Werving van studenten (IV)

Wes Holleman | 24-10-2013 | 2 Reacties » | permalink

Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn druk bezig met studiebijsluiters en matchingsprogramma’s om aspirant-studenten te helpen een gefundeerde studiekeuze te maken. Zodoende proberen ze een evenwicht te vinden in het spanningsveld tussen eigenbelang (werving, selectie en kosteneffectief onderwijs) en studentbelang (realisering van hun eigen loopbaan­doelen en ontwikkeling van hun eigen talenten). In commerciële onderwijsinstellingen (for-profit colleges and universities) doet dat spanningsveld zich nog sterker voelen: enerzijds wensen de aandeelhouders zoveel mogelijk financieel profijt te trekken uit de onderneming, maar anderzijds is het in hun belang dat zij haar reputatie als bonafide onderwijsinstelling beschermt. Een paar jaar geleden heeft een aantal Amerikaanse hogeronderwijsbedrijven het initiatief genomen tot zelfregulering van hun bedrijfstak (Chronicle H.E. 13/9/2011). Men trachtte een Foundation for Educational Success van de grond te krijgen die tot taak had te garanderen dat de deelnemende ondernemingen strenge Standards of Responsible Conduct and Transparency zouden naleven. Dat initiatief is een stille dood gestorven (Huffington Post 17/10/2013). Maar vorige week heeft de Association of Private Sector Colleges and Universities (APSCU) wel een reeks aanbevelingen gepubliceerd, onder de titel Best Practices in Recruitment and Admissions.

Corruptie in het onderwijs

Wes Holleman | 14-10-2013 | permalink

Corrupt schools, corrupt universities: what can be done? Zo luidt de titel van een rapportage die in 2007 door de Unesco gepubliceerd werd. Overal ter wereld komt het voor, dat gewetenloze onderwijsinstellingen, en gewetenloze lieden daarbinnen, hun macht misbruiken ten koste van leerlingen/studenten of ten koste van de belastingbetaler. Eén hoofdstuk (p. 257 e.v.) gaat bijvoorbeeld over de belangenverstrengeling die kan optreden als onderwijsgevenden niet alleen regulier onderwijs verzorgen maar ook bij betaalde bijles betrokken zijn. Om die reden is in sommige gedragscodes uitdrukkelijk de bepaling opgenomen dat leraren de leerlingen uit hun klas geen geld in rekening mogen brengen voor ontvangen bijlessen.
Begin oktober is opnieuw een rapport verschenen, ditmaal samengesteld door Transparancy International, onder de titel Global Corruption Report: Education. Het is zeer lezenswaard, maar je moet wel een flexibel denkraam bezitten. In de inleiding wordt corruptie gedefinieerd als ‘the abuse of entrusted power for private gain’. Maar verderop in het rapport worden ook andere ongerechtigheden behandeld. Is een onderwijsbestel bijvoorbeeld corrupt als kinderen gelijke kansen worden ontzegd doordat minvermogende ouders de kosten van een bijlesinstituut niet kunnen betalen? Of als de wetgever weliswaar gratis basisonderwijs belijdt maar het heffen van vrijwillige ouderbijdragen toestaat, zodat kinderen niet met de klas mee op excursie mogen als hun ouders de bijdrage niet betalen? Is een schooldirecteur corrupt als hij aspirant-leerlingen hoger op de wachtlijst plaatst indien hun ouders een donatie in het schoolfonds storten? In zulke gevallen kan men van discriminatie, voortrekkerij en misschien van ‘corporate gain’ spreken, maar niet zonder meer van ‘private gain’.

Bill of Rights voor studenten

Wes Holleman | 25-09-2013 | 1 Reactie » | permalink

Op 17 september 1787 werd de Amerikaanse grondwet ondertekend. Maar in 1789 werd daaraan de Bill of Rights toegevoegd: tien amendementen waarin de basale rechten van de burger zijn vastgelegd. De First Amendment gaat over de vrijheid van godsdienst; de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid; de verenigingsvrijheid en het recht van vergadering en betoging; en het petitierecht. De overige Amendments betreffen onder andere het recht op privacy (huisrecht, briefgeheim); de waar­borgen tegen inbeslag­neming van bezittingen; en het recht op een behoorlijke procesgang.
Deze grondrechten moeten door de overheid jegens haar burgers gerespecteerd worden. Maar in hoeverre gelden ze ook voor leerlingen en studenten als burgers van de schoolgemeenschap? En maakt het nog verschil of je minder- dan wel meerderjarig bent, of je in het secundair dan wel post-secundair onderwijs zit, en of het een openbare dan wel bijzondere onderwijsinstelling is? Deze vragen worden aan de orde gesteld in een lespakket, onlangs uitgebracht door de Foundation for Individual Rights in Education (FIRE) en het Bill of Rights Institute. Het lespakket is bedoeld voor de bovenbouw van het secundair onderwijs, om leerlingen bewust te maken van hun grondrechten op school en van hun grondrechten als student in het hoger onderwijs.
Bron: Education News (23/9/2013)

Onethische interventies

Wes Holleman | 19-09-2013 | permalink

Indien een Staat zichzelf toestaat burgers de doodstraf op te leggen, ondermijnt hij de ethische norm dat burgers elkaar niet het leven mogen benemen. En indien een Onderwijsinstelling zichzelf toestaat eenmaal behaalde studiepunten te vernietigen als studenten teveel vertraging oplopen, ondermijnt zij de ethische norm dat docenten hun uiterste best moeten doen om studenten naar het diploma te leiden. Deze stellingen poneerde ik onlangs in een blogbericht. De teneur van deze stellingen is dat bedenkelijke interventies die in juridisch en ethisch opzicht misschien door de vingers kunnen worden gezien, toch vanwege hun bij-effecten onethisch genoemd moeten worden. Ik wil deze gedachtegang hieronder nader uitdiepen.
Lees verder … (PDF)

Burgerschapsvorming in Frankrijk

Wes Holleman | 09-09-2013 | 2 Reacties » | permalink

Het Franse ministerie van onderwijs heeft vandaag het Charte de la Laïcité gepubliceerd: een handvest dat alle openbare scholen duidelijk zichtbaar moeten ophangen in hun gebouwen (Le Monde 9/9/2013). Dit is een eerste stap van een overheidsproject om de morele en burgerschapsvorming op scholen te versterken vanuit het perspectief van een République Française die strak de hand houdt aan de scheiding tussen kerk en staat.
Zie ook mijn proeve van een vertaling van het handvest (PDF)

Gedragscode voor studenten en docenten

Wes Holleman | 14-04-2013 | permalink

Ilse Meelberghs is docent aan een hbo-opleiding maar voorheen was ze lange tijd in het bedrijfsleven werkzaam. Ze wil een ethische code voor studenten ontwerpen die aan vier voorwaarden voldoet: (a) hij sluit aan bij de bedrijfscultuur waarin studenten na hun afstuderen terechtkomen; (b) hij past bij een onderwijscultuur die een krachtige leeromgeving beoogt te bieden; (c) hij beschrijft kort en bondig de rolverwachtingen die docenten jegens studenten koesteren; en (d) hij beschrijft tevens de rolverwachtingen die studenten jegens de docent in zijn/haar hoedanigheid van rolmodel mogen koesteren. Voorwaarde (d) houdt dus in dat de code zich zowel op studenten als op docenten richt, maar dat docenten uitsluitend op hun hoedanigheid van rolmodel worden aangesproken, dus op hun taak het goede voorbeeld te geven en vóór te leven wat van studenten (ad c) verwacht wordt.
Op haar weblog (9/4/2013) geeft Meelberghs een eerste proeve van de ethische code die haar voor ogen staat. Haar uitgangspunt is interessant. De rolverwachtingen die men in een beroepsopleiding jegens studenten stelt, moeten zo veel mogelijk de normen en waarden weerspiegelen van de bedrijfscultuur waarin studenten later terecht zullen komen. En die zelfde normen en waarden moeten opleiders ook tot richtsnoer voor hun eigen handelen nemen, zodat zij als rolmodel fungeren. Toch vind ik Meelberghs’ oplossing niet helemaal bevredigend. Kennelijk is haar primaire doel een ethische code voor studenten op te stellen. Welnu, kies dan voor een tweekoloms oplossing waarin de opleiders open kaart spelen: wij verwachten van jou dat je … (kolom 1) en jij mag dan natuurlijk verwachten dat wij van onze kant eveneens … (kolom 2).
Lees verder … (PDF)

Leraarsbevoegdheid: met de billen bloot

Wes Holleman | 26-03-2013 | 4 Reacties » | permalink

De Algemene Onderwijsbond (AOb) heeft onlangs een Nationaal Onderwijs Actieplan uitgebracht. Zijn eerste speerpunt betreft de leraarsbevoegdheid: geen onbevoegde leraren voor de klas. De bond laat echter niet het achterste van zijn tong zien. Hoe staat de AOb tegenover het inzetten van onderbevoegden en andersbevoegden? In elk geval vindt de AOb dat leraren niet verplicht mogen worden om een ander vak te geven dan waarvoor ze bevoegd zijn, en dat onbevoegde (c.q. onder- of anders­bevoegde?) leraren alle mogelijk­heden moeten krijgen om de vereiste bevoegdheid alsnog te behalen.
De voorzitter van de vakbond Leraren In Actie (LIA) heeft een concreet voorstel (Volks­krant 25/3/2013 p.25): Wees open over niet-bevoegde leraren. Laat de overheid van de scholen eisen dat ze in de schoolgids publiceren welke lessen in het des­betreffende schooljaar door onbevoegden (c.q. onder- of andersbevoegden) gegeven worden. De voorzitter vindt dus dat scholen met de billen bloot moeten en dat ze zich op deze manier jegens leerlingen en ouders moeten verantwoorden over de kwaliteit van de lessen.
Maar LIA zou het ook kunnen omdraaien: wij doen een dringend beroep op onze werk­gevers dat ze iedere onderwijs­professional in de gelegenheid stellen op de schoolwebsite een persoonlijke pagina te openen waarin hij/zij zich presenteert met een pasfoto en met gegevens over zijn/haar behaalde diploma’s en kwalificaties. Want integere professionals willen zich graag jegens hun cliënten verantwoorden over de reikwijdte en grenzen van hun vakbekwaamheid. In de beroepscode van universitaire docenten en onderzoekers (p.6) is zo’n persoonlijke pagina zelfs verplicht gesteld. Maar bij hen dient dat vooral een ander integriteitsdoel, namelijk om opgave te doen van nevenfuncties die tot belangen­verstrengeling zouden kunnen leiden.

Onderwijsraad over professionaliteit

Wes Holleman | 24-03-2013 | 1 Reactie » | permalink

De Onderwijsraad heeft onlangs de verkenning Leraar Zijn gepubliceerd. Het gaat over de persoonlijke professionaliteit van leraren binnen de professionele ruimte die hun gegeven is. Het rapport is een vervolg op Geregelde Ruimte (2012): de bewegingsruimte waarop scholen als professionele organisaties aanspraak mogen maken om hun missie te ver­vullen. De centrale boodschap is dat iedere leraar zelfbewust zijn of haar eigen definitie van professionaliteit moet ontwikkelen (p.34-37). Waar sta ik voor? Wat zie ik als mijn persoonlijke missie? Wie wil ik zijn, wat is mijn persoonlijke identiteit als leraar? Door welke doelen en waarden wil ik me vooral laten leiden in mijn professionele handelen? Daarbij behoren leraren echter rekening te houden met de kaders waarbinnen ze beroepshalve functioneren: de wettelijke regels, de doelen en waarden van hun school en van hun team, en de afspraken die daarbinnen gemaakt zijn. Maar anderzijds kunnen ze, vanuit hun persoonlijke definitie van professionaliteit, ook de dialoog aangaan om de doelen, waarden en keuzes van hun school en van hun collega’s ter discussie stellen. De boodschap is dat iedere onderwijsprofessional voor de uitdaging staat de eigen pro­fessionele ruimte op een verantwoordelijke manier in te vullen en dat hij of zij daartoe ook zelfstandig oordeelsvermogen en praktische wijsheid moet ontwikkelen om professionele keuzes te maken.
Wat opvalt is dat de auteurs van dit verhaal een zeer individualistische benadering van professionaliteit kiezen: de professional staat er alleen voor en moet in principe opereren binnen de kaders die door de school en door het team gesteld zijn. Men kan stellen dat deze benadering van realisme getuigt, maar anderzijds wordt hiermee al te gemakkelijk vergoelijkt dat gestelde kaders lang niet altijd professioneel verantwoord zijn. De auteurs gaan voorbij aan een cruciaal kenmerk van professionaliteit: dat professionele beroeps­beoefenaars (zoals artsen en advocaten) niet in strijd met de gedeelde normen en waarden van hun professionele beroepsgroep mogen handelen en dat ze zich daarom het recht voorbehouden zich aan onprofessionele kaders die door hun werkgever of door de over­heid gesteld zijn, te onttrekken.
Lees verder … (PDF)

Ambts-eed voor onderwijsbestuurders

Wes Holleman | 18-02-2013 | 1 Reactie » | permalink

Niet onwettig maar wel onwenselijk, zo typeert de commissie-Halsema de handel en wandel van de bestuurders van de scholengroep Amarantis. In een kamerbrief (14/2/2013) reageert minister Bussemaker op het commissierapport, in aansluiting op een brief die zij eerder naar de kamer stuurde (21/1/2013). Een groot deel van de recente brief (pp. 3-8) is gewijd aan de vraag hoe de uitwassen van het ‘new public management’ ingedamd kunnen worden. Sinds de jaren 1980 hebben onderwijsinstellingen steeds meer ruimte gekregen om zelf vorm te geven aan het onderwijsbeleid en om bedrijfsmatig te opereren. Daardoor kon het zicht op onderliggende publieke waarden (zoals soberheid, integriteit en dienst­baarheid aan de onderwijsbelangen van de samenleving) vertroebeld raken. De commissie bepleit versterking van een gedeeld moreel bewustzijn binnen de onderwijsinstellingen. Het gaat om versterking van de bestuurlijke moraal, vermijding van zelfverrijking en (de schijn van) belangenverstrengeling en versterking van het besef van publieke dienstbaar­heid. Dat betekent dat bestuurders hun handelen telkens in moreel en maatschappelijk opzicht moeten toetsen en dat ze tegenspraak moeten organiseren binnen hun organisatie. Maar ook de overheid enerzijds en de instellingen anderzijds moeten elkaar op hun publieke dienstbaarheid aanspreken.
Lees verder … (PDF)

De functies van een ethische code

Wes Holleman | 17-02-2013 | permalink

Behalve de normale groeps- en vakleerkrachten zijn er ook andere professionals in het onderwijs werkzaam: intern begeleiders, ambulant begeleiders, gedragsspecialisten en beeldbegeleiders (ook wel School Video Interactie Begeleiders genoemd). Zij hebben zich verenigd in de Landelijke Beroepsgroep Begeleiders in het Onderwijs (LBBO). Die landelijke koepel heeft onder meer tot doel de professionaliteit van de betrokken werkers te bevorderen. In dat verband kan ook de beroepsethiek onderwerp van gesprek zijn.
De Intern Begeleiders (LBIB) en de Gedragsspecialisten (LBGS) hebben beide een beroepsstandaard, inclusief ethische code, ontwikkeld, verkrijgbaar bij de Uitgeverij Pica. Een paar jaar geleden kreeg ik van het LBIB-bestuur toestemming om hun (toenmalige) ethische code op mijn website te publiceren. Maar het verbaast me dat de LBIB- en LBGS-code nog niet op de eigen website van de LBBO-koepel kunnen worden geraadpleegd. Waarom, in hemelsnaam, verstoppen professionals hun ethische code in een boek dat bij de boekhandel of uitgever moet worden aangeschaft? Blijkbaar hebben ze nog niet goed nagedacht over de functies die een ethische code moet (of in elk geval kan) vervullen. Of hebben ze net dat éne duwtje nodig om moed te vatten?
Lees verder … (PDF)