Beroepsethiek van de beoordelaar

Bij mij op school worden de leerlingen in de donzige watten gelegd en je kan er niks tegen doen. Vorige week donderdag gaf ik een aangekondigd proefwerk in een VWO-klas en Ahrend was absent. Ziek zogenaamd. De volgende dag kwam hij na het zesde uur vragen of hij het proefwerk alsnog mocht maken. Volgens de schoolregels kon ik hem dat niet weigeren, maar ik baalde als een stekker. Het is toch te gek dat hij door een dagje schoolziek een onvoldoende kan ontlopen, en ik word ondertussen gedwongen speciaal voor hem een nieuw proefwerk samen te stellen …
Ik pakte het opgavenformulier van de vorige dag uit mijn tas en liet hem ‘then and there’ het proefwerk maken. Afgelopen zondag heb ik de proefwerken nagekeken. Hij scoorde weliswaar een 7+ maar ik heb hem een krappe voldoende (5,5) gegeven. Het kan zijn dat hij straks komt lopen mekkeren, maar dan geef ik gewoon niet thuis.
Ik hanteer als uitgangspunt dat een herkansing een gunst is en dat leerlingen dan in principe niet meer dan een krappe voldoende verdienen. In dit concrete geval was daar extra aanleiding toe, aangezien Ahrend donderdagavond en vrijdag bij zijn klasgenoten heeft kunnen navragen welke opgaven hem te wachten stonden. Maar ik geef toe dat ik me niet op de schoolregels kan beroepen, want bij mij op school worden de leerlingen in de donzige watten gelegd.
Bron: Deze fictieve casus is geïnspireerd op Goeie Vraag (16/1/2013).

Eén reactie op “Beroepsethiek van de beoordelaar”

  1. Wes Holleman zegt:

    Deze beoordelaar gaat in drie opzichten in de fout: (a) hij/zij doet een onbetrouwbare meting van het bereikte prestatieniveau, aangezien de herkanser zich tevoren op de hoogte heeft kunnen stellen van de toetsvragen; (b) hij/zij discrimineert herkansers aangezien hij jegens hen een strengere decisieregel hanteert dan jegens hun klasgenoten; en (c) die strengere decisieregel berust op persoonlijke willekeur, aangezien deze niet tevoren in de schoolregels is vastgelegd.