Expeditiemodel vs. Veldloopmodel

Henk Witteman is onderwijsadviseur bij TSM Consultants (gelieerd aan de uitgeverij Malmberg). Op de website Onder­wijs van Morgen schrijft hij een artikelenreeks over het thema Motivatie en meer in het bijzonder over de mogelijkheden van het Expeditiemodel in het voortgezet onderwijs (2/12/2011). Maar wie is de geestelijke vader en naamgever van dit model geweest en hoe zag diens model er uit? Daarover laat Witteman zijn lezers in het ongewisse.
In 1972 schreef de Commissie Ontwikkeling Wetenschappelijk Onderwijs in opdracht van het ministerie een probleem­analyse over selectie van studenten. De hoofdauteur was een vooraanstaande hoogleraar in de psychologie: A.D. de Groot. Hij schetst twee verschillende strategieën om de bokken van de schapen te scheiden:
(a) Permanente selectie: de studieleiding biedt een studieloopbaan met opeen­volgende toetsmomenten aan. Iedereen mag instromen, maar dat geschiedt voor eigen rekening en risico. De toetsmomenten, van het eerste tot het laatste, fungeren als selectieve horden. Wie alle horden weet te nemen, haalt uiteindelijk het diploma. Maar vele studenten struikelen. Zij raken vertraagd en velen zullen de hordenloop voortijdig moeten afbreken. Survival of the fittest! Deze permanente selectie wordt het Veldloopmodel genoemd.
(b) Vroegtijdige selectie: de studieleiding bepaalt vroegtijdig (al dan niet via een brugjaar), wie geschikt is voor de opleiding. Studenten die door deze selectie heen komen, krijgen een slaaggarantie: zij zullen in de officiële cursusduur naar het diploma worden geleid. Ze krijgen dus ‘een sterk studiecontract’ aangeboden. Maar dat kan natuurlijk alleen als ze zich voldoende voor hun studie inzetten: het contract bevat een strenge ‘ijverclausule’. Beide partijen beloven alle inspanning te leveren die nodig is opdat de toegelaten student de gestelde opleidingsdoelen in de officiële cursusduur bereikt. Na de toelatingsselectie gaan de docenten en studenten als het ware op een gezamenlijke expeditie: samen uit, samen thuis. De selectie staat dus in het perspectief van een Expeditiemodel dat verhoudingsgewijs ‘selectievrij’ is.
Lees verder … (PDF)

2 reacties op “Expeditiemodel vs. Veldloopmodel”

  1. Wes Holleman zegt:

    Ik ben trouwens niet zo tevreden over de metafoor die De Groot heeft gekozen voor permanente selectie: het Veldloopmodel. Elders in zijn analyse (blz. 39) spreekt hij van een Jungle-model (survival of the fittest). In mijn tekst heb ik dat trachten te benaderen met de metafoor van de hordenloop. Maar een betere metafoor is eigenlijk de cross country variant van de hordenloop: de hindernisloop. We zouden dus kunnen spreken van een Steeplechase-model. En om het hoge uitvalrisico in de studieloopbaan te accentueren, zou men de studieloopbaan ook kunnen vergelijken met een (militaire) hindernisbaan.

  2. Wes Holleman zegt:

    Het tweede artikel van Witteman verscheen op 14/12/2011
    UPDATE I: … en het derde artikel op 10/1/2012. Hij kondigt aan, op mijn verhaal te zullen reageren.
    UPDATE II: … en het vierde artikel op 2/2/2012.
    UPDATE III: … en het vijfde artikel op 28/2/2012.