Aalster school monitort radicalisering

Een rooms-katholieke middelbare school in Aalst (Oost-Vlaanderen) controleert steekproefsgewijs de Facebookpagina’s van haar leerlingen. Zij doet dat met name in haar strijd tegen cyberpesten. Maar onlangs constateerde zij dusdoende dat twee leerlingen op Facebook islamitische terreurdaden vergoelijkten. En zij meende er goed aan te doen dit per omgaande door te geven aan het Meldpunt Radicalisering van de politie (HLN 3/2/2015a). Heeft zij hiermee hun privacy geschonden en inbreuk gemaakt op de vertrouwensrelatie met haar leerlingen? Bij nader inzien heeft de schooldirectie spijt van haar overhaaste optreden (HLN 3/2/2015b, VK 4/2/2015). Zij had eerst met de betrokken leerlingen en vervolgens met hun ouders in gesprek moeten gaan. Ook had zij het lokale Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) kunnen inschakelen.
Maar het blijft een glijdende schaal met moeilijke dilemma’s. In hoeverre behoort het tot de vrijheid van meningsuiting op de eigen Facebookpagina begrip te tonen voor door moslims bedreven, politiek gemotiveerde terreurdaden (of, omgekeerd, voor politiek gemotiveerde drone-aanvallen die door Westerse veiligheidsdiensten bedreven worden)? Waar ligt de grens tussen ‘begrip voor’ enerzijds en ‘propageren van’, ‘aanzetten tot’ of ‘voorbereiden van’ terreurdaden anderzijds? In hoeverre is het in strijd met de professionele beroepsethiek, leerlingen vanwege hun extreme opvattingen bij de politie aan te geven, terwijl er geen enkele indicatie is dat zij geneigd zijn hun ideeën in strafbare daden om te zetten? Moet de school niet beginnen met gedegen lessen in mediawijsheid: publiceer je onbezonnen standpunten niet zomaar op Facebook, want je weet niet wie er mee aan de haal gaat! En zouden scholen vervolgens uit hoofde van hun vormings­opdracht moeten overwegen, open gespreks­situaties creëren, waarin leerlingen hun meningen in discussie kunnen brengen? Maar ook dan rijst de vraag: wanneer is het punt gekomen dat de school van een mogelijke ‘extremistische cel’ moet spreken die een zodanige mate van gevaar oplevert dat gerichte aandacht van Justitie geboden is?

3 reacties op “Aalster school monitort radicalisering”

  1. Wes Holleman zegt:

    Het Centrum School en Veiligheid te Utrecht wijdt een aantal webpagina’s aan Radicalisering & Extremisme.

  2. Wes Holleman zegt:

    D66 wil de drempel naar het Meldpunt Radicalisering verlagen: stel een wijkagent aan die op school een oogje in het zeil houdt (NOS 11/2/2015). Magda Berndsen (fractiewoordvoerder Justitie) in De Telegraaf (11/2/2015): ‘Een grote groep jongeren dreigt te radicaliseren. Er is onvoldoende capaciteit om die allemaal in de gaten te houden. Deze speciale wijkagent kan voor leraren, ouders en leerlingen het aanspreekpunt worden om die gedragsverandering te bespreken. Leraren en ouders weten vaak niet wat ze moeten met een leerling die dreigt te radicaliseren. De wijkschoolagent kan als vraagbaak dienen voor leraren en ouders. Daarnaast kan de agent een vertrouwensrelatie met de leerlingen opbouwen.’ Ik ben benieuwd hoe Paul van Meenen, fractiewoordvoerder Onderwijs van deze onderwijspartij, tegen dit voorstel aankijkt. In hoeverre wordt de vertrouwensrelatie tussen de school enerzijds en radicaliserende leerlingen anderzijds hierdoor geschaad?

  3. Wes Holleman zegt:

    De Volkskrant (16/3/2015) besteedt aandacht aan een manifest dat is opgesteld op een recente conferentie van de Radicalisation Awareness Network te Manchester: de beste manier om radicalisering op school tegen te gaan, is de dialoog met leerlingen aan te gaan. De Morgen (16/3/2015a, 16/3/2015b) laat Karin Heremans aan het woord.