De student als afnemer van diensten

Wes Holleman | 09-02-2015 | 1 Reactie » | permalink

De Competition and Markets Authority (CMA) bewaakt de eerlijke mededinging binnen het bedrijfsleven en beschermt de afnemers van producten en diensten. Zij is de Britse pendant van onze Autoriteit Consument & Markt (ACM). Vorig jaar heeft zij voor de universiteiten en hogescholen een concept-handreiking opgesteld over de spelregels waaraan zij zich te houden hebben in het licht van het wettelijke consumentenrecht. Inmiddels is een consultatieronde gehouden waarin men op dat concept heeft kunnen reageren. De CMA werkt nu aan de definitieve versie van de handreiking.
Ondertussen laat de Britse Consumentenbond (Which? genaamd) zich niet onbetuigd. In november bracht de bond een verkennend rapport uit, onder de titel ‘A degree of value: value for money from the student perspective’. En vorige week verscheen er een vervolg­rapportage over de mate waarin universiteiten en hogescholen zich aan de spelregels houden: leveren ze de diensten die ze hun aankomende studenten beloofd hebben? Ze moeten hoognodig een college Consumentenrecht volgen, concludeert het bijbehorende persbericht.

Hogeschool Ede: een eed voor leraren

Wes Holleman | 08-02-2015 | 1 Reactie » | permalink

De Christelijke Hogeschool Ede (CHE) heeft deze week de ceremoniële eed/gelofte gepubliceerd die haar studenten kunnen afleggen bij hun afstuderen als leraar Basisonderwijs:
1. Ik beloof als leraar basisonderwijs mijn ervaringen en talenten zegenrijk in te zetten voor het ontsluiten van de talenten van leerlingen.
2. Ik zal alles doen wat in mijn vermogen ligt om kinderen te leren lief te hebben en recht te doen in hun gemeenschap in de wereld.
3. Ik zal me vanuit een pedagogische relatie inzetten voor de ontwikkeling van het hele kind: verstand, hart, ziel en handen.
4. Ik zet me er voor in om geen schaduw te werpen op het leven van een kind, maar integer te handelen.
5. Ik zal me aanspreekbaar en open opstellen en me inzetten voor het welzijn van mezelf en mijn collega’s.
6. Ik beloof me positief-kritisch in te zetten om vanuit een lerende houding mijn deskundigheid te bevorderen binnen mijn professionele gemeenschap.
7. … [De student formuleert een persoonlijke slotzin over de relatie van zijn of haar leraarschap met de eigen levens­beschouwelijke identiteit.]
Lees verder … (PDF)

Kleurrijk leraarschap

Wes Holleman | 25-01-2015 | 1 Reactie » | permalink

Als je leraar bent in een kleurrijke klas en in een kleurrijke samenleving: dan moet je gevoel hebben voor culturele en religieuze verschillen. Dat is de boodschap van Hüseyin Susam in zijn recente proefschrift over Cultureel sensitief leraarschap (VU University Press 2015). De ondertitel van zijn boek luidt: ontwikkeling van beroepskwaliteiten van aanstaande leraren voor pluriforme scholen. De auteur, van Turkse komaf, is docent Pedagogiek aan de interconfessionele Hogeschool iPabo in Amsterdam. Inmiddels zijn er boekaankondigingen verschenen op de websites van de Vrije Universiteit, van de iPabo en van Science Guide.
Het boek komt precies op het juist moment. De recente terroristische aanslagen in Parijs hebben onze samenleving niet alleen geschokt, maar hebben ook bevestigd dat zij hoognodig antwoorden moet vinden op de symptomen van interculturele ver­warring en op de risico’s van interculturele polarisatie en interculturele radicalisering. Onlangs schreef ik een blogbericht over de vraag hoe scholen met de recente politieke emoties omgaan. Daarop aansluitend signaleerde ik een relaas over de handelingsverlegenheid van een jonge leerkracht op een kleurrijke basisschool. Ik hoop van harte dat het boek van Hüseyin Susam wegen aanwijst om professioneel en respectvol met culturele en religieuze diversiteit om te gaan.

Wat is Gelijke Kansen?

Wes Holleman | 12-01-2015 | 6 Reacties » | permalink

Wat wordt verstaan onder Gelijke Kansen in het onderwijs? Om daarachter te komen, zouden we een uitgebreid literatuur­onderzoek moeten doen, vooral naar Amerikaanse bronnen (Equal Educational Opportunities). Daarnaast zal bestudering van Nederlandstalige, vooral ook Vlaamse bronnen ons vermoedelijk verder kunnen helpen. Maar misschien kunnen we ook al een eind komen als we op onze eigen intuïties afgaan. Gelijke Kansen is de aanduiding van een beleidsdoelstelling. Men wil actuele en potentiële onderwijsdeelnemers rechtvaardig behandelen, opdat ze niet onnodig worden belemmerd in hun streven de arbeidsmarktkwalificaties te verwerven die beantwoorden aan hun loopbaandoelen en aan hun inherente ontwikkelings­mogelijkheden. Maar daarmee verschuiven we het probleem een beetje. Wat moeten we onder Rechtvaardige Behandeling verstaan? Er doemen twee componenten op: (1) gelijke behandeling, oftewel non-discriminatie, en (2) aangepaste behande­ling, d.w.z. een behandeling waarmee men beoogt te voorkomen dat persoonlijke handicaps (waarmee kinderen/jongeren in vergelijking met generatiegenoten te kampen hebben) tot onrechtvaardige belemmeringen leiden. Op basis van deze begripsaanduidingen komen we bij een zevenledige beleidsdoelstelling terecht.
Lees verder … (PDF)

De student centraal

Wes Holleman | 27-10-2014 | permalink

Carlos van Kan promoveerde vorig najaar op een proefschrift over de professionele normen en waarden van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs: welke criteria blijken zij te hanteren om te bepalen of hun handelen in het belang van de leerling is? Onlangs heeft hij, onder verantwoordelijkheid van het Expertisecentrum Beroeps­onderwijs (ECBO), een vervolgonderzoek onder mbo-docenten gepubliceerd. Hij komt op zes professionele ‘onderwijspedagogische visies’ op basis waarvan docenten in het mbo-3 en mbo-4 hun studentgerichte handelen kunnen evalueren en verantwoorden (in gesprek met zichzelf of met collega’s). Deze zijn tot op zekere hoogte gerelateerd aan de wettelijke taken van de mbo-sector: de kwalificatie voor een beroep, voor de deelname aan de maatschappij en voor de doorstroom naar vervolgopleidingen.
De twee rapportages raken de kern van de beroepsethiek van onderwijsgevenden. Professionals stellen de belangen van hun cliënt centraal, maar bij de concretisering daarvan staan ze voor de uitdaging zich rekenschap te geven van de verschillende gezichtspunten die kunnen worden gekozen om het cliëntbelang te definiëren en inter­preteren.
Overigens is de leerling/student volgens mij weliswaar de belangrijkste maar niet de enige cliënt van leraren of docenten. Als mede-opvoeder rekenen leraren ook de ouders tot hun cliëntsysteem en als werknemer verlenen zij diensten aan hun onderwijsinstelling. Er wordt dus van hen verwacht de belangen van deze stakeholders in het oog te houden, ook al zullen die niet altijd met de belangen van de leerling/student samenvallen. Verder stuiten zij, als lid van het onderwijsteam (en van de beroepsgroep van onderwijs­gevenden), op de belangen van collega’s. En als ‘producent’ van gediplomeerden hebben ze tevens rechtstreeks met de belangen van het afnemende veld en van de maatschappij te maken.
Bij het evalueren en verantwoorden van hun professionele handelen kunnen leraren/docenten niet om die andere partijen heen. Zij zullen dus niet alleen opvattingen over de belangen van de leerling/student in de beschouwing betrekken maar ook opvattingen over de belangen van de ouders, van hun onderwijsinstelling, van hun collega’s, van het afnemende veld en van de maatschappij. Bovendien kunnen ze visies op hun gerechtvaardigde eigenbelang meewegen. Deze academische kanttekening lijkt mij nodig om de waardevolle onderzoeksresultaten van Carlos van Kan te positioneren binnen de professionele beslissingsruimte van docenten.

Hoe word je een reflective practitioner?

Wes Holleman | 23-06-2014 | permalink

Vorige week promoveerde Hanke Dekker op het proefschrift Teaching and learning professionalism in medical education. Zij beschrijft ervaringen met de leerlijn Professioneel Handelen binnen de driejarige masteropleiding Geneeskunde. De kern wordt gevormd door een intervisiegroep die elke veertien dagen bijeen komt. Daarnaast houden de co-assistenten een portfolio bij die periodiek besproken wordt met hun mentor. Ook maken ze essay-opdrachten waarop ze gerichte feedback krijgen. Langs deze leerlijn ontwikkelen de aanstaande professionals de competenties die zij nodig hebben om te reflecteren op eigen handelen en vertrouwd te raken met de beroepsethiek. De dissertatie kan online geraadpleegd worden, maar is ook in  gedrukte vorm verkrijgbaar (ISBN 978-90-367-7020-0).

Is onethisch gedrag besmettelijk?

Wes Holleman | 17-04-2014 | 2 Reacties » | permalink

Sanne Ponsioen verdedigt vandaag haar proefschrift over de besmettelijkheid van on­ethisch of frauduleus gedrag binnen organisaties. Als de ene collega ermee wegkomt, kan de andere collega daarin een vrijbrief zien om eveneens over de schreef te gaan. Deze horizontale besmettelijkheid geldt dus tussen werknemers (zoals leraren) en misschien ook tussen de inmates in organisaties met een staff-inmate split (zoals leerlingen op school). Ponsioen heeft echter geconstateerd dat de verticale besmettelijkheid van chef naar ondergeschikte (en dus misschien ook van leraar naar leerling) veel minder groot is. Als de chef (of leraar) over de schreef gaat, beschouwt de medewerker (of leerling) dat niet zomaar als vrijbrief om diens voorbeeld te volgen. Al wat Jovis is vergund, geldt niet voor ’t gemene rund.
Maar hoe zit het nu bij voorbeeldig gedrag? Als de chef (of leraar) het goede voorbeeld geeft, is de kans groot dat diens medewerkers (of leerlingen) zich daardoor laten inspireren: goed voorbeeld doet goed volgen. De chef (of leraar) kan in dat opzicht als rolmodel fungeren. Met voorbeeldig gedrag kan de chef (of leraar) dus wel degelijk een positieve uitstraling naar het gedrag van diens medewerkers (of leerlingen) hebben.
Toch is de vreugde van Ponsioen de afgelopen dagen enigszins vergald door een nieuws­bericht van haar universiteit. Daar is haar boodschap namelijk volledig verhaspeld: “Chef kopieert dubieus gedrag van ondergeschikte: medewerkers in een organisatie kopiëren onethisch gedrag eerder van ondergeschikten dan van leidinggevenden.” Hoog Sanne, kijk omhoog Sanne, want daar is de blauwe lucht …

Koninklijke Maatschappij der Onderwijskunst

Wes Holleman | 16-02-2014 | 2 Reacties » | permalink

In het Verenigd Koninkrijk wordt gedelibereerd over de oprichting van een College of Teaching (Daily Telegraph 10/2/2014, Guardian 14/2/2014). Een soort Koninklijke Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst (KNMG), maar dan voor leraren. Het is een professionele beroepsorganisatie die los van de overheid staat. Maar het verschil met de KNMG (een federatie van beroepsverenigingen) is dat het lidmaatschap voor iedere individuele leraar openstaat, mits hij of zij aan de strenge toelatingseisen voldoet.
In de periode 1998 t/m 2011 bestond in Engeland de General Teaching Council (GTCE): een publiekrechtelijk bestuursorgaan van en voor leraren. Het lidmaatschap was verplicht voor iedere leraar. De leden waren gebonden aan een gedragscode en bij wangedrag kon hun een beroepsverbod worden opgelegd. Toen de Labourregering plaats moest maken voor de Conserva­tieven en Liberaal-Democraten, werd de GTCE opgeheven. Sindsdien wordt de regie rechtstreeks door de overheid gevoerd, via het National College for Teaching and Leadership.
Door de oprichting van een privaatrechtelijke beroepsorganisatie willen de leraren zich nu als professionele beroepsgroep profileren en zelf kwaliteitsstandaarden voor de beroepsuitoefening vastleggen. Anders dan de Nederlandse Onderwijs­coöperatie staat het beoogde College of Teaching geheel los van de onderwijsvakbonden.

Geheimhoudingsplicht van leraren

Wes Holleman | 04-02-2014 | 2 Reacties » | permalink

Zijn leraren gebonden aan een beroepsgeheim? Dat is een Goede Vraag (27/1/2014). Het antwoord is neen. Hulpverleners zoals artsen of psychologen zijn gebonden aan een beroepsgeheim. De professionele hulpverlener is ‘verplicht tot geheim­houding van het­geen hem uit hoofde van de uitoefening van zijn beroep ter kennis komt, voor zover die gegevens van vertrouwelijke aard zijn. Onder deze verplichting valt ook [diens] pro­fessionele oordeel (…) over de betrokkene.’ Maar leraren worden niet tot de professionele hulpverleners gerekend. Mogen zij dan zomaar uit de school klappen? Nee, dat nou ook weer niet.
Lees verder … (PDF)

Wouter Sanderse over beroepsethiek

Wes Holleman | 12-01-2014 | 1 Reactie » | permalink

Wouter Sanderse, lector Beroepsethiek bij de Fontys-lerarenopleiding in Tilburg, hield onlangs zijn inaugurele rede (die inmiddels ook in druk verschenen is). Hij bekijkt de beroepsethiek van de leraar vanuit een deugdenbenadering. Als men wil bevorderen dat leraren deugdelijk lesgeven, moet men zich op de hele persoon van de (aanstaande) leraren richten en hen helpen de deugden te cultiveren die zij aan hun leraarschap ten grondslag kunnen leggen. Het volgen van een lerarenopleiding omvat niet alleen het verwerven van instrumentele competenties, maar ook karaktervorming. En daarin onderscheidt de lerarenopleiding zich niet van ander onderwijs: aanstaande leraren moeten op hun beurt leren hoe zij kunnen bijdragen aan de karaktervorming van hun leerlingen.
Deugd en Karakter vallen nogal buiten mijn dagelijkse woordenschat. Komt dat door mijn seculiere opvoeding, die mij niet in contact heeft gebracht met het rooms-katholieke gedachtengoed? Of heeft het te maken met mijn waardenvrije sociaal-wetenschappelijke opleiding, waar ‘virtues and character’ werden weggemoffeld in normen, waarden en persoonlijkheids­kenmerken? Hoe het ook zij: ik heb wel wat moeite om mij in te leven in de denkwereld van Sanderse. Maar zo gauw geef ik me niet gewonnen. Hieronder heb ik geprobeerd een referentiekader op te stellen dat wellicht ten grondslag ligt aan zijn deugdenbenadering.
Lees verder … (PDF)