De arbeidsparticipatie moet omhoog

Volgens de macro-economen moeten burgers, in het belang van de Nederlandse economie, een groter deel van hun leven betaalde arbeid verrichten. De arbeids­participatie moet omhoog. Meestal wordt daarbij gedacht aan vrouwen die hun arbeidskracht ‘vergooien’ aan kind en gezin en aan vijftigplussers die hun beroeps­loopbaan ‘voortijdig’ afbreken. Maar over factoren die een tijdige start van de beroepsloopbaan belemmeren, wordt nauwelijks gesproken. Het is in het belang van de Nederlandse economie dat jongeren in staat worden gesteld zo snel mogelijk hun diploma te halen en een start op de arbeidsmarkt te maken. Maar minister Plasterk is daar blijkbaar niet van overtuigd. De PvdA-minister vindt het ‘niet sociaal’ van faculteiten dat studenten tot de éénjarige masteropleiding worden toegelaten terwijl ze nog één of twee vakken van hun bacheloropleiding moeten afmaken, zei hij onlangs in een interview (Ublad 29/5/2008).
Lees verder … (PDF)

2 reacties op “De arbeidsparticipatie moet omhoog”

  1. Wes Holleman zegt:

    Geert Jansen, lid van de Tilburgse universiteitsraad, geeft commentaar op Plasterks standpunt dat de zachte knip ‘niet sociaal’ is (Univers 5/6/2008): (a) een gefundeerde keuze tussen masteropleidingen is heel goed mogelijk als de bacheloropleiding nog niet geheel is afgerond; (b) een student kan heel goede redenen hebben om de nominale cursusduur enigszins te overschrijden; (c) bij strikte toepassing van de harde knip hebben studenten die m.i.v. hun vierde jaar met de masteropleiding willen starten geen 36 doch slechts 34 maanden voor hun bacheloropleiding beschikbaar, aangezien ze zich reeds in juli aan de toelatingsselectie voor de masteropleiding moeten onderwerpen; (d) het is zeer wel denkbaar dat een student de bacheloropleiding op 1 september heeft afgerond maar dat hij/zij het diploma nog niet op zak heeft omdat sommige tentamenuitslagen nog niet binnen zijn; (e) de wachttijd ten gevolge van de harde knip jaagt de student op kosten; en (f) een studieachterstand van twee maanden kan zonder bezwaar in de masterfase worden ingelopen.
    De UvT-rector geeft de volgende tegenargumenten: (g) het is onrechtvaardig om ‘eigen’ studenten met de zachte knip te bevoordelen en studenten van buiten aan een harde knip te onderwerpen; (h) de zachte knip kan de heterogeniteit van de deelnemersgroep vergroten en daarmee het onderwijsproces in de masteropleiding bemoeilijken; (i) en bovendien kan het opleidingsrendement in de masterfase daardoor worden aangetast.

  2. Wes Holleman zegt:

    Uit een inventarisatie van de Voxredactie (2/10/2008) blijkt dat de meeste opleidingen in Nijmegen een zachte knip hanteren. Het universiteitsbestuur staat daarachter.