De januskop van minister Plasterk (III)

Ronald Plasterk heeft zich op het gebied van de homoseksualiteit dermate geuit en actief getoond dat men zegt: die persoon zou men sowieso niet tot het ambt van minister moeten toelaten. Gut, wist u dat niet, dat minister Plasterk in de homoscene verkeert? Ja, hij vaart zelfs mee op de Gay Pride! Let wel, het gaat me om dit soort extreme situaties en zeker niet om het beoordelen van het gedrag, laat staan om de politieke opvattingen van een persoon.
Dit is abjecte dronkemanspraat, gespeend van elke logica. Toch laat de minister van Onderwijs zich in soortgelijke termen over iemand uit die zich als bestuurslid van een politieke partij voor de liberalisering van de wetgeving inzake jeugdseksualiteit inzet. De betrokkene verklaart uitdrukkelijk dat hij zich niet aan pedoseksueel gedrag overgeeft, maar hij erkent wel dat hij pedofiele gevoelens heeft. Bij de behandeling van het wetsontwerp Versterking Besturing (31821, art. 7.42a) in de Eerste Kamer oordeelt onze PvdA-minister dat zo iemand niet tot de studie Pedagogie mag worden toegelaten.
Plasterk is niet alleen minister van Onderwijs, maar ook van Emancipatiezaken. Van de bewindsman mag men dus verwachten dat hij pal staat voor gelijke behandeling en dat hij discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaard­heid, handicap of chronische zieke, of op welke grond dan ook, hardgrondig afwijst. Maar Ronald heeft een januskop: in zijn hoedanigheid van minister van Onderwijs meent hij het eerste artikel van de Grondwet rustig aan zijn laars te mogen lappen.
Bronnen: Ongecorrigeerd stenogram EK 26/1/2010 (p.66/84), Onderwijsethiek.nl 26/11/2009

Eén reactie op “De januskop van minister Plasterk (III)”

  1. Wes Holleman zegt:

    Sorry, een kleine vergissing: dit was al weer het vierde blogbericht over de januskop. Nummertje IV dus.