Drie A4-tjes: achttien taalfouten

Wes Holleman | 30-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

Onlangs beantwoordde het ministerie kamervragen over de gebrekkige taalvaardigheid Nederlands van hbo-studenten. In deze drie A4-tjes (603 woorden) weet het ministerie achttien verschillende taalfouten te maken. Bij mij wekt dat noch verbazing noch ergernis. Departe­mentsambtenaren en bewindslieden hebben het druk en bij beeldschermwerk blijven er allicht fouten onopgemerkt, zeker als deze buiten het bereik van de ingebouwde spellingchecker vallen. Maar wat me verbaast en ergert, is de inhoud van dit OCW-document. Het ministerie gaat er zonder meer van uit dat studenten taalvaardigheid ontberen, terwijl gebrekkige tekstverzorging ook andere oorzaken heeft: (a) tekstproductie op beeldscherm genereert taalfouten en bemoeilijkt detectie van gemaakte taalfouten; (b) de taalkundige slordigheid van teksten is mede te wijten aan het feit dat de opsteller haast heeft en dientengevolge nalaat tussen- en eind­producten uit te printen en zorgvuldig te controleren en reviseren; (c) de tekstproducent stelt zichzelf vaak voor de onmoge­lijke opdracht een oplossing van een denkprobleem te vinden en die oplossing tegelijkertijd in een fatsoenlijke taalkundige vorm te gieten, terwijl die tweeledige opdracht eigenlijk verscheidene iteraties en revisies vereist.
Maar ik richt mijn pijlen ten onrechte op het ministerie. Het zijn de docenten in het hoger onderwijs die de boze taalpolitie uit­hangen. Studenten worden keihard aangepakt als ze taalfouten over het hoofd zien in hun digitale papers en tentamens. Het taal­beheersingsniveau van studentengeneraties is achteruitgehold, roepen docenten in koor (DUB 27/4/2012). En ze voelen zich in deze conclusie ‘gestrekt’ door de dramatische uitkomsten van de taaltoets die dit jaar onder eerstejaars rechtenstudenten is afgenomen (Mare 26/4/2012). Maar de docenten vergeten en vergoelijken de taalfouten die zij zelf als beeldschermwerkers in hun tekstproduc­ten maken: werkdruk, weetjewel!
Zij stellen overtrokken eisen aan de tekstverzorging van studenten. In combinatie met studie­stress en krappe deadlines leidt beeld­schermwerk onvermijdelijk tot taalfouten. Docenten hou­den onvoldoende rekening met de tijd, het geduld en de inspanning die nodig zijn om digitale tekstproducten stap-voor-stap te doordenken, te controleren en te reviseren.
Bijlage: de achttien taalfouten

Kinderarbeid

Wes Holleman | 28-04-2012 | permalink

Na een storm van protesten heeft Obama’s ministerie van Sociale Zaken een wetsvoorstel ingetrokken dat bedoeld was om kinderarbeid op agrarische bedrijven aan banden te leggen (Human Rights Watch 27/4/2012). Volgens de nieuwssite Daily Caller (25/4/2012) kwamen de protesten vooral van kleine familiebedrijven. Het was een botsing tussen twee opvattingen. Aan de ene kant wil de regering ontwikkeling, gezondheid en welzijn van minderjarigen beschermen, tracht zij exploitatie van kinderen en jongeren tegen te gaan, en wil zij voorkomen dat familie­bedrijven zich aan basale arbeidsrechtelijke beginselen onttrekken. Aan de andere kant eisen ouders het recht op, hun kinderen serieus te nemen en hen geleidelijk te introduceren in de arbeidswereld der vol­wassenen. Ook de jongeren zelf ervaren dat als een uitdaging en het geeft hun een kick eigen geld te verdienen. En laten we niet vergeten dat er ook familiebedrijven en huishoudens zijn waar de kinderen domweg móéten worden ingeschakeld om al het werk gedaan te krijgen, alle monden te vullen en het hoofd boven water te houden.
Hoe zit het in Nederland met kinderwerk en kinderarbeid? Er is brede consensus dat leer­plichtige kinderen volledig dagonderwijs moeten volgen en gelegenheid moeten krijgen om het bijbehorende huiswerk te maken. Buiten schooltijd en in de schoolvakanties rest hun echter nog heel wat ruimte om zich nuttig te maken. Uit een onderzoek van Regioplan (2005) blijkt dat veel kinderen een baantje hebben of anderszins productief meedraaien in familieverband of in de (vooral grijze) economie. Wat de agrarische familiebedrijven betreft, is Rinus van Wezel (You Tube 9/5/2010) daar een groot voorstander van: het is goed voor kinderen en jongeren dat ze in het bedrijf van hun ouders worden ingeschakeld, ook al vinden ze het zelf niet altijd leuk. Er bestaan in Nederland strenge wettelijke regels op kinderwerk en kinderarbeid. Maar uit een recente onderzoeksrapportage van Talinay Strehl c.s. (2012) komt naar voren dat die regels op brede schaal overtreden worden.
Ook in Nederland bestaat er dus een ernstig spanningsveld tussen enerzijds de wens van kinderen en jongeren om serieus genomen te worden, productief werk te verrichten, werk­ervaring op te doen en al doende te leren en anderzijds hun recht om in een veilige, beschermde omgeving op te groeien en van uitbuiting gevrijwaard te blijven.

Scriptiebegeleiders op stukloon

Wes Holleman | 26-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

Het bestuur van de Universiteit van Amsterdam schrok zich rot. Folia Magazine (25/4/2012) heeft verklapt dat er bij Politicologie scriptiebegeleiders op stukloon werken. Zij kunnen hun inkomen verhogen door méér studenten te laten slagen voor hun scriptie. Het bestuur kwam terstond met een persbericht om een en ander recht te zetten: masterstudenten hebben een gepromoveerde scriptie­begeleider en hun scriptie wordt medebeoordeeld door een gepromo­veerd lid van de vaste staf. Bovendien is slechts voor 1% van de bachelor- en masterscripties stukloon uitbetaald. Een halfzachte verdediging dus. Hoeveel procent van de scripties worden door arbeidscontractanten begeleid? In hoeverre lopen zij het risico dat hun arbeidsovereen­komst niet verlengd wordt als ze hun studenten niet laten slagen? Worden ook de bachelor­scripties medebeoordeeld door een lid van de vaste staf? Worden promovendi tot de vaste staf gerekend? Hoe voorkomt men dat scriptiestudenten overmatig gesouffleerd worden door begeleiders die er belang bij hebben dat hun student een voldoende haalt? Wat de begeleiding en beoordeling van scripties betreft, heeft het UvA-bestuur de schijn van belangen­verstrengeling niet weggenomen.

Een gevoelig onderwerp (II)

Wes Holleman | 24-04-2012 | permalink

Sociologiedocente Sammie Price is geschorst (Inside Higher Ed 23/4/2012). Ze heeft namelijk op haar eerstejaarscollege een documentaire over de porno-industrie vertoond: The Price of Pleasure. Met name neemt men het haar kwalijk dat ze studenten niet heeft gewaarschuwd dat ze beelden te zien kregen die schokkend konden overkomen en dat ze niet heeft aangekondigd dat het hun vrij stond zich aan de vertoning te onttrekken. Door deze nalatigheid heeft zij inbreuk gemaakt op een basisbeginsel van de professionele beroepsethiek: gij zult studenten niet onnodig schade berokkenen (Holleman 2006 p.99-103). Naar mijn gevoel heeft zij tevens een ander beginsel geschonden: bescherming van de persoonlijke levenssfeer (p.20). Zij had haar studenten erop moeten wijzen dat ze de DVD ook bij de UB konden lenen om hem thuis te bekijken. Het kan immers nogal gênant zijn om zulke beelden in een collegezaal met zestig ginnegappende medestudenten te moeten aanschouwen.
Er zijn natuurlijk nog veel méér confronterende thema’s en ervaringen, bijvoorbeeld de snijzaal voor medische studenten, of het ontleden van een koeienoog of schapenhart op het biologie­practicum. Vorige week zag ik The Deep Blue Sea van Terence Davies in de bioscoop, met een lange zelfmoordscène. Dat had ik ook liever vooraf geweten: het viel me nu erg rauw op het dak. Maar het was wel een mooie film.

De school als onderneming

Wes Holleman | 23-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

Columnist Frank Kalshoven (VK 21/4/2012) mort over het onderwijsbeleid. We hebben de onderwijsmarkt geliberaliseerd en scholen de vrije teugel gegeven om als competitieve ondernemingen te opereren. Maar zodra de ondernemende scholengroep Amarantis failliet dreigt te gaan, worden er vele miljoenen belastinggeld vrijgemaakt om de deconfiture in goede banen te leiden. De tucht van de vrije markt stelt dus niets voor: zodra een ondernemer dreigt om te vallen, moet de belastingbetaler bijspringen. Laten we nu eindelijk eens een duidelijke keuze maken, zegt Kalshoven. Kiezen we voor een vrijemarktmodel waarin de scholen een reëel ondernemersrisico lopen, waarin de Onderwijsinspectie (als Keuringsdienst van Waren) op de basiskwaliteit toeziet en waarin de Mededingingsautoriteit NMa tegen marktverstorende subsidies en kartelvorming waakt? Of kiezen we voor onderwijs als publieke voorziening die door de overheid gereguleerd wordt en waarin avonturen à la Amarantis tijdig geblokkeerd worden?
Lees verder … (PDF)

Pestkoppen: zet ze uit elkaar

Wes Holleman | 19-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

Zet kemphanen bij elkaar, kopte het Algemeen Dagblad (7/4/2012), naar aanleiding van het afstudeeronderzoek van Yvonne van den Berg. Zet ze in de klas bij elkaar in de buurt. Als onbekend onbemind maakt, dan geldt ook het omgekeerde: bekend maakt bemind. Ik weet het zo net niet. De onderzoekster heeft het niet alleen over vechtersbaasjes maar ook over pestkoppen en hun slachtoffers en over sociale uitsluiting. Vaak zijn hierbij groepsprocessen in het spel. Pestkoppen weten zich gesteund door een clique om hen heen. En uitsluiting is bij uitstek een groepsproces: wij tegen hullie, of wij tegen die paar losers. Hoe kan de leerkracht dat doorbreken? Moeten slachtoffers en losers nabij hun kwelgeesten worden geplaatst? Of moeten de leden van dadergroepen uit elkaar worden gezet, zodat ze in hun superieure wij-gevoel gekortwiekt worden?
Bron: Yvonne van den Berg, Didactief (januari 2012), Onderwijsblad (7/4/2012).

Hoeveel leraren scoren onvoldoende?

Wes Holleman | 18-04-2012 | 5 Reacties » | permalink

Tien procent van de leerkrachten in het basisonderwijs legt de leerstof onvoldoende uit en moet dus nodig worden bijgeschoold. In het vmbo (exclusief vmbo-t) en havo is dat 7% en in het vwo 4%. Dat konden we deze week in hoofdstuk 9 van het Onderwijsverslag 2010/2011 van de Onderwijsinspectie lezen. De cijfers zijn totstandgekomen op basis van 3845 lesobservaties. Doorgaans werd per leraar één les geobserveerd.
Maar met die cijfers is iets geks aan de hand. In tabel 9.2a (basisonderwijs) is gerapporteerd dat 90% van de lessen als voldoende is beoordeeld, terwijl tabel 9.3a (vmbo en havo) bericht dat 93% van de lessen als voldoende is beoordeeld dan wel niet beoordeeld kon worden. Er wordt dus met twee maten gemeten: in het basisonderwijs hebben de lessen die niet op stofuitleg beoordeeld konden worden, ten onrechte de score ‘onvoldoende’ gekregen.
Er is nog méér mis met de conclusies van de Onderwijsinspectie. Hoofdstuk 9 doet uitspraken over het percentage incompetente leraren (leraarskwaliteit), maar de lesobservaties laten slechts conclusies toe over het percentage lessen van onvoldoende kwaliteit (leraarsgedrag). Over leraren die in de geobserveerde les door tijdgebrek niet aan adequate stofuitleg toe­kwamen, wordt ten onrechte geconcludeerd dat ze niet over de nodige competentie beschikken om de stof duidelijk uit te leggen. Volgens de Inspectie moeten ze per omgaande naar vak­inhoudelijke of vakdidactische bijscholingscursussen worden gestuurd, terwijl ze misschien alleen maar in hun lesplanning tekort zijn geschoten.
Lees verder … (PDF)

De vlegeljaren van Adrian Mole

Wes Holleman | 17-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

De puber Adrian Mole was dertien driekwart toen Sue Townsend zijn Secret Diary optekende. Over zijn leven vóór die tijd is niets bekend. Wat deed hij bijvoorbeeld toen hij negen of tien was? National Trust, de Britse Vereniging voor Natuurmonumenten, heeft een lijst van 50 activiteiten opgesteld, die Adrian eigenlijk zou moeten ondernemen voordat hij elf driekwart wordt. Niet voor de TV of achter de computer zitten, maar lekker buiten spelen.
Dat is niet zomaar een reclamepraatje. Julia Steiny bericht over ouders die aan de bel trekken omdat hun schoolgaande kinderen steeds minder tijd wordt gegund voor vrij buitenspelen (Education News 12/4/2012). Buiten spelen is niet alleen belangrijk voor hun persoonlijke ontwikkeling: ook hun schoolprestaties worden er beter van.

MBO: tekort aan stageplaatsen

Wes Holleman | 12-04-2012 | 7 Reacties » | permalink

Gesteld: je volgt een vierjarige, voltijdse mbo-opleiding tot schoonheidsspecialiste bij de School voor Uiterlijke Verzorging van een ROC. Maar in de loop van de opleiding wordt het duidelijk dat er nauwelijks stageplaatsen te vinden zijn. Al je sollicitatiepogingen lopen op niets uit. Je roept de hulp van het Stagebureau van de school in, maar dat biedt geen soelaas: je wordt op de wachtlijst gezet en je bent nog lang niet aan de beurt. Tegen het eind van het derde studie­jaar krijg je een briefje dat je wordt uitgeschreven uit de opleiding omdat je nog steeds niet met je stage begonnen bent. Kan dat nou zomaar?
Ja, zegt de minister in antwoord op kamervragen (10/4/2012, blz.5): de school heeft een inspanningsverplichting om te helpen zoeken naar een stageplaats, maar ‘als er desondanks geen stageplaats [wordt gevonden] om de opleiding af te ronden, zal de student de opleiding moeten beëindigen.’
In het algemeen bestaat er op dit moment binnen het mbo nog geen structureel tekort aan stageplaatsen, stelde het ministerie in antwoord op eerdere kamervragen (2/4/2012). In een studenten-enquête van de Socialistische Partij rapporteert 10% van de voltijdse mbo-respondenten echter dat er soms geen stageplekken te vinden zijn voor hun opleiding. En wat de populaire mbo4-opleiding tot schoonheidsspecialiste betreft, bericht de SBB-barometer (maart 2012, blz.4) dat het vinden van een stageplaats echt wel ‘moeizaam’ genoemd moet worden. In de kamerbrief Aanbod van MBO-opleidingen (2/4/2012, blz.7-8) wordt aangekondigd dat het ministerie wil laten onderzoeken of populaire opleidingen in sommige mbo-sectoren, qua aantal locaties in den lande, gelimiteerd moeten worden om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt met elkaar in evenwicht te brengen. Ook constateert het ministerie met instemming dat sommige onderwijsinstellingen uit eigen beweging gebruik maken van hun bevoegdheid de instroom tot populaire opleidingen te beperken.
Dit alles gezegd zijnde, moeten we terug naar onze beginvraag: is een mbo-opleiding gerech­tigd eenmaal toegelaten studenten zonder diploma heen te zenden wegens een gebrek aan stageplaatsen?
Lees verder … (PDF)

Leraars contra leerstofjaarklassen

Wes Holleman | 11-04-2012 | 1 Reactie » | permalink

De Vereniging van Vlaamse Leerkrachten (VVL) wil dat zittenblijven op de basisschool wordt afgeschaft, aldus bericht De Morgen (5/4/2012). Wie in het jaarprogramma bij sommige vakken achterop is geraakt, hoeft dus niet het heel jaar te doubleren. Weg met het inhumane leerstof­jaarklassensysteem! We moeten het onderwijs zo goed mogelijk differentiëren, zodat leerlingen het zesjarige curriculum in eigen tempo kunnen doorlopen.
Hollanders kijken daar niet van op, maar er brandt hun wel een waarschuwing op de lippen. In het VVL-plan wordt namelijk niet vermeld of men alle leerlingen naar een bepaald minimum­eindniveau wil brengen voordat ze naar het Vlaamse secundair onderwijs mogen overgaan. Evenmin wordt vermeld of men de Vlaamse basisscholier één à twee uitloopjaren wil gunnen als hij (zij) het verlangde eindrepertoire na zes verblijfsjaren nog niet bereikt heeft. Want daar ligt het probleem van het Nederlandse basis­onderwijs: weliswaar is het zittenblijven bij ons nagenoeg afgeschaft, maar na groep 8 stromen vele twaalfjarigen met grote taal- en reken­achterstanden het secundair onderwijs in. We zijn van de regen in de drup gekomen.
De VVL geeft geen antwoord op de fundamentele vraag: willen we alle basisscholieren zonder zittenblijven naar de eindstreep leiden, ook al zullen sommigen daar méér jaren voor nodig hebben, óf willen we hen zo snel mogelijk door het systeem heen jagen, ook al halen ze niet de eindstreep die binnen hun bereik ligt?
Lees verder … (PDF)