Burgerschapsopdacht

In het Regeerakkoord-2017 van Rutte III kondigden VVD, D66, CDA (RK en PC) en Christen­Unie (orthodox PC) aan dat de burgerschapsopdracht van het primair en secundair onder­wijs zal worden aangescherpt en dat vooraf getoetst zal worden of nieuwe scholen in dat opzicht aan de deugdelijkheidseisen voldoen. Begin juni 2018 is de voorlopige versie van hun wetsvoorstel ter consultatie uitgezet en in juli zijn de reacties gepubliceerd, onder meer van VOS/ABB (openbaar en algemeen-bijzonder), VBS (klein algemeen-bijzonder), Verus (RK en PC), VGS (reformatorisch), VBSO (reformatorisch) en NVLM (leraren Maatschappijleer).
In de reactie van de VGS wordt minister Slob (ChristenUnie) opgeroepen open kaart te spelen over de ware bedoeling van het wetsvoorstel. De VGS betwijfelt ‘of de olifant in de kamer (…) nu echt benoemd wordt. Bekend is dat er veel problemen in de grote steden zijn met tweede en derde generatie migranten en hun verhouding tot de Nederlandse samenleving. Dat wordt door politici breed erkend. Is het niet eerlijker dat een plaats te geven in de memorie van toelich­ting? Daar zit een flink punt van zorg ook rond burgerschap. Hoe helderder het probleem wordt geschetst hoe beter en passender de oplossing kan worden geformuleerd.’
Wordt de ware bedoeling van het wetsvoorstel inderdaad verbloemd? Naar mijn indruk wil men met het wetsvoorstel de vrijheid van meningsuiting beteugelen opdat scholen in al hun uitingen de door de Staat gestelde grenzen in acht nemen. De Staat eist dat al hun uitingen in lijn zijn met de waarden van de democratische rechtsstaat (zoals verankerd in de Grondwet) en van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Maar in het wetsontwerp wordt inderdaad niet expliciet gesteld dat men op die manier wil tegengaan dat scholen door hun uitingen de integratie (of assimilatie?) van hun allochtone leerlingen in de Nederlandse samen­leving belemmeren en onvoldoende weerwerk bieden tegen radicalisering en extremistisch (bv. islamistisch) gedachtengoed. In de verkiezingsprogramma’s van CDA en VVD treffen we soortgelijke verholen beleidslijnen aan. Scherpe toelatingsselectie in de lerarenopleidingen (CDA, VVD): teneinde te voorkomen dat (onvoldoende geassimileerde) migrantenkinderen het leraarsdiploma zullen halen? Drempels voor het oprichten van scholen (CDA): teneinde de groei van het islamitisch onderwijs in te dammen en te voorkomen dat islamitische scholen de assimilatie van migrantenkinderen belemmeren?
Een olifant in de Kamer… De olifant van de islamitische vijfde colonne spookt alom in het hoofd van landsbestuurders en Kamer­leden, maar in het politieke debat wordt hij verpakt in mistige abstracties van Kwaliteit en Deugdelijkheid om lastige vragen over constitutionele rechten en vrijheden van minderheden te ontlopen. Als de overheid generieke wetsregels invoert met de bedoeling deze slechts in specifieke gevallen (namelijk in relatie tot allochtone leerlingen en/of leraren) toe te passen, maakt zij inbreuk op artikel 1 van de Grondwet: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld (…).’

4 reacties op “Burgerschapsopdacht”

  1. Wes Holleman zegt:

    Ik heb het Verkiezingsprogramma 2017-2021 van het CDA er nog eens op nageslagen. In de paragraaf over de vrijheid van onderwijs (p. 54) neemt het CDA geen blad voor de mond: ‘Maar in deze tijd moeten we wel waakzaam zijn dat de vrijheid van onderwijs geen vrijbrief is voor het verspreiden van antidemocratische ideeën of het geven van slecht onderwijs dat kinderen verder op achterstand zet. Daarom gaan we de weerbaarheid van de onderwijsvrijheid vergroten door plannen voor nieuwe scholen vooraf te toetsen op hun bijdrage aan de ontwikkeling van de kinderen, de integratie en het burgerschap en of hun onderwijs in overeenstemming is met de Nederlandse Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Waar nodig toetsen we ook de plannen van bestaande scholen.’

  2. Wes Holleman zegt:

    Het wetsvoorstel komt voort uit de onderzoeksrapportage Burgerschap op School (december 2016) van de Onderwijsinspectie. Op pp. 18-23 van dat rapport worden beleidsaanbevelingen gedaan. Naar aanleiding daarvan stuurden de bewindslieden Bussemaker (PvdA) en Dekker (VVD) op 7/2/2017 een Kamerbrief over versterking van het burgerschapsonderwijs. Tevens stuurden ze een essay (nov.2016) van het Instituut voor Publieke Waarden mee.

  3. Wes Holleman zegt:

    Als ik het goed lees op de website van de Raad van State, is het wetsvoorstel nog niet ter advisering bij de RvS binnengekomen. Het enige wat er een beetje op lijkt, is een wetsvoorstel ter actualisering van de deugdelijkheidseisen voor het funderend onderwijs (po en vo) en het daarmee samenhangende onderwijstoezicht, dat momenteel bij de RvS in behandeling is.
    UPDATE: De minister heeft inmiddels aangekondigd dat het wetsvoorstel pas in het voorjaar van 2019 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

  4. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » Burgerschapsopdracht (II): respect bijbrengen zegt:

    […] van het primair en secundair onderwijs te verduidelijken en aan te scherpen. Ik schreef er al eerder over. Vorige week heeft de Onderwijsraad commentaar geleverd op (deze voorlopige versie van) het […]