Het passief kiesrecht van de studerende burger

Wes Holleman | 18-08-2019 | 1 Reactie » | permalink

Worden politiek actieve studenten gediscrimineerd door de universiteiten en hogescholen? Student-leden van interne bestuurs- en medezeggenschapsorganen, bestuursleden van studentenverenigingen en topsporters worden coulant behandeld in hun studie en krijgen dispensatie van allerlei regels, maar gekozen volksvertegenwoordigers (zoals studenten die in de gemeenteraad zitten) vangen achter het net. De Leidse afdeling van de CDA-jongeren­organisatie (CDJA) vindt dat onrechtvaardig. Zij heeft een petitie op touw gezet om de Universiteit Leiden ertoe te bewegen studenten coulant te behandelen als ze een politieke functie vervullen of anderszins maatschappelijk actief zijn in intensief vrijwilligerswerk. Op de nieuwssite van RTV Omroep West (8/8/2019) komen studerende gemeenteraadsleden uit Den Haag (PvdA) en Katwijk (fractie Durf) aan het woord, en op de nieuwssite van de Leidse RTV Unity NU (12/8/2019) ook een studerend duo-raadslid uit Leiden (CDA).
Het CDJA heeft groot gelijk met zijn pleidooi voor verbetering van de rechtspositie van studenten die een politieke functie vervullen. In onze democratische rechtsstaat genieten burgers vanaf hun 18e levensjaar het actief en passief kiesrecht. Idealiter vormt de centrale en décentrale volksvertegenwoordiging een evenwichtige afspiegeling van de samenleving (BZK 2015, pp. 45, 64-69, 117): zodat de stem van iedere burger gehoord wordt en de belangen van iedere burger worden meegewogen. Dus ook de stem van jongeren en studerenden; de stem van have-nots en uitkeringstrekkers; en de stem van ouderen en gepensioneerden. Wat de rechtspositie van volksvertegenwoordigers in de Eerste Kamer en de décentrale overheden betreft, gaat men er tegenwoordig van uit (a) dat zij hun politieke werkzaamheden als een nevenfunctie uitoefenen, (b) dat het aanbevelenswaardig is daarnaast een hoofd­functie te blijven vervullen om de binding met de maatschappij te behouden, maar (c) dat het uit een oogpunt van belastbaarheid voor deze volksvertegenwoordigers eigenlijk ondoenlijk is hun politieke taken naast een fulltime hoofdfunctie te vervullen (BZK 2015, pp. 45-49, 79-88).
Er is dus voor de wetgever alle reden om het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 te wijzigen, zodat het bekleden van de bedoelde politieke functies als een persoonlijke omstandigheid geldt waarmee rekening moet worden gehouden bij het uitbrengen van het Bindend Studieadvies in de propedeuse. En naar analogie daarvan dienen universiteiten en hogescholen hun interne regels te veranderen, zodat niet alleen de student-leden van interne bestuurs- en medezeggenschapsorganen maar ook studerende volks­vertegenwoordigers recht hebben op coulante behandeling in hun studie.
Bronnen: Vereniging van Nederlandse Gemeenten: Rechtspositie Raads- en commissieleden; Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK 2015): Bijzondere ambten, een toegesneden rechtspositie: integrale visie (rechts)positie politieke ambtsdragers

VO-leerlingen: hoe kom je voor je belangen op? (II)

Wes Holleman | 11-08-2019 | 1 Reactie » | permalink

In mijn vorige blogbericht heb ik tien routes onderscheiden die vo-leerlingen kunnen kiezen om voor hun belangen op te komen. Maar vervolgens moeten ze zich bij elk van de tien alter­natieven afvragen of het in hun concrete geval ook verstandig is die route te bewandelen. Met het oog daarop zal ik proberen deze tien routes op hun bruikbaarheid te evalueren. Bij deze evaluatie moeten we rekening houden met het profiel van de modale schoolorganisatie:
a) Een vo-school is een leefgemeenschap waarin leerplichtige leerlingen in principe ettelijke jaren doorbrengen. De relatie met de school en met de medeleerlingen is dus essentieel anders dan de relatie van de klant met zijn leverancier. Het is onverstandig conflicten op de spits te drijven als daarmee een duurzaam, harmonieus lidmaatschap van de leefgemeenschap in de waagschaal wordt gesteld.
b) Alle betrokkenen verwachten van elkaar dat ze loyaal zijn aan de school en dat ze de be­langen van de school, en haar eer en goede naam, niet zullen schaden. Leerlingen en ouders die deze verwachting beschamen, hebben repercussies te duchten.
c) Een vo-school heeft een ‘staff-inmate split’ (Goffman): in het algemeen heeft de staf het voor het zeggen en moeten de leerlingen gehoorzamen en als ze dat niet doen, worden ze minder welwillend bejegend en kunnen ze gestraft of van school gestuurd worden. Binnen de organi­satie bestaat er een groot statusverschil tussen de stafleden enerzijds en de leerlingen anderzijds. De maatschappij geeft aan de school een vrij ruim mandaat in haar machts­uitoefening, aangezien de school een opvoedings- en vormingstaak heeft en aangezien het nou eenmaal een zware opgave is de de roerige jeugd in het gareel te houden. Er is weinig toezicht op de machtsuitoefening van de staf: stafleden kunnen regels dus aan hun laars lappen en hun macht misbruiken. Het is voor leerlingen onverstandig om de staf tegen zich in het harnas te jagen. En bij het indienen van klachten tegen stafleden is het in elk geval raadzaam duidelijk te vermelden op welke regels (c.q. gerechtvaardigde verwachtingen) volgens de klager inbreuk is gemaakt.
d) Een vo-school wordt door de wetgever beschouwd als een professionele organisatie, waarin de professionals zich ver­antwoordelijk gedragen jegens degenen die als cliënt in een afhankelijkheidsrelatie tot hen staan. Dat komt tot uiting in een Professioneel Statuut waarin die eigen verantwoordelijkheid is vastgelegd (tegenover de lijnverantwoordelijkheden van bestuur en directie), in een beroepsstandaard, ethische code of beroepscode waarop ze kunnen worden aangesproken en in een vorm van collegiale zelfregulering binnen de professionele staf (en eventueel een tuchtrechelijke zelfregulering binnen de beroepsgroep). In het Nederlandse voortgezet onderwijs zijn dergelijke professionele mechanismes voor de bescherming van de belangen van leerlingen naar mijn indruk onderontwikkeld.
e) In de modale schoolorganisatie vormen staf en leerlingen gesloten blokken die tegenover elkaar staan. Stafleden verwachten van elkaar dat ze collegiale loyaliteit betrachten en dat ze elkaars gezag jegens leerlingen niet ondermijnen. Van hun kant vinden leerlingen dat ze onderling solidair moeten blijven en dat ze elkaar niet mogen verlinken aan de staf. Voor beide blokken geldt dat men integer met elkaar meent te moeten omgaan binnen het eigen blok, maar dat men aan de verleiding blootstaat gebrek aan integriteit in de omgang met leden van het andere blok met de mantel der liefde te bedekken. Tussen de beide blokken bestaat dus nogal wat wantrouwen. Klachten worden al gauw, bij gebrek aan overtuigend bewijs, ongegrond verklaard.
Lees verder … (PDF)

VO-leerlingen: hoe kom je voor je belangen op? (I)

Wes Holleman | 11-08-2019 | 1 Reactie » | permalink

In een vorig blogbericht werd de vraag opgeworpen hoe leerlingen op de middelbare school voor hun belangen kunnen opkomen. Het ging om een concrete casus die door Puddingpower op Scholierenforum was aangedragen: wat kun je doen tegen een leraar die de leerlingen telkens weer denigrerende beledigingen naar het hoofd slingert? Leerlingen zullen allereerst het Leerlingenstatuut van hun school raadplegen om te weten te komen welke routes er zijn om voor hun belangen op te komen. Daarnaast kunnen ze enkele algemene bronnen op het internet vinden: de brochure Klachten op school, hoe los je ze op (2007); de pagina Omgaan met klachten op school van School & Veiligheid; en de zeven klachtenpagina’s van Ouders & Onder­wijs.
In het onderstaande overzicht heb ik tien routes onderscheiden die leerlingen kunnen be­wandelen. En in een volgend blogbericht zal ik proberen deze tien routes op hun bruikbaar­heid te evalueren.
Lees verder … (PDF)

Toelatingstoetsen pabo vormen een bottleneck

Wes Holleman | 06-08-2019 | permalink

Het lerarentekort in het basisonderwijs wordt steeds groter. Volgens het LOBO (Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basis­onderwijs) komt dat door de extra toelatingstoetsen die havisten en mbo’ers moeten afleggen voordat ze aan de pabo kunnen beginnen (AD 1/8/2019). Het gaat om toelatingstoetsen voor Geschiedenis, Aardrijkskunde en Natuur & Techniek. Voor de toelatingstoets Geschiedenis zakte de afgelopen jaren ruim 30% van de deelnemers.
Zelfs de aspirant-studenten die het mbo-diploma van de driejarige opleiding Onderwijsassistent (mbo-niveau 4) hebben behaald, moeten deze drie toelatingstoetsen afleggen. Bij sommige opleidingen kun je in het derde cursusjaar een speciaal (zwaarder) programma ter voor­bereiding op de pabo volgen. [Anderzijds bieden sommige pabo-opleidingen aan ge­diplomeerde onderwijs­assistenten vrijstellingen van bepaalde onderdelen van het pabo-curriculum.]
Verder zijn er mbo-instellingen die een zesmaands kopopleiding aanbieden waarin abituriënten van mbo4-opleidingen (welke dan ook) worden voorbereid op de toelatingstoetsen van de pabo (en op de eventuele toetsen Nederlandse Taal en Rekenen die in de pabo-propedeuse moeten worden afgelegd).

Zwijgcontract in een afhankelijkheidsrelatie

Wes Holleman | 30-07-2019 | 2 Reacties » | permalink

De Amsterdamse zorgorganisatie Cordaan exploiteerde een kleine dagopvang voor mensen met een lichte verstandelijke beperking. In 2013 werd de dagopvang gesloten, toen bleek dat de cliënten jarenlang financieel, geestelijk en fysiek gemaltraiteerd waren. In 2014 kregen de slachtoffers een financiële genoegdoening aangeboden op voorwaarde dat zij het ontvangen bedrag geheim hielden en dat ze zich niet negatief over Cordaan zouden uitlaten (VK 26/7/2019). De betrokken personeelsleden namen ‘in goed overleg’ ontslag, met medeneming van een ontslagvergoeding. Ook zij ondertekenden een zwijgcontract, zodat de eer en goede naam van Cordaan noch door de cliënten noch door de vertrokken medewerkers zou kunnen worden aangetast. Het bestuur van Cordaan erkent dat het, achteraf bezien, niet erg netjes is geweest de cliënten een zwijgplicht op te leggen over de onprofessionele wijze waarop ze jarenlang bejegend zijn. Dat belemmerde hen immers in hun mogelijkheden om de ervaringen te verwerken en de opgelopen trauma’s te overwinnen.
Komt dat méér voor, dat professionele dienstverlenende organisaties hun cliënten verbieden de vuile was buiten te hangen? Verus, de landelijke vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs, heeft onlangs een Modelprotocol Sociale Media uitgebracht. Het is niet alleen de medewerkers maar ook de andere leden van de schoolgemeenschap (leerlingen en ouders) verboden om op sociale media ‘kennis en informatie over [de] school en de leden van de schoolgemeenschap’ te publiceren of anderszins te delen, indien zij daarin met herkenbare persoonsgegevens worden opgevoerd en/of daardoor geschaad worden. Indien iemand weet krijgt van ‘ontoelaatbare en/of grensoverschrijdende communicatie (…) dient hij dat te melden bij de schoolleiding of het bestuur.’ Wanneer leerlingen en/of ouders in strijd met het verbod handelen, kan de betrokken leerling geschorst of van school gestuurd worden. Het doel van het Protocol is dat zowel de onderwijsinstelling en haar medewerkers als de andere leden van de schoolgemeenschap (de leerlingen en hun ouders) ervoor waken dat hun uitlatingen in het verlengde van de missie en visie van de onderwijsinstelling blijven; dat ze de reguliere fat­soensnormen daarbij in acht nemen (dus dat ze respect voor de school en [voor] elkaar heb­ben, dat ze verdraagzaam zijn en iedereen in hun waarde laten); en dat ze rekening houden met de goede naam van de school en van een ieder die bij de school betrokken is.
Als ik het goed begrijp, zijn leerlingen en hun ouders, zodra ze zich inschrijven bij een Verus­school, aan een soort preventief zwijgcontract gebonden. Van hen wordt verwacht dat ze, in hun (al dan niet publieke ) uitlatingen en discussies op sociale media, zelfcensuur toepassen, zo­danig dat de belangen van de school, van de medewerkers en van de andere leerlingen en hun ouders niet geschaad worden. Hiermee wordt hun vrijheid tot het verspreiden en delen van informaties en opvattingen ernstig beperkt, te meer daar ze in een afhankelijkheidsrelatie tot de schoolleiding staan: de schoolleiding houdt zich het recht voor leerlingen te straffen als hun uitlatingen (of die van hun ouders) naar haar oordeel schadelijk zijn.
Naar mijn indruk worden leerlingen en ouders door invoering van dit protocol ernstig belemmerd in het uiten van onvrede, in het delen van klachten en in hun deelname aan het debat over schoolaangelegenheden. Ook worden actievoerders geblokkeerd als hun acties naar het oordeel van de schoolleiding de reputatie van de school kunnen aantasten.

Vorming tot wereldburger

Wes Holleman | 23-07-2019 | permalink

Sommige scholen (waaronder islamitische scholen zoals het Cornelius Haga Lyceum) beloven aan de ouders dat ze hun kinderen tot wereldburgers zullen vormen. Bij moslimouders kan dit vormingsdoel inderdaad een gevoelige snaar raken. Het zou de moeite waard zijn de aanbod­zijde van de markt nader te onderzoeken: als scholen zich trachten te profileren op het gebied van de vorming tot wereldburgers, welke doelgroepen hebben ze dan voor ogen en wat hebben ze werkelijk te bieden? Maar we kunnen het ook omdraaien. Laten we ons opstellen als een marktonderzoeker die wil nagaan welke bevolkingsgroepen zich aangesproken voelen door het idee dat hun kinderen op school tot wereldburger zouden worden gevormd. Als we honderd interviews afnemen onder geïnteresseerde ouders van kinderen tussen vier en twaalf jaar, zouden we hopelijk een aantal behoefteprofielen kunnen onderscheiden: welke wensen leven er aan de vraagzijde van de markt over de vorming tot wereldburger? Om de gedachten te bepalen, schetsen we hier een denkbeeldig behoefteprofiel van een veertigjarige Nieuwe Nederlander, belijdend moslim, die een middelbare school voor zijn kinderen moet kiezen.
Lees verder … (PDF)

Verboden te filmen in de klas (III)

Wes Holleman | 15-07-2019 | 1 Reactie » | permalink

Oktober 2018 publiceerde mr. Lucien Stöpler een digitale brochure over Verantwoord Burgeronderzoek: een juridische handleiding voor burgers die zelf opsporingsonderzoek willen doen en het benodigde bewijs tegen een boosdoener willen verzamelen. Eigenlijk hebben leerlingen op de middelbare school ook zo’n soort handleiding nodig, maar dan specifieker: een juridische handleiding voor leerlingen die last hebben van grensoverschrijdend gedrag van een leraar en die daar iets tegen willen doen. In de beslotenheid van het klaslokaal is de leraar heer en meester en als hij of zij zich in die situatie aan onprofessioneel, grensoverschrijdend gedrag te buiten gaat, kunnen leerlingen zich nauwelijks daartegen verweren. Neem de ervaringen van Puddingpower (Onderwijsethiek 22/5/2019): de leraar Natuurkunde slingerde zijn leerlingen telkens weer denigrerende beledigingen naar het hoofd, maar de mentor en de teamleider hielden zich doof voor klachten. Uiteindelijk maakte de klas een geluidsopname van zijn onophoudelijke wangedrag en we mogen hopen dat de teamleider daarin aanleiding heeft gevonden om hem serieus aan te spreken. Overigens is er een dikke kans dat ook de klagende leerlingen een douw hebben gekregen, want het maken van beeld– of geluidsopnames is ongetwijfeld in strijd met de lokale schoolregels, evenals het delen van die opnames op WhatsApp (de groepsapp van de klas). Zie het recente Modelprotocol Sociale Media van de landelijke scholenvereniging Verus.
Ook het ministerie stelde onlangs in een Kamerbrief (11/7/2019) dat het omwille van de sociale veiligheid van het onderwijs­personeel onwenselijk en onwettig is dat leerlingen zonder toestemming beeldopnames van klassesituaties maken en op sociale media publiceren (zie ook Onderwijsethiek 10/4/2019). In de Kamerbrief blijft onvermeld dat het niet in strijd is met de wet (WvS artt. 139a, 139b) om in de klas heimelijk geluidsopnamen te maken.
Evenmin wordt in de Kamerbrief de vraag aan de orde gesteld of het in sommige gevallen juridisch verdedigbaar is dat leerlingen heimelijk beeldopnames in de klas maken (en deze met elkaar delen op de groepsapp van de klas), namelijk indien dat de enig-mogelijke geweldloze manier is om flagrante schendingen van hún sociale veiligheid aan de kaak te stellen. Wel­iswaar is dat volgens artikel 139f WvS verboden, maar dan rijst de vraag of de rechters soms bijzondere afwegingen maken (Onderwijsethiek 13/5/2014; Rechtspraak.nl 16/5/2014, par.4.9).
Er is dus dringend behoefte aan een juridische handleiding voor leerlingen in het voortgezet onderwijs, gebaseerd op de wetgeving (waaronder de Europese Verordening Gegevens­bescherming) en de bijbehorende jurisprudentie, waarin gedetailleerd wordt uitgelegd in hoeverre zij in het klaslokaal beeld- of geluidsopnames kunnen maken van grens­overschrijdend gedrag van leraren en die opnames kunnen delen op WhatsApp (de groepsapp van de klas), met het doel om klachten bij de mentor, teamleider of vertrouwens­persoon te adstrueren. Een dergelijke handleiding kan tevens nuttig zijn voor leerlingen die zich genoopt voelen pestgedrag (of ander extreem grensoverschrijdend gedrag) van medeleerlingen in de klas op te nemen.

Counselors tegen homoseksuele zondaars (II)

Wes Holleman | 08-07-2019 | permalink

Felix Ngole, een vrome christen, volgde een tweejarige graduate beroepsopleiding Maat­schappelijk Werk aan de University of Sheffield. Toentertijd was Kim Davis in het nieuws, een gekozen County Clerk (hoofd van het bureau Burgerlijke Stand) die als christen met gewetensbezwaren kampte sinds in haar naam ambtelijke huwelijksvergunningen moesten worden afgegeven aan personen van hetzelfde geslacht. In een Facebookdebat daarover liet Ngole blijken dat homoseksueel gedrag naar zijn persoonlijke religieuze overtuiging zondig is. Hij werd uit de opleiding verwijderd om reden dat iemand die een dergelijke opvatting wereldkundig maakt, kennelijk ongeschikt is om met homoseksuele cliënten om te gaan. Hij ging daartegen in beroep bij het gerechtshof, waar hij echter bot ving (BBC 27/10/2017). Maar Ngole hield vol dat zijn vrijheid van meningsuiting zodoende werd aangetast (vergelijk ook Onderwijsethiek 7/11/2009). Het hooggerechtshof heeft nu het vonnis van het gerechtshof vernietigd (BBC 3/7/2019).
Deze casus lijkt enigszins op twee Amerikaanse casussen van christelijke studenten in de beroepsopleiding tot schooldekaan (Onderwijsethiek 10/1/2012). Het verschil is echter dat er geen aanwijzingen zijn dat Ngole zich aan discriminatie tegen homoseksuelen schuldig zou maken. De Amerikaanse studenten daarentegen weigerden om in het kader van hun opleiding homo­seksuele cliënten te begeleiden, of konden niet beloven dergelijke cliënten in hun waarde te zullen laten. Weliswaar maakte ook de Amerikaanse County Clerk zich aan discriminerend gedrag schuldig (zij zwichtte pas toen bij wijze van compromis haar naam als hoofd­ondertekenaar van het vergunningsdocument geschrapt werd, waarmee alle schijn vermeden werd dat zij de partners-in-ondertrouw haar christelijke zegen meegaf). Maar Ngole constateerde slechts dat Kim Davis voor een ethisch dilemma stond tussen haar persoonlijke waardensysteem en dat van haar overheidsambt.

Preventieve censuur door Britse universiteiten

Wes Holleman | 07-07-2019 | permalink

De Universiteit Utrecht heeft nieuwe regels ingevoerd om commerciële en ideële reclame tegen te gaan. Het is voortaan verboden op de campus propaganda te maken voor politieke partijen of religieuze/levensbeschouwelijke instellingen (DUB 1/7/2019). Hiermee begeeft de universiteit zich op glad ijs. Tracht men docenten en studenten slechts te beschermen tegen de marketingcampagnes van allerlei groeperingen om leden te winnen, kiezers te trekken en fondsen te werven? Of bestaat er het risico dat de nieuwe regels ontaarden in censuur waarmee de opvattingen van (sommige) politieke, religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen op de campus geweerd worden? Blijkens recente Britse ervaringen kan de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting in een vloek en een zucht ongedaan worden gemaakt.
In het Verenigd Koninkrijk kampen de universiteiten en hogescholen momenteel met gevolgen van de Prevent Strategy: de preventieve censuur die ze sinds 2015 in opdracht van de Britse regering hebben doorgevoerd (Index on Censorship, nov. 2018, p.12f). Om te voorkomen dat moslimstudenten radicaliseren, wordt van de instellingen verwacht dat ze extremistische gastsprekers van de campus weren. Het Londense Court of Appeal heeft jongstleden maart gevonnist dat deze ‘prevention duty’ te streng is geformuleerd, waardoor de instellingen zich gedwongen voelen ook onschuldige gastsprekers voor alle zekerheid de deur te wijzen (Guardian 8/3/2019) . Verder gaat een positieve beschikking vaak met beperkende voorwaarden gepaard (zie bijvoorbeeld Onderwijsethiek 21/4/2015), om nog maar te zwijgen van de zelfcensuur waartoe organisaties van moslimstudenten onder de dreiging van de universitaire toezichthouders zijn overgegaan (Guardian 21/6/2019, 1/7/2019).

Tentamenleed

Wes Holleman | 04-07-2019 | 2 Reacties » | permalink

Het loopt tegen de zomervakantie, dus er is veel tentamenleed. Maar soms lijkt het erop dat de tentaminator in de fout is gegaan. Drie voorbeelden:
1. Blogger Jimmy doet de hbo-opleiding Facility Management van de Hogeschool Rotterdam. Hij klaagt erover dat hij te weinig tijd kreeg om zijn openboektentamen te maken (Profielen 2/7/2019). Je moest eerst de casus lezen, die vijf pagina’s in beslag nam. Vervolgens moest je zeven open vragen beantwoorden. Bij de laatste twee vragen kwam hij in tijdnood. Ook bleef er geen tijd over om dingen in het boek na te slaan en om het gemaakte tentamenwerk nog eens rustig na te lezen. Als men de tentamendeelnemer onder zo’n zware tijdsdruk zet kan men volgens Jimmy niet meer vaststellen of hij (zij) de stof voldoende beheerst. Bovendien krijgt de aanstaande beroepsbeoefenaar de boodschap mee dat efficiency ten koste van kwaliteit mag gaan.
2. Op Punt Avans (27/6/2019) wordt verslag gedaan van een beroep dat een studente had aangespannen tegen de examencommissie Social Work. In de cursushandleiding van het desbetreffende vak stond hoeveel vragen je goed moest beantwoorden om een voldoende tentamencijfer te halen. Hiermee was voldaan aan de bepaling van de Onderwijs- en Examen­Regeling dat bij de start van de onderwijseenheid bekend moet worden gemaakt ‘welke beoordelingscriteria en –normen we gebruiken.’ De normering uit de cursushandleiding is echter naderhand aangepast, want de cursusleiding had de statistische raadkans van haar meerkeuzevragen ten onrechte buiten beschouwing gelaten. De nieuwe normering was in week 6 en 7 op het hoorcollege bekend gemaakt, maar deze studente had geen colleges gevolgd en was daarvan dus niet op de hoogte. Zij beschouwde de cursushandleiding als een (toe­tredings-)contract dat niet zomaar gewijzigd kan worden. Het lokale College van Beroep ging niet met deze redenering mee en heeft haar beroep ongegrond verklaard. Ik vraag me af of het landelijke beroepscollege (CBHO) daar ook zo over denkt: moeten dergelijke fundamentele errata op de cursushandleiding niet in een persoonlijke mail aan iedere potentiële tentamen­deelnemer bekend worden gemaakt en is het überhaupt aanvaardbaar dat dergelijke errata pas in week 6 en 7 van de cursus worden recht­gezet?
3. Op19 juni deden de eerstejaarsstudenten van de Leidse Engelstalige opleiding International Bachelor Psychology hun tentamen Cognitive Pychology. Maar velen waren vooraf al op de hoogte van de tentamenvragen, want deze waren (nagenoeg) gelijk aan die van vorig jaar (Mare 28/6/2019). De examencommissie van de opleiding zou zich begin juli buigen over de vraag of het tentamen ongeldig moet worden verklaard.