De leesvaardigheid van vijftienjarigen

De Onderwijsinspectie heeft onlangs haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs gepubliceerd. Zij slaat alarm naar aan­leiding van de laatste PISA-rapportage (3/12/2019) over de leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen. Het ging dit keer om een steekproef van 4.765 leerlingen, afkomstig van 156 vo-scholen.
Wat leesvaardigheid betreft is de gemiddelde toetsscore van de vijftienjarige leeftijdscohorten in de afgelopen acht jaar gedaald van 511 (2012) via 503 (2015) naar 485 (2018). Daarmee zijn we ónder de gemiddelde toetsscore (492) van de vijftien ‘oude’ EU-landen terechtgekomen. We scoren nu significant slechter dan Duitsland, België, Frankrijk, het VK, Ierland, Dene­marken, Zweden en Fin­land. Verder scoren we binnen Europa significant slechter dan Noor­wegen, Estland, Polen en Slovenië, en in OESO-verband ook significant slechter dan de VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en Japan.
Het ging hierboven om de gemiddelde toetsscore binnen de gehele Nederlandse steekproef, maar er zijn tevens gegevens beschik­baar over de spreiding rond het gemiddelde. Onder de Nederlandse vijftienjarigen is het percentage ‘onvoldoende geletterden’ (toetsscore < 407) gestegen van 14% (2012) via 18% (2015) naar 24% (2018). Deze categorie leerlingen is op z’n best in staat ‘expliciet geformuleerde informatie in een tekst te vinden, de hoofdgedachte of auteursintentie in een tekst te herkennen en eenvoudige verbindingen te leggen tussen de informatie in de tekst en alledaagse kennis.’ Dat is minder dan nodig is om goed te kunnen functioneren in het voortgezet onderwijs. Hoe komt het dat Nederlandse vijftienjarigen zo slecht scoren op leesvaardigheid en wat kunnen we er aan doen? Ik waag me aan een éénpersoons brainstormpje (§§1-9). Vervolgens laat ik deskundigen, beleidsmakers en kwaliteitsbewakers aan het woord (§§10-12). En in een laatste paragraaf maak ik de balans op.
Lees verder … (PDF)

7 reacties op “De leesvaardigheid van vijftienjarigen”

  1. Wes Holleman zegt:

    In een recente publicatie van de Onderwijsinspectie worden de eindresultaten van het basisonderwijs op Leesvaardigheid anno 2019 afgezet tegen het schooladvies dat de leerlingen in eerste instantie hebben gekregen. Van alle basisschoolabituriënten (excl. leerlingen richting praktijkonderwijs en vso) kreeg bijna de helft (48%) een havo, havo/vwo of vwo advies. Van hen scoorde anno 2019 slechts circa 4% lager dan het 1S-niveau op Leesvaardigheid, voor degenen met een vmbo-gt of vmbo-gt/havo advies was dat circa 23% en voor de overigen was dat circa 58%.
    Het overall percentage dat in groep 8 het niveau 1S (=2F) op Leesvaardigheid weet te bereiken, is gestegen van 50% in 2008 naar 78% in 2019. Ik denk dat die stijging vooral ten goede is gekomen van de betere leerlingen. Ten tijde van de kredietcrisis werd er door de overheid op alles bezuinigd. De koopkracht nam af. De scholen moesten doelmatiger en meer opbrengstgericht werken. De middengroepen moesten vechten om hun positie in de maatschappelijke rangorde te behouden en zaten hun kinderen achter de vodden opdat ze goed zouden presteren op de CITO-toets. De daling van de Leesvaardigheid bij Nederlandse scholieren, zoals in PISA-2015 en PISA-2018 gerapporteerd, heeft vermoedelijk vooral de lagere schoolsoorten in het vmbo en (in mindere mate) het vmbo-t getroffen. Maar om het tij te keren, moeten volgens mij vooral de taalachterstanden in het basisonderwijs worden aangepakt.
    POSTSCRIPTUM: Volgens dit theorietje hangt de historische daling van de Leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen dus niet alleen samen met de algemene ontlezing en verbreiding van ict onder jongeren, waardoor taalachterstanden uit het basisonderwijs niet meer worden ingelopen in het voortgezet onderwijs. Volgens dit theorietje is de daling ook een symptoom van de Verelendung van de lagere sociaal-economische klasse, die al in gang was gezet door de ‘globalisering’ van onze economie, maar die extra werd aangezwengeld door het overheidsbeleid ten tijde van de Kredietcrisis. De hogere klasse wist sinds 2008 de leesvaardigheid van haar basisscholieren jaar-in-jaar-uit te verhogen, maar de kansarme lagere klasse hield die ontwikkeling niet bij of boerde zelfs achteruit.

  2. Wes Holleman zegt:

    Dom, dom, ik heb in §13.2a een belangrijke sector ongenoemd gelaten: de kinderopvang (0-4 jaar), verzorgd door de kinderdagverblijven. Samen met basisscholen worden ze ook wel kindcentra genoemd (of eventueel integrale kindcentra wanneer randinstellingen, zoals het BSO, eveneens meedoen).
    Geaccrediteerde kinderdagdagverblijven zijn belast met de voorschoolse educatie. Samen met groep 1 en 2 van het basisonderwijs wordt deze doorlopende leerlijn VVE genoemd (het programma van voor- en vroegschoolse educatie). Kinderen van 2,5 tot 4 jaar met een indicatie van het consultatiebureau (bv. wegens taalachterstand) hebben recht op 10 uur per week (maar dat is niet kosteloos!).
    Een belangrijke functie van kinderdagverblijven in het algemeen en van de VVE in het bijzonder, is dat baby’s, peuters en kleuters worden voorgelezen en vertrouwd worden gemaakt met prentenboeken en dat de ouders worden gestimuleerd ook thuis daaraan bij te dragen. Daartoe wordt samengewerkt met de openbare bibliotheken. Vele kinderdagverblijven en basisscholen participeren in dat verband aan de programma’s Boekstart en De Bibliotheek op School.
    De Stichting Lezen laat eens in de vier jaar onderzoeken hoe het gaat met het voorlezen in de kinderopvang (2016, 2020). Conclusie: dat kan beter en planmatiger. Onlangs is tevens het periodieke onderzoek gepubliceerd over de leesbevordering in het basisonderwijs, die zich overigens niet alleen uitstrekt tot voorlezen, maar ook tot vrij lezen in de klas, het uitlenen van leesboeken, etc. In een afsluitend hoofdstuk worden vijf aanbevelingen gedaan.
    UPDATE: De Onderwijsinspectie (19/5/2020) gaf een update over haar bemoeienissen met de VVE, waaronder een kwaliteitspeiling die werd uitgevoerd in 2019.

  3. Wes Holleman zegt:

    Dr. Sezgin Cihangir is sociaal-psycholoog en directeur van het Nederlands Mathematisch Instituut: een commercieel instituut dat onder meer stoomcursussen Rekenen/Wiskunde en Begrijpend Lezen verzorgt. In de NRC (13/5/2020) gaf hij commentaar op het Inspectierapport De Staat van het Onderwijs 2020. Zijn boodschap is: Het basisonderwijs hanteert veel te lage doelstellingen [op het gebied van Nederlandse taal en rekenen], of zoals de titel van een eerder artikel luidde: Leer elk kind op de basisschool foutloos rekenen en schrijven.
    UPDATE: Nieuwe NRC-artikelen van Cihangir: 24/6/2020

  4. Wes Holleman zegt:

    ERRATA 1.
    Lees in voetnoot 12:
    https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/peil-onderwijs/documenten/themarapporten/2020/04/22/peil.taal-en-rekenen-2018-2019
    ERRATA 2.
    In de inleidende alinea van §13 beweerde ik: de commissie Meijerink ‘constateerde [anno 2008] dat het streefniveau [1S=2F] aan het eind van groep 8 slechts door 50% van de leerlingen gehaald werd, en zij achtte een verhoging naar maximaal 65% van die leeftijdsgroep haalbaar. Die bewering (die ik ontleend had aan het Inspectierapport Peil,Taal en rekenen 2018-2019, p.15) is onjuist. De geciteerde cijfers staan inderdaad in het commissierapport dat geciteerd is in voetnoot 13 (Over de drempels, 2008, p. 50), maar ze hebben uitsluitend betrekking op het domein Rekenen en dus niet op het domein Taal. Wat het domein Taal betreft lezen we op p.25 dat niveau 1F aan het eind van groep 8 door 75% van de leerlingen gehaald werd, en dat niveau 2F [even hoog als het streefniveau 1S van de basisschool] pas later in de schoolloopbaan van alle leerlingen verwacht werd, namelijk aan het eind van vwo2, havo3 en mavo4 (diplomaniveau vmbo-g/t).

  5. onderwijsethiek.nl » Blog Archive » De doelgroepen van passend onderwijs zegt:

    […] samenleving (PISA-rapport 2019; Onderwijsinspectie 2020a, 2020b). In een recent blogbericht (10/5/2020) kwam ik tot de tentatieve conclusie dat met name deficiënties op het gebied van […]

  6. Wes Holleman zegt:

    Gijsbert Stoet, hoogleraar Pyschologie, vraagt aandacht voor de lage leesvaardigheid van 15-jarige jongens (NRC 8/6/2020). Ten gevolge daarvan stromen ze ook minder vaak door naar het hoger onderwijs.

  7. Wes Holleman zegt:

    Op Komenskypost (19/6/2020) wordt ernstig gewaarschuwd tegen teveel optimisme over de effecten van een leesoffensief op de leesvaardigheid van vijftienjarigen. Een basisvoorwaarde is dat het leesonderwijs in de onder- en middenbouw van de basisschool op orde is: technisch lezen, woordenschatontwikkeling en spellingonderwijs. Pas als die voorwaarde vervuld is, kunnen kinderen met plezier ‘kilometers gaan maken’.