education, een publiekrechtelijk orgaan van de State of Ala­bama, stelde in 2005 een Code of Ethics op voor leraren in het openbaar onderwijs. Vorig jaar kwam de Board met het voorstel, deze code te formaliseren tot een bindende gedragscode, die in de onderwijswetgeving zou worden opgenomen. De Gouverneur nam dat voorstel over, doch de lerarenvakbond (Alabama Education Association) was er fel op tegen. De bond verzet zich niet tegen een ethisch richtsnoer (zoals de huidige Code biedt) en evenmin tegen de totstand­koming van een bindende gedragscode. Maar volgens de bond moet je die twee niet doorelkaar halen. Als het de bedoeling is dat schooldirecties en districts­functionarissen het functioneren van de leraar aan de gedragscode toetsen en daar arbeidsrechtelijke consequenties aan verbinden, dan is de huidige Code te wollig en hier en daar ook te streng. In augustus kwam de Joint Committee (een advies­orgaan voor wetgevingsaangelegenheden) met een wijzigingsvoorstel dat tegemoet kwam aan deze bezwaren. Maar de Board hield voet bij stuk. De Senaat en het Huis van Afgevaardigden kozen echter partij voor de lerarenvakbond: het document van de Board is ‘ambiguous and incapable of being enforced’. Ze hebben het wetsvoorstel om die reden verworpen.
Bronnen: Al.com (12/1/2010), Teacher Magazine (15/1/2010)
Lees ook de bijlage: vergelijkingstabel (PDF)

De rechtsveilige school

Wes Holleman | 11-01-2010 | 3 Reacties » | permalink

Wat is een veilige school? Het Nederlands Jeugdinstituut heeft vorig jaar de Veiligheidskaart uitgebracht: een Checklist voor een veilige school. Dat gaat natuurlijk niet alleen over beveiliging tegen brand, inbraak of ongevallen, maar ook over sociale veiligheid. Een voorbeeld van gerichte bevordering van de sociale veiligheid is de School zonder Racisme. Dat was een initiatief van het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR). Ongeveer honderd Nederlandse v.o.- en mbo-scholen hebben het keurmerk School zonder Racisme verworven.
Inmiddels is het LBR opgegaan in de vereniging ART.1, die genoemd is naar het eerste artikel van de Grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levens­overtuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ De vereniging heeft dus een ruimere missie gekozen dan alleen het tegengaan van rassen­discriminatie. Scholen die inclusief onderwijs nastreven, op systematische wijze aan gelijke behandeling werken en discriminatie trachten uit te bannen, kunnen sinds 2007 het keurmerk [Eén], Gelijke behandeling voor iedereen verwerven.
Vrijwaring van discriminatie behoort tot de fundamentele mensenrechten. Nederland strijdt wereldwijd voor de mensen­rechten, en het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft onlangs het initiatief genomen om ook de mensenrechten­educatie binnen het Nederlandse onderwijs te bevorderen. Maar in het Verenigd Koninkrijk gaat men een stap verder. Daar heeft men het keurmerk Rights Respecting School ingevoerd. Men streeft naar een rechtsveilige school, waar álle mensen­rechten, zoals gecodificeerd in het Kinderrechtenverdrag, gerespecteerd worden. Rechtsveiligheid voor de leerling wordt als een belangrijk aspect van de sociale veiligheid op school beschouwd.
Lees verder … (PDF)

De ethische commissie (AIEC)

Wes Holleman | 19-10-2009 | permalink

Valt het in ethisch opzicht te rechtvaardigen dat een klas collectief gestraft of gegijzeld wordt wegens een vergrijp dat door een onbekende dader uit die klas gepleegd is? Dat is nou typisch zo’n vraag die men op het bordje van de Ethische Commissie van een onderwijsinstelling zou kunnen leggen. Officieel spreekt men van een Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissie (AIEC). Zo’n orgaan bestaat binnen sommige universiteiten en hogescholen. Haar wettelijke taak is het instellings­bestuur te adviseren bij het opstellen van ethische richtlijnen inzake onderwijs en onderzoek. Maar de Universiteit van Amsterdam bijvoorbeeld heeft haar AIEC een ruimere taak gegeven. Zo moet zij discussie over ethische aspecten van het werk bevorderen en als aanspreekpunt voor docenten en studenten fungeren.
Ik dacht daaraan toen ik in P&O-Actueel (5/10/2009) een artikel van Ronald Jeuris­sen las. Hij heeft het over Moral Muteness: de neiging van bedrijven en organisaties om ethische fricties dood te zwijgen. Op de BON-site (13/10/2009) is naar aanleiding daarvan een korte discussie gevoerd. Een blogger die achter de naam Gems schuil­gaat, legt de vraag op tafel hoe men ethische problemen binnen een professionele organisatie bespreekbaar kan maken. Hoe kunnen scholen voorkomen dat zulke problemen onder de mat geveegd worden? Maar de BON-discussie loopt op niets uit. Onderwijs­instellingen zijn in ethisch opzicht door-en-door verrot en klokkeluiders graven hun eigen graf, zo geeft men Gems te verstaan.
Zou het echt zo slecht gesteld zijn? Of zou de directie van een fatsoenlijke school toch bereid gevonden kunnen worden om een AIEC in te stellen: een Ethische Commissie die structurele ethische problemen signaleert en in discussie brengt, die het Leer­lingen­statuut doorvlooit, die de directie gevraagd en ongevraagd kan adviseren en die in een openbaar jaarverslag verantwoording aflegt van haar werkzaamheden?

Een lector Onderwijsethiek

Wes Holleman | 17-09-2009 | permalink

Petra Ponte is aangetreden als lector bij de faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Ze is geïnterviewd door Femke Bakkeren (Trajectum 17/9/2009). Ponte onderzoekt interacties tussen leraar en leerling, maar ‘niet in moraliserende zin; dus niet hoe hoort het, maar wel wat gebeurt er en waarom?’ Ook al wordt er niet gemoraliseerd, toch kan men dit nieuwe lectoraat, naar mijn indruk, als Praktische Onderwijsethiek karakteriseren. En dat mag best in de krant.
Petra Ponte doet praktijkonderzoek naar reflectief, waardengestuurd leraarsgedrag: ‘Mijn rode lijn is rechtvaardig onderwijs. Misschien omdat ik uit een sociaal-democratisch nest kom, waarbij de humanistische levensfilosofie hoog in het vaandel stond. Maar ook omdat ik al vlug zag hoe kwetsbare leerlingen - vaak onbedoeld - in de verdrukking komen, zich ongelukkig voelen, [zich] niet gekend weten in het onder­wijs. Dat juist ook kwetsbare kinderen recht hebben op goed onderwijs en daar zijn geen pasklare antwoorden voor. Daarvoor moeten we de durf hebben om samen met het veld gebaande paden te verlaten, alternatieven te zoeken en - omdat het zo com­plex is - steeds de consequenties van ons handelen te onderzoeken. In de Neder­land­se wetenschappelijke wereld is daar momenteel niet altijd ruimte voor en mijn inter­nationale werk heeft me hierbij dan ook enorm gestimuleerd. In bijvoorbeeld Scandinavië en Australië is er veel meer ruimte voor de fundamentele discussie over democratie in het onderwijs; de vraag naar het “waarom” en “waartoe” wordt veel meer gesteld.’
‘We willen vooral laten zien dat zich in de dynamiek van de dagelijkse praktijk dilemma’s voordoen, waar geen pasklaar antwoord op is.’ Leraren in opleiding moeten ‘niet alleen vaardigheden leren en literatuur lezen waarin staat wat ze moeten doen en hoe ze dat moeten doen, maar ook waarom ze dat zouden moeten doen; waarom ze bijvoorbeeld iets in het belang van de leerlingen vinden en hoe anderen daarover denken. In feite dus weer meer aandacht voor onderwijs­filosofie.’