Competitief onderwijs

In Vlaanderen is het niet ongebruikelijk dat leerlingen voor elk vak niet alleen hun eigen cijfer op hun voortgangsrapport te zien krijgen, maar ook het gemiddelde of mediane rapportcijfer van hun klas. De openbaaronderwijskoepel (GO!) vindt het ongewenst, zo bericht De Standaard (30/11/2017), dat leerlingen op die manier gedwongen worden de eigen prestaties te vergelijken met die van hun klasgenoten. Door Kris van den Branden (20/11/2017) worden vier argumenten genoemd waarom men dat niet in het belang van de zwakkere leerling acht. Maar in zijn boek Klaskit (2017) draagt Pedro de Bruyckere ook een argument aan om medianen niet helemaal overboord te gooien: dergelijke kengetallen kunnen de leerkracht informeren over ‘hoe de groep presteert en zo (…) over de kwaliteit van het onderwijs dat [hij/zij] aan de leerlingen heeft aangeboden’ (Van den Branden op.cit.).
Dit moge gelden voor rapportcijfers in het basisonderwijs, maar in het secundair en postsecundair onderwijs hebben dergelijke cijfers ook een rechtspositionele functie voor de leerlingen en studenten. Voor hen is het van groot belang dat ze per omgaande op de hoogte worden gebracht van het gemiddelde cijfer of het percentage onvoldoendes dat gescoord is op de door hen afgelegde summatieve toets of het door hen afgelegde tentamen. Op basis daarvan kunnen zij afwegen of er aanleiding is om inzage te vragen in het beoordeelde werk en zo nodig bezwaar te maken tegen de beoordeling. Ook kan er aanleiding zijn voor collectieve actie tegen de moeilijkheidsgraad c.q. validiteit van de toets, tegen de geringe voorbereidingstijd die hun gegund is, tegen de kwaliteit van de aangeboden onderwijs- en voorlichtingsactiviteiten of tegen de reglementaire consequenties van de behaalde cijfers.
Verder is er nog de invalshoek van hoogpresterende, ambitieuze leerlingen en studenten: welke ondersteuning hebben zij nodig om hun aspiratieniveau te handhaven? Zij beginnen zich zorgen te maken als ze zevens voor hun kiezen krijgen in plaats van achten en negens. Die zorgen zouden worden weggenomen als ze wisten dat ze met die zevenscore nog altijd tot de 5% besten van de klas behoorden. Is het een idee dat men hoog­presteerders gelegenheid geeft zich te abonneren op de rapportage van hun percentielscore? In de trant van: met deze zeven zit je op het 95e percentiel van de prestatieverdeling van jouw klas.

Eén reactie op “Competitief onderwijs”

  1. Wes Holleman zegt:

    Een ander chapiter is of onderwijsgevenden de individuele cijfers van alle leerlingen c.q. tentamen­deelnemers op naam aan de grote klok mogen hangen (Onderwijsethiek 12-9-2009, 1-6-2011, 8-11-2015): daarmee komt de wettelijke bescherming van persoonsgegevens in het geding.