De bureaucratie van het Bindend Studieadvies

Zij volgde sinds september 2012 de deeltijdopleiding Rechtsgeleerdheid aan de Erasmusuniversiteit. Augustus 2014 legde de examencommissie haar een negatief Bindend Studieadvies (BSA) op: ze werd uit de opleiding verwijderd omdat ze in die twee jaar slechts 45 van de 60 propedeutische studiepunten behaald had. Maar zij stapte naar het lokale College van Beroep voor de Examens (CBE), waarbij ze zich beriep op artikel 7.8b lid 3 WHW: de student kan worden verwijderd indien hij ‘naar het oordeel van het instellingsbestuur (…) niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur daaromtrent heeft vast­gesteld.’ Ik heb mijn studiegeschiktheid bewezen door het feit dat ik in die twee jaar behalve mijn 45 propedeutische studiepunten ook reeds 44 postpropedeutische studie­punten van de opleiding Rechtsgeleerdheid behaald heb. En als bijkomend bewijs kan gelden dat ik de bacheloropleidingen Criminologie en Filosofie heb afgerond.
Het CBE liet zich daardoor overtuigen en vernietigde het besluit van de examen­commissie. Deze hield echter vast aan haar eerdere bureaucratische besluit en tekende daarbij aan dat 2/3 van de 99 behaalde studiepunten via vrijstellingen vergaard was en dus slechts 1/3 via daadwerkelijke tentamenprestaties in de opleiding Rechts­geleerd­heid. De studente zocht het opnieuw hogerop, maar het CBE oordeelde dat de examen­commissie bij nader inzien in haar recht stond. Uiteindelijk vonniste het landelijke College van Beroep (CBHO) dat de studente in het gelijk moest worden gesteld, ongeacht de vraag of ze in materiële zin gelijk had: een beroepscollege behoort zijn eigen beslissingen te respecteren.
Het interessante element van deze casus is dat het lokale CBE zich aanvankelijk verzette tegen een bureaucratische inter­pretatie van de BSA-regels. Het CBE oordeelde dat onze studente weliswaar niet had beantwoord aan de BSA-criteria, maar dat zij voldoende aannemelijk had gemaakt geschikt te zijn voor de opleiding Rechtsgeleerdheid en dat er daarom alle reden was in haar geval een hardheidsclausule toe te passen. Maar de examencommissie Rechtsgeleerdheid ging daar niet in mee: zij volhardde in haar doorgeschoten rendementsdenken.
Bron: CBHO-vonnis d.d. 20/5/2015

4 reacties op “De bureaucratie van het Bindend Studieadvies”

  1. Wes Holleman zegt:

    Maar het kan zijn dat de examencommissies van de EUR geen eigen beleidsruimte hebben om met betrekking tot het BSA een hardheidsclausule toe te passen. Het uitbrengen van een negatief BSA komt volgens de wet aan het instellingsbestuur toe. Die bevoegdheid wordt gemandateerd aan de faculteitsdecaan, waarbij de examencommissie slechts als uitvoeringsorgaan optreedt. In dat geval moet men niet de examencommissie maar het instellingsbestuur van doorgeschoten rendementsdenken betichten.

  2. Wes Holleman zegt:

    Eigenlijk ben ik wel nieuwsgierig naar een rechtsgeleerde en/of taalkundige analyse van het woordje DOORDAT in artikel 7.8b lid 3 WHW. Gaat het hier om een oorzaak of een reden? Wordt het vonnis Ongeschikt veroorzaakt door X (het tekort aan studiepunten) of wordt het door X ingegeven? En als X optreedt, is men dan door de wet genoodzaakt het vonnis Ongeschikt uit te spreken of laat de wetgever toe dat men op goede gronden tot een mildere conclusie komt?

  3. Wes Holleman zegt:

    Op het forum Fok (21/7/2015) wordt een verwante casus gerapporteerd. Hij doet een verkorte hbo-opleiding: het eerste en tweede cursusjaar wordt in één verblijfsjaar doorlopen. Hij zit nu aan het eind van zijn tweede verblijfsjaar en heeft inmiddels 178 studiepunten behaald. Hij heeft nog maar één cursusjaar voor de boeg en als het een beetje mee zit heeft hij dan in drie verblijfsjaren het hbo-diploma behaald. Maar de bottleneck is een tweepunts vakje uit het eerste cursusjaar: ondanks herhaalde tentamenpogingen is het hem tot nu toe niet gelukt dat vakje te halen. Men dreigt hem nu met een BSA uit de opleiding te verwijderen als hij de 60 propedeutische punten niet vóór 1 september behaald heeft.

  4. Wes Holleman zegt:

    CBHO, het hoogste rechtscollege op het gebied van het hoger onderwijs, vraagt zich af of het BSA-criterium van 60 studiepunten (Nominaal = Normaal) niet alleen in strijd is met de oorspronkelijke bedoelingen van de wetgever, maar ook met de letter van de wet (Erasmus Magazine 20/10/2015).
    UPDATE: De universiteit komt tot een schikking met de betrokken student en ontloopt daarmee een principiële uitspraak van de rechter (Erasmus Magazine 27/10/2015). Wie volgt?