De taalachterstand van NT2-leerlingen

Allochtonen, Friezen en streektaalsprekers staan in het onderwijs op achterstand, omdat het Standaardnederlands niet hun moerstaal is. Ze hebben meer moeite om het nederlandstalige onderwijs te volgen, nederlandse teksten te lezen en nederlandstalige toetsen te begrijpen, en ze moeten zich extra inspanningen getroosten om het Stan­daard­nederlands onder de knie te krijgen. Onlangs hebben Nijmeegse en Amster­dam­se onderzoekers een rapport uitgebracht over schakel- en kopklassen die de taal­achterstand van basisscholieren beogen bij te spijkeren. Ze blijken goed te werken. En dat geldt het sterkst voor de kopklas: dankzij hun deelname aan ‘groep 9′ komen de meesten met een hoger schooladvies uit de bus. Dat is een pikante uitkomst voor de politici die in het verleden alles in het werk hebben gesteld om de verblijfsduur in het basisonderwijs te beperken.
Deze week verscheen tevens de beleidsreactie van het ministerie op rapporten van IMES en NICIS over de school­loopbanen van Turkse Nederlanders. Nederland doet het slecht in vergelijking met België, Frankrijk en Zweden. Gepleit wordt voor een MAVO-HAVO brugklas om het risico van onderadvisering te verkleinen en voor betere doorstroom van MAVO naar HAVO. Hanne Obbink (Trouw 26/6/2009) haalt harde cijfers aan: ruim 40% van de allochtone studenten in het hoger onderwijs startte z’n schoolcarrière in het VMBO en 30% (dus drie op de vier) heeft eerst een MBO-diploma gehaald. Ik ben benieuwd hoe die cijfers voor autochtone streek­taal­sprekers liggen. Op verzoek van het ministerie zal de Onderwijsraad eind dit jaar een advies uitbrengen over mechanismes om te bevorderen dat leerlingen zo snel mogelijk de juiste plek in het onderwijsbestel vinden, die aansluit bij hun talenten.

Eén reactie op “De taalachterstand van NT2-leerlingen”

  1. Wes Holleman zegt:

    Het Trouw-artikel is trouwens wel erg optimistisch over de begaanbaarheid van de VMBO-HAVO-HBO route. Zie het CINOP-rapport Stroomlijnen (2007).