Fakenieuws over de cartoonrellen

Wes Holleman | 15-11-2020 | 6 Reacties » | permalink

1. EEN HALVE WAARHEID. De Franse overheid heeft beweerd dat de leraar Samuel Paty is vermoord omdat hij in zijn les over de vrijheid van meningsuiting Mohammedcartoons heeft vertoond, waarmee (naar de mening van moslims) de Profeet werd beledigd. Daarmee ver­kondigde zij een halve waarheid. Bij de moslimouders ontstond ophef omdat Samuel Paty tijdens zijn les aan hun 13- à 14-jarige kinderen een pornografische afbeelding van een homo­seksuele scène had getoond. Rechtzinnige moslims hebben het bange gevoel dat de Franse Staat zijn onderwijsmonopolie misbruikt: dat op school niet alleen de gelijkberechtiging van afwijkend seksueel gedrag gepreekt wordt, maar dat afwijkend gedrag zelfs gepropageerd wordt. Zij werden in dat bange gevoel gesterkt door de pornografische prent die Samuel Paty zonder hun ouderlijke toestemming meende te moeten vertonen aan hun opgroeiende kinderen.
2. VALSE OVERHEIDSPROPAGANDA. Daarnaast wordt in de gewraakte prent de lasterlijke aantijging gedaan dat de Profeet zich, in strijd met de aan Hem geopenbaarde geboden, aan homoseksueel gedrag zou hebben overgegeven. Ik kan daar geen greintje ironie of spot in zien, maar volgens het Nederlandse Wetboek van Strafrecht (art. 270) kunnen gelovigen na zoveel eeuwen geen aangifte van ‘belediging jegens hun overledene’ doen. Doch minister-president Rutte overspeelde zijn hand met zijn recente stelling dat ‘niemand het recht [heeft] om niet beledigd te worden’, want daarmee ging hij zich te buiten aan een stukje valse overheids­propaganda. Met name de kwaadaardige, tweede cartoon die door Paty getoond is (“Tout est pardonné”), kan worden uitgelegd als een vorm van groepsbelediging of haatzaaien die in Nederland strafbaar is (artt. 137c/d WvS): “Gij Franse moslims, ge belijdt met goedkope spandoekjes dat ge de kant van de vermoorde redactieleden van Charlie Hebdo kiest (als martelaars van de vrijheid van meningsuiting), maar diep in uw hart verdedigt gij de mening (die ge aan de Profeet toeschrijft), dat de jihadistische moordenaars vergeving verdienen en als martelaars van het ware geloof tot de hemel moeten worden toegelaten.”
3. VALSE OVERHEIDSPROPAGANDA (VERVOLG). Ook als de stelling van de minister-president wordt toegepast op de dagelijkse situatie van Nederlandse scholieren, moet zij als valse propaganda worden weggezet. Waarom kunnen leerlingen van school worden gestuurd als ze medeleerlingen pesten? Waarom wordt er aangifte gedaan als een leraar of een andere publieke ambtsdrager door een scholier beledigd wordt? En waarom kunnen leraren worden ontslagen als ze leerlingen stelselmatig kwetsen of vernederen? Op school heb je wel degelijk het recht niet gepest, gekwetst of beledigd te worden.
4. LYING BY OMISSION. Op Politie.nl wordt vrijdagochtend 6 november gemeld dat zij ‘een 18-jarige vrouw uit Rotterdam [heeft] aangehouden voor opruiing in het onderzoek naar be­dreigingen richting het Emmauscollege en een docent van de school. De vrouw wordt ervan verdacht dat zij [op 2 november, de dag waarop het Emmauscollege de gewelddadige dood van Samuel Paty herdacht] een bericht op social media heeft gepost, waardoor zij anderen heeft aangezet tot het plegen van strafbare feiten richting de school en docent.’ Uit de gekozen be­woording (waardoor i.p.v. waarmee) krijg ik de indruk dat haar enige misdaad is geweest dat zij op Instagram door middel van een foto en begeleidende tekst bekendheid heeft gegeven aan een nieuwsfeit: dat er sinds 2015 een agressieve spotprent in het vaklokaal van een docent heeft gehangen en dat moslimleerlingen hebben geëist dat die spotprent nou eindelijk eens ver­wijderd werd. Als die indruk juist is, dan heeft Politie.nl zich schuldig gemaakt aan lying by omission.
5. UNFAIRE VOORINGENOMENHEID. De objectieve journalisten van de Nederlandse Omroepstichting konden er trouwens ook wat van. Zij berichtten (5/11/2020) dat het protest van de moslimleerlingen op een misverstand berustte: de afgebeelde Arabier was niet de Profeet, maar een gewone jihadist. Maar zij vertelden niet aan welke alwetende bron ze die wijsheid ontleenden. Zij maakten zich schuldig aan unfaire vooringenomenheid. Want uit de dubbel­zinnige spotprent zelf, getekend in 2015 door Joep Bertrams, kunnen we slechts opmaken dat de onsterfelijke erfgenamen van Charlie Hebdo omstreeks 7 januari 2015 hebben aangekondigd dat ze de afgebeelde Arabier eeuwigdurend zullen blijven bespotten. Maar het blijft onduidelijk wie precies het mikpunt van hun spot is. Staat de Arabier symbool voor de jihadistische volgelingen van de Profeet? Of voor hun beeld van de Profeet, onder wiens wrekende vaandel zij strijden? Of voor (de Profeet van) álle gelovige moslims die zich door Zijn Goddelijke openbaringen laten leiden?
6. EEN SCHRIJNENDE ONWAARHEID. Op zijn persconferentie (6/11/2020) verkondigde de minister-president een schrijnende onwaarheid over de gebeurtenissen in Rotterdam. Hij deed het voorkomen dat de leraar heeft moeten onderduiken omdat hij be­dreigd is vanwege het feit dat hij in een les over de vrijheid van meningsuiting een spotprent had getoond. Maar volgens bericht­geving in de NRC (4/11/2020) had de desbetreffende leraar de gewraakte spotprent al vijf jaar lang op het prikbord in zijn vaklokaal hangen. De moslimleerlingen protesteerden niet tegen het vertonen van de spotprent in een incidentele les, maar tegen het feit dat leerlingen dag-in-dag-uit en jaar-in-jaar-uit in het vaklokaal met die agressieve spotprent geconfronteerd en belaagd werden. Enkele dagen later werd deze onwaarheid nogmaals gedebiteerd door minister Slob, in zijn antwoord op Kamervragen (9/11/2020).

Ze wilden Charlie dood, doch maakten hem onsterfelijk

Wes Holleman | 08-11-2020 | 5 Reacties » | permalink

Ze wilden Hem dood, doch maakten Hem onsterfelijk. Waar ken ik die slogan toch van? O ja, natuurlijk, dat was het lijdensverhaal van Jezus, het Lam Gods. Hij hangt in elke katholieke kerk, doodgemarteld aan het kruis. Hij is het spiegelbeeld van Isaak, zoon van Abraham (de aartsvader van de joden, christenen en moslims). God had Abraham opgedragen zijn zoon op het altaar te offeren. Abraham stond op het punt die opdracht godvruchtig te volvoeren, maar toen zond God hem een plaatsvervangend offerdier. Marte­laar Isaak werd dus door een Gods­wonder gered. Isaaks latere vrouw baarde Jakob en zijn kleinzoon heette Israël, de stamvader van het Joodse volk, dat zichzelf onsterfelijk acht op voorwaarde dat ze hun Verbond met God getrouw onderhouden.
In het licht van deze eeuwenoude religieuze symboliek is het niet zo verwonderlijk dat een docent van het Emmauscollege, een Rot­ter­damse katholieke middelbare school, al sinds vijf jaar een soortgelijke prent in zijn klas heeft hangen. De bijbehorende moraal: ze wilden Charlie dood, doch maakten hem onsterfelijk. Het is de spotprent die Joep Bertrams heeft gemaakt naar aanleiding van de moordaanslag op de redactie van het satirisch weekblad Charlie Hebdo (7/1/2015). Aan de rechterkant staat een Arabier met een bebloed zwaard in de hand en aan de linkerkant staat Charlie die, onthoofd en wel, zijn tong uitsteekt (sliep uit, sliep uit, alle mensen lachen je uit) en daaronder staat slechts één woord: Onsterfelijk.
De strekking van Joeps spotprent wordt nog duidelijker als je hem vergelijkt met de rouwprent van de Frans-Canadese cartoonist Garnotte (10/1/2015). Garnotte suggereert in zijn prent dat alle Franse moslims (bij monde van de heilige profeet Mohammed) de moordaanslag tegen de vrijheid van meningsuiting veroordelen en zich solidair verklaren met de redactie van Charlie Hebdo. De tekenaar voegt daar het volgende onderschrift aan toe: “[Ces terroristes infâmes] ont voulu tuer Charlie, ils l’ont rendu immortel. Ils ont voulu mettre la France à genou, ils l’ont mise debout[,] la solidarité est planétaire. Les français sont unis en bloc contre la barbarie….” Maar door een verbouwereerde Arabier (de Profeet zelf? of zijn jihadistische volgelingen? of alle moslims?) oog-in-oog met zijn slachtoffer te tekenen, toonde Joep Bertrams zich anno 2015 wel heel wat agressiever dan Garnotte: Ik, Charlie, ben de martelaar van het vrije woord, ook al hakken jullie mij namens je Profeet de kop af, ik laat me door jullie de mond niet snoeren, mijn bentgenoten blijven je opvattingen tot in eeuwigheid bespotten.
Persoonlijk heb ik het er niet zo op: noch op de verering van martelaren noch op het fanatisme dat daarmee gepaard gaat. Ik vind het onsmakelijk om mensen dag-in-dag-uit en jaar-in-jaar-uit te confronteren met een bloedstollende afbeelding van de marteling en executie van Jezus. En evenzo vind ik het smakeloos om leerlingen dag-in-dag-uit en jaar-in-jaar-uit te confron­teren met de beel­tenis van een onthoofde Charlie, net nadat hij geëxecuteerd is door een muzel­man (NRC 6/11/2020; EenVandaag 6/11/2020, 8″).
Wat die Rotterdamse leraar gedaan heeft, is domweg onprofessioneel. Zijn handelwijze heeft niks meer te maken met het didactisch gebruik van spotprenten in een les over de vrijheid van meningsuiting. Het lijkt meer op aanhoudende katholieke propaganda tegen de islam. Het is niet toevallig dat aan de moslimleerlingen op deze ‘open katholieke school’ een belangrijke grondwettelijke uitings­vrijheid (de vrijheid tot het dragen van een hoofddoek) ontzegd wordt (AD 3/7/2017). En het is niet verwonderlijk dat leerplichtige moslimleerlingen op deze school verleden maandag in actie zijn gekomen bij de herdenking van Samuel Paty (die vermoord werd nadat hij aan zijn leerlingen een pornografische Mohammedcartoon van Coco had laten zien): het is niet verwonderlijk dat zij die herdenking hebben aangegrepen om van hun docent te eisen dat hij die agressieve spotprent van Joep Bertrams van zijn prikbord weghaalt, die de leer­lingen sinds vijf jaar ongewild hebben moeten aanschouwen (AD 3/11/2020). Inmiddels is de kwestie al flink geëscaleerd: de politie heeft vrijdag een 18-jarige vrouw aangehouden die ervan verdacht wordt ‘dat zij een bericht op social media heeft gepost, waardoor zij anderen heeft aangezet tot het plegen van strafbare feiten richting de school en docent’ (Politie.nl 6/11/2020). De school­leiding neemt haar kwalijk dat zij verzuimd heeft de context van de spotprent te verduidelijken (Rijnmond.nl 6/11/2020). Maar dat is nou juist zo tricky van multi-interpretabele spotprenten: dat de context ‘ín the eye of the beholder’ ligt. Zelfs de schepper van zo’n kunstwerk kan niet met 100% zekerheid navertellen wat, al weer jaren geleden, zijn bewuste bedoelingen en onder­bewuste drijfveren zijn geweest.

Ter herdenking van Samuel Paty: een reconstructie

Wes Holleman | 01-11-2020 | permalink

Als ik een lesbrief moest schrijven om voor Nederlandse scholieren het fanatisme te duiden dat de afgelopen weken is opgevlamd rond de Franse leraar Samuel Paty, dan zou ik, om te begin­nen, zeven Heilige Beelden en Afgodsbeelden onderscheiden (zie Bij­lage I). Vervolgens zou ik aan de hand daarvan reconstrueren wat er met Samuel Paty gebeurd is:
a) De docent Samuel Paty had tot taak zijn 13- à 14-jarige leerlingen (in het derde leerjaar van een openbare Middenschool in de buurt van Parijs) kennis te laten maken met de grondwette­lijke vrijheid van meningsuiting (zie §§ 5 en 6). Zijn bedoelingen waren goed (ook jegens de moslimleerlingen), maar in zijn didactische keuzes was hij troebel van inzicht. Hij liet namelijk twee Mo­hammedcartoons van Charlie Hebdo zien, waaronder een pornografische spotprent van Mohammed. Zijn bedoeling was aan zijn leerlingen duidelijk te maken dat het publiceren van zulke cartoons onder de vrijheid van meningsuiting valt, ook al kunnen moslims zich daardoor in hun religieuze gevoelens gekwetst voelen. Maar hij vergat dat ouders er niet van gediend zijn dat hun leerplichtige kinderen op school door hun leraar met een (niet alleen islamofobe maar ook) schunnige homoseksuele afbeelding geconfronteerd worden.
b) Voor Franse begrippen is het bovendien verwonderlijk dat een leraar van een openbare school zo luchthartig omspringt met de Laïcité: de strikte neutraliteit die Franse scholen in religieuze aangelegenheden in acht behoren te nemen.
c) Voor Nederlandse begrippen maakt Charly Hebdo zich met de Mohammedcartoons ver­moedelijk ook aan een strafbaar feit schuldig, namelijk groepsbelediging van minderheids­groepen die afkomstig zijn uit Arabisch-sprekende landen. Want Mohammed wordt niet afgebeeld als een nobele profeet, maar als een een arme, ongeletterde Arabier, een bedelaar, loenzend (of misschien ook lijdend aan een oogziekte), een magere sloeber, ongeschoren en niet helemaal goed bij zijn hoofd, die voor een tientje bereid is zich te prostitueren. Daarmee sluit Charlie Hebdo zich aan bij de minachting (zo niet vreemdelingenhaat) die het hooghartige Franse volk jegens niet-Westerse allochtonen en met name tegen moslims koestert (zie § 2A).
d) Op de sociale media ontstaat een hetze tegen Samuel Paty en zijn school. Een orthodoxe moslim uit Tsjetsjenië, die op 80 km afstand van de school woont, voelt zich aangesproken door de strijdkreet dat de Profeet door Paty beledigd is en vermoordt hem op straat (§§ 1A, 2A, 3A en 7A).
e) De Franse regering grijpt deze gebeurtenis aan om Paty tot een martelaar van de vrijheid van meningsuiting te verheffen (zonder ruchtbaarheid te geven aan de aard van de vertoonde spotprenten!). Zij treedt met harde hand tegen orthodoxe moskeeën en organisaties op (zie §§ 4A en 5), alsmede tegen een pro-Palestijnse organisatie. En zij vraagt bevriende staten om Samuel Paty op maandag 2 november te herdenken en aldus te getuigen van het belang van de Vrijheid van Meningsuiting als hoeksteen van de democratische rechtsstaat (§§ 5A en 6A).

Lees hier de Bijlage en de voetnoten … (PDF)

De didactische keuzes van Samuel Paty

Wes Holleman | 25-10-2020 | 6 Reacties » | permalink

De Franse leraar Samuel Paty is onlangs door een islamitische extremist op straat vermoord omdat hij op 6 oktober 2020 een klassegesprek over de Mohammedcartoons van het satirische weekblad Charlie Hebdo had georganiseerd. Het klassegesprek vond plaats in het kader van een les Burgerschapsvorming, gewijd aan de vrijheid van meningsuiting. Die cartoons waren de afgelopen twee maanden weer volop in het nieuws. Begin september 2020 was namelijk het strafproces gestart tegen de daders en handlangers van de terroristische moordaanslag op de toenmalige Charlieredactie (januari 2015). Die kwetsende spotprenten waren eertijds de aanleiding tot de moordaanslag en bij gelegenheid van de start van het strafproces zijn ze opnieuw gepubliceerd door de huidige Charlieredactie.
Samuel Paty gaf les op een openbaar collège (een vierjarige middenschool met circa 800 leerlingen) in Conflans-Sainte-Honorine, een randgemeente op 25 km afstand van Parijs. Je kunt het geen ‘zwarte school’ noemen, maar ik begrijp dat de school naast autochtone leerlingen een substantieel aantal leerlingen met een migratie-achtergrond telt (waaronder moslims).
Het klassegesprek werd georganiseerd in het derde leerjaar. In het Franse onderwijsstelsel gaat het dus om 13- à 14-jarige leer­lingen. Als input voor het klassegesprek laat Paty twee spot­prenten van de profeet Mohammed zien. De ene cartoon (getekend door één van de over­levende redactieleden, Rénald Luzier) is een begripvolle, wenende Mohammed die de terroristische zonden van januari 2015 vergeeft en de daders dus bij de hemelpoort hoopt te verwelkomen. En de andere cartoon (getekend door redactielid Corinne Rey en gepubliceerd in 2012) is een pornografische afbeelding van Mohammed die zich door terroristen laat gebruiken om hun aardse wandaden te rechtvaardigen. Wat de laatstbedoelde spotprent betreft, waar­schuwt Paty zijn leerlingen dat ze hun ogen even moeten afwenden als ze niet tegen de aanblik opgewassen zijn (HuffPost 17/10/2020, 20/10/2020; France TV 21/10/2020).
Als een van de moslimleerlingen naderhand over deze les uit de school klapt, breken er emoties los op de sociale media. Sommige moslims reageren zeer verontwaardigd. Door een moslim­ouder is ook aangifte bij de politie gedaan: deze leraar heeft onze leer­plichtige 13- à 14-jarige kinderen, zonder hun toestemming (en zonder de toestemming van ons!), met een islamofobe porno­grafische spotprent geconfronteerd, en dat op een openbare school, die volgens de uitgangspunten van de Franse staats­inrichting (de Laïcité) in religieuze aangelegen­heden een strikte neutraliteit in acht behoort te nemen.
Lees verder … (PDF)

Quarantaine nekt scholieren en studenten (III)

Wes Holleman | 21-10-2020 | 1 Reactie » | permalink

Onderwijscolumniste Aleid Truijens (VK 19/10/2020) vraagt zich af waarom mensen zich niet aan de gedragsregels inzake quarantaine en isolatie houden. Zijn ze zzp’er en verliezen ze anders hun werk? Zijn ze alleenstaande ouder en moeten ze kinderen naar school brengen? En als je zelf geen corona-achtige klachten hebt, moet je dan toch thuisblijven wanneer de gedrags­regels dat voorschrijven: moet je in dat geval geen andere afweging maken als je werkt in de zorg, het onderwijs, het openbaar vervoer, de dienstverlening? En waarom worden mensen die geen klachten hebben, niet toegelaten tot een kosteloze coronatest, in de hoop de voor­geschreven thuisquarantaine zodoende te kunnen bekorten?
Truijens verwijst naar recente onderzoeksresultaten over het percentage mensen dat zich niet, of niet zo strikt, aan de gedragsregels houdt. Maar je moet die percentages wel met een korrel zout nemen, want de onderzoekers hanteren een heel strenge definitie van quarantaine of isolatie: je mag onder geen beding naar buiten. Tezamen met deze relativerende kanttekening vermeld ik de na­volgende onderzoeksuitkomsten. Ik gebruik daarbij de nummering die ik in mijn eerste blogbericht (tabel A) gehanteerd heb.
b) Van degenen die milde corona-achtige klachten hebben, gaat 68% niet in strikte quaran­taine; en (b/c:) van degenen die milde, dan wel ernstige, corona-achtige klachten hebben die waarschijnlijk niet voortkomen uit onderliggende aandoeningen, laat 58% zich niet testen.
d/e) Van degenen met een positieve testuitslag (bij wie dus besmetting met COVID-19 is vast­gesteld), gaat 17% niet in strikte quarantaine (dus al helemaal niet in nog striktere isolatie).
g) Van degenen die in contact zijn geweest met een gezinslid/huisgenoot die ernstige corona-achtige klachten heeft, gaat 53% niet in strikte quarantaine.
h) Van degenen die in contact zijn geweest met een gezinslid/huisgenoot bij wie een besmetting is vastgesteld, gaat 34% niet in strikte quarantaine; en van degenen die volgens een GGD-melding in contact zijn geweest met iemand bij wie een besmetting is vastgesteld. gaat zelfs 41% niet in strikte quarantaine.
l) Van degenen die terugkeren uit een oranje of rood buitenlands gebied, gaat 70% niet in strikte quarantaine.
b t/m l) Van al degenen (al dan niet met corona-achtige klachten, maar exclusief diegenen wier klachten waarschijnlijk uit onder­liggende aandoeningen voortkomen) die zich aan hun strikte quarantaineregiem onttrekken, meldt meer dan 50% dat ze dit mede doen vanwege hun werk of om naar hun school of opleiding te gaan. Het maakt daarbij niet uit of ze al dan niet corona-achtige klachten hebben. Er is dus alle reden om de hypothese te exploreren dat vele scholie­ren/studenten, werkstudenten en andere werkende mensen zich niet (of niet ten volle) aan de aanbevelingen op het gebied van quarantaine en isolatie houden omdat ze te hoge persoon­lijke kosten en risico’s vrezen als ze aan die aanbevelingen gehoor zouden geven. Truijens voegt daaraan toe dat het daarbij niet alleen om de vrees voor persoonlijke maar ook om be­zorgdheid voor maatschappelijke kosten en risico’s kan gaan.

Quarantaine nekt scholieren en studenten (II)

Wes Holleman | 18-10-2020 | 1 Reactie » | permalink

Volgens twee opiniemakers van De Volkskrant heeft het kabinet Rutte-3 te lang vastgehouden aan de vrijheid-blijheid uitgangs­punten van het laissez-faire liberalisme. Men riep de burgers dringend op om elkaar, geleid door maatschappelijk verantwoor­de­lijkheidsbesef, tegen het coronavirus te beschermen. Maar men wilde hen er niet toe dwingen, want ze mochten niet in hun individuele vrijheden worden beknot. Er rustte een taboe op bindende regulering, want men geloofde veeleer in de heilzame werking van déregulering. Daardoor zitten we nu, volgens Peter de Waard en Peter Giesen, in de tweede coronagolf (VK 13/10/2020, 16/10/2020). Volgens hen had de rijksoverheid jegens de burgers veel dirigistischer moeten optreden om het coronavirus te be­strijden: door tijdige invoering van strenge gebods- en verbodsregels en zero-tolerance in de handhaving ervan.

Volgens mij klopt deze diagnose slechts ten dele. De beide opiniemakers gaan voorbij aan het feit dat de landelijke politici de af­gelopen tien of twintig jaar hun geloofwaardigheid bij de burgers hebben verspeeld. De politici hebben te lang vastgehouden aan de ieder-voor-zich mentaliteit van het neoliberalisme. De burgers hebben daarvan geleerd dat je je eigenbelang voorop moet stellen en dat je jezelf tekort doet als je de oren laat hangen naar moralistische praatjes. Zoals Lotte Lenya en Hanne Wieder zongen: ‘Wie man sich bettet, so liegt man / Es deckt einen da keiner zu / Und wenn einer tritt, dann bin ich es / Und wird einer getreten, dann bist du’s.’ Vele burgers ruiken stinkende hypocrisie nu de overheid hen in coronatijd tot maat­schappelijke solidariteit en maat­schappelijk verantwoordelijksbesef oproept.

Het coronabeleid van de rijksoverheid berustte tot nu toe op drie doelstellingen:
1) de Nederlandse bedrijvigheid moet zo goed mogelijk worden beschermd tegen de gevolgen van de pandemie;
2) de eerste- en tweedelijns gezondheidszorg moet voldoende capaciteit behouden om de werkende beroepsbevolking bij ziekte adequaat te bedienen; en
3) de rijksoverheid moet zoveel mogelijk trouw blijven aan haar neoliberale beleidsuitgangs­punten, te weten: 3a) verlaging van de overheidsuitgaven, 3b) verlaging van de belastingen voor de burgers en voor het bedrijfsleven, 3c) bevordering van de vrijemarkt­economie en privatisering van overheidsbedrijven en –instellingen en 3d) uitkleding van de verzorgingsstaat (burgers moeten de eigen broek ophouden en zelf verantwoordelijkheid nemen voor de ver­vulling van de basisbehoeften van zichzelf en van hun naasten).

Mijn vorige blogbericht ging over de gevolgen van het coronabeleid voor scholieren en studenten. Maar het neoliberale over­heids­beleid heeft hen reeds decennialang ernstig getroffen. De overheidsbezuinigingen (3a) hebben tot Verelendung van de onderwijs­instellingen geleid. Tegelijkertijd koos de rijksoverheid voor déregulering en besturing-op-afstand: de instellingen moesten zelf­regulering betrachten, maar daarbij keken ze vooral naar hun eigen bedrijfs­belangen. Dus de scholieren en studenten zijn het kind van de rekening geworden. Voor studen­ten was bovendien de afschaffing van de basisbeurs (en de gelijktijdige blokkering van belas­tingaftrek bij de ouders van studerende kinderen) een belangrijk signaal dat de verzorgings­staat (3d) ten offer is gevallen aan de sloophamer van de rijksoverheid en dat die overheid zich niet meer om hun belangen bekommert.

Scholieren en studenten voelen zich in de steek gelaten en dat gevoel is in deze coronatijd alleen maar sterker geworden. Van scholieren en studenten wordt verwacht dat ze zich braaf aan de coronaregels houden, ook al worden ze daardoor ernstig in hun belangen geschaad. Maar de rijksoverheid stelt daar geen zorgplichten tegenover, want dat is in strijd met haar neoliberale beleidsuitgangspunten.

Quarantaine nekt scholieren en studenten

Wes Holleman | 12-10-2020 | 9 Reacties » | permalink

Op dinsdag 13 oktober komt het Kabinet met nieuwe, strengere maatregelen om het stijgende aantal coronabesmettingen terug te dringen. Vooral het aantal besmettingen onder jongeren baart zorgen. Ook hopen de deskundigen dat de introductie van de corona-app ertoe zal leiden dat men sneller in quarantaine gaat en zich laat testen. Maar de vraag is of het Kabinet er voldoende op be­dacht is welke implicaties de geldende gedragsregels hebben (zie tabel A).
Kijk bijvoorbeeld naar de situatie van middelbarescholieren en studenten. Ze zetten hun eigen belangen op het spel als ze braaf alle gedragsregels volgen. Men kan pas een beroep doen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef als de maatschappij daar van haar kant eigen zorgplichten tegenover stelt:
1. Zorg dat scholieren/studenten en hun huisgenoten zich kosteloos kunnen laten testen, ook al hebben ze zelf geen corona-achtige klachten, indien de duur van hun quarantaine zodoende bekort kan worden.
2. Zorg dat de door quarantaine gederfde arbeidsinkomsten van scholieren/studenten en hun huisgenoten vergoed worden.
3. Zorg binnen de onderwijsinstelling voor soepele registratie van quarantaineperioden en ziekteverlof van scholieren/studenten en zorg dat quarantaineperioden als geoorloofd verzuim wegens persoonlijke omstandigheden erkend worden.
4. Zorg binnen de onderwijsinstelling dat scholieren/studenten afstandsonderwijs krijgen gedurende hun quarantaine of ziekte. Denk ook aan scholieren/studenten die thuis moeten blijven omdat zijzelf (c.q. een huisgenoot) tot een risicogroep met onderliggende aan­doeningen behoren of omdat hun huisgenoot 70-plusser is.
5. Zorg binnen de onderwijsinstelling dat scholieren/studenten die in quarantaine of met ziekteverlof zijn geweest daarvan geen nadeel ondervinden en alle faciliteiten krijgen om de opgelopen studievertraging in te halen en verdere studievertraging te voor­komen (toegang tot toetsen en tentamens, inhaal onderwijs, herkansing van gemiste toetsen en tentamens, voor­koming van over­belasting, uitstel van reglementaire deadlines, erkenning van persoonlijke omstandigheden m.b.t. BSA).
6. Zorg bij gehele of gedeeltelijke lockdown van de onderwijsinstelling (en bij gehele of ge­deeltelijke vervanging van contact­onderwijs door afstandsonderwijs en onlinetentaminering) dat scholieren/studenten daarvan geen nadeel ondervinden en alle faciliteiten krijgen om opgelopen studievertraging in te halen en verdere studievertraging te voorkomen (toegang tot toetsen en tentamens, inhaalonderwijs, herkansing van gemiste toetsen en tentamens, voor­koming van overbelasting, uitstel van reglementaire deadlines, erkenning van persoonlijke omstandigheden m.b.t. BSA).
Zie ook: NRC 25/9/2020a, 25/9/2020b

De leesvaardigheid van vijftienjarigen (II)

Wes Holleman | 23-09-2020 | 2 Reacties » | permalink

Het is slecht gesteld met de leesvaardigheid van vijftienjarigen. De Vaste Onderwijscommissie van de Tweede Kamer wil weten hoe dat komt. Vandaag (woensdagmiddag 23 september) organiseerde zij een rondetafelgesprek met deskundigen. Je kan dit gesprek alsnog bekijken op Debat Gemist.
Vanuit een beleidsperpectief waren de commissieleden, denk ik, vooral benieuwd welke van onderstaande drie stellingen door de deskundigen onderschreven wordt:
a) De belangrijkste oorzaak is dat de onder- en middenbouw van het basisonderwijs tekort­schiet op het gebied van technisch en begrijpend lezen.
b) De belangrijkste oorzaak is dat scholieren in het basisonderwijs te weinig impulsen en faciliteiten krijgen om voor hun plezier te lezen en dus de nodige leeskilometers te maken.
c) De belangrijkste oorzaak is dat scholieren in het voortgezet onderwijs te weinig impulsen en faciliteiten krijgen om voor hun plezier te lezen en dus de nodige leeskilometers te maken.
Zie ook: NOS 23/9/2020, 22/9/2020; NOG 21/9/2020

Tentamen ongeldig door falende proctoring

Wes Holleman | 21-09-2020 | 3 Reacties » | permalink

Het moet niet gekker worden. Wenda studeert Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze had erin toegestemd het tentamen Formeel Strafrecht thuis af te leggen onder elektronische surveillance van het Amsterdamse bureau ProctorExam. Bij de start kreeg ze een computersignaal dat de proctoring niet werkte. Conform de voorgeschreven procedure nam ze direct contact op met de helpdesk, maar die meldde dat de storing inmiddels verholpen was. Na twee weken kreeg ze bericht dat ze geslaagd was, maar een paar weken later mailde de examen­commissie dat haar tentamen ongeldig was verklaard: de proctoring heeft niet gewerkt en daardoor “is het voor [ons] helaas onmogelijk geworden om uw tentamen te controleren op fraude.”
Dat is de omgekeerde wereld. Het schrikbeeld van ISO-voorzitter Dahran Çoban is hier bewaarheid: dat de computer gaat bepalen of een tentamen wel of niet geldig is (ScienceGuide 16/9/2020). De examencommissie kan niet aannemelijk maken dat de studente de storing willens en wetens veroorzaakt zou hebben. De commissie maakt ook niet aannemelijk dat de studente op de hoogte zou zijn geweest van de storing en dat ze zich dus vrij had kunnen wanen om te frauderen. Evenmin maakt de commissie aannemelijk dat de studente tevoren ernstig nalatig zou zijn geweest bij het uitvoeren van de voorgeschreven testprocedures en dat ze niet gecontro­leerd zou hebben of haar systeemconfiguratie aan de gestelde systeemeisen voldeed (voldoende uploadsnelheid?). Wenda kan, in­tegendeel, aannemelijk maken dat zij niet op de hoogte was van de storing en dat ze zelfs overtuigende signalen had gekregen dat de surveil­lance-apparatuur en -programmatuur wél werkte.
Naar mijn gevoel verdient Wenda een forse schadevergoeding, plus smartegeld. Er zijn zeker situaties denkbaar dat de examen­commissie gedwongen is de tentamenuitslag van onschuldige studenten ongeldig te verklaren. Bijvoorbeeld als achteraf blijkt dat sommige tentamen­deelnemers voorkennis hebben gehad van de tentamenvragen, ongeacht of dat door toedoen van studenten dan wel door nalatigheid van de studieleiding is gebeurd. Indien niet precies te achterhalen valt naar wie die voorkennis is uitgelekt, moet het tentamen ongeldig worden verklaard. Of bijvoorbeeld een onwaarschijnlijke situatie in de tentamenhal: alle tien sur­veillanten waren plotseling in zwijm gevallen en de tentamendeelnemers zagen met eigen ogen dat ze nu zonder gevaar konden gaan spieken. Maar in het geval van Wenda berustte de beslissing van de examencommissie louter op gemakzucht. Er was geen zwaar forensisch onderzoek nodig om tot de conclusie te komen dat Wenda van fraudeverdenking moest worden vrijgepleit.
Bron: Erasmus Magazine (18/9/2020a, 18/9/2020b, 17/9/2020), NOS (17/9/2020).
Zie ook de lezersreacties op: Security.nl (17/9/2020) en Nu.nl (18/9/2020).

Wat is diversiteit en inclusie?

Wes Holleman | 13-09-2020 | 5 Reacties » | permalink

Het Ministerie van OCW heeft een Nationaal Actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek uitgebracht (1/9/2020). Het plan is vooralsnog gericht op de universiteiten, maar het ligt in de bedoeling ook het hbo en mbo erbij te betrekken. Het kost echter enige moeite om te achterhalen waar het Actieplan nou eigenlijk over gaat en wat de achterliggende bedoelingen zijn.
Het Actieplan is gericht op inclusie. Inclusie heeft betrekking op de sociale verhoudingen of het sociale klimaat binnen een organi­satie. Onder inclusie verstaan de auteurs het creëren van ‘een veilige leeromgeving [voor zittende studenten en stagiairs] en een veilige werkomgeving [voor zittende docenten, onderzoekers, ondersteunend personeel, etc.], waarin iedereen zich thuis voelt en zich kan ontplooien’; een organisatie waarin ‘iedereen volledig en op gelijke voet aan de organisatie en besluitvorming (kan) deelnemen’ en waarin iedereen, dus allerlei verschil­lende ‘mensen vanuit verschil­lende achtergronden en met onderscheidende perspectieven’, hun eigen bijdrage ‘willen én kunnen’ leveren (p.7).
Maar wat wordt bedoeld met iedereen? Op p.8-9 wordt gesproken over: inclusie met een open blik voor ver­schillen in geslacht, gender en seksuele voorkeur; met een open blik voor verschil­len in ras en migratieachtergrond (herkomst, huidskleur, etniciteit, nationaliteit, culturele ach­tergrond); en met een open blik voor mensen met een functiebeperking, handicap, chronische ziekte, psychische problematiek. Verder wordt bij wijze van voorbeeld gesproken van andere achtergrondkenmerken: religieuze of andere overtuigingen; klasse, talent/begaafdheid, oplei­ding, ervaring, werkstijl. Maar deze lijst kan vermoedelijk worden uitgebreid met vele andere achtergrondkenmerken (zoals woonplaats, vluchteling/asielzoeker, taalbeheersing, leef­tijd, burgerlijke staat en ouder­schap, fulltimer/parttimer, sociaaleconomische status (inkomen, vermogen, werkkring, baanzekerheid), leefstijl, politieke opvat­tingen). Met iedereen wordt dus bedoeld dat niemand binnen de organisatie het slachtoffer wordt van grensoverschrijdend of niet-integer gedrag en dat niemand zomaar wordt gediscrimineerd of buitengesloten.
In de tweede plaats is het Actieplan gericht op diversiteit. Diversiteit heeft betrekking op de sociale samenstelling van het perso­neels- en studentenbestand van de organisatie. Is de orga­nisatie (of een onderdeel daarvan) toegankelijk voor iedereen die tot die organisatie (of dat onder­deel) wil toetreden? Worden sommigen bij de poort geweigerd? Of voelen sommigen zich geremd om toelating te zoeken? Of worden sommigen na toelating alsnog weggeselecteerd? Of besluiten sommigen na verloop van tijd uit eigen beweging voortijdig te vertrekken?
Lees verder … (PDF)