Educatieve minor: vijf hypothesen

De educatieve minor (wetsvoorstel 32270) is op 27 april jongstleden door de Eerste Kamer aanvaard. Dat houdt in dat je na drie jaar universitaire studie een beperkte leraarsbevoegdheid hebt en na 4,5 jaar een eerstegraads bevoegdheid. Voorwaarde is dat je tijdens je bacheloropleiding een halfjaar aan pedagogisch-didactische vakken besteedt, waaronder een beroepsstage van 500 uur. Anderhalf jaar later, bij het vol­tooien van je educatieve masteropleiding, heb je in totaal 3,5 jaar wetenschappe­lijke studie en één jaar leraarsopleiding achter de rug. Via een educatieve minor in de bachelorfase heb je dus een halfjaar eerder je eerstegraadsbevoegdheid op zak (maar daartoe heb je een halfjaar vakwetenschappe­lijke studie opgeofferd). Een bijkomend voordeel is dat je via een betaalde deeltijdbaan kunt voldoen aan je stage­verplich­tingen voor de educatieve masteropleiding.
Ieke Oud heeft rondgevraagd hoe dat in de praktijk uitpakt (Onderwijs van Morgen 17/2 en 26/5/2010). Haar gesprekken leveren de volgende hypothesen op: (1) De educatieve minor heeft niet alleen een beroepsvoorbereidende functie maar dient ook als snuffelstage om te toetsen of je leraar wilt worden; voor die tweede functie was een tweemaands stage vol­doende geweest; (2) Voor sommige bachelorstudenten is een beroepsstage van 500 uur te kort om de nodige praktische vaardigheden te verwerven; zij krijgen de educatieve minor pas afgetekend als ze hun stagetraject verlengd hebben. (3) De driejarige bacheloropleiding biedt onvoldoende basis om zelfstandig voor de klas te staan, tenzij voorzien wordt in gedegen coaching voor beginnende leraren. (4) Bijna geen enkele deelnemer verzilvert z’n beperkte les­bevoegdheid per direct; wie leraar wil worden, stroomt meteen naar de educatieve masteropleiding door en tracht pas bij de start van het laatste semester een betaalde deeltijdbaan te vinden om aan z’n stageverplichtingen te voldoen.
Bij de evaluatie van de educatieve minor moet men volgens mij ook nog een andere hypothese toetsen: (5) Universitaire studenten die op twintigjarige leeftijd voor een educatieve minor kiezen, komen in een loopbaanfuik terecht, waarmee studie- en beroepsmogelijkheden buiten het leraarsambt geblokkeerd worden.

Eén reactie op “Educatieve minor: vijf hypothesen”

  1. Wes Holleman zegt:

    De Nederlandse university colleges gaan hun studenten onder ogen brengen dat ze een educatieve minor kunnen kiezen (Nationale Onderwijsgids 22/9/2014). Het is onbekend of ze met hun brede liberal arts studie goede vakleraren zullen worden, maar ze spreken in elk geval een goed mondje Engels.